UIT DE PERS
KERK EN JEUGD IN DE D.D.R.
Het is voor ons vaak moeilijk om zich een juist beeld te vormen van het kerkelijk leven achter het ijzeren gordijn, in Oost-Duitsland b.v. Daarom mogen we dankbaar zijn voor de informatie die we op dit punt in de kerkelijke pers ontvangen. Zo vertelt ds. H. A. Visser in „Hervormd Nederland" van 27 nov. van zijn indrukken en ervaringen, opgedaan tijdens een bezoek aan een jeugddag van de kerk in Oost-Berlijn. Jongeren uit alle deden van de DDR waren daar bijeengekomen om met elkaar te spreken over de grote vragen die hen bezighouden. Jongeren levend onder een communistisch, atheïstisch regiem.
De kerk zal volgens de partij nog een tweehonderd jaar kunnen blijven bestaan. Dan is het met dit bijgeloof afgelopen. Vanuit die zekerheid denkend, kan de kerk achter het gordijn in betrekkelijke vrijheid leven. Het is immers slechts een voorbijgaand verschijnsel. Laat die kerk haar gang maar gaan. Alleen .... het is wel irritant voor de partij dat de Freie Deutsche Jugend (de officiële jeugdbeweging) in feite een armetierig bestaan lijdt. Met kunst- en vliegwerk en met talloze beroepsjeugdleiders wordt ze in stand gehouden, maar de jeugd sluit er zich niet met vreugde, maar min of meer gedwongen bij aan. Het kerkelijke jeugdwerk daarentegen beleeft op het ogenblik een nieuwe bloei. De kerkdienst die morgen, werd, ook al moest de predikant verstek laten gaan, een hartverheffend gebeuren. De jeugd zelf had de jeugddag enthousiast voorbereid en was zelfs in de nacht hiervoor bezig geweest zonder er één groschen aan te verdienen. Wat me opviel was een totaal ontbreken van angst bij de christelijke jeugd. Ze staat wel van moment tot moment voor beslissingen, die van ingrijpende betekenis zijn, maar ervaart daardoor ook telkens weer dat het evangelie geen geantikweerde zaak is. Men weet (en dat is het verschil met het Nationaal Socialisme), dat het communisme anti-religieus en atheïstisch is en daarom geen poging doet zich als een moderne vorm van christelijk geloof aan de jeugd op te dringen.
Het nationaal-socialisme wilde immers het geloof infiltreren. Het communisme wil daarentegen niets met religie te maken hebben en peinst er niet over de kerk te gebruiken als middel om de mensen voor zich te winnen. De fronten zijn duidelijk. Er is tussen christendom en communisme geen mogelijkheid van een èn — èn, het is een óf — óf.
Het blijkt in de praktijk niet eenvoudig te zijn voor een christen om in deze samenleving zijn houding te bepalen. Wat moet een christen doen bij de verkiezingen, die in feite één grote schijnvertoning zijn. Immers meedoen betekent je stem geven aan dit regiem. Voor de 14-jarigen en hun ouders is daar het vraagstuk van de „Jugendweihe".
Ds. Visser schrijft hierover:
Een uiterst moeilijke vraag is nog altijd voor de 14-jarigen en hun ouders de „Jugendweihe", waaraan met meer of minder weerzin 90% van de protestants gedoopte kinderen deelnemen. Het is een zuiver wereldse plechtigheid, op 14-jarige leeftijd plaats vindend (tegelijk met het lidmaat worden der kerk!), waarin van de kinderen gevraagd wordt of ze met geestdrift willen meewerken aan de opbouw van „het socialisme", d.w.z. van een marxistisch-leninistisch geplande en geleide maatschappij. Wanneer men aan deze Jugendweihe deelneemt krijgt men hiervoor een duidelijk anti-christelijke vooropleiding. Degenen, die zich laten „wijden", genieten in de D.D.R. allerlei voorrechten. Weigert men eraan deel te nemen dan moet men in de verdere loop van zijn leven met allerlei moeilijkheden rekening houden. De kerk zegt volstrekt „nee" tegen de Jugendweihe en heeft in het begin de confirmatie (de belijdenis) en de Jugendweihe volstrekt onverenigbaar genoemd. Daar is men op het ogenblik in de diverse landskerken op verschillende wijze enigszins van teruggekomen. Niettemin wordt mede ten gevolge van het instituut der Jugendweihe 65 à 70% van de protestants gedoopte kinderen niet meer als lid der kerk bevestigd. Betekent dit het begin van het eind der kerk? Of verliest men nu officieel hetzelfde aantal aanstaande lidmaten, dat men in vroeger dagen in feite na hun belijdenis verloor? Dat alles brengt vele vragen met zich mee. Vragen waarop vaak geen eensluidend antwoord gegeven wordt. Het is duidelijk, dat bij het zoeken naar een antwoord ook bepalend is of men dit regiem als een voorlopige zaak ziet, die der verdwijning nabij is, of dat men de droom van de hereniging van Duitsland opgeeft en er mee rekent te moeten leven in een a-christelijke en antichristelijke wereld. Dat vele christenen in Oost-Duitsland, met name vele van de jongeren (de Studentengemeinde o.m.) op het laatste standpunt staan, laat de bundel Nieuwe Oriëntatie, Stemmen uit de kerk in de DDR (samengesteld door Bé Ruijs) genoegzaam zien. Het „in de wereld staan zonder van de wereld te zijn" is voor de christenen in de DDR (en daar niet alléén!) van een aangrijpende actualiteit. Allerlei spanningen zijn hiermee gegeven. We citeren nogmaals ds. Visser:
Er zijn mensen in de D.D.R., die de kerk niet meer belangrijk vinden. Ze zeggen: het komt niet aan op het voortbestaan van de institutionele kerk, het komt vóór alles aan op de dienst aan de naaste en de wereld. Ze lopen in dit geval precies in het straatje van de communistische heersers, die in Oost-Berlijn de grote kathedralen als cultuurmonumenten gaan restaureren (hoewel er geen mensen meer wonen), maar geen toestemming geven om in de buitenwijk kleine kerken te bouwen. Anderen verwachten van een ontmoeting met de anti-christelijke naaste en de wereld helemaal niets meer en isoleren zich in de kerk als instituut.
Tussen deze twee uitersten moet de christelijke jeugd in de D.D.R. haar weg zoeken. Ze moet geen westers georiënteerde partisanengroep vormen in een communistische wereld, ze zal het zoutend zout in deze samenleving moeten zijn en beseffen moeten dat het zout zout moet blijven en nooit smakeloos mag worden.
EEN VRIJZINNIGE STEM OVER DE VERHOU DING „ROME—REFORMATIE".
Over de gebundelde interviews „Gesprekken over Rome-Reformatie" (samensteller G. Puchinger), waarvan met name het vraaggesprek met Karl Barth nogal bekend is geworden, zijn in de diverse bladen al heel wat opmerkingen gemaakt. In het blad „Waarheid en Eenheid" troffen we een beschouwing aan van Prof. Dr. P. Smits, overgenomen uit het orgaan van de vrijzinnig Hervormden, „Kerk en Wereld". Smits schrijft daarin o.m.:
Tot zover wat de perspectieven betreft. Toch zien de meeste protestanten die hier aan het woord zijn nog vooral twee enorme obstakels liggen tussen Rome en de Reformatie: de Pausleer en de Marialeer. Prof. Roscam Abbing noemt het jaar 1870 (onfeilbaarheidsverklaring van de paus) zelfs de zwartste bladzijde uit de hele kerkgeschiedenis. Ik heb hierbij onwillekeurig geglimlacht, want ik dacht aan zoveel donkerder bladzijden, bij voorbeeld toen Calvijn enkele honderden mensen lichamelijk liet verminken, omdat zij door hun geloofshouding verantwoordelijk zouden zijn voor een pestepidemie.
