De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE CATECHISMUS

9 minuten leestijd

Vraag en antwoord 18. Vr. Maar wie is deze Middelaar, die tesamen waarachtig God en een waarachtig rechtvaardig mens is? Antw.: Onze Heere Jezus Christus, die ons van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, en tot een volkomen verlossing geschonken is.

Verbondsleven.

In het antwoord spreekt Gods Kerk in het geloof in de Middelaar des verbonds. Zij heeft Golgotha leren kennen, is ondergegaan in de zee van het bloed van Christus, is doorgegaan, ja zij is gesteld in het werk van Christus voor Gods aangezicht. Zij ontmoet haar God als verzoend God en Vader in Christus. Zo ontsluit zich voor het geloof verbondsleven, waarin geleefd wordt van een geschonken Christus. Neen, dan is er geen beven en sidderen voor God. Die benauwdheid zal niet ten tweeden male oprijzen. Kinderlijk en in tere vrees is de omgang met onze God, in begeerte om de weldaden des verbonds te kennen en te genieten. Gods verborgen omgang vinden zielen, daar Zijn vrees in woont; 't Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden naar Zijn vreêverbond getoond.

Het is wat anders om uit het verbond bediend te worden tot bekering en geloof in de Middelaar, en wat anders om het verbondsleven te beleven in gemeenschap met de God des verbonds in Zijn geschonken Christus. Ontkent dit niet, want dan zouden we ons de pas afsnijden tot het ware vredeleven en nooit los van onszelf komen om te leven van en uit de Andere. Helaas wordt er wat gepleisterd. Men is dan drukker met zichzelf dan met de heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus.

We zien nu het antwoord in het licht van dit verbondsleven: Onze Heere Jezus Christus, Die ons van God geschonken is; geschonken, als er aan mijn kant niets meer overbleef. Nu ligt het verbond in Christus, de Middelaar des verbonds, eeuwig vast. Niets kan ons daaruit rukken. Dat zou de handen van Jezus kosten en aan God Zijn deugden. Ons hart ontmoet onze getrouwe Verbondsgod, Die trouw houdt tot in eeuwigheid en nooit laat varen de werken Zijner handen.

Zalig verbondsleven! Op te klimmen tot in de nooit begonnen eeuwigheid en te bewonderen tot rijke bemoediging en vertroosting ook in de bangste tijden de eeuwige vaste grond van dit verbond, waaruit we leven.

We waren vijanden, vervreemd van het burgerschap Israels, maar nu ... nabij gebracht door het bloed van Christus. Geen vreemdelingen meer, maar huisgenoten Gods, medeburgers der heiligen. Ik weet, hoe 't vast gebouw van Uwe gunstbewijzen naar Uw gemaakt bestek in eeuwigheid zal rijzen! In het verbond der genade ontmoet ik mijn Bondsgod in mijn geschonken Jezus, en door Hem blik ik op tot het Verbond des vredes tussen Vader en Zoon en vind daarin de eeuwige onwankelbare grondslag mijner zaligheid met allen, die een even dierbaar geloof hebben. Christus is ons Hoofd van eeuwigheid af. Gekomen tot de Middelaar van het nieuwe verbond, geschonken door onze God voor Wie we als Rechter bogen en Wiens vonnis we aanvaardden, vinden we nu onszelf in Hem terug, als in ons eeuwig Verbondshoofd begrepen. Als ik dit wonder vatten wil, staat mijn verstand eerbiedig stil. Maar één ding staat vast: God zal Zijn waarheid nimmer krenken, doch eeuwig Zijn verbond gedenken. Het verbond der genade, rustend in het eeuwig vreêverbond, is de vaste pleitgrond voor de ziel temidden van de nood der tijden. Vandaar het gebed: O Heere, gedenk Uw verbond met Uw knecht. Heere, aanschouw het Verbond; want de duistere plaatsen des lands zijn vol woningen van geweld.

Zo is het verbondsleven een rijk levensstuk der Kerk. Het kan zich echter alleen ontplooien als we in Christus zijn overgegaan. God maakt ons al onze pareltjes afhandig om ons van deze éne Parel te doen leven: God mijn Bondsgod in Christus Jezus.

De christen spreekt nu over rijke weldaden, die de Kerk uit Christus toevloeien. Hij is immers „ons geschonken van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en tot een volkomen verlossing". Als verbondsweldaden kan ik die alleen in het geloof genieten. Alleen in het geloof in de Middelaar kan ik er gebruik van maken.

Christus is ons geschonken tot wijsheid. We weten wie we eenmaal waren: geen kennis omdragend van onze verlorenheid, zonder indruk van dood en eeuwigheid, zonder besef dat we met een heilig en rechtvaardig God van doen hebben. Wij dwaalden allen als schapen en keerden ons ieder naar onze eigen weg. Maar .... zo toch nu niet meer! Neen, dat was eertijds. We werden verlicht tot ware Gods-en zelfkennis. God brak onze wil, ons dwalen werd onze vijandschap en onze vijandschap onze zonde. O, indien onze ogen en ons hart niet geopend waren geworden! Uit Hem, die onze verbondsmiddelaar werd, vloeit het voort. Hij kende mij voor ik Hem kende.  En nu? We willen alleen weten van onze dwaasheid. Dagelijks vergaat mijn wijsheid, ook al wil ik ze telkens weer wel vasthouden. En toch ben ik blij, dat ik ze kwijtraak. Want Christus is geworden tot Wijsheid. Daarin ligt de boodschap der verzoening, want Hij heeft als intredende Borg al onze zondige dwaasheid bedekt voor God. Maar daarin ligt ook de genade der wijsheid, waardoor we voor struikelen behoed worden. Hij gaat ons getrouw met Zijn heillicht voor. Hij staat in voor Zijn woord: Ik zal raad geven. Mijn oog zal op u zijn. Die Mij volgt zal in de duisternis niet dwalen, maar het licht des levens hebben. Gelukkig, dat het niet schemerdonker bij me gebleven is, maar stikdonkere nacht geworden is, want anders had ik Hem nooit als het Licht nodig gekregen, noch lief kunnen heb­ ben! Zegt gij dat? Goed dan! Er zijn er heden maar al te veel, die zo'n meelij met zichzelf hebben dat ze zich in de schemer kaarsjes ontsteken en ze dan voor het Kerstlicht aanzien.  Bij het licht der rede, ook der vrome rede, noch bij het licht der natuur vinden we de weg niet. Gód is recht, dus zal Hij door onderwijzing hen die dwalen, brengen in het rechte spoor.

