Het oordeel besloten
Een vorige keer hebben we op het reuzengeslacht gewezen, dat uit Adam was voortgekomen. Dat geslacht onderscheidde zich niet alleen door hoge leeftijden, maar zij waren groot van gestalte en krachtig van lichaam. Het was een reuzenvolk. Niet dat enkele reuzen op de massa voorkwamen. Neen, de mensen waren groot van gestalte, krachtig gebouwd en bereikten leeftijden van 600 jaar. Dat was algemeen zowel in het geslacht van Kaïn als in dat van Seth (Gen. 6:4). Wij behoeven ons dan ook niet te verwonderen, dat zij geen zware strijd tegen de wilde dieren hebben gehad. Daarvan wordt ons niets gemeld en het is wel duidelijk, dat Adams geslacht op aarde in enerlei richting is gegaan, waarvan de Schrift zegt, dat de boosheid der mensen menigvuldig was en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos. (Gen. 6 : 5). Lees dat eens aandachtig: al het gedichtsel der gedachten zijns harten boos. Welk een totaal beeld van ongerechtigheid! Een totaal verzondigd beeld van de mens. Daar was, bij wijze van spreken, geen ziertje goeds bij. En dat wordt nog eens onderstreept door de woorden te allen dage en alleenlijk boos. Als we bedenken, dat God dit verklaart, kunnen we iets van het volgende vers verstaan.
Toen berouwde het de Heere, dat Hij de mens op aarde gemaakt had en het smartte Hem aan Zijn hart (vs. 6). Dat staat er zo, opdat wij het goed zullen verstaan, ja gevoelen. De Heere is geen mens. Hij is God, de Alwetende, de Alvermogende. De tekst is dus zo voor de mens gesteld. De almachtige God kent geen berouw over Zijn schepping. Hij weet, wat Hij doet. Maar Hij wil, dat de mens het zo ziet. Dat de mens verstaat, dat hij God verdriet. Want al is het zo, dat God geen mens is, de mens is ook geen God. De mens wordt geroepen tot de dienst Gods. De verloren mens moet verstaan, wat de dienst Gods vraagt en betekent voor de mens. De eerste mens heeft dat buiten de werking van Gods genade»-^ niet verstaan en de Noachitische mens is uit dezelfde gevallen Adam geboren. (Rom. 5 : 12 vv).
Maar de Heere, die Zich vertoornt over de zonde en die getuigt, dat het Hem berouwde, dat Hij de mens geschapen heeft, (Gen. 6:7) heeft in de voltrekking van het oordeel over de eerste wereld nog ontferming gehad. Maar Noach vond genade in de ogen des Heeren. De Schrift getuigt: Noach was een rechtvaardig, oprecht man. Noach wandelde met God. (Gen. 6 : 9). Dat was een gave Gods, want Noach was uit het geslacht geboren, waarover de Heere het oordeel heeft uitgesproken en waarmede Hij een voleinding maakt.
Let eens op, lezer. Het is, alsof het toch heel moeilijk is voor God. Het oordeel is besloten en volkomen rechtvaardig. En toch wordt het ons door Gods Woord voorgesteld als een moeilijke beslissing, die God smartte aan Zijn hart. De mens naar Zijn beeld geschapen. En de Heere zegt: „Het berouwt mij, dat Ik hen gemaakt heb". (Gen. 6:7).
En nog. Voordat Hij de opdracht tot de bouw van de ark aan Noach geeft, nog weer: „Maar de aarde was verdorven voor Gods aangezicht en de aarde was vervuld met wrevel", (vs. 11). Het is, alsof de Heere nog eens weer de aarde overziet, nog eens weer genade en barmhartigheid overweegt, maar ziet, zij was verdorven. Het kon dus niet. Want al het vlees had zijn weg verdorven op de aarde, (vers 12).
