KRONIEK
Ouderling of diaken.
Las ik pas niet een artikeltje over de presbyter? Onze gereformeerde ouderling is een misgewas in de kerkelijke gaarde. Prof. van Ruler zal daar een beetje anders over denken. Hij lijkt me wel genegen om een epos te schrijven op de ouderling die uitblinker van de gereformeerde traditie. Maar de schrijver van het artikel, zo herinner ik me, betoogt dat de presbyter geen regent is van huis uit, maar een functionaris in de liturgie. Er moet wel een en ander teruggebogen en dat is ook wel mogelijk gelet op de vraag naar liturgische vormgeving.
Volgens ons inzicht is het ouderling-ambt de helft gewichtiger. Soms vang je wel eens op, dat iemand verkoren tot het ouderlingschap oppert: Was het nu nog diaken... Met andere woorden: dan viel erover te praten. Maar ouderling! Daarvoor is een plus aan roeping vereist. De ouderling regeert, zit op de leer, de diaken daarentegen is dienaar. Zeker hij maakt wel deel uit — zo nodig — van de hoorcommissie, maar toch nimmer zal hij zonder ouderling zich op dit glibberig pad begeven. Ongetwijfeld zal men voorbeelden kennen van diakenen, die, wat verdekt vanuit hun dienend ambt, toch wel degelijk als kerkeraadslid een behoorlijk percentage van de bestuurslast torsten. Maar in het generaal taxeert men het diakenschap iets minder zwaar onder ons.
Ik heb deze beide ambtsdragers als figuranten gekozen in een proces, dat allerwegen op gang is, zelfs in kerken waar de eerste ouderling nog moet opdoemen. Beide functies lenen zich er uitstekend toe om de ontwikkeling te illustreren. We zouden kunnen spreken over wedijver tussen de ouderling en de diaken. Dat is de huidige kerkstrijd.
Het ziet er immers naar uit, dat het regeerambt een krampachtige bezigheid wordt heden ten dage. De bestuurder moet om op de been te blijven nog wel eens een pil slikken en wel de pil, die hij zelf heeft gedraaid. Dat is dubbel bitter.
Ik zei al, dat we niet ons angstvallig hoeven te bewegen op het terrein van kerken van presbyteriaal type. Het ligt ons allen vers in het geheugen, dat het Nederlandse episcopaat 30 mei 1954 een pil heeft samengesteld, die velen tot vandaag erg bitter smaakte, zodat velen menen dat er maar één mandement bestaat namelijk: „De Katholiek in het openbare leven van deze tijd". De bisschoppen spreken over de plichten van de „katholieken" jegens de gemeenschap, zijn taak op sociaal en politiek terrein en voorts wijzen ze de houding ten opzichte van het socialisme aan. De gelovigen moeten lid zijn van eigen katholieke sociale organisaties en hun wordt verboden lid te zijn o.a. van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen. Onverantwoord is de weg van de doorbraak. Dit gaf destijds een grote deining. Ja, het is voor de socialisten een doorn in het oog gebleven tot de huidige dag. Daarom was het voor hen een grote voldoening, dat zojuist de bisschoppen deze uitspraken aanmerkelijk hebben verzacht. Weliswaar blijft de propaganda voor eigen organisaties, maar de afwijzing van de doorbraak-idee heeft al zijn scherpte verloren. Omstandigheden en ontwikkeling hebben het Nederlands episcopaat wel gedrongen de eerste uitspraken terug te nemen. Leiding en tucht worden hachelijke ondernemingen.
Dit ervaren ook de Gereformeerde Kerken. Het leerbesluit van 1926 heeft Assen tot een begrip gemaakt in de Nederlandse kerkgeschiedenis. Dr. J. G. Geelkerken werd door de synode van de Gereformeerde Kerken uit het ambt ontzet wegens zijn gevoelens over de historiciteit van de Heilige Schrift met name Genesis 3. Heden echter huldigen tal van theologen van deze kerkengroep opvattingen, inzonderheid over de eerste drie hoofdstukken van Genesis, die niet onderdoen voor de meningen, die dr. Geelkerken destijds verkondigde. Momenteel houdt de synode zich met deze netelige kwestie bezig, want de Gereformeerde Kerk van Amsterdam-Zuid schreef dat de zaak-Geelkerken nog leeft in Amsterdam. De kerkeraad zou gaarne zien, dat de synode uitsprak het te betreuren, dat destijds een bindende uitspraak gedaan is over de exegese van bedoelde hoofdstukken van Genesis en eveneens, dat dr. Geelkerken c.s. zich destijds om der consciëntie wil zich niet hebben kunnen onderwerpen en daarom geschorst en ontzet zijn. Voorts vraagt de kerkeraad zich af of uit een uitspraak, zoals hij die graag zou zien, niet consequenties getrokken dienen te worden tot herstel van verhoudingen.
