Sprak Paulus zichzelf tegen ?
Verschillende soorten ambten.
Wij zijn tegenwoordig niet erg gesteld op indelingen, onderscheidingen e.d. In de 17de en vooral in de 18de eeuw genoot men van verdelingen en onderverdelingen tot bijna in het oneindige doorgevoerd. De huidige generatie wil liever dat de spreker kort en krachtig mededeelt, wat hij wenst te zeggen. Daarmede dient de schrijver van een artikel terdege rekening te houden. Toch moet ik, als ik de lezers wil voorlichten over het gezag van het kerkelijk ambt, wel onderscheiden tussen het charismatische en het officiële ambt in de christelijke gemeente. Deze onderscheiding wordt bovendien gedrukt door het bezwaar, dat er een vreemd woord in moet voorkomen. Laat mij trachten het u zo eenvoudig mogelijk uit te leggen.
Het charismatische ambt.
In het (griekse) Nieuwe Testament vinden we meermalen het woord charisma, dat genadegave betekent. Het duidt allerlei gaven aan, die God aan zijn gelovigen schenkt.Het wordt in het kerkelijk spraakgebruik echter vooral toegespitst op enkele „ambten" in de nieuwtestamentische gemeente, die men in eerste eeuw wèl maar later niet meer kende. Er is in de Handelingen der Apostelen en in de apostolische brieven sprake van profeten, evangelisten en van hen die de gave der genezing, van het onderscheiden der geesten en van het spreken in tongen (= in „vreemde" talen) bezaten.
Het officiële ambt.
Het is gewoonte deze „functies" te onderscheiden van de „ambten" van ouderlingen, herders en leraars en diakenen. De eerste groep functies noemt men charismatische ambten, de tweede groep zou ik willen aanduiden als officiële ambten.
Geen verschil?
Er is, zeiden we, in onze tijd een afkeer van onderscheidingen en verdelingen waar te nemen. Dit heeft ten gevolge dat men ook gemakkelijk de grenzen tussen bepaalde zaken die onderscheiden dienen te worