De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ENKELE INDRUKKEN UIT DE VERGADERING VAN DE GEN. SYNODE DER NED. HERV. KERK d. d. 15, 16 EN 17 NOVEMBER 1965

Bekijk het origineel

ENKELE INDRUKKEN UIT DE VERGADERING VAN DE GEN. SYNODE DER NED. HERV. KERK d. d. 15, 16 EN 17 NOVEMBER 1965

15 minuten leestijd

Drie lange dagen heeft de synode vergaderd. Woensdagnacht was het reeds half één, toen de vergadering werd besloten. Er is hard gewerkt om door de vele agendapunten heen te komen. Enkele van de belangrijkste besluiten die in eerste of in tweede lezing genomen zijn geef ik graag aan u door, op verzoek van de redactie van „De Waarheidsvriend". Zo blijft ons kerkvolk op de hoogte van wat er gaande is in de kerk.

Er was een voorstel van de Raad voor de zending om het mogelijk te maken dat b.v. Aziatische zendingsarbeiders in ons land komen werken onder „heidenen" in ons vaderland. Ook Nederland is zendingsakker! In ons land is geen missionaire, maar een post-Christelijke situatie ontstaan. En als die zendelingen uit Azië of waar ook vandaan in ons land komen, dan geschiedt dit namens de kerk van Jezus Christus over de gehele wereld. Daarom zal dit werk moeten geschieden, opdat de wereld gelove! Men is al in Engeland begonnen vanuit Afrika. Wij zullen moeten beginnen met de East Asia Conference. Tenminste twee van die zendelingen zullen hier moeten komen. En die Aziaten zullen hun werk hier in Nederland moeten doen vanuit de kerken in Nederland, zoals het omgekeerd ook gebeurt, wanneer Nederland zending drijft in Azië of waar ook, aldus de toelichting.

De achtergrond van dit alles is, dat men vanuit Azië meent, dat er in Nederland ook vele heidenen zijn. Een Christelijk Nederland is voorbij. Dat ziet men in ons land nog niet in. Wij zijn tenslotte een kleine, kerk. In Amsterdam gaat men het aan den lijve ondervinden, wat er nog van de kerk over is in de ontkerstende samenleving. De gedachte van een gedoopte natie is voorbij.

Zending is niet langer een one-way-traffic, maar een two-way-traffic geworden. Dat betekent, dat de kerken van de verschillende continenten over en weer bij elkaar gaan zending drijven. De aanwezigheid van een Aziatisch zendingspredikant b.v. voor de vele Aziatische studenten is van groot belang. De bekende prof. dr. H. Kraemer die j.l. 15 november te Driebergen werd begraven heeft eens gezegd: „Gemeenteopbouw is niet anders dan het verstaan van de zendingsroeping in eigen land".

Men hield er in de synode rekening mee, dat de ontvangst van deze plannen in onze kerk hier en daar een schokkende ervaring zou geven, omdat men de werkelijke bedoeling hiervan niet direct verstaat. Het gaat hier om een experiment en om een heel klein begin. Vergeet niet wat voor problemen eraan vast zitten. Het is voor de realisering van deze plannen van het grootste belang, dat hier met andere kerken nauw wordt samengewerkt b.v. t.a.v. het vormingswerk en t.a.v. bepaalde ressorten in grote plaatselijke gemeenten.

De synode heeft een principe besluit genomen deze plannen verder uit te werken.