Vooral prof. Oberman wijst er terecht op, dat door het thans meer op de voorgrond treden van de bisschoppelijke collegialiteit de positie van de paus in feite anders wordt. Zojuist komt er bovendien onder redactie van Michel van der Plas een studie van de katholieke pers: De paus van Rome, opvattingen over een omstreden ambt. Onze katholieke broeders zijn dus zelf hard bezig met deze ook voor hen steeds problematischer wordende zaak.
En wat de Marialeer betreft, het is, meen ik, een specifieke taak van de vrijzinnige protestanten om de rechtzinnigheid bij hun kritiek op dit roomse leerstuk er op te wijzen dat men als protestant niet consequent de Marialeer kan afwijzen zónder in eigen vlees te snijden en op z'n minst de maagdelijke geboorte (bij de onbevlekte ontvangenis gaat het om de geboorte van Maria zelf) maar ook de hele oudkerkelijke incamatieleer uitermate kritisch te bezien. Als Robinson in z'n Eerlijk voor God toch wel niet ten onrechte opmerkt dat „men" uit de incarnatieleer praktisch concludeert dat aan het begin van onze jaartelling God zelf aan een soort verkleedpartij deelnam en mens werd, klemt de vraag of wij Rome kwalijk mogen nemen dat zij de Moeder vergoddelijken als zoveel protestanten op een merkwaardige mythologische wijze hetzelfde met de Zoon doen. Hierover lezen we echter in deze bundel niets!
Tenslotte: wat de lectuur van dit boek mede zo verfrissend en onderhoudend maakt, is de humor, die door vele bladzijden heenstraalt. Om enkele voorbeelden te noemen. Oud-minister Zijlstra die als Fries uit Oosterbierum, praktisch z'n hele jeugd dóór geen contact met het katholieke volksdeel had, vertelt laconiek dat z'n enig contact op papier was: hij hield namelijk op de Jongelingsvereniging op gereformeerde grondslag een inleiding met anderen over „de verderfelijke praktijken van Rome".
Het laat zich verstaan, dat de commentator in „Waarheid en Eenheid" tegen deze beschouwingen van Smits bezwaar aantekent. Wat betreft de door Smits gemaakte opmerking over Calvijn, schrijft Ds. Vreugdenhil: En aangenomen dat Calvijn nog zoveel schuld heeft, is Calvijn de Kerk? Maar de Roomse kerk heeft die onfeilbaarheidsverklaring van de Paus gegeven. We zouden hier nog aan toe willen voegen: De kritiek van Luther en Calvijn op het Pausdom hing samen met de wezenlijke bedoelingen van de Reformatie, met de prediking van het „Christus alleen". Zoals dit onder meer naar voren komt in Zondag 19 van de Heidelb. Catechismus: Christus het Hoofd van Zijn Kerk. In dat hcht wordt het begrijpelijk wanneer men 1870 de zwartste bladzijde uit de kerkgeschiedenis noemt. De reactie van Prof. Smits doet ons onwillekeurig vragen: Wordt de Reformatie in haar diepste bedoelingen door hem niet misverstaan?
Smits opmerkingen over de consequenties die voortvloeien zouden uit de verwerping van de roomse Mariologie - consequenties die dan door de vrijzinnigheid zouden zijn gezien - zijn ronduit verbijsterend. Toen de Reformatie de roomse Marialeer verwierp, maar het „Geboren uit de maagd Maria" als het geheimenis van de incarnatie handhaafde, heeft ze dit niet als inconsequentie aangevoeld. Integendeel, beide vloeiden voort uit het verstaan van de Schrift, de bezinning op het Adventsevangelie van Matth. 1 en Lucas 1. Wie hier met een beroep op Robinson het mes van zijn kritiek in zet, moet bedenken dat het maar niet gaat om een of andere incarnatieleer, die niet relevant meer is voor de moderne mens, maar om het hart van het Evangelie : God geopenbaard in het vlees.
