De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkelijk leven in Amerika (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkelijk leven in Amerika (5)

HET WEDERZIJDS GEMIS.

9 minuten leestijd

In het vorige artikel heb ik getracht een verklaring te geven voor het domineren van het sociale element in het amerikaanse kerkelijke leven. Het leek mij van belang dit te doen alvorens tot de vraag te komen of wij in Nederland iets kunnen leren van onze broeders in Amerika. Men moet immers een begrip hebben van waarom er verschillen bestaan vóórdat een beoordeling wordt gegeven.

HET WEDERZIJDS GEMIS.

Kort geformuleerd zou ik mijn gevoelens over het kerkelijk leven in Amerika kunnen samenvatten met: wat wij teveel hebben, hebben ze in Amerika te weinig en wat zij teveel hebben, hebben wij te weinig.

Wie als Nederlander in Amerika vertoeft zal spoedig aangenaam verrast zijn door de warmte die van de Amerikaanse kerkelijke samenleving uitgaat. Wanneer je een kerkgebouw binnenkomt, word je welkom geheten door een commissie van ontvangst (z.g. „ushers", die tevens collecteren tijdens de dienst), je krijgt een exemplaar van de liturgie uitgereikt en als je een bezoeker bent word je verzocht het gastenboek te tekenen. Vervolgens word je naar een plaats geleid. Na afloop van de dienst maak je met de predikant kennis, het is n.l. gewoonte dat hij alle kerkgangers bij de uitgang de hand drukt. Je krijgt nauwelijks kans om „zo maar" geruisloos te verdwijnen, omdat er altijd wel iemand klaar staat om een praatje te maken.

Mij persoonlijk heeft het, inviterende (uitnodigende) karakter van de kerkdiensten in Amerika zeer weldadig aangedaan. Op dit punt komen de diensten in Nederland er niet zo best af. Zij hebben zo weinig van een gemeenschapsbelevenis en staan ook bepaaldelijk niet open voor de vreemdeling. In het bijzonder het begroeten door de predikant van de kerkgangers na afloop van de dienst lijkt mij een goed punt om ook in ons land te introduceren.

Overigens deed ik bij mijn eerste kerkgang in Amerika een merkwaardige ervaring op, die een goede illustratie is van de kerkelijke toestanden in dit land. Tijdens een gesprek dat ik met één van de kerkleden had, werd mij gevraagd, nadat ik verteld had dat ik voor langere tijd in Amerika zou verblijven, of ik ook al andere kerken „geprobeerd" had. Ik heb deze vraag enigszins ontwijkend beantwoord, omdat ik hem niet begreep. Later is mij duidelijk geworden dat wat wij „kerkbesef" noemen, in Amerika vrijwel ontbreekt. De band met 't eigen kerkverband is erg losjes. Als een Amerikaan naar een andere plaats verhuist, zal hij zich niet zonder meer aansluiten bij de gemeente van hetzelfde kerkverband, mocht die aanwezig zijn in de nieuwe woonplaats. Hij zal inderdaad de verschillende protestantse kerken “proberen" en die gemeente kiezen die niet te ver van zijn huis gelegen is en goedlopende sociale activiteiten heeft, waarin hij in 't bijzonder geïnteresseerd is. Ik heb de officiële registers van één van de „reformed churches" er op nagezien en geconstateerd dat bijna alle leden die naar een andere plaats verhuisd waren, naar een andere kerk dan de „reformed church" waren overgegaan. Eensdeels is dit begrijpelijk, omdat in zo'n ontzaglijk groot land als Amerika vrijwel geen enkele kerk in elke plaats present is, in het bijzonder uiteraard niet de kleinere kerken, zoals b.v. de „reformed church". Anderdeels speelt ongetwijfeld een rol, dat door het domineren van het sociale aspect in het kerkelijk leven, de theologische factoren op de achtergrond dreigen te raken. Daarom zal een Amerikaan zich meer afvragen of hij zich in een bepaalde kerkgemeenschap zal thuis voelen dan of er een aansluiting in de “leer" is. Op dit punt is 't Amerikaanse kerkelijk leven het tegenbeeld van het Nederlandse. Wij, Nederlanders, zouden eerder geneigd zijn om een eigen kerk op te richten, dan ons aan te sluiten bij een kerk van een andere „kleur". Problemen zoals wij die kennen, hoge kerkmuren, richtingen, modaliteiten, etc. zijn in Amerika onbekend. Voorshands ben ik geneigd aan de Nederlandse situatie de voorkeur te geven. Het gebrek aan theologische diepgang in het Amerikaanse kerkelijke leven heb ik toch echt wel als een bezwaar gevoeld. Discussies over theologische zaken heb je er maar heel zelden.