Daarom zei God tot Noach: „Het einde van alle vlees is voor Mijn aangezicht gekomen, want de aarde is door hen vervuld met wrevel". Nog eens, alsof de Heere de verwoesting met Zijn oog aanschouwt, en overweegt — neen, want de aarde is vervuld met wrevel. Het oordeel gaat door. Noach krijgt zijn opdracht om een ark te bouwen, (vers 14). Maak u een ark van goferhout. Dat woord goferhout herinnert aan de tijd voor de zondvloed. We weten niet precies, wat voor houtsoort is bedoeld. Het woord goferhout is ook niet vertaald. In het algemeen denkt men aan naaldhout.
Voorts krijgt Noach de opdracht de ark van binnen en van buiten te bepekken, opdat het schip goed waterdicht zou zijn.
Noach krijgt ook de opdracht om de ark te verdelen in „kameren". We begrijpen dat. De ark moest vele afdelingen bevatten, als stallen voor de beesten, die behouden moesten worden. We verstaan, dat dit voor de huisvesting der dieren en voor de goede orde met het oog op de verzorging reeds nodig was. Maar niet minder voornaam was deze maatregel voor de veiligheid van het schip. Onderstel, dat al die dieren zonder scheiding in de ruimte van het schip waren ondergebracht, zodat zij verschrikt door het geluid van de storm of door enige andere aanleiding te hoop zouden lopen. Dat zou gevaarlijk zijn en de ark doen kantelen. Vandaar de kameren, zodat de last over de ganse oppervlakte van het schip verdeeld werd en dergelijke ongelukken werden voorkomen.
De grootte van het schip hebben we in een der vorige stukken reeds behandeld. Driehonderd ellen, dat is 150 meter was de lengte van de ark, vijftig ellen, dat is 25 meter de breedte en dertig ellen of 15 meter de hoogte in drie verdiepingen, elk van ongeveer 5 meter. De Heere heeft deze maten Zelf aan Noach opgegeven. Daaruit onderstel ik, dat de scheepsbouw in de dagen van Noach tot zulke grote schepen nog niet was gekomen. Dit sluit natuurlijk niet uit, dat de scheepsbouw zover was ontwikkeld, dat Noach dit grote schip, de ark, naar de eis van het vak heeft kunnen bouwen. En al staan daar verder geen bijzonderheden vermeld, we mogen toch wel onderstellen, dat hij in omstandigheden heeft verkeerd, die hem voldoende hulp geboden hebben om het werk te voltooien.
Het was een buitengewoon schip en men heeft Noach wellicht bespot om dat vreemde ondernemen, zelfs als men hem als scheepstimmerman hielp. Wij weten daar alles niets van dan dat het reusachtige werk van de arkbouw geschied is op Gods bevel en dat Zijn goedheid een ark des behouds heeft voortgebracht, waaraan de ganse mensheid het leven heeft te danken. (1 Petrus 3 : 20; 2 Petrus 2:5).
Verbond met Noach.
Noach ging niet in het onzekere. Dat bewijst zijn volharding in de bouw van de ark. Maar hij zal het wel eens moeilijk gehad hebben in die dagen. Want alles bleef, naar het scheen, zoals het was. Gedurende de bouw, en gedurende het gereedmaken, het provianderen, het inladen van de beesten, (vs. 19—21).
Maar de Heere God gedacht Noach zeer bijzonderlijk. Al wat op de aarde leeft, zal de geest geven, maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij en uw zonen, en uw huisvrouw en de vrouwen uwer zonen met u. (vers 18).
Het verbond met Noach en de zijnen. Zeker, het betreft zeer bijzonder Noach en zijn huis. Zij stonden voor de geloofsdaad om zich in vertrouwen over te geven aan de-Heere God en het van Hem te verwachten. En Noach deed het; naar al wat God hem geboden had, zo deed hij. Maar vergeten we niet, dat wij allen, die na de zondvloed geboren zijn, er bij betrokken zijn en in Noach onze stamvader vinden, zodat we in de voorrechten van dat verbond delen. (Genesis 9 : 9—13).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's