IN MEMORIAM Dr. A. A. KOOLHAAS 1915-1965
Hij is niet oud geworden; God nam hem op de middaghoogte van zijn leven weg. Een ernstige ziekte kreeg steeds vaster greep op deze sterke man en sloopte hem tenslotte. Onverwacht kwam zijn sterven voor ons niet.
Dienaar van het evangelie, stond er op zijn rouwkaart. Dat was genoeg. 't Was hem een hoge eer en het stemde hem zeer ootmoedig. Wie zijn wij, dat God ons in Zijn dienst gebruiken wil. Daarom zullen we zijn verdiensten niet breed uitmeten. Wij willen aan hem denken als aan een dienaar van het evangelie, eerst in Daarle, daarna in Amersfoort. Hoe trouw en met hoeveel warmte deed hij daar zijn werk! Wat was de gemeente hem lief en wat toonde hij een levende belangstelling voor zijn gemeenteleden.
Het was echt niet, omdat hij hogerop wilde, dat hij afscheid nam van de gemeente; het was voor hem geen „hogerop", toen hij tot praeses van de synode en later tot conrector van het seminarie geroepen werd. Hoe hoopte hij, dat zijn werk daar, de gemeenten ten goede zou komen. Hij sloot zich echter ook niet in de gemeente op, de gehele kerk, en het geheel der kerken, hielden zijn aandacht geboeid. Dat was iets spannends voor hem; hij onderging er de spanning ook terdege van.
Er was nog een andere spanning. Van gereformeerde overtuiging, stond hij toch midden in de kerk, midden in de tijd, midden in de wereld. Hij voer vaak uit, over het wijde water, de ogen gericht naar de einder. Niet ieder kon hem daarin volgen; meerderen dachten: welke haven doet hij tenslotte aan. Maar de haven was steeds weer de thuishaven vanwaar hij uitgevaren was. En er was voor hem geen inniger ontspanning, dan het gesprek over de woorden en daden Gods. Over de wonderen, die God wrocht, van geslacht tot geslacht. Deze man van de open ruimte, was een diep bevindelijk predikant.
Het ging er ook diep met hem door, op zijn smartelijk en smadelijk ziekbed. Wordt de ziekte ook niet ervaren als iets smadelijks; ontluistering, aftakeling? Toen werd hij teruggeworpen op de enige troost beide in leven en sterven. Op Hem, die zondaren behoudt.
De laatste keer, dat ik hem bezocht, hebben wij samen de woorden gelezen, die Jezus tot Simon Petrus sprak: Toen gij jonger waart gordet gij uzelven. Wanneer gij zult oud geworden zijn, zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden en brengen, waar gij niet wilt. Dat was gelukkig het laatste woord niet. En dit gesproken hebbende zeide Hij: Volg Mij. Zo willen wij aan hem denken. Een schaap, dat de Herder mocht volgen, door het dal, het langgerekte dal van de schaduwen des doods. Wie deze Herder volgt, wandelt het licht tegemoet.
Onze gevoelens van medeleven gaan in het bijzonder uit naar zijn vrouw en zijn ouders. Op dit kruispunt in hun leven, keert Jezus zich om en zegt tot hen: Volg Mij. Wie Mij volgt zal in
de duisternis niet wandelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 oktober 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's