De kracht van de Amerikaanse kerken is gelegen in het leven van de christelijke gemeenschap binnen de parochies. Wellicht ben ik al te zeer geboeid geraakt door datgene wat verschilt van de Nederlandse kerkelijke praktijk en daardoor geneigd wat eenzijdig de lichtzijde te laten zien van wat in. Amerika te vinden is. Ongetwijfeld kent het kerkelijk leven aldaar zijn zeer menselijke kanten. Het is niet altijd duidelijk of de gemeenschapszin in de gemeente de vrucht is van de gemeenschap met God. Soms krijg je wel eens het gevoel in een of andere gezelligheidsvereniging te verkeren in plaats van in de gemeente van Christus. Daar staat tegenover dat wij ons moeten afvragen of ons vele praten altijd een vrucht des Geestes is. Terecht is ons kerkelijk leven, de zondagse kerkdienst een hoofdmoment, maar wat brengen we daar buiten de gemeente als gemeenschap van terecht. Bestaat voor vele gemeenteleden niet het bij de kerk behoren uit het getrouw ter kerke gaan, maar ontbreekt het daarbuiten volledig aan de daad? Ik geloof dat we op dit punt iets van onze Amerikaanse broeders kunnen leren. Vrijwel iedereen is betrokken bij enige vorm van kerkewerk. Het is verbazingwekkend te zien hoevelen vrijwel al hun vrije tijd opofferen voor de kerk. Aan de daad ontbreekt het in Amerika niet, met name ook niet als het op geld aankomt. Voorzover ik weet is er geen land ter wereld dat zoveel opbrengt voor het zendingswerk als Amerika. Er zijn gemeenten die honderden zendelingen in „dienst" hebben, dat zijn natuurlijk wel de grotere, maar zelfs gemeenten van honderd gezinnen dragen volledig de kosten van één zendeling.

Ik heb reeds eerder gesteld dat van wat wij te veel hebben, de Amerikanen te weinig hebben en omgekeerd. Het gaat niet aan om het „ideale" te zoeken, overal sluipen menselijke zwakheden in. Het is wel van belang open te staan voor hoe anderen de gemeenschap met Christus in hun gemeenteleven realiseren.

HET Z.G. „PLEDGE" SYSTEEM.