De tijd ligt nog niet zo ver achter ons, dat ons van de zijde van leden van de Gereformeerde Kerken vermanend werd voorgehouden, dat wij in de Hervormde Kerk geen tucht hadden in tegenstelling met hun kerk gezien met name Assen. Het argument van het manco aan tucht verliest op deze manier wel aan betekenis.
Ik zou deze kwestie niet zo uitvoerig aan de orde gesteld hebben, wanneer deze gang van zaken niet symptomatisch is voor een ontwikkeling allerwegen.
De positie van de vrijzinnigen in de Hervormde Kerk is ernstig verzwakt, meent de predikant van Winschoten, ds. H. J. van Dijk. Na lange aarzeling is hij gedrongen de vrijzinnige was buiten aan de lijn te hangen. De vrijzinnigheid heeft veertien jaren als stroming — mogen we ook vertalen: modaliteit? — in de Hervormde Kerk in functie geweest, maar het succes was gering en de resultaten zijn negatief uitgevallen. De tijd is aangebroken dat de organisatie van vrijzinnig Hervormden beter gaat functioneren. Nodig zijn, volgens ds. Van Dijk, discipline en voorlichting. Discipline, men zou haast denken aan een soort tucht, hoewel dat wel het laatste is waaraan vrijzinnigen denken. Maar het gaat om behoud van het beginsel.
Op dit artikel van ds. Van Dijk (in Kerk en Wereld) is vanzelfsprekend reactie gekomen. O.a. van de hand van ds. A. Faber. Deze ziet wel degelijk een taak voor de (vrijzinnige) organisatie in en tegenover de kerk. In zijn betoog geeft hij het gevoelen van Tillich weer, die van oordeel is dat de kerk in deze tijd een beperkt terrein heeft. De kerk kan naar buiten geen aanspraken meer realiseren. Er zijn in de maatschappij zoveel geestelijke factoren, dat het belachelijk zou zijn, wanneer de kerk haar pretenties te ver zou willen doorvoeren. „We zien dan ook een proces aan de gang, waarbij de kerk door wijze matiging zich onthoudt van gebieden, waar haar gezag niet meer geldt. Vooraanstaande leiders (ik noem slechts Hoekendijk, maar er zouden meer te noemen zijn) worden niet moede ons te wijzen op de noodzaak van heroriëntering, van concentratie op wezenlijke taken, van dienstbaarheid in plaats van gezagsuitoefening".
Alweer hetzelfde geluid. Dienstbaarheid In plaats van gezagsuitoefening. De diaken krijgt een prae boven de ouderling.
Vandaar ook huivering voor leertucht. Professor van Niftrik verzet zich energiek tegen opvattingen, die ds. Van Ginkel op geruchtmakende wijze heeft voorgestaan. Maar er is bij hem geen ambitie deze gevoelens langs kerkrechtelijke weg te veroordelen althans niet op zulk een manier, dat de aanhangers eventueel de consequenties moeten dragen van wat ze leren in flagrante strijd met de Heilige Schrift.
Bij Karl Barth stuiten we op een soortgelijke situatie blijkens een gesprek dat drs. Puchinger met hem had. Barth constateert dat we andermaal theologisch een dieptepunt bereikt hebben. Hij noemt het boek van Robinson een geestloos boek. Hij schaamt zich dat het boekwerk in honderdduizenden exemplaren is gedrukt en gelezen. De theologie is volgens Barth niet gediend met Robinson. Daarom denkt de grote dogmaticus met toorn aan Robinson en de zijnen en hij noemt ze de bende van Korach, die door de aarde werden verzwolgen. Toch komt het niet tot wezenlijke tucht, want in serener stemming reduceert Barth Korach en zijn bende tot tuinkaboutertjes. De ouderling wordt ook in Bazel niet actief.