Christus is ons geschonken tot rechtvaardigheid en heiligmaking.  Als we Hem daartoe ontvangen hebben, dan willen we in Christus als onze Gerechtigheid verdwijnen. Dan wil ik Hem noemen, liefhebben, aanroepen, gebruiken als de Heere onze Gerechtigheid. „O Heere, zend Uw licht en Uw waarheid neer. Uw Geest doe het mij waarlijk betrachten, opdat ik van alle eigengerechtigheid, ook de heimelijkste, graag afstand doe". Wij willen betreden een weg tot de troon met bloed besprengd. Daarom hebben we dagelijks nodig tegenover de duivel en eigen geweten bevindelijk het Lam te nuttigen: God is het Die rechtvaardig maakt. Wie is het die verdoemt? Christus is het, die gestorven is ...'. Liever van alles afstand doen dan Hem laten varen in ongeloof en kleingeloof. Daarom, „Heere, erbarm U onzer; ondersteun mijn geloof; geef mij steeds weer honger naar Jezus en dorst naar Zijn gerechtigheid!"

Is Christus ons geschonken tot heiligmaking, dan zal ik ook alleen in Hem mijn heiligmaking hebben door Zijn Geest, die in Hem en in mij woont; dan zoek ik geen heiligheid buiten Hem. In beoefende geloofsvereniging met Christus etst de Heilige Geest de trekken van Christus in het leven der Zijnen. Zij leren Hem navolgen, niet slechts op Hem zien als hun plaatsbekledende Borg, maar ook als hun voorbeeld.  Groot is dit werk Gods. Als de schepping, ja groter. Want bij de schepping was alleen het niets, nu is er een weerstrevende natuur. En zoals de regering en onderhouding aller dingen wel eens een voortgaande schepping genoemd wordt, zo kan dat ook gezegd worden van de heiligmaking. Is de bekering een almachtige Godsdaad, ik bedoel de eerste bekering, we ervaren de voortgaande, dagelijkse bekering niet minder als een gedurig werk Gods. Het is een werk, waarin de trouw des Heeren ons machtig tegenstraalt. Bij ons blijft zwakheid, gebrek, de zonde als een boze fontein, maar Zijn Geest onderhoudt ons lot, wapent ons in liefdesgemeenschap met Christus met genade der zelfverloochening en liefde tot al 's Heeren inzettingen. Zo wordt ons leven ondanks alles gericht op God en onze naaste. Het is niet: in onze naaste ontmoeten we God, maar wèl: uit en in God ontvangen we onze naaste. We praten niet druk over de heiligmaking, maar we leven in heiligmaking des levens zonder er erg in te hebben. Omdat we leerden zingen: In God is al mijn heil, mijn eer.

Samenvattend spreekt ons antwoord van een volkomen verlossing. De grondtekst in 1 Kor. 1 : 30 wijst heen naar loskoping. Ja, weten we gekocht te zijn uit onze ijdele wandel niet met goud of zilver, maar met het dierbaar bloed van het onstraffelijk Lam Gods? Slaven van duivel, zonde en dood waren we, maar nu door Jezus vrijgekocht, overgegaan in Zijn bezit, gebracht in de vrijheid der kinderen Gods, zo waarlijk Zijn naam Jezus is. Het verbondskind ziet op Immanuël, ziet het rantsoen; het losgeld is voldoende, de kwitantie is getekend op Paasmorgen. God is bevredigd en de duivel heeft voor eeuwig zijn rechten op ons verspeeld. Ik kan niet helpen, dat ik me niet meer in die benauwdheid van eertijds kan brengen; ik tracht het niet ook. De verlossing in Christus is een eeuwige verlossing, een volkomen verlossing. „De Heere zal mij verlossen van alle boos werk en bewaren voor Zijn hemels koninkrijk".

Zo ontvouwden we u verbondsleven en hoorden we het verbondskind (niet slechts in recht, maar in beleving) getuigen van de hoop des levens, die hij heeft.

Wat is de oorzaak, dat het tot dit arme zondaarsleven, dat zo rijk en heerlijk is, niét komt in ons leven, zo vraagt mogelijk iemand zich af. Vraag de Heere u te doorlichten, opdat gezien wordt, waarin we onszelf vasthouden en liefhebben, zonder dat het ons tot zonde is geworden. In de nacht gaat de zon der gerechtigheid op. Anders zou Jezus geen Jezus zijn. En dan kennen we Hem als onze geschonken Middelaar; daar gaat het verbond voor ons open.

J. VAN SLIEDREGT

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE CATECHISMUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's