In gevangenissen 4
En Paulus bleef twee gehele jaren in zijn eigen gehuurde woning en ontving allen die tot hem kwamen, predikende het Koninkrijk Gods en lerende van de Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, onver-hinderd. Handelingen 28 : 30 en 31.
EEN GASTVRIJE GEVANGENE.
Er loopt door het boek Handelingen een lijn. Misschien meer dan een, maar toch deze, die we over de kaart kunnen trekken. Van Jeruzalem naar Rome. Niet recht toe, recht aan. Ondanks alle tegenwerking komt het Evangelie van het Koninkrijk Gods in het hart van het Romeinse Imperium.
Aleer hij Rome betreedt, wordt Paulus begroet door de gemeente, die te Rome is. Daar waar de troon Satans is, zouden we zeggen met Openb. 2 : 13. In Rome aangekomen worden rap de officiële zaken afgehandeld door de militaire en rechterlijke autoriteiten. Dank zij de brief van Festus en het verslag van Julius werd aan de apostel welwillend toegestaan om zelf een woning te huren, zij het dat hij zich zag toegevoegd een soldaat, die voor zijn bewaking zorg droeg. De gevangenschap was een zware beproeving voor de actieve, voortdurend reizende evangelieprediker, maar hij mocht in al deze beschikkingen de goede hand des Heeren over hem ervaren. Zo weerklonk in de Romeinse woning de regel uit het boek der psalmen: ‘Treft iemand druk, Hij wil de druk verlichten’.
Aanstonds nam de apostel contact op met de Joodse gemeenschap. De leidende figuren kwamen bij hem in zijn huis en hij verklaarde hoe hij als Jozef weleer onschuldig was overgeleverd. Onschuldig gelijk ook zijn Zaligmaker was overgegeven in de handen der heidenen. Hoe grote eer voor de gevangene om te lijden in gelijkheid en gemeenschap met de Heere. Die troostvolle overweging veranderde de hele situatie. De Zon der gerechtigheid scheen vriendelijk in Paulus' huurwoning. Hoe goed is de Heere. Paulus had zijn voornemen verkregen: Rome zien. (19 : 21). Was dit lichtvaardig en in het vlees beraamd? (2 Cor. 1 : 17). Geenszins. Paulus had dit zich voorgenomen in de geest en in een dood'lijkst tijdsgewricht had de Heere het beloofd bovendien (23 : 11). Ook die weelde mocht Paulus genieten te Rome: de vervulling van Gods genaderijke toezeggingen. Zo werd hij gewapend tegen de zoveelste maal, dat hij ervaren moest dat de grote genegenheid van zijn hart en het voortdurend gebed tot God voor Israël niet het doel bereikten namelijk de bekering van het volk, zijn maagschap naar het vlees. Een hele dag werd uitgetrokken om de Joden te bewegen tot het geloof. Twistend gingen ze heen, hoewel er eerstelingen werden toegebracht. En als de eerstelingen heilig zijn, zo is ook het deeg heilig.
Een laatste woord van Paulus tot zijn volksgenoten: En die (nl. heidenen) zullen horen is een laatste dringende roepstem om hen tot jaloersheid te verwekken. Heel de omvangrijke arbeid van de apostel onder de heidenen is begonnen om heilige jaloezie op te roepen. We moeten ons altijd bewust zijn, dat deze grote apostel iets in het schild voerde.
Twee volle jaren bleef Paulus in de hoofdstad van het rijk. Mogelijk een termijn. Was die verstreken en was niemand verschenen dan kon de gevangene ontslagen worden. Zo veronderstellen tal van uitleggers. Anderen menen, dat Paulus na deze periode als martelaar viel gedurende een wrede vervolging onder Nero. Gods Woord laat dit buiten beschouwing. We zullen er ons niet te lang het hoofd mee breken. Deze twee jaren zijn niet verloren. De apostel gaat niet zitten mokken en zelfbeklag voet geven. De beperkte bewegingsvrijheid mag niet hinderen, het juk van de gevangenschap niet belemmeren, de arbeid gaat toch verder. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan. We kunnen hier rijke lessen leren. Maak uw ziekteperiode productief, laat een gedwongen oponthoud niet maar zo voorbijgaan, maak van verlegenheden gelegenheden, maak vensters in de gevangenis en laat de handicap niet profijtelijk zijn voor het rijk van satan. Het geloof en de genade zijn herscheppende instanties. Die zijn bij machte om verlies in winst om te zetten.
Paulus maakt van zijn gevangenis een gastvrije pastorie, een evangelisatiepost. Hij verbouwt een kerker tot een kerk. Ieder kon terecht. Voor twistende Joden, die hun harde nek toonden gaf de Heere de apostel een schare heilbegerigen. Zijn woning kon wel heten: Spelonk van Adullam, want daar vergaderde de Zone Gods benauwden, schuldhebbenden, bitter bedroefden tot een gemeente. Maakten ooit uw zonden het u benauwd, zat de Wet als schuldeiser u op de hielen, waart ge bitter bedroefd met een droefheid naar God, omdat ge Hem, die niet anders dan goed deed en goedertieren was, hebt beledigd? De vergeving van zonde is immers niet een formaliteit gelijk het invullen van een strookje, zoals men vandaag niet moe wordt ons te prediken. Het is een belevenis, een gebeurtenis. Mogelijk heeft in deze kerker Paulus de nietsnut Onesimus geteeld, hem als instrument in Gods hand gebaard tot een zeer nuttig lidmaat van Gods kerk en de gemeenschap. In ieder geval is het te Rome geweest en wellicht ook in deze periode, dat Onesiforus Paulus naarstig heeft gezocht om hem te verkwikken. Ja, dat hebben dienaars des Woords op zijn tijd ook nodig; lieden, die als Jonathan hunne hancl versterken in de Heere.
