De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

9 minuten leestijd

C. Wilkeshuis, Jan van Ruusbroek, 168 blz., W. de Haan, Zeist, 1964.

De schrijver van deze Phoenix-Pocket geeft na een tekening van de 14de eeuw in het algemeen een tamelijk uitvoerige beschrijving van het leven van Jan van Ruusbroek (1294-1381), die men wel de vader van de Nederlandse mystiek heeft genoemd, van zijn werken en zijn ideeën. Zijn bekendste werk was “Die Chierheit der gheesteliker Brulocht", een werk, dat in vele talen is vertaald. Ruusbroek onderscheidt drie trappen in het geestelijke leven: het werkende, het innige en het schouwende leven. Jarenlang leefde hij in het klooster Groendael bij Brussel en hij bleef aan zijn kerk trouw. Meer dan eens doet hij een boekje open over de vele afdwalingen in het morele en godsdienstige leven van zijn tijd. Hij spreekt over „schijnheiligen, die door vertoon van boete en uitzonderlijke vroomheid wensen op te vallen. Onder de twaalf apostelen was slechts één bedorven mens, maar thans vindt men onder honderd priesters nauwelijks één, die Christus volgt".

Zijn innig en devoot leven en zijn ernstige, niet aflatende prediking van boete en bekering hebben bij velen een sterke weerklank gevonden; zijn werken zijn in de Nederlanden zeer in ere geweest. Geert Grote had bij alle kritiek veel eerbied voor deze man, die in alle stilte zijn weg ging. Dat men hem van pantheïstische dwalingen beschuldigde, behoeft ons niet te verwonderen. Ruusbroek zelf zocht deze kritiek te weerleggen o.a. in het „boeksken der verclaringhe".

Enige fragmenten uit zijn werken zijn opgenomen, o.a. Hoe men door eigen liefde afdwaalt van het nastreven van Gods eer, en Het boekje van Christus' leven. Het werk is met 16 bladzijden illustraties buiten de tekst verlucht. Al lezende moest ik denken aan een uitlating van à Brakel over Tauler, die waarschijnlijk ook tot de bezoekers van Ruusbroek heeft behoord: Deze heeft vele uitnemende zaken op een geestelijke en zielroerende wijze voorgesteld, maar met dweperijen en grote dwalingen vermengd. Voor onze onrustige en gejaagde tijd heeft ook deze mysticus een boodschap.

H.Bout

S. J. Buskes, God is anders, 110 blz., geb. ƒ 4, 90, Zomer en Keunings Uitg. Mij, Wageningen, 1965.

De auteur zou willen, dat de Kerk niet ophield te getuigen, dat “God anders is", „tegen wat bij velen leeft, die spreken van onze lieve Heer". Hij gaat in tegen het Halleluja-christendom, dat stuk breekt op de harde werkelijkheid van het leven. Er wordt soms zo gemakkelijk over de liefde Gods gesproken. Er is een christendom, dat geen zorg, geen wanhoop, geen twijfel kent.

Ziehier de lijn, die door dit gehele werk heenloopt. — De schrijver heeft gelijk, als ongeloof als schuldige armoede kwalificeert, waardoor God onteerd wordt; toch blijft in het leven van de christen de worsteling: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp. De schrijver heeft iets tegen wandteksten, vanuit de verte geoordeeld haast een complex. Och, je ziet ze haast niet meer, ook geen wandkalenders; het is alles neutraal akelig neutraal in de huiskamers. Ik weet niet of wij nu daarover juichen mogen. Is het zo vreemd, als ergens in de huiskamer de trouwtekst hangt? Het is maar een vraag! Ook deze tweede druk zal stellig zijn weg vinden.

H.Bout

Prof dr. Th. P. van Baaren, Scheppingsverhalen, 220 blz. Em. Querido's Uitg. Mij, Amsterdam, 1964.