De West-Duitse-Kirchentag behoort weer tot het verleden. Dit jaar had de grote manifestatie plaats in Keulen. Voor mensen uit ons land, die dit samenzijn wilden bijwonen, niet zo ver. Er waren dan ook driehonderd landgenoten. Toch verdronken ze in de menigte, want er waren 13000 deelnemers. De pers nam goede nota getuige het feit, dat er 457 journalisten de vergaderingen versloegen. Radio en televisie zonden 174 van hun mensen. De ontvangst en huisvesting vroeg een kolossale organisatie. Ook de politie stond voor enorme problemen. Er waren 1300 politiefunctionarissen nodig, 70 auto's, 80 motoren en zelfs 2 helicopters. Zestien doktoren boden assistentie waar dit vereist werd. Vele sprekers hebben het woord gevoerd en sommigen uiterst vrijmoedig. Scherpe kritiek op de empirische kerk bleef niet achterwege, zodat men de indruk kreeg dat de beste kerk buiten de kerk te vinden is. Er is onmiskenbaar een zekere ontwikkeling in de opinievorming. Aanvankelijk pleitte men voor gelijkstelling van binnen- en buitenkerkelijken, thans zijn de buitenkerkelijken „in", ze zijn de waren. Op sexueel gebied pleitte men voor tal van concessies, ten gunste van de homofilie voerden zelfs sommigen het woord. Toch bleef kritiek niet achterwege. Pfarrer Paul Deitenbeck uit Lüdenscheid, een leidinggevende figuur uit de Evangelische Alliantie sprak van „verzuimde kansen". Het grootste gedeelte van wat er gezegd is had net zo goed op een internationaal congres over sociale vragen ter sprake kunnen komen. Er was 10% evangelie en 90% sociaal gevoel in al wat aan de orde kwam. De slotsamenkomst was niet meer dan „het evangelie op een laag pitje".
Alom de tendens om begrijpend en dienend de wereld tegemoet te treden. De christelijke sportbeweging mag de zondag opeisen enz. Geen gezaghebbend (ouderlingen)woord, zelfs al heeft het een inhoud als het rapport over het gebruik van het kernwapen. Geen gezaghebbend ouderling-woord maar de diaken-daad. Geen Jona's, die prediken tegen Nineve, liever Eli's die niet zuur aanzien. Geen rechtvaardiging van de goddeloze, maar goedvinden van allen die het niet zo kwaad bedoelen. Als ergens stilletjes iets was opgeknapt, heette het dat “de kaboutertjes het gedaan hadden". Zo moet de kerk kabouterachtig optreden. Ook in dit opzicht zou Karl Barth kunnen mompelen: Kaboutertjes aller landen verenigt u, want het is een oecumenisch streven. Zelfs Roma aeterna, lange tijd immuun en zichzelf onveranderlijk gelijkblijvend, laat dit niet onaangetast. We zagen al hoe de bisschoppen hun stoere mandement publiekelijk poogden in te slikken. Wat verwachten de progressieven van het komend concilie van hun kerk? Dat de bisschoppen, die meer midden in de wereld staan, meer dienend en begrijpend optreden, intenser bij het bestuur betrokken raken, terwijl in evenredigheid de macht en zeggenschap van de Curie, dat presbyterium van romeinse en echt roomse „ouderlingen", zal worden teruggedrongen.
Onze conclusie kan ongetwijfeld luiden, dat de papieren van de diaken in het huidige tijdsgewricht beter staan dan die van de ouderling. Men wenst dienst, geen gezag. We zijn niet huiverig voor het woordje dienst. Maar we stellen als eerste eis dat deze vruchtbare houding onderworpen is aan het Woord. De kerk is geroepen tot dienst aan het Woord, al hare ambtsdragers moeten dienaars des Woords zijn. Waar deze dienst plaats vindt is wezenlijk gezag.
„Zijt allen (ouderlingen en diakenen) gezamenlijk in uw diensten getrouw". Bij deze zin uit het bevestigingsformulier wilde ik het thans laten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's