DOOR RECHT
SION ZAL DOOR RECHT VERLOST WORDEN, EN HAAR WEDERKERENDEN DOOR GERECHTIGHEID. JESAJA 1:27.
VERLOST 1
Reeds in het Oude Testament wordt gesproken over de verlossing door de Heere Jezus Christus. Immers Jesaja profeteert over een verlossing door recht. O zeker, het is bekend, dat hij in de eerste plaats spreekt over de verlossing uit de ballingschap van het volk Israël. Maar daar overheen spreekt hij van de wereldomvattende verlossing door Jezus Christus.
In het woord van de profeet beluisteren we de ontdekkende boodschap van zonde en schuld. We horen de klanken van het naderend oordeel en tegelijkertijd vernemen we het bevrijdende evangelie. Israël dat bedreigd wordt door de ballingschap, zal daaruit toch weer bevrijd worden. Want zo zegt Jesaja in Gods naam: „Sion zal door recht verlost worden". Opvallend is, dat voor de stad Jeruzalem hier de naam Sion gebruikt wordt. Dit gebeurt, omdat de benaming Sion onmiddellijk de kern van de zaak raakt. Sion is de tempelberg, waar het altaar der verzoening staat, de plaats waar God gemeenschap met Zijn volk heeft. Derhalve wordt in deze naam de verhouding tussen God en Israël uitgedrukt. Sion duidt aan het volk van het verbond, als het voorwerp van Gods liefde.
Duidelijk is, dat de genoemde verlossing een werk des Heeren is. Want al wordt de naam Gods niet uitdrukkelijk genoemd, toch weten we, dat alleen de Heere de Verlosser is, omdat het een verlossing door recht is. God kan alleen maar verlossen door recht. En daartoe brengt de Heere de Zijnen in het gericht: „Komt dan en laat ons tezamen richten". Sion wordt door God in het gericht getrokken. De vraag komt naar voren of dit wel nodig is? Immers als Sion het volk van God is, waarom is er dan sprake over verlossing van zonden? Dit moet gebeuren, omdat God grote en vele aanklachten tegen Zijn volk heeft. Het is zelfs zo erg gesteld, dat we ons bij het lezen van de gelaakte zonden, afvragen of we echt wel met Gods volk te doen hebben? De vraag dringt zich zelfs bij ons op: Kan er nog wel sprake zijn van verlossing en behoud? Is het niet te erg?
Als de Heere met Zijn oordelen komt over de zonden van Zijn volk, dan is van 's mensen kant iedere mogelijkheid tot ontkoming uitgesloten. Wanneer we letten op onze zonden, dan moeten we erkennen, dat het er niet zo best voor ons uitziet. Want alles klaagt ons aan. Maar nu leert de Heilige Geest niet alleen zien op onszelf, maar juist op Jezus Christus. Van onszelf geldt wat we lezen in het Avondmaalsformulier, dat we midden in de dood liggen. En dat lag ook het oude Verbondsvolk des Heeren. De overeenkomst tussen Israël en de Kerk des Heeren is, dat beiden zondaren zijn. En als het volk Gods zelf zorgen moet voor verlossing dan is het een verloren zaak. Maar, nu zegt ons het Woord Gods, dat er bij Hem verlossing is. Er is bij God redding en zaligheid.
Hoe geeft de Heere dit heil? Hoe bewerkt Hij de verlossing? Als aan ons de vraag gesteld wordt: „Hoe moet u zalig worden? ", dan kunnen we alleen maar antwoorden: Door Gods genade. Dat is beslist een goed antwoord. Door de genade des Heeren wordt de mens gered. Maar is het dan op zijn minst niet vreemd, dat de profeet Jesaja spreekt over een verlossing door recht? En toch is er hier geen vergissing in het spel. Hier is de Zich ontfermende God, die verlost door recht.
Verlossing door recht is echter iets waar alle mensen mee over hoop liggen. Dat is een onvoorstelbaar iets. Redding door genade kunnen we ons voorstellen, maar verlossing door recht is voor het menselijk verstand niet in te denken. Wie ziet er kans voor om recht en genade met elkaar in overeenstemming te brengen? Dat kan niet, want het zijn tegen over elkaar staande begrippen. Althans, zo stellen wij het ons voor. En toch kan de genadige God geen enkele zondaar redden als Hij maar iets van Zijn recht moet laten vallen. Daarom geschiedt de verlossing van de goddeloze in de weg van het recht. Ook nu nog maakt de Heilige Geest, door het Woord Gods bekend, dat Sion door recht verlost wordt. En dat houdt in, dat God genoegdoening eist en geeft.