De eeuwen door hebben de volken zich voorstellingen gevormd over het ontstaan van onze wereld. In die bonte verscheidenheid wordt niet alleen beschreven, hoe men meent, dat de huidige dingen geworden zijn, maar ook geven deze scheppingsverhalen een beeld van wat in de verschillende godsdiensten een ideale wereld is. De auteur, die de geschiedenis der godsdiensten in Groningen doceert heeft uit het vele voorhanden materiaal o.a. het volgende ter bespreking gekozen: Primitieve scheppingsvoorstellingen, Polynesische scheppingsmythen. Het Babylonische scheppingsepos, Oud-egyptische scheppingsvoorstellingen, Grieks Scheppingsdenken. Ook de bijbelse visie komt — in. zeer kort bestek — aan de orde. De schrijver is geneigd ja te zeggen op de vraag of Genesis een „schepping uit niets" leert. Gen. 1 is volgens de auteur een theologisch werkstuk, waarin oudere mythologische elementen zouden zijn verwerkt, gedeeltelijk in die zin, dat de auteur er stelling tegen neemt en ze bestrijdt zonder ze met name te noemen. In het laatste hoofdstuk trof mij wat de auteur zegt over de ideeën van de Duitse mysticus Böhme, die ook op Jan Luyken invloed heeft gehad. Aan het slot volgt een zeer bruikbaar lexicon van vaktermen en namen van personen.

Onze jonge theologen en allen die iets lezen willen over de geschiedenis der godsdiensten vinden in deze verzorgde geïllustreerde pocket van de Salamander-reeks een populair overzicht over wat de eeuwen door ten aanzien van de schepping is gedacht.

H.Bout

Mr. G. Groen van Prinsterer. „Ongeloof en Revolutie". Een reeks van historische voorlezingen. Opnieuw bewerkt door prof. dr. H. Smitskamp.

Deze uitgave van T. Wever te Franeker is de tweede druk van een bewerking door prof. dr. H. Smitskamp, waarvan de eerste druk in 1951 verscheen.

Als uitgangspunt werd de nog tijdens het leven van Groen verschenen tweede editie van 1868 genomen. De bewerker heeft deze editie, wat de inhoud betreft, onveranderd gelaten. Hij heeft de vorm echter aangepast aan de tegenwoordige eisen. Om het werk voor een ruime lezerskring toegankelijk te maken heeft hij voor een uitvoerige toelichting gezorgd. Hoewel detailkritiek in ruime mate geleverd is heeft dit welhaast klassieke werk zijn hele kennis behouden.

Het Nederlandse koningschap, dat door Groen met een uniek „droit divin" omgeven werd, heeft zich echter sedert het midden van de vorige eeuw minder mystiek ontwikkeld dan Groen zich dit voorstelde. Het karakter van dit koningschap werd een functioneel dienen, waaraan een absolutistische neiging totaal is gaan ontbreken. De uitwerking van het ongeloof, dat steeds meer om zich heen grijpt, doet dit werk zijn actualiteit behouden.

Wij hopen dat velen door deze verzorgde uitgave voor het eerst of opnieuw kennis zullen maken met dit profetische geschrift.

J. J. Hage.

A. en H. Algra. „Dispereert niet." Twintig eeuwen historie van de Nederlanden, 5e dl, 432 blz., geb. ƒ 15, —, T. Wever, Franeker. 1965.

Met de verschijning van dit vijfde deel is de derde uitgebreide druk van dit groots opgezette werk over onze vaderlandse geschiedenis compleet. Het boek vangt aan met de jaren na 1919, de ontwikkeling na de catastrofe van de tweede wereldoorlog; de vijf dagen van de oorlog, waarvoor ons volk noch geestelijk noch materieel klaar was en de vijf jaren van onderdrukking, de bevrijding en daarna de tijd van herstel en vernieuwing worden uitvoerig beschreven. Een apart hoofdstuk is gewijd aan de ramp van februari '53. De geschiedenis van Indonesië vindt zijn slot in de paragraaf over het trieste drama van Nieuw Guinea. Ongeveer honderdvijftig bladzijden heeft A. Algra gewijd aan de geschiedenis van de West: vanaf de tijd van de Westindische Compagnie tot 1954, het jaar van het Statuut van het Koninkrijk. Hier verhaalt de schrijver ook de geschiedenis van Nieuw-Nederland en tenslotte die van Zuid Afrika. Daar in een vorig deel over de Nederlandse kolonie aan de Kaap is gehandeld wilden de schrijvers de verdere lotgevallen van de „Boeren" niet onbesproken laten. Het is de vraag, of Zuid-Afrika op de duur zijn standpunt inzake de rassenscheiding zal kunnen handhaven. Het zal moeilijk zijn en gevaarlijk om blijvend de wereldopinie te trotseren.

