De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een niet verhoord gebed (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een niet verhoord gebed (4)

8 minuten leestijd

En opdat ik mij door de uitnemendheid der openbaringen niet zou verheffen, zo is mij gegeven een scherpe doorn in het vlees, n.I een engel des satans, dat hij mij met vuisten slaan zou, opdat ik mij niet zou verheffen. Hierover heb ik de Heere driemaal gebeden, opdat hij van mij zou wijken. En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.2 Corinthe 12 vs. 7—9.

Neen, als bidder krijgen we niet alles wat we vragen, maar wel alles wat goed voor ons is, als we recht bidden en niet kwalijk bidden (Jacobus 4:3). Paulus bad niet kwalijk en niet om het in zijn wellusten door te brengen, maar de Heere wees zijn verzoek toch af. Evenwel, hoewel de Heiland de engel des satans niet wegnam. Hij nam Paulus in al zijn noden aan, met de doorn erbij. De afwijzing was een aanneming tegelijk. Zij luidde: „Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht". Wat is genade? Genade is de gunst Gods, dus dat de Heere weer goed op ons is. Genade betekent de wegneming der scheiding, die er is tussen God en de zondaar. De psalm noemt dat: „Zijn aangezicht in gunst tot ons gewend". Genade is eenvoudig dit, dat God ons bezoekt met Zijn heil. Iemand die genade heeft, is iemand tot wie God gekomen is. Nu moet u niet zeggen: dat begrijp ik niet. Genade is niet om te begrijpen. Genade is iets, dat komt en als wij genade ontvangen hebben, verstaan wij wat het is. Kohlbrugge heeft daar zo'n mooi verhaal van in „De taal Kanaäns". Het betreft een man die zijn doodvonnis heeft ondertekend, maar nu zoekende is naar genade. Dat klopt natuurlijk, want genade is voor veroordeelden. Dat weet ieder. Zijn vriend zegt tot hem: de Koning roept u, maar hij zegt: Ik wil niet. Doch na veel gebed en worsteling mag hij tot zijn vriend zeggen: De Koning is tot mij gekomen. En als de Koning komt, wat brengt Hij dan? Dan komt God in Christus en dan brengt Hij vrede door het bloed des kruises. Dan krijgen we vergeving van zonden. Dan gaan we verstaan wat het is, dat God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende. Genade is: met God verzoend te zijn en Hem tot z'n deel te hebben.

Wat zijn voor de mens de vruchten van deze genade? De vruchten door de Geest zijn: „liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid" (Gal. 5 : 22). Een begenadigd mens heeft geen hoge gedachten van zichzelf, want hij zegt: Mij, de voornaamste der zondaren, is barmhartigheid geschied". Ik heb het nooit kunnen geloven, dat dit mij ten deel zou vallen. Genade is mededeelzaam. Als ons genade bewezen is, vergeven wij ook anderen. Men kan immers in zijn eigen hart alles vinden, wat in het leven van een ander naar buiten komt.

Genade is ook omgang met God te mogen genieten. Vader Abraham had deze omgang. De Heere sprak en hij luisterde. Omgang met God is een wonderlijk grote zaak. Als wij bidden spreken wij tot God. Maar hoeveel keer spreekt de Heere tot ons? Wanneer dit gebeurt, voelt men dat de Heere wonderlijk nabij is.

Dan onderhandelt men met God over zichzelf en over zijn naaste, gelijk Abraham. Dan nadert God tot de ziel. Psalm 138 zegt: „Ten dage als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord". Psalm 40 zegt: „Ik heb den Heere lang verwacht en Hij heeft Zich tot mij geneigd . . . Hij heeft mij uit een ruisende kuil, uit modderig slijk opgehaald". Genade is gebracht te worden tot een Drie-enig God en zo Vader, Zoon en Heilige Geest te mogen leren kennen als onze God met wien we verzoend zijn door de Middelaar. Zulken krijgen vrijmoedigheid om God als Vader aan te roepen. Voorts is genade brood en water te mogen hebben om het kruis van Christus, en alles wat verder de Heere belieft te geven. Het is ook zich te mogen handhaven in zijn werkkring. Deze genade bezat Paulus en het was voor hem genoeg, ook voor de vervulling van zijn roeping. De Heere Jezus had hem tot Zijn slaaf gemaakt, die zich vrijwillig de oren had laten doorboren om Hem eeuwig te dienen. De enige begeerte van Paulus was: voor Christus te leven. Maar nu voelde hij zich door die scherpe doorn zwak, machteloos, ellendig. Heere — smeekt hij — neem die doorn toch weg, dan kan ik veel beter voor u leven en werken. Neen, Paulus, u moet reizen en preken met die doorn. Ja maar, Heere, die engel des satans maakt mij verachtelijk onder de mensen. Geeft niet, Paulus, u preekt en Mijn genade zal mensen bekeren. „Mijn (of: de) kracht wordt in zwakheid volbracht". Heere, ik heb soms geen moed om te preken, want de satan klaagt mij maar aan en beukt met vuisten in mijn gezicht. Geeft niet, Paulus, Mijn genade zal met u zijn. U preekt en Ik zal mensen bekeren. Sindsdien bidt de grote heidenapostel niet meer over deze zaak, maar roemt Gods genade. „Zo zal ik dan veel meer roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone". En zo roemt de apostel zeggende: ik ben maar een ellendig mens, ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde, soms word ik gegeseld, soms met roeden geslagen, soms zit ik in een gevangenis, soms drijf ik in zee, een engel des satans pijnigt me, ik ben verachtelijk om te zien, er woont in mijn vlees geen goed, maar als ik preek opent de Heere het hart van Lydia en als ik in de gevangenis zit, roept de stokbewaarder om zaligheid. Daarom zal ik roemen in zwakheden en vervolgingen. Hij had voorts eens moeten weten, die Paulus, hoe nuttig zijn brieven zouden zijn! 

