BETHLEHEM
De heilige geschiedenis van de geboorte des Heeren staat in deze dagen in het middelpunt van de belangstelling van duizenden en duizenden. De Allerhoogste maakt Zijn wonderen een gedachtenis in ons midden. Levendig kunnen wij ons voorstellen, dat bij het begin van het eeuwenoude feest van Christus' geboorte vele pelgrims naar Bethlehem trekken om daar te bidden en te danken en God te loven. Wie God vreest zal niet onbewogen kunnen staan en gaan op de plaats, waar Christus in deze wereld kwam, waar iets van het licht van de hemel neerdaalde op een donkere aarde. En toch — als wij ons indenken, hoe de in bonte feesttooi gestoken pelgrims door de straten van Bethlehem trekken, dan zijn wij geneigd te vragen — Wat zoekt u daar toch? Wij zouden willen vragen: Zoekt u de Levende bij de doden? Hij is hier niet. Hij is heengevaren naar de hemel, vanwaar Hij weerkomen zal om te oordelen de levenden en de doden. Zou het de pelgrim niet vergaan als de man, die na vele jaren terugkeert in de plaats van zijn geboorte? Wat valt het alles tegen! Het oude geslacht ging heen; niemand van hen vindt hij meer hier; de plaatsen vol van jeugdherinneringen zijn verdwenen of veranderd. Men gaat na zulk een „pelgrimage" terug naar zijn werk en zijn woning met de gedachte: Wat heb ik er eigenlijk aan gehad?
Maar dat is niet juist. Met het verleden rekenen wij in het gewone leven eigenlijk nooit af; het verleden heeft voor ons niet afgedaan; iets ervan gaat met ons mee — vermanend, troostend, stimulerend, ontdekkend. En als dat geldt van ons gewone leven met al zijn herinneringen, hoeveel te meer zal dat waar zijn van de heilige herinneringen van Gods Kerk en van de plaatsen, waar de Heere Zich openbaarde. In Bethlehem richtte de Heere een monument op van Zijn genade en trouw en daarom wil de Kerk er heen, er zoveel mogelijk van weten, de dingen zoveel mogelijk naar zich toehalen. Dat betekent niet, dat wij armer zijn, omdat wij niet in Bethlehem de klokken zullen horen luiden; ons gebed is niet van minder kracht en waarde, omdat het niet op een heilige plaats, in Bethlehem of in Gethsémané wordt opgezonden; een bedevaart naar Bethlehem betekent geen soort aflaat.
Niet de plaatsen, waar gebeden wordt maken de heiligheid van mijn gebed uit, maar de vraag of ik heilige handen tot de Heere ophef. Menigeen ging naar Bethlehem en raakte er niet uitgekeken, de tijd was te kort en de indrukken te geweldig om alles te verwerken, maar men eindigde niet bij Hem, om wie Bethlehem alleen maar belangrijk is. Christus kwam in de wereld, hier in Bethlehem om onder ons te wonen vol van genade en waarheid. Men kan in Bethlehem jaren wonen, zoals deze stad in de loop der eeuwen vele mensen tot zich getrokken heeft, die zich vestigden in de nauwelijks bewoonbare rotsen van Judea's gebergte, maar alleen door het oog des geloofs ziet men de voetsporen des Heeren en van de plaatsen der heilige herinnering, waaronder Bethlehem valt, geldt de opwekking van het formulier van het Avondmaal: Laat ons dan met onze harten niet aan het uiterlijk brood en de wijn blijven hangen, maar die opheffen in de hemel, waar Christus Jezus onze Voorspraak is. Maar heilige nieuwsgierigheid drijft om er alles van te weten, omdat wij van Christus en Zijn leven alles wel willen weten.
Het is merkwaardig, dat Bethlehem in de geschiedenis van Israël niet of nauwelijks heeft meegeteld. Een bijzondere rol heeft het nooit gespeeld. Oud was de plaats wel. Reeds in de Amarnabrieven uit de 14de eeuw voor Christus wordt het samen met Jerusalem genoemd: bit-lahama, dat wil zeggen, huis van godin Lachama, die daar dus in de oude tijd vereerd werd. De vertaling van broodhuis is uit veel latere tijd.
In de oude tijd lezen wij van Bethlehem in de geschiedenis van het sterven van Rachel, die begraven werd op de weg naar Ephrat, d.i. Bethlehem (Gen. 35 : 19; 48 : 7). De richter Ebsan werd in Bethlehem begraven (Richt. 12 : 10).
In Bethlehem hebben gewoond Elimelech en Naomi, Ruth en Boaz, de grootvader van Isaï. Bethlehem was Davids vaderstad (1 Sam. 16 : 1 v.v.; 20 : 6). Wij lezen elders, dat David de zoon was van een Efratitische man, wiens naam was Isaï (1 Sam. 17 : 12). Hoe dat precies zit met het verband tussen de twee namen Efratha en Bethlehem is niet duidelijk. Misschien komt de naam Ephratha wel van het geslacht Ephrat, dat daar gewoond heeft (Ruth 4 : 11; 1 Kron. 4 : 4). Ook in 1 Kron. 2 : 19, 50 v.v. wordt het geslacht van Ephrat in verband gebracht met Bethlehem. De Filistijnen hebben een tijdlang in Bethlehem geheerst en later heeft Rehabeam van de stad een vesting gemaakt. Na de ballingschap horen wij, hoe 123 terugkerenden zich er vestigen, maar van betekenis was Bethlehem ook toen niet. — Maar was Bethlehem niet groot door David, had het geen naam door hem? Omdat het roemruchte huis van David daar zijn oorsprong had? Dat lezen wij nergens. David deed het anders dan Saul, die in Gibea, zijn geboorteplaats bleef en daarmede één van de grote fouten van zijn koningschap maakte. David heeft Jerusalem tot zijn residentie gekozen. „Het bethlemitische geslacht dat Jerusalem groot maakte, maakte Bethlehem klein". (Dalmann).
Bethlehem is groot geworden door de Messias. Daarvan heeft Micha geprofeteerd: Hoe klein Bethlehem ook was onder de geslachten van Juda, uit dat huis zou de grote Heerser, de Messias komen (Micha 5:1). Als plaats is het in het Nieuwe Testament evenmin van betekenis. In het Evangelie van Johannes (7 : 42) lezen we: Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit het zaad van David en van het vlek (het dorp) Bethlehem? Vele plaatsen zijn ruïnes geworden, bedolven onder het stof der eeuwen en nauwelijks te identificeren. Een heuvel hier, een heuvel daar. Wat was dat eigenlijk? Bethlehem is gebleven. De kruisvaarders hebben hier gebivakkeerd; de stad heeft de Saracenen en de Turken zien komen en gaan. Het telt thans een twintig duizend inwoners, onder wie tot voor kort slechts weinige Mohammedanen. Op ongeveer tien km van Jerusalem gelegen behoort het niet meer tot de huidige staat Israël. Het is omgeven door akkers (denk aan het boek Ruth), boomgaarden (olijven) en wijngaarden. Stenig zijn de akkers, zaaien en oogsten is een harde arbeid in dit land en het spook van de armoede waart eeuwig rond in de krotten en holen van boeren en herders. Want velen leven slechts in de spelonken van de rotsbodem, de holen uit de oertijden naakt en kaal, de mens en zijn vee in één ruimte. De dierbare voorstelling van het knusse houten huisje met de volle voedertrog wordt wel ruw verstoord door een werkelijkheid, die de erbarmelijke naaktheid van de geboorteplaats zo niets verhullend voor ogen stelt, schrijft Feilt in: En God noemde het land aarde.
Wat weten wij nu van de plaats der geboorte? Er is een oude traditie, die de plaats aanwijst: daar waar sedert eeuwen de Geboortekerk staat: het is een oud-christelijke basiliek, een machtig monument van keizerlijk-byzantijnse kerkbouw, de oudst bewaarde christelijke kerk. Door alle stormen van oorlogen heen is deze kerk gespaard gebleven, soms als door een wonder b.v. in de dagen van 614, toen men klaar stond de kerk in brand te steken en op het laatste ogenblik een voorstelling van de wijzen uit het Oosten zag. Ten aanzien van de geschiedenis van de kerk is veel onzekerheid. Wel staat vast, dat de kerk door Constantijn de Grote in 330 is gesticht, later door Justinianus gerestaureerd en veranderd is. Ook in latere dagen, tot in onze tijd toe is veel aan het gebouw gewerkt. Door een lage ingang komt men de kerk binnen, zodat men alleen in gebukte houding het heiligdom kan binnen treden. Er is een groot middenschip en vier zijbeuken, in totaal is de lengte 54 meter, de breedte 26 meter en vier rijen zware zuilen van roodachtige kalksteen dragen het dak. Over de eigendom en het gebruik van de kerk is in de loop der eeuwen heel wat onheilige twist geweest. In 1757 bestormden een duizend Grieks-katholieke monniken de basiliek en namen bezit van de kerk en van de geboorte-grot. Maar ook daarna was het niet altijd pais en vree. — In de basiliek is een gedeelte in gebruik bij de Armeniërs, waaraan men stipt de hand houdt bij diensten. Vanuit het koor van de kerk kan men via twee trappen in de geboorte-kapel komen. Deze grot is tegenwoordig met kostbaar marmer bekleed; aan de wanden hangen kostbare tapijten. De plaats der geboorte wordt aangeduid door een zilveren ster met het opschrift er omheen: Hic de virgine Maria Jesus Christus natus est: Hier werd Jezus Christus uit de maagd Maria geboren. Deze geboortekapel is 12 bij 3 meter groot en enkele treden lager is een andere grot, de kapel van de kribbe. De grot is zeer regelmatig, dat wijst er in elk geval op, dat als dit de plaats is geweest van de geboorte des Heeren, er heel wat aan veranderd is. Ook de geboorte-kapel is vele malen het terrein geweest waarop de verschillende kerken twistten; om het aantal lampen en wat al niet meer! Het waren niet alleen pelgrims, die kwamen om te zien en te bidden!
Wat moeten wij nu met deze traditie, die dus zegt: terecht houdt men eraan vast, dat de geboortekerk gebouwd is boven de plaats, waar de Heere is geboren. De kerk, die nu ingeklemd staat tussen kloosters en kerk kan bogen op een zeer oude overlevering. De oudste is wel die van Justinus Martyr, die ongeveer 165 in Rome als martelaar stierf. Hoezeer er vele dingen zijn, die ten opzichte van de beschrijving bevreemden, er is geen reden, waarom getwijfeld zou worden aan zijn opmerking in zijn Dialoog met de Jood Trypho: Toen zij daar vertoefden — nl. in de grot (spelaion) vlakbij het dorp — baarde Maria Christus en legde hem neder in een kribbe. En Origenes schreef reeds in 248, dus voor de bouw van de kerk: „Indien iemand voor de geboorte Van Jezus in Bethlehem bij de profetie van Micha en de in de Evangeliën door de discipelen van Jezus opgetekende geschiedenis nog andere bewijzen hebben wil, dan bedenke hij, dat in overeenstemming met de evangelische geschiedenis van Zijn geboorte de grot in Bethlehem getoond wordt, waar Hij geboren werd en de kribbe in de grot waar Hij in de windselen gehuld werd. En dit wat getoond wordt is in die plaatsen ook de vreemden welbekend, dat nl. de door de Christen vereerde en bewonderde Jezus in deze grot geboren werd". Sinds Hieronymus, die jaren in Bethlehem heeft gewoond en daar o.a. het grote werk van de Vulgata tot stand bracht is er een doorgaande traditie, die op deze plaats altijd weer terugvalt. Zekerheid, dat dit de plaats is, bestaat uit de aard der zaak niet, maar in strijd met het verhaal in Lucas is het in elk geval evenmin en het is een vaste regel ten aanzien van de kerkelijke traditie, ik denk, b.v. oók aan de overleveringen over het ontstaan van het Nieuwe Testament, dat de bewijsgrond niet ligt bij de Oude Kerk, maar wel bij wie nu deze traditie verwerpen, al weten wij zeer wel, dat ten aanzien van de heilige plaatsen er veel zogenaamd vroom bedrog is geweest.
De pelgrims vroegen naar heilige plaatsen, welnu hier zijn zij!
Aan de ene kant willen wij van alles weten over Bethlehem en de omstandigheden, waaronder de Heere Jezus geboren is, aan de andere zijde zullen wij het met het Woord moeten doen, dat ons gegeven is opdat wij zouden geloven en in het geloof zullen worden versterkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 december 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's