Het werk, door deskundige handen geschreven dwingt respect af door opzet en uitwerking. Men heeft gezocht het verleden eerlijk te tekenen; voorbeelden van onderdrukking en vernedering van de zwakken worden niet verzwegen; ik denk aan de mens onterende slavenjacht en - handel.

Men zegt soms al te gemakkelijk, dat geschiedenisboeken dor en duf zijn; wie dit werk doorleest, zal een ander oordeel geven; hier vinden wij een levendige en interessante tekening van de tijd, die in vele dingen vlak achter ons ligt, van begin tot eind boeiend. Gaarne aanbevolen.

H.Bout

J. B. Makkink. „Beloofd land I". De positie van de boer in Oud-Israël. 160 Blz., ƒ 3, 25 (voor abonnees op de BBB-serie ƒ 2, 50), Bosch en Keuning, Baarn, 1965.

Dit populaire volk over land en volk van Israël in de oude tijd is van de hand van een onderwijsman, die vele jaren hoofd was van een landbouwschool. Dat hij uitnemend thuis is in de Bijbel en een grote kennis heeft van toestanden en gewoonten van het oude volk blijkt uit elk hoofdstuk.

Na een korte beschrijving van het land Kanaän geeft de schrijver een tekening van de positie van de boerenstand, van de vrouw, van het huiselijk leven. We vernemen allerlei wetenswaardigs over het klimaat en de jaargetijden, over planten en dieren, over de opbrengst van het land. Meer dan eens vergelijkt de schrijver de oude gebruiken met die in ons land eeuwen geleden, b.v. als het gaat over de verdeling van het land. Om een indruk te geven, hoe een boer door allerlei levensomstandigheden tot armoede en onvrijheid kon geraken vertelt hij van een boer in Jordanië in de veertiger jaren van deze eeuw. De schrijver geeft zijn mening positief; hij polemiseert niet, geeft ook geen lijst van literatuur.

Soms verschil ik met de schrijver in zijn verklaring van teksten of namen: b.v. bij de afleiding van Baal-Zebul. — De gedachte van een onzichtbare godheid boven de stierkalveren van Jerobeam, een opvatting, die verscheidene geleerden verdedigen, lijkt mij niet te verdedigen. — Of het juist is te stellen, dat er verschil was in de behandeling van geesteszieken en zwakzinnigen lijkt mij aanvechtbaar. — De schrijver huldigt ook de mening, dat David in 2 Sam. 24 koos voor het oordeel van de pestilentie. Ik geloof niet, dat dit opgaat. —

Gaarne beveel ik dit werk hartelijk bij allen, die de wereld van de Bijbel beter willen leren kennen.

H.Bout.

„Tussen gisteren en morgen" door J. E. Niemeijer. Uitg. Kok, Kampen.

Het is moeilijk om in enkele zinnen deze, in wezen simpele, geschiedenis te beschrijven. Het gezin, waarvan Herman Willemse, één van de kinderen is, is streng gelovig. Vader zowel  als moeder laten zich in hun dagelijks leven geheel leiden door de Schrift. Dit wordt scherp en sympathiek verteld, het gehele boek door.

De oorlog, de afval van Herman, zijn zucht naar meer en nog meer welstand en macht, de onvrede bij andere jongeren van het gezin, en tenslotte het zich terugvinden in het geloof, alles is zó gewoon. Het lijkt een goedkoop romannetje. Toch is het dit zeer beslist niet. De schrijver bouwt in korte zinnen de geschiedenis op, zó, dat elke persoon een persoonlijkheid wordt voor de lezer(es), hetzij die jong of oud is. Een modern boek zonder ook maar één uitwas van de moderne literatuur.

Uitgegeven in de V.C.L.-reeks.

C.S.S.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 oktober 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's