Wie voor het eerst een Amerikaanse kerkdienst bijwoont, zal verrast zijn bij de collecte geen stapel geld op de open schaal gedeponeerd te zien, maar kleine enveloppen. Het gebruik van enveloppen voor de wekelijkse offergave houdt verband met het z.g. „pledge system". Dit systeem wordt algemeen toegepast voor de financiering van de kosten van het kerkelijk werk en is geënt op de Amerikaanse zakenpraktijk. Elk jaar wordt door de kerkeraad een zeer zorgvuldig opgestelde begroting (z.g. „budget") van de kosten voor het volgende jaar aan de ledenvergadering gepresenteerd. Is er geen aanleiding voor discussie meer, dan wordt vervolgens door de aanwezige leden, je zou kunnen zeggen, op de begroting ingeschreven. Men „pledge" (belooft in het Nederlands) om een bepaald bedrag per week bij te dragen. Dit bedrag wordt door de penningmeester onder strikte geheimhouding vastgelegd, hij is de enige man die de toegezegde bedragen kent. De zondag, volgende op de ledenvergadering, is de z.g. „stewardship-sunday". In de morgenkerkdienst wordt een aantal leden, die daartoe aangezocht zijn, afgezonderd voor het bezoeken van alle gezinnen op dezelfde dag. Bij dit bezoek wordt het programma van de kerk voor volgend jaar gepresenteerd. Gevraagd wordt om de gekregen talenten voor de kerk in te zetten, de variëteit van het werk is groot, zodat er altijd wel iets te vinden is dat de interesse van het betrokken lid heeft, indien hij uiteraard überhaupt bereid is mee te werken. Voorzover dit niet reeds op de ledenvergadering gebeurd is, wordt ook gevraagd om een wekelijkse bijdrage toe te zeggen. In de instructie, die de bezoekers vooraf krijgen, wordt benadrukt dat het accent bepaaldelijk niet op het verkrijgen van een financiële bijdrage gelegd mag worden. De penningmeester telt allé toezeggingen (die in gesloten enveloppen aan de bezoekers zijn overhandigd) bij elkaar en stelt vast hoever het begrote bedrag gehaald is. Afhankelijk hiervan kan alsnog tot een additionele actie besloten worden.

Teneinde te kunnen opvolgen of iedereen zich aan zijn toezegging houdt, moeten de wekelijkse bijdragen „herkenbaar" zijn. Vandaar het enveloppensysteem. Ieder lid, of beter ieder gezin, krijgt een doos met gedateerde envelopjes, voor iedere week één, alle voorzien van hetzelfde nummer. Met behulp van dit nummer weet de penningmeester van wie de bijdrage komt. Uiteraard wordt het gebruik van namen op de envelopjes vermeden. Per kwartaal wordt aan de leden een overzicht toegezonden aangevende het toegezegde en het betaalde bedrag. Het is bedoeld om achterstallige leden op te wekken om hun toezegging gestand te doen; de voornaamste functie ervan is echter om de fiscus te kunnen bewijzen hoe groot de bijdrage aan de kerk geweest is. Kerkelijke bedragen zijn n.l. fiscaal aftrekbaar.

Ook de zondagsschoolkinderen worden met dit systeem van „offering" vertrouwd gemaakt. Ook zij krijgen een doos met envelopjes, waarin zij wekelijks hun bijdrage doen. Zij doen echter geen toezegging, het bedrag dat de kinderen offeren wordt geteld bij de bijdrage van de ouders.

Mijn ervaring is dat het Amerikaanse „pledge" systeem een zeer efficiënte methode is voor de financiering van de kosten van het kerkewerk. Iedereen weet vooraf wat er nodig is en weet ook exact wat er van hem verlangd wordt. De discipline van de leden is wel zó goed, dat een tekort op de jaarrekening niet voorkomt. De alarmbel behoeft niet achteraf geluid te worden, zoals bij ons dikwijls het geval is, omdat men zich vooraf zeer goed realiseert wat de kosten voor het komende jaar zullen zijn. Kerkelijke belastingen, hoofdelijke omslagen en dergelijke mindere aangename maatregelen zijn dan ook in Amerika onbekend. Het verdient m.i. overweging ook in Nederland een soortgelijke methode te ontwikkelen voor de planning van het kerkelijk werk en de bijbehorende financiering. Het is ontegenzeggelijk waar dat deze systematisering van de offerande een zakelijk element in de eredienst brengt en ten koste kan gaan van de spontaneïteit van het offeren. Anderzijds moeten we een open oog voor de menselijke zwakheid tot sleur en gemakzucht hebben en daarom kan enige discipline geen kwaad, 't Is in Amerika bewezen welke reusachtige bedragen met een goed opgebouwd en opgevolgd „pledge" systeem bijeenvergaard kunnen worden.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerkelijk leven in Amerika (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 december 1965

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's