Maandagavond waren er gasten in de vergadering. O.a. prof. dr. W. Niesel voorzitter van de Reformierter Weltbund, waarvan dr. E. Emmen, vice voorzitter is. Hij sprak over het onderwerp: Oecumene en daarom Ecclesia Reformata. Hij sprak een bijzonder goed, principieel woord! Hij zei o.a.: In de oecumene gaat het niet zo zeer om de vereniging van kerken, maar om de zending van de kerken. De verkondiging van de rechtvaardiging door het geloof alleen is de grondslag van alle arbeid in de oecumene. Gods Woord doorbreekt alle barrières. In de oecumenische beweging is dit nog bij lange na niet begrepen. Het gaat er om, dat de kerken kerken des Woords zijn en niet sacramentskerken! Het sacrament is de bezegeling van het Woord. De gevierde mis aan het begin van de concilievergaderingen is een verhindering geweest om tot een rechte besluitvorming te kunnen komen. De versmalde basis tot samenwerking in de Oecumene is te weinig, anders gaat het wezenlijke verloren. Wij mogen ons beginsel niet prijsgeven t.w.v. een valse eenheid, anders verstikken wij ons in een onbijbels clericalisme. Als het Evangelie in de medemenselijkheid zou opgaan, zou het eigenlijke van het Evangelie zijn prijsgegeven. Aldus prof. Niesel op de Synodevergadering.

Daarna sprak Prof. Dr. Lesly Kuiper van de Reformed Church of America. Hij gewaagde van de historische bindingen aan de Ned. Herv. Kerk, maar wees er tegelijk op dat deze er niet sterker op werden vanwege de taalmoeilijkheden. De studenten in de Reformed Church of America worden getest op hun persoonlijkheid. Nadat ze een college hebben doorlopen, moeten zij naar een van de twee seminaries, waar zij les krijgen in allerlei theologische en homiletische vakken. Sommigen gaan daarna een jaar naar een gemeente, waar bij ons vier maanden leervicariaat zijn. Deze kerk is maar klein en telt ongeveer 250.000 leden. Men zoekt hereniging met de zuidelijke presbyteriaanse kerk. Een theologische commissie uit de synode daar doet belangrijk werk; zo is men bezig met de studie t.a.v. de inspiratie van de H. Schrift en de plaats van de vrouw in de kerk. Wel is de vrouw daar tot de kerkeraad toegelaten, maar nog niet tot het predikantschap. Ook erkent men gelijke rechten voor alle rassen.

Een volgend agendapunt leverde een interessante discussie op i.v.m. de catechese. Nodig is het te weten, hoe de situatie is over het gehele land, maar de informaties die gevraagd zijn aan alle kerkeraden hebben weinig opgeleverd. Het is alsof men bevreesd is voor de dag te komen met de werkelijke situatie op het gebied van de catechisaties. Er werd voor gewaarschuwd, dat de kerk nooit haar catechetische opdracht mag overdragen aan allerlei schoolcatechese. Er is wat dat betreft een ontwikkeling gaande, waardoor dit langzamerhand aan de kerk onttrokken wordt. De Raad voor de catechese zit op het probleem van te weinig mankracht, waardoor de zaak boven het hoofd dreigt te groeien. Leiding geven aan catecheten is een van de allerbelangrijkste dingen, meer nog dan de uitgave van allerlei boekjes. Er is o.a. een groot verval tussen de gewone catechisatie en de belijdeniscatechisatie. Ook de nascholing van hen, die in de bediening van catecheet staan, schiet veel te kort.

