De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

PSALMEN EN GEZANGEN I

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PSALMEN EN GEZANGEN I

5 minuten leestijd

— Is alléén psalmen zingen niet vreselijk ouderwets? — Waarom mogen we geen gezangen zingen? — Sta je als lid van de Geref. Bond onder curatele wat betreft het gezangen laten zingen? — Is het alléén psalmen zingen niet een willekeurige afspraak? — Wat moet je doen in een kerkdienst als een gezang wordt opgegeven? — Zijn we wel voluit Hervormd als we geen gezangen zingen? — Is het niet hoog tijd, af te rekenen met het idee: geen gezangen in de kerk? 

Hier vindt u, lezers, zo'n stuk of wat vragen die onder ons wel eens in stilte of openlijk rijzen, of die voor een aantal onder ons bij voorbaat met ja of neen al zijn afgedaan. We moesten dus deze zaak nog maar eens bekijken. Wij bespreken niet elke vraag afzonderlijk, daarvoor zijn zij te willekeurig bijeengeschreven. „Naar de geest" zullen zij toch wel behandeld worden. We houden ons bezig met de zaak als geheel.

Er wordt blijkbaar over het zingen van gezangen in de kerkdienst onder hervormd gereformeerden door deze en gene wel nagedacht. Door wie? Door jongeren vaak. In deze snel veranderende tijd zijn zij in het algemeen minder aan tradities gebonden en staan zij eerder kritisch tegenover bepaalde gebruiken-van-jaren her dan ouderen. Dat is niets verontrustends, dat is de aard van het beestje.

Waarom wordt er over nagedacht? Dat is wat ingewikkelder. Twee oorzaken schijnen een rol te spelen.

De eerste is, dat het relativisme van deze tijd voor sommigen het verschil tussen gereformeerd en niet-gereformeerd minder groot doet ervaren dan vroeger. Het liturgische verschil tussen geen gezangen en wel gezangen is zo uitgesproken duidelijk, dat dit in zijn opvallendheid — naar het gevoel van deze „relativisten" — niet meer zo past bij leerstellige verschillen die niet veel meer dan een verschil in benadering zouden zijn.

De tweede oorzaak is, dat onder ons meer verbondsmatig dan vroeger wordt gedacht. Wij voelen ons nauwer verbonden met het geheel der Kerk dan voorheen, ondanks ons toenemend onbehagen over de algemene gang van zaken — dat wellicht zelfs voortvloeit uit die nauwere verbondenheid. Hoe dat zij, het geen gezangen zingen vormt een afgrenzing binnen het geheel der kerk, die met die nauwere verbondenheid niet in stijl lijkt te zijn.

Hierover zouden wel enige opmerkingen te maken zijn. Wij doen dat evenwel niet, omdat genoemde overwegingen zijn opgehangen aan de huidige praktische kerkelijke situatie, en wij daarin niet mee willen gaan. Onafhankelijk van die situatie willen wij de vraag stellen: waar doet de kerk het beste aan. Hoe het antwoord op die vraag in de kerkelijke situatie functioneren moet, is dan van de tweede orde.

Het is jammer, dat een rustig en nuchter nadenken over een en ander zo bemoeilijkt wordt doordat deze zaak zo historisch en emotioneel belast is. De gezangendwang in de eerste helft van de vorige eeuw, de wijze waarop in de rumoerige doleantiestrijd dit punt in een weerzinwekkend farizeïsme werd aangeblazen (Kuyper: „Gods volk zingt geen gezangen"), de daardoor opgeroepen reactie (dr. Gunning met zijn nu bijna komisch aandoende boek over de gezangenkwestie), hebben een atmosfeer geschapen, waarin het accent was verlegd van religieuze naar praktisch kerkpolitieke achtergronden. Geen wonder dat sommigen, bij zulk een eenzijdige fundering in kerkpolitieke bodem van het geen-gezangen-zingen, in de zo veranderde kerkelijke situatie geen grond meer zien voor het uitsluiten van gezangen in de kerkdienst. Geen wonder ook, dat dan vele gereformeerden zich temidden van anderen enigszins generen met hun alleen-maar-psalmen.

Wij willen dan nu proberen, een en ander hierover te zeggen buiten deze kerkpolitieke emotionaliteit om.

Prof. Jonker schreef onlangs in Theologia Reformata over Traditie en tradities. Hij bedoelde daarmee te onderscheiden tussen datgene, wat hangt aan „het profetisch Woord dat zeer vast is" en daarom als Traditie met hoofdletter wordt aangeduid, daarmee aangevend dat dit naar zijn inhoud onveranderd moet worden bewaard; en tussen datgene wat men kerkelijke zede zou kunnen noemen: wat wel in een bepaalde tijd als orde-scheppend zijn waarde heeft maar niet aan niet-te-veranderen grondnotities is gebonden.

Met het inzicht in deze onderscheiding tussen Traditie en tradities gewapend, kunnen we zeggen dat het alleen psalmen zingen in onze kerk onder de tradities (met kleine letter) kan worden gerekend. De kerk staat of valt er niet mee. Dat kan al direct hieruit duidelijk zijn, dat het uitsluitend psalmgebruik behalve in de oud-testamentische gemeente en naar het schijnt in de oud-christelijke kerk alleen maar gevonden werd in de kerken van calvinistische oorsprong, terwijl tegenwoordig ook in deze laatste groep van dit gebruik maar heel weinig meer over is. Niemand kan beweren, dat de Kerk op aarde beperkt zou zijn tot die kerken of kerkdelen waar men dit alleen psalmzingen nog in ere houdt.

Wij verliezen dus niets van ons kerkzijn, als wij dit gebruik zouden opgeven. Het is een traditie, die gewijzigd kan worden.

Nu helpt deze constatering ons evenwel niets verder. Immers: ten eerste betekent dit gewijzigd kunnen worden helemaal niet, dat dit ook gewijzigd moet worden. De mogelijkheid zegt niets over de de wenselijkheid. En ten tweede; het wèl opnemen van gezangen in de liturgie is evengoed „maar" een traditie, die gewijzigd kan worden.

Waar doet de kerk het beste aan: wel gezangen toelaten of niet? Waar doen wij als hervormd gereformeerden het beste aan, waar onze kerk als geheel al meer dan anderhalve eeuw het „wel" verkoos, en wij toch tot die kerk behoren? Waar wordt het bewaren en het overleveren van de Traditie, van de leer der apostelen, het best door ge­diend?

(Wordt vervolgd)

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

PSALMEN EN GEZANGEN I

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's