Boekbespreking
S. P. de Roos, De Ethiek van de ongehuwde staat, Serie: Ethische Verkenningen, ing. 203 blz., Callenbach, Nijkerk.
In de serie: „Ethische Verkenningen" is nu ook aandacht geschonken aan de speciale vragen van de ongehuwden. In het eerste hoofdstuk worden de redenen van het ongehuwd zijn besproken. In het tweede hoofdstuk komen die vragen aan de orde, die regelrecht uit hel ongehuwd zijn voortvloeien, In het derde hoofdstuk de vragen, die gehuwden en ongehuwden gemeenschappelijk hebben, maar die voor de ongehuwden een eigen betekenis hebben. In het laatste hoofdstuk de vragen, die ontstaan bij de ontmoeting van gehuwden en ongehuwden.
Het is geen overbodige weelde, dat aan de vragen van de ongehuwden, die een niet onaanzienlijk deel van de bevolking uitmaken, een speciaal boek wordt gewijd.
In het eerste hoofdstuk komen dus de redenen van het ongehuwd zijn in bespreking. De Schriftplaatsen, zowel uit het Oude- als uit het Nieuwe Testament, die daarop betrekking hebben worden min of meer besproken. Het is te verwachten, dat o.a. 1 Cor 7 daarin een voorname plaats in neemt.
M.i. rekent de schrijver te snel af met de redenen tot het huwelijk uit het Oude Testament, die in het Nieuwe Testament, niet meer zo zouden gelden. Ongetwijfeld is er in het O.T. de drang naar de Messias, maar geldt dit in het N.T. niet meer? Doet Zijn wederkomst onder voor Zijn eerste komst? Leeft de christelijke gemeente ook in het N.T. niet met nadruk ook in en voor het nageslacht?
Daarbij komt dat de notie van het verbond in het N.T. meegaat. Zeker, het is waar, dat in het N.T. de toetreding tot de gemeente vooral een zaak is van persoonlijke toetreding. Maar dat neemt niet weg, dat de voortgang van het werk Gods óók in het N.T. de geslachten omvat. Daarom was in dit verband een bredere behandeling van het verbond en het nageslacht op zijn plaats geweest. Daarbij komt, dat ook Gen. 1 : 26 Heilige Schrift is, behorend tot het gezaghebbend Woord van God. Dit had de schrijver ook voorzichtiger kunnen maken om huwelijk en voortplanting zo te scheiden, zoals hij soms doet. Een polaire betrokkenheid van huwelijkssamenleving en de ontvangst van kinderen is in het huwelijksformulier naar mijn mening meer in de Bijbelse lijn dan de gedachten die hier en daar worden gegeven.
Overigens trof mij een opmerking van de schrijver op blz. 58, dat een Kerk, die voor de buitenstaanders geen werfkracht meer heeft, ook het nageslacht verliest!
Hoezeer de strekking van het betoog van de schrijver over de valse motieven tot het celibaat, aanspreekt, de bespreking van Ps. 51 : 7 schiet naast het doel. De uitval tegen de leer der erfzonde in verband met deze tekst, doet onwaardig aan en is ook onwaar. Dat Ps. 51 : 7 -- in verband gebracht met de leer van de erfzonde — eer een verontschuldiging dan een schuldbelijdenis zou inhouden, is wel een zeer oppervlakkige conclusie.
Verder valt mij op, dat de bespreking van de homosexualiteit nogal vaag en onduidelijk is, maar niet ongevaarlijk. Het boek; „De homosexuele naaste", dat indertijd breedvoerig is besproken in ons blad, is kwalijk, ook in de doorwerking. De sporen daarvan vinden wij ook in dit boek. Barth wijst de homosexualiteit volstrekt af. Deze afwijzing wordt door de schrijver met vraagtekens omringd.
De bespreking van Lev. 18 : 22 en Lev. 20 : 13 op blz. 175 en de conclusies daaruit zijn eenvoudig ongelooflijk. Wat te denken van de opmerking, dat aangezien Leviticus alleen van mannen spreekt, dat daaronder blijkbaar niet vallen de homosexuele contacten tussen vrouwen en ook niet de gehele scala van handelingen van mannen, die niet tot de uiterste daad komen? Als of de Heilige Schrift de weg tot de zonde niet evenzeer veroordeelt als de zonde zelf! Welk zondebegrip steekt hier achter?
Wellicht is een recensie niet de gelegenheid om op allerlei onderdelen in te gaan. Maar het moet mij toch van het hart, dat de decadentie toeneemt en de normen vervagen. Het scherpe oordeel Gods over alle zonden, ook over deze zonde dient serieus genomen te worden. Zodra wij onze positie kiezen in de mens — wie deze dan ook is — los van de sprekende, oordelende en vrijsprekende God, zitten wij midden in het humanisme, dat overal en voor ledereen „begrip" heeft behalve voor de rechten van God.
Maar de barmhartigheden Gods roemen ook op dit terrein tegen Zijn oordeel. Alleen, de barmhartigheden Gods zetten Zijn geboden en verboden nooit op dood spoor.
De exegese van Rom. 1 In het boekje: „De homoseksuele Naaste", die indertijd in ons blad scherp is aangevallen, werkt hoe langer hoe meer door. Dit is een zorgwekkende zaak. Het gevolg is, dat mensen, die op dit terrein een zware strijd hebben, niet worden geholpen, maar in hun neigingen worden gesteund.
De bespreking van deze punten zou bij de lezer het vermoeden doen rijzen, dat het gehele boek vol is van uitwassen. Dat is niet het geval. Er staan zeer lezenswaardige en behartigenswaardige dingen in. De eigen plaats en de eigen vragen van de ongehuwden komen breed aan de orde.
Het is alleen maar jammer, dat de achtergronden van waaruit de schrijver schrijft niet steeds bij de Schrift, bij de Wet en bij het Evangelie bewaren. De kritische lezer zal dit onderkennen en met de rest zijn voordeel kunnen doen. Aan de uitgever ons excuus, dat door bijzondere omstandigheden het recenseren zo lang uitbleef.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1965
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's