Paulus predikte in de onvrijheid de vrijheid, die de kinderen Gods genieten in Gods Koninkrijk. Zijn hart brandde van leerzucht en liefde om Gods heerlijkheid en macht bekend te maken, de eer van Gods rijk, zo groot, zo hoog verheven. Wat is dat voor een Rijk? Staat het verweg aan de grens van het Romeinse wereldrijk om bevrijdend binnen te vallen zo in de trant van het communisme, dat gaarne bevrijdingsoorlogen voert? Het rijk komt niet met uiterlijk gelaat. Het wordt opgericht in de harten. Noodzakelijk is de wedergeboorte. Vraag u toch af: Wat is dat nu toch eigenlijk, wedergeboorte? Wat overkomt me dan toch? We moeten in het Koninkrijk worden overgezet. Verlost van dit volk, verlost van onze levenstrant, van ons welvarend leven, van Satans invloed, van zonden en van onszelf allermeest moeten we van de duisternis tot het licht, van de macht satans tot God bekeerd worden om vergeving te erlangen en een erfdeel der geheiligden. Het Koninkrijk is het rijk van vergeving en gerechtigheid. Het rijk van de liefde en van de zorg van de genadige Vader in de hemel. Het rijk van de onderlinge liefde der broederen. Ja, waaraan is dat Koninkrijk al niet gelijk? Het kan vergeleken met al wat goed, schoon en waar is. Vandaar die lawine van gelijkenissen. De gelovigen, de kinderen van Gods Koninkrijk zijn mensen, die leven onder een wonderlijk beslag, ze worden op een heerlijke manier vastgehouden, op een onnaspeurlijke wijze gedreven en gedragen. De vrome wereld klemt zich krampachtig vast aan al wat los en vast is in de Bijbel en godsdienst, maar een kind van het Koninkrijk wordt staande gehouden. Hij kan ver weg zwerven, diep vallen, pijnlijk wegglijden, maar de genade laat hem niet los. Je bent het of je bent het niet. Zo is het tenslotte nog eens een keer. Als de wind zijn ze. Men hoort hun geluid, maar weet niet vanwaar ze komen en waar ze heengaan. Het is met Gods Koninkrijk als m.et het Romeinse rijk. De overste zei: Ik heb dit burgerrecht voor een grote som verkregen. Zo verkeren tallozen in de waan, dat ze met vroomheid en inspanning, met inzichten en studiën zich het burgerrecht van het Godsrijk verwerven moeten. Ik ben een burger geboren, zei Paulus simpel. Zo zegt ieder kind van Gods Koninkrijk hem na: Ik ben burger geboren in alle eenvoud, nuchterheid en oprechtheid.
Maar Paulus, ge speekt zo druk over het Koninkrijk Gods, heeft dit Rijk ook een Vorst? Nu gaan de sluizen van Paulus' welsprekendheid eerst recht open. Lerende van de Heere Jezus Christus. Wat elke Naam apart betekent kunt u in uw catechismus opzoeken en overdenken. Hij leert ze wie Christus is, wat Hij deed. Hoeveel valt er niet te zeggen van Zijn naturen en namen, van Zijn staten, ambten en weldaden? De gasten van de gevangene worden bewogen tot het geloof in Jezus. Als we geloven moet Jezus Christus werkelijk Iemand zijn in ons leven. Iemand, Dien we beminnen, waaraan we denken, met Wien we gedurig te maken hebben. Hij is geen klank maar een kracht in het leven der Zijnen. Zijn we naamchristenen of zijn we christenen in de Naam?
In alle vrijmoedigheid leerde Paulus. Of het nu de eenvoudigsten waren of die van het huis des keizers waren, het maakte geen verschil. Vrijmoedig omdat de gastvrije gevangene op zijn beurt in zijn gehuurde woning een gast was van zijn Zaligmaker. Dat is de ware grond van alle vrijmoedigheid. Zijn Heere omhelsde hem in alle druk, redde hem uit moedeloosheid en druk, richtte de tafel toe voor zijn aangezicht en vertoonde Zijn lieflijk gelaat. Als Paulus des avonds zijn gasten uitliet uit zijn woning, nadat ze gezongen hadden van hulp en heil, nadat ze de knieën hadden gebogen en gesmeekt: Uw Koninkrijk koom’ toch, o Heer, ai werp de troon van Satan neer, regeer ons door Uw Geest en Woord; Uw lof word' eens alom gehoord, en d' aarde met Uw vrees vervuld, totdat G' Uw rijk volmaken zult, bleef hij toch niet alleen achter. Misschien begaf hij zich ter ruste als die kinderlijk eenvoudige christen met grote gaven van hoofd en hart, van getuigenis en gebed, van wie ik hoorde vertellen, dat hij volgens een afgeluisterd gebed, des avonds de knieën boog en na alles van de hele dag slechts dit zei: Tot morgen, Heere!
Onverhinderd. Met een triomfantelijke klank eindigt het boek van het snel, zeer snel lopende Evangelie. Onverhinderd, dat geeft dienaars en kinderen moed. Paulus was in banden, maar Gods Woord gaat ongebonden voorwaarts. Onverhinderd. Hoe grote genade, wanneer we zeggen mogen van allerlei wederwaardigheden en tegenheden: Het mag niet hinderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's