Kunnen we dit wel verwerken? Wie kan in het gericht Gods bestaan? De psalmist zingt ervan: Wil Uw knecht, door schuld verslagen, o Heer, niet voor Uw vierschaar dagen; want niemand zal in dat gericht, daar zelfs zijn hart hem aan moet klagen rechtvaardig zijn voor Uw gezicht. We weten er geen raad mee. Daar komen we niet uit. V/e komen klem te zitten. We raken in verlegenheid. Maar daar willen we helemaal niet terecht komen en daarom proberen we maar al te gemakkelijk er ons met algemene waarheden van af te maken. En dat is de oorzaak van een geestelijke verschraling in orthodoxe bewoordingen. Daarom moet met nadruk de vraag worden gesteld: Kennen we de ontroering, die besloten ligt in de woorden: „DOOR RECHT VERLOST? "
Is het niet het grote bezwaar van onze kerkelijkheid, dat we gewend zijn geraakt aan woorden, die zoveel hebben te zeggen maar die ons juist zo weinig zeggen? Daarom zijn er mensen ontstaan die graag iets bijzonders meemaken, terwijl het bijzondere reeds plaats heeft gevonden. Wat nodig is, is door de Heilige Geest te vragen: O God, hoe komen we bij U? Heer, waar dan heen?
God doet in onze ogen een vreemd werk. Recht is het verdoemen van de mens. Echter, Gods Woord zegt, dat de Heere door recht verlost. Hoe is dit met elkaar te rijmen? Om antwoord te geven op deze vraag moeten we letten op het altaar der verzoening, waardoor de dichter van Psalm 65 kan zingen: „Maar ons weerspannig overtreden, verzoent en zuivert Gij". Dat betekent niet, dat God de schuld door de vingers ziet. Want voor de schuld moet geboet worden. En daarom staat er in Sion een altaar. Maar er is nog veel meer: Daarom heeft er op Golgotha's heuvel een kruis gestaan, waaraan de Heere Jezus Christus Zijn bloed heeft gestort tot een volkomen vergeving van al onze zonden. In Jezus Christus zien we het recht en de genade Gods gecombineerd. God laat Zijn recht niet los, maar ook kan Hij niet nalaten genadig te zijn. Daarom komt de Heiland in het gericht Gods en gaat Hij er in ten onder, opdat wij door recht verlost zouden worden. Het is God in Zijn genade volkomen ernst, omdat Hij Zijn recht niet uit handen geeft.
De Heere Jezus Christus heeft alle schuld verzoend voor ons, die dat zelf onmogelijk kunnen, terwijl God het toch eist. En daarom wordt ons het volbrachte recht Gods als een genade aangeboden. Alles heeft Christus volbracht. De volle beker van Gods toorn heeft Hij tot de laatste druppel leeggedronken. En zo is Hij geworden onze gerechtigheid bij Zijn Vader. God en mens heeft Hij verzoend, omdat Hij God verzoende met Zijn eigen heilig recht. Dat is het geheim van de verlossing. Voor ons is het voluit genade, maar van God uit bezien is het evenzeer volledig rechtvaardig. Dat doet Paulus uitroepen: „Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? Christus Jezus is het, die gestorven is, ja wat meer is, die is opgewekt, die ook voor ons bidt". Door Zijn recht te handhaven, maakt de Heere God de genade werkelijkheid. Maar daardoor mogen we ook verstaan, dat genade niet goedkoop is. Want de genade is duur betaald met het bloed van Gods eniggeboren Zoon, onze Heere. Dit houdt echter beslist niet in, dat de genade daarom schaars is. 7e is duur, maar het is genade. Dat betekent, dat God haar voor niets wegschenkt, mild en overvloedig.
U vraagt: Is het ook voor mij? En het antwoord luidt: Ja, want God houdt van Sion, niet terwille van haar inwoners, maar terwille van het altaar der verzoening. God heeft u lief, niet terwille van uzelf, maar terwille van het kruis van Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus. God zegt: „Ik doe het niet om uwentwil, maar om Mijns groten Naams wil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 september 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's