De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkelijk leven in Amerika (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkelijk leven in Amerika (3)

8 minuten leestijd

Christian Reformed Church.

De Nederlandse immigranten, die in het midden van de 19e eeuw naar Amerika overstaken, onder leiding van de predikanten van Raalte en Scholte en zich resp. in Michigan en Iowa vestigden, sloten zich in 1850 aan bij de „Reformed Church", zoals wij reeds vermeldden in het vorige artikel. In de volgende jaren bleek er onder een deel van hen ontevredenheid te bestaan over de toestanden in deze kerk, hetgeen uiteindelijk uitliep op een afscheiding in 1857. Als reden voor deze uittreding gold de klacht dat in de „Reformed Church", met name in het oosten, de gereformeerde leer en praktijk werd veronachtzaamd. Zo ontstond een nieuwe kerk, de „Holland Reformed Church", later genoemd de „Christian Reformed Church in America". De leiders waren de ouderlingen Gijsbert Haan en J. Geluck, en de predikanten K. van den Bosch en H. G. Klijn. De laatstgenoemde keerde echter spoedig tot de „Reformed Church" terug, zodat er slechts één predikant overbleef. De numerieke kracht van de „Christian Reformed Church" was in de eerste jaren zeer gering en het gebrek aan predikanten was een nijpende zaak. In 1863, dus zes jaar na de uittreding, waren er nog slechts drie predikanten. Om hun positie te versterken, werd contact gezocht met de Christelijk Afgescheiden Kerken in Nederland en pogingen in het werk gesteld om erkend te worden als de ware voortzetting van deze kerk in de nieuwe wereld, hetgeen na jaren van discussie inderdaad gelukte. Op de groei van de „Christian Reformed Church" heeft deze officiële erkenning veel invloed gehad. Nieuwe immigranten, die in Nederland tot de Christelijk Afgescheiden Kerk hadden behoord, werden toen min of meer automatisch lid van de „Christ. Reformed Church".

In 1880 traden enkele gemeenten van de „Reformed Church" tot de „Christian Reformed Church" toe, tengevolge van de kwestie van de geheime genootschappen. De synode van de „Reformed Church" had nl. verklaard dat lidmaatschap van een geheim genootschap (zoals de vrijmetselarij b.v.) niet onverenigbaar was met het lidmaatschap van de christelijke kerk. Enkele gemeenten konden zich met dit besluit niet verenigen en traden toe tot de „Christian Reformed Church". De aanwas die hieruit ontstond is echter verwaarloosbaar vergeleken met die tengevolge van emigratie uit Nederland. Momenteel is de „Christian Reformed Church" ongeveer even groot als de „Reformed Church". Zij telt 402 gemeenten met 200.000 leden. Zij heeft haar centrum in Grand Rapids (Michigan), waar het bekende Calvin College en Seminary gevestigd is.

De „Christian Reformed Church" maakte in haar geschiedenis dezelfde problemen door als de „Reformed Church", waarvan de overgang van de Nederlandse taal naar de Engelse het voornaamste was. Thans is deze kerk vrijwel geheel verengelst, althans wat de kerkdiensten betreft. Er worden hier en daar nog wel diensten in het Nederlands gehouden, ook verschijnt er nog een weekblad in het Nederlands („De Wachter"). Het nederlands karakter van de „Christian Reformed Church", hoe „verengelst" ze intussen ook mag zijn, is nog steeds onmiskenbaar. Er is intensief contact met de Vrije Universiteit te Amsterdam en met de Gereformeerde Kerken in Nederland wordt correspondentie onderhouden, hetgeen inhoudt dat wederzijds elkaars ambten erkend worden. Met name komt de invloed uit Nederland tot uitdrukking in de opvatting over het onderwijs. In tegenstelling tot de „Reformed Church" kent de „Christian Reformed Church" zijn eigen christelijke scholen. Deze scholen staan niet in directe verbinding met de kerk, maar worden geheel door de ouders in stand gehouden, evenals in Nederland. Zij hebben echter in afwijking van de Nederlandse situatie, een strikt particulier karakter d.w.z. dat zij op geen enkele wijze door de overheid worden gesubsidieerd.

Verschil „Reformed" en „Christian Reformed".

Er bestaat een zekere mate van paralleliteit tussen de verhouding „reformed" en „christian reformed" in Amerika en de verhouding hervormd en gereformeerd in Nederland. De hervormde kerk en de „Reformed Church" hebben een meer „open" karakter dan de „Christian Reformed Church" en de gereformeerde kerken, hetgeen o.m. tot uitdrukking komt in het karakter van het H. Avondmaal. In eerstgenoemde kerken is dit namelijk niet besloten (d.w.z. in beginsel tot de leden beperkt) maar staat open voor allen die Christus als hun Verlosser kennen. Verder zijn zowel de „Reformed Church" als de hervormde kerk bij de Wereldraad van Kerken aangesloten, hetgeen niet het geval is voor de „Christian Reformed Church" en ook (nog?) niet voor de gereformeerde kerken. Ook het verschil in schoolopvatting, dat reeds eerder werd aangeduid, toont een grote mate van overeenstemming met de verhoudingen in Nederland, alhoewel de situatie in ons land meer complex (ingewikkeld) is dan in Amerika. Evenals vele hervormden in Nederland meent de „Reformed Church" dat een eigen christelijke school mogelijk 't opvoedingsprobleem voor de eigen kinderen oplost, maar het gevaar inhoudt dat het „zicht" op de openbare school verloren gaat. Vandaar dat de voorkeur gegeven wordt aan de strijd voor het behoud van het christelijk karakter van de openbare school, voor zover nog aanwezig, in plaats van voor de erkenning van de eigen christelijke school.