ROME EN DE BIJBEL
In het orgaan van de Gereformeerde Gemeenten „De Saambinder" (van 25 nov. j.l.) trof ik een artikeltje aan over de beweging die er in de Roomse Kerk gaande is. De scribent van dit artikel wijst op de nieuwe belangstelling voor de Bijbel bij Rome. Als een teken van dit meer en nadrukkelijker bezig zijn met het Woord, noemt hij de R.K. vertaling van de Willebrordstichting. Een vertaling die in weerwil van de vaak typisch roomse aantekeningen in menig opzicht opmerkelijk is. Dat is bij verschijning van meerdere zijden uitgesproken en ook de schrijver van genoemd artikel in „De Saambinder" spreekt zijn vreugde over dit feit uit. We geven daarom ten besluite een gedeelte van dit artikel aan u door:
Deze vertaling is niet slecht. Is zelfs opmerkelijk. Ik noem een paar voorbeelden. In Lukas 1 lezen wij de verschijning van Gabriel aan Maria. In deze boodschap aan Maria spreekt Gabriel aldus: “En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde: de Heere is met u, gij zijt gezegend onder de vrouwen". Zo vertaalt de Statenvertaling. In oude roomse bijbels werd echter altijd vertaald in plaats van „begenadigd" „vol van genade". U voelt het verschil. In deze echte roomse overzetting grondde zich de gedachte, dat Maria zelf „vol van genade" is en uit haar volheid ons bedient. Hoe vertaalt nu de nieuwe roomse vertaling? Ik citeer letterlijk: „Hij trad bij haar binnen en sprak: Verheug u, begenadigde, de Heere is met u". Juist in de weergave van dat woord „begenadigde" zit zo'n groot verschil. Dit voelt de vertaler zelf. Hij geeft dan een „kanttekening", waarin ik het volgende lees: 28: Verheug u. Gewoonlijk wordt onder invloed van de Vulgata het Grieks vertaald door „Wees gegroet". Het is hier echter geen eenvoudige Griekse begroeting. zoals in Matth. 26 : 49 en Matth. 28 : 9; ook niet de gewone Semitische groet, die Lukas steeds met „vrede" vertaalt, vergelijk Lukas 10 : 5 en 24 : 36, maar in dit van oud-testamentische herinneringen verzadigde stuk wordt de herinnering opgeroepen aan de profetische aankondiging van de Messiaanse vreugde, waar heel deze hoofdstukken vol van zijn. Vergelijk Joel 2 : 21, Zach. 9 : 9 en vooral Zefanja 3 : 14—17: Verheug u, dochter van Sion. Lukas ziet de Heilige Maria als de dochter van Sion, de vertegenwoordigster van het Godsvolk.
Voor ik verder citeer even een opmerking. U kunt hier lezen, dat deze vertaling met de grondtekst rekent. Er wordt afgeweken van de Vulgata. Onderschat daarvan de betekenis niet. „Immers, het concilie van Trente bepaalde in zijn 4e zitting (1546) dat de Vulgata voor authentiek moest gehouden en door niemand, onder welk voorwendsel ook, mocht worden verworpen; dat in de liturgie, prediking en alle ambtelijke handelingen der kerk alleen de Vulgata mocht gebruikt worden. Deze authenticiteit sloot blijkens de besprekingen ook in, dat haar getuigenis in zichzelf voldoende was om er de leerstukken der kerk mee te bevestigen. En dit gold de gehele Vulgata, met inbegrip van de apocriefe boeken, waarmee voor 't eerst in de geschiedenis, officieel ook aan deze canoniek gezag werd toegekend" (zie art. „Vulgata" in de Christelijke Encyclopedie.). Juist daarom opmerkelijk, dat in de geciteerde tekst bewust van de „Vulgata" wordt afgeweken en óp de grondtekst wordt teruggegrepen. Dat deden Luther en Calvijn ook. Juist onder de invloed van de Reformatie is men weer aan de studie van het Hebreeuws en ook aan de nog intensievere studie van het Grieks begonnen, opdat de zin van de Schrift zal verstaan worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 december 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's