Hebben wij deze genade of alleen de tekst? Ik heb wel eens iemand horen vertellen — hij was vele jaren geleden voorlezer in een kerk — dat hij onder het lezen zo met kracht de woorden vernam: „Mijn genade is u genoeg". Het kwam mij voor, dat hij aan de tekst genoeg had, die een kostelijke waarheid bevat, maar alleen voor hen, die deze genade hebben verkregen. Hebt u deze genade, zoveel als voor u genoeg is? Zij omvat alles wat voor leven en sterven nodig is. Hebt u deze genade? Dan bent u tot op de grond ontdekt en overtuigd van uw zonde en ellende voor God. Weinig ontdekking betekent dikwijls: weinig zekerheid. Paulus heeft zich leren kennen als de voornaamste der zondaren. Dan bent u ook door een waar geloof zeer nauw met Christus verenigd. Dat één geworden zijn met Christus is de grondslag van de genade in het hart. Zolang we niet met de Heere Jezus één zijn geworden, kan God ons niet Zijn gunst betonen en ons niet vrijspreken van schuld en straf. Het is goed, dat wij ons laten gezeggen, dat Gods genade genoeg is. Maar die genade is ons deel alleen, als wij door een waar geloof Christus hebben aangenomen. Wat is dat nu eigenlijk? Hoe gaat dat toe? Die aanneming is zeer gevoelig en hartelijk, want ze spruit voort uit een gezicht van de volstrekte noodzaak van Jezus, voor een verootmoedigd mens, die zich ver­oordeeld gevoelt. Geen uitdrukkingen zijn in staat, om de teerheid, hartelijkheid en gevoeligheid daarvan uit te drukken. Het is veel hartelijker dan de tere omhelzing van geliefden die elkaar na enige tijd van scheiding terugzien. De aanneming van Christus betekent, dat wij één Geest worden met Hem. Christus grijpt de zondaar vast. De mens krijgt een heerlijk gezicht van de uitnemendheid van Christus in de spiegel van het Evangelie. Hij neemt de Christus gaarne aan tot profeet, priester en koning. Want als de zondaar Jezus omhelst, zoals de belijdenis dat noemt, betreft dit omhelzen de gehele Jezus, niets uitgezonderd, omdat hij duidelijk ziet, dat hij Hem in alle opzichten even nodig heeft. Voor de zondaar, die door de verlichting des Geestes Jezus werkelijk mag zien is alles, wat Hij is, even begeerlijk en verkieselijk. Daarom neemt de man, in wie het geloof gewerkt is, de Heiland aan tot wijsheid, rechtvaardigmaking, heiligmaking en volkomen verlossing. De hele mens is daarbij in actie: verstand, wil, gevoel. Het is een eenvoudig aannemen op grond van het feit, dat God Hem aanbiedt. Door de verlichting des Geestes mag men dat zien, dat God niet alleen aan anderen, maar bijzonder aan mij, Zijn Christus schenkt. Daartoe wordt het aanbod van genade met veel indruk op het hart gebracht, waardoor het voor de zondaar in kwestie duidelijk wordt, dat de uitnodiging aan hem gedaan wordt en dat het Gods gebod is, dat hij, zo ellendig als hij is, niet alleen in de Borg mag geloven, maar ook van Godswege verplicht wordt te geloven. De Christus wordt aangeboden met bevel van bekering en geloof. Wie Hem op Gods nodiging aanneemt geeft Jezus het ja-woord en zet het zegel op Gods getuigenis, dat het waarachtig is. Deze mens kan zijn hart niet houden. Hij moet tot de Borg komen. Zo wordt de grondslag der genade gelegd in de mens, doordat hij zich verenigt met de Persoon des Middelaars. Wat is het, dat daartoe vrijmoedigheid geeft? Niet de omkering van de mens, niet zijn bidden of andere werkzaamheden, doch alleen het aanbod van genade in de Schrift toegepast aan de ziel. Het is de ontdekking van de Middelaar, die verlorenen zoekt en zaligt. Deze genade, met al wat hieruit voortvloeit, is voor de grootste der zondaren genoeg.

Paulus had deze genade. Heeft iedere lezer, die hoopt of meent, dat hij een gelovige is deze genade? Hebt u deze genade? Alleen deze genade is genoeg.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Een niet verhoord gebed (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 november 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's