De paralleliteit tussen de verhoudingen in Amerika en in Nederland, die wij hierboven hebben aangegeven, komt niet voort uit een overeenkomstige geschiedenis van genoemde kerken in beide landen. De „Reformed Church", hoe nauw zij zich verwant mag weten aan de hervormde kerk in Nederland, voelt zich primair verbonden met de ongedeelde oude gereformeerde kerk uit de 17e eeuw. Een kerkscheuring, zoals wij die gekend hebben in Afscheiding en Doleantie, is binnen het gereformeerd protestantisme in Amerika onbekend gebleven. De „Christ. Reform. Church" mag dan uit een afscheiding van de „Reformed Church" ontstaan zijn, deze kerkscheuring kan echter onmogelijk op hetzelfde plan geplaatst worden met wat we in Nederland in de vorige eeuw hebben meegemaakt. Niet alleen was het aantal dat zich in Amerika afscheidde veel geringer, bovendien was de uiteindelijke motivering geheel verschillend. In Amerika speelden m.i. primair aanpassingsmoeilijkheden van de nieuwe immigranten een rol, theologische verschillen waren nauwelijks van betekenis, zulks in tegenstelling tot Nederland. M.i. hangt de gesignaleerde paralleliteit met Nederland in de eerste plaats samen met de „import" van Kuyperiaanse ideeën in de „Christian Reformed Church" door het nauwe contact dat zij steeds met de Vrije Universiteit heeft onderhouden. Overigens is het interessant te leren dat de huidige „Christian Reformed Church" bepaaldelijk meer behoudend is dan de zusterkerk in Nederland. Ik heb de indruk gekregen dat binnen de „Christ. Reformed Church" een zekere ongerustheid bestaat over de ontwikkelingen in de gereformeerde kerken na de laatste wereldoorlog. Met name is men bezorgd over een mogelijke aansluiting van de gereformeerde kerken bij de Wereldraad van Kerken.

Van een toenadering tussen de „Reformed Church" en de „Christian Reformed Church", zoals wij die in Nederland de laatste jaren kennen tussen de hervormde kerk en de gereformeerde kerken, is in Amerika nauwelijks sprake. Bij de fusiepogingen tussen de „Reformed Church" en de „Southern Presbyterians" is de „Christian Reformed Church" op geen enkele wijze betrokken. Laatstgenoemde kerk heeft overwegend bezwaren tegen de zg. modernistische tendensen in de „Reformed Church", die o.m. tot uitdrukking komen in het „open" avondmaal, het toelaten van het lidmaatschap van geheime genootschappen en de opvatting over de oecumene (Wereldraad!). M.i. valt dit gescheiden voortleven van beide kerken te betreuren. De invloed van het gereformeerd protestantisme is in Amerika toch al minimaal gezien de relatief geringe numerieke sterkte en wordt door het gescheiden optrekken alleen maar verslechterd. De kerken in Amerika worden dezer dagen voor zeer grote problemen geplaatst, met name vanwege het negerprobleem en de stijgende invloed van het rechtse extremisme, waarop later nog zal worden ingegaan, en alleen hierom al zou tenminste een nauwere samenwerking hoogstgewenst zijn.

Overige hervormde of gereformeerde kerken.

In 1924 ontstond er een conflict in de „Christian Reformed Church" op het punt van de algemene genade. Als gevolg hiervan scheidden een aantal leden zich van deze kerk af onder leiding van Rev. Hoeksema en stichtte de „Protestant Reformed Church of America". Deze kerk telt thans 19 gemeenten met 1400 leden. De omvang van deze kerk is afnemend, vanwege het feit dat steeds meer leden terug keren tot de „Christian Reformed Church".

Ook de Gereformeerde Gemeenten in Nederland kent een zusterkerk in Amerika, de „Netherlands Reformed Congregations", omvattende 14 gemeenten met 2500 leden. Zij staat in correspondentie met de moederkerk in Nederland. Alhoewel in de meeste gemeenten één of meer diensten in de Engelse taal wordt gehouden, naast één Hollandse dienst, heeft deze kerk nog een uitgesproken Nederlands karakter, hetgeen o.m. tot uitdrukking komt in het feit dat al haar predikanten (vier man Sterk) uit Nederland overgekomen zijn.

Immigranten uit de Vrijgemaakte gereformeerde kerken in Nederland hebben in Amerika de „American Reformed Church" gesticht. Gegevens over deze kerkformatie heb ik niet kunnen vinden.

Verder zijn er nog een drietal gemeenten in Amerika die de naam „Free Christian Reformed Chtirch" dragen en in correspondentie staan met de Christelijke gereformeerde kerken in Nederland.

Tenslotte wil ik nog vermelden de „Hungarian Reformed Church in America" die ontstaan is uit immigranten uit Hongarije. Zij telt 38 gemeenten met 10.000 leden.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerkelijk leven in Amerika (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 december 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's