De behandeling van het ontwerp gezangboek was begrijpelijkerwijze een agendapunt, waar grote aandacht aan besteed is. Op tafel lag een ontwerp met maar liefst een 700-tal gezangen in vier aparte bundels. De eerste bundel bevat 170 z.g.n. schriftgezangen en bijbelliederen. Dat zijn berijmingen van Bijbelgedeelten uit het Oude en Nieuwe Testament, zoals wij er enkele kennen achter de psalmen. Men hoopte in de Synode dat deze Schriftgezangen o.a. ook voor dat deel in onze kerk van betekenis zullen zijn, dat de huidige gezangenbundel niet accepteert. De tweede bundel bevat een aantal liederen, die verband houden met de kerkelijke feestdagen. De derde bundel bevat liederen voor bijzondere kerkdiensten als b.v. bij het doen van geloofsbelijdenis of bij kerkbouw, terwijl de vierde bundel algemene liederen bevat voor het menselijk leven. De commissie ter voorbereiding van deze gezangenbundel was al ingesteld in 1952. Niet minder dan 130 vergaderdagen heeft men eraan besteed. Men heeft bij de verzameling van allerlei liederen in het oog willen houden, dat de kerk leeft uit de Schrift èn de traditie. En wel in deze volgorde. Er zijn berijmingen van Schriftgedeelten, maar ook in de andere gezangen moet de Bijbel de beheersende invloed hebben, zo werd verklaard. Wij hebben sinds de verschijning van de huidige gezangenbundel van 1938 een wereldoorlog meegemaakt met geweldige verschuivingen. Dat betekent ook een radicalisering van de theologie en prediking, die aan het lied een ander karakter geeft. Wij zijn niet zo simpel meer kerk. Het heidendom is in ons midden! Uit de praktijk van de Middeleeuwen heeft men weinig kunnen overnemen. Wel uit de tijd van de reformatie. Van Revius en van Jan Luyken zijn er enkele bij, die voor het kerkgezang bruikbaar werden geacht. Verder is de hele Franse, Engelse en Duitse liederenschat doorgenomen om daaruit een keus te kunnen doen. Zelfs uit Scandinavië, Hongarije en Amerika zijn liederen overgenomen. Het was eenvoudig geweest, zo werd medegedeeld, een bundel van 1500 à 2000 gezangen samen te stellen. Nu was het tot „het uiterste" beperkt en dat betekent, dat nu een bundel aangeboden is met niet minder dan 713 gezangen! Uit deze grote bundel heeft men een proefbundel samengesteld, die reeds drie jaar geleden klaar was en nu aan de kerk wordt aangeboden „als proeve". In deze proefbundel staat niet één bekend lied. Het was n.l. niet de bedoeling oude bekende liederen te geven. Er is in de grote bundel niet een aparte afdeling liederen voor kinderen opgenomen. Gedacht wordt aan een apart bundeltje met kinderliederen.

Bij de bespreking in de Synode kwam begrijpelijk nog wel enig bezwaar naar voren betreffende de grootte van de bundel. Men drong sterk aan op een bepaalde limiet, wat het aantal betreft. Er liggen grote gevaren verscholen in een nieuwe liederenbundel, vooral als de melodie mooi is, want, zo merkte een synodelid op: Je kunt de gemeente de grootst mogelijke onzin laten zingen, als het maar goed en vlot zingt. 

Het resultaat van de bespreking was, dat er een deskundige commissie zal worden ingesteld om dit geheel te bezien. Er is terecht op aangedrongen vanuit de Synode, dat deze commissie vooral moet nagaan of deze gezangen wel in overeenstemming zijn met Gods Woord en met de belijdenis van onze kerk!

In deze synodevergadering zijn ook het seminarie en het leervicariaat in behandeling geweest. Er is vaak een tegenzin tegen het seminarie, die tijdens het seminarie meestal verdwijnt. Deze is ook op financiële gronden gebaseerd. De plannen om het seminarie vrij van kosten te maken zijn momenteel al in een vrij vergevorderd stadium. Het is te hopen dat het zo ver zal komen! Het leervicariaat blijkt ook evenals het seminarium een goede instelling te zijn in verband met de opleiding van predikanten. Ook het colloquium kwam ter sprake. Sterk werd erop aangedrongen, dat dit geen examen in de eigenlijke zin des woords mag zijn, maar een gesprek. Natuurlijk blijft dan nog wel de mogelijkheid, dat men wordt afgewezen! Tegenwoordig is er steeds elk jaar maar één semester in het seminarie, maar vanaf 1967 zullen er twee semesters zijn per jaar en daarna zeker vier jaar lang. Er zijn in totaal reeds acht predikantenconferenties geweest met elk 40 predikanten. Procentsgewijs hebben er weinig predikanten uit de Gereformeerde Bond aan deelgenomen. Dat is erg jammer. Een nascholing kan geen kwaad en het is goed weer eens opnieuw met de neus op verschillende problemen gedrukt te worden. Op deze conferenties komen echter primair de eigentijdse vragen aan de orde en niet de klassieke. Toch zou het geen kwaad kunnen als rekening gehouden werd met de klassieke inzichten en er in verband hiermee ook sprekers op de lijst zouden staan, die dit aan de orde zouden stellen!

In tweede lezing werd aanvaard de overgangsbepaling betreffende de verhouding van de G.Z.B. tot de Raad voor de zending te Oegstgeest, zoals deze in eerste lezing was voorgesteld.

Ook werd in tweede lezing behandeld het voorstel betreffende de aanvulling van ord. 20—3. Heel wat classes hadden bezwaar gemaakt — en terecht! — tegen de zinsnede: kerken, waarmede de Herv. Kerk een bijzondere binding begeert. Men wilde ingevoegd hebben: krachtens haar belijdenis De eindredactie is geworden: kerken, waarmede de Ned. Herv. Kerk bijzondere betrekkingen wil onderhouden Dit werd met 8 stemmen tegen aanvaard.

Ook de nevenwerkzaamheden maakten de tongen weer los in de Synode. Hier is in het geding de vrijheid van het leven van de predikant. Algemeen was men het er wel over eens, dat iets gedaan moet worden om excessen onmogelijk te maken. Een kerkvoogd in de Synode verklaarde in dit verband, dat de kerkvoogden zelf de schuld treffen, omdat ze te laat gezocht hebben naar de verbetering van de traktementen. Een voorstel lag op tafel om een maximum van 6 uur als toelaatbaar te beschouwen. Het is terugverwezen om herzien te worden en met de bedoeling in de voorjaarsvergadering in februari het weer in behandeling te nemen.

Veel discussie leverde op de kwestie van de erkenning van de z.g.n. nooddoop in de R.K. kerk. De moeilijkheid was voornamelijk, dat gebleken is dat in de praktijk er niet veel terecht komt van de praxis der confirmatie, die op de nooddoop zou moeten volgen. Wij moeten overigens niet vergeten, dat de nooddoop een uitloper is van de R.K. doopleer: opus operatum! De officiële R.K. kerkleer stelt, dat de doop noodzakelijk is tot zaligheid.

De werkzaamheden van de Raad voor de zaken van Kerk en samenleving kregen dit keer ook de aandacht van de Synode. Er blijkt veel onkerkelijkheid te zijn in de industrie. Er is sprake van een enorme technische ontwikkeling, terwijl de landbouw al maar achteruitgaat. Nu nog slechts 10% van de bevolking. In de toekomst wellicht slechts 5%. Er komt een vrees voor werkloosheid vanwege allerlei automatisering. Op het terrein van de textielfabrieken gaat men veelal tot fusie over, waardoor er een sterkere machtsconcentratie gaat optreden. Dit doet zich ook voor in het bankwezen en het verzekeringswezen. De kleine man gaat zich bedreigd voelen. Daar tegenover doet zich een streven voor van de arbeider naar meer zelfstandigheid. Het mondigheidsvraagstuk is het probleem van deze tijd. Op zichzelf werd dat een gelukkig verschijnsel geacht. Dé kerk moet wijzen op de noodzakelijkheid, dat de arbeider weer geïnteresseerd wordt In de onderneming. Wij krijgen allerlei conglomeraties in ons land, als b.v. het IJmondcomplex en z.g.n. groot Amsterdam enz. De vraag doet zich voor of al die gemeenten de problemen op het terrein van de industrie wel onder het oog zien. Denk b.v. aan het praktische werk zelf, als Evangelie en industrie, dat de kerk laat zien, wat de betekenis van het Evangelie is in de werksituatie, waarin de werknemer zich bevindt. Men wil vanuit de Raad liever niet spreken van bedrijfsapostolaat, zoals men in de Rooms Katholieke kerk daarover spreekt. Dit gaat teveel uit van de gedachte van het Evangelie onder het fabriekspersoneel. De Raad gaat het meer om de werksituaties, zoals b.v. het meedenken in het bedrijfsbeleid. En dan apostolair bezig zijn vanuit geconcentreerde probleemstellingen. De stichting „vorming bedrijfsjeugd" is een particuliere stichting, waarin de kerken ook kunnen participeren. Het begrip „kerstening" van het bedrijfsleven is geen uitgangspunt. Het is meer een zoeken en proberen van de kerken in het bedrijfsleven aanwezig te zijn.

Ook het jeugdwerk kwam in deze synodevergadering aan de orde, in verband met een voorstel van de Raad voor het jeugdwerk de huidige sectie van de jeugdraad, die in de wandeling „het koepelorgaan" wordt genoemd, op te heffen en de jeugdraad toestemming te geven te participeren in een nieuwe stichting „overleg in jeugdzaken", waarin naast de jeugdraad dan ook het C.J.V., de C.J.V.P. en de V.C.J.C. alsmede jeugdbewegingen van andere kerkgenootschappen, als Doopsgezinden, Remonstranten, Lutheranen e.d. participeren. Men heeft ook alle pogingen gedaan de H. G. J. B. (Hervormd Gereformeerde Jeugdbonden) er bij te betrekken als participant in deze stichting, maar de H.G.J.B. hebben een duidelijk  “neen" laten horen, omdat zij geen behoefte gevoelen aan een dergelijke stichting en omdat op deze wijze het jeugdwerk in een niet-kerkelijke stichting wordt ondergebracht. De H.G; J.B. hebben uitdrukkelijk gesteld, dat voor deze jeugdbonden de inhoudelijke bezinning, waarin de Bijbel het richtsnoer is, voorrang zal blijven behouden. En aangezien ten aanzien van centrale doelstellingen geen overeenstemming bestaat, achten de Herv. Geref. Jeugdbonden het niet juist een dergelijke breed opgezette koepel te doen tot stand komen. Het laatste woord is hier nog niet over gezegd. De Synode durfde geen beslissing te nemen, vooral ook in verband met de afwijzende houding van de H.G.J.B., maar niet in het minst gelet op de vraag of de kerk krachtens ord. 5 wel zo'n belangrijk deel van het jeugdwerk in de Ned. Herv. Kerk buiten alle verantwoordelijkheid der kerk mag doen vallen. De Synode heeft de beslissing gedelegeerd aan het Breed Moderamen, dat half december hierover hoopt te beslissen.

Op de laatste avond van de synodevergadering kwam het voorstel aan de orde tot de vorming van streekgemeenten. Dit is in eerste lezing aanvaard met slechts 2 stemmen tegen. Het komt nu in de classicale vergaderingen ter consideratie. Als dit wet zou worden, is het in de toekomst mogelijk, dat twee of meer gemeenten samengevoegd worden tot één streekgemeente met een streekkerkeraad, streekdiaconie en een streekkerkvoogdij. Dit voorstel houdt hoofdzakelijk verband met de opheffing van de 5e-klasgemeenten, die geen predikant meer kunnen beroepen. Het mag niet verheeld worden, dat men op deze wijze in de toekomst ook allerlei mogelijkheden ziet voor minderheidsgroepen, die dan in een streekgemeente een gezamenlijke pastorale verzorging zouden kunnen krijgen. Het grootste bezwaar tegen dit voorstel is, dat in feite de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente wordt aangetast, want de beslissing ligt niet bij de plaatselijke kerkeraad zelf of hij n.l. al of niet tot een streekgemeente zal willen behoren, maar bij het breed moderamen van de Prov. Kerkvergadering en het breed moderamen van de Generale Synode. Deze nemen hun beslissingen vanzelfsprekend niet zonder de adviezen van de betreffende classis, kerkeraad en kerkvoogdij, maar die kunnen toch niet meer dan een advies uitbrengen. Een bijzonderheid is nog, dat de predikantsplaatsen dan gevestigd zullen zijn bij de streekgemeente en dat de streekkerkeraad beroept in geval van vacature. Het is te hopen, dat de verschillende classicale vergaderingen een duidelijk advies geven! En niet te laat zijn met het indienen van hun consideraties, zoals nog wel eens geschiedt!

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ENKELE INDRUKKEN UIT DE VERGADERING VAN DE GEN. SYNODE DER NED. HERV. KERK d. d. 15, 16 EN 17 NOVEMBER 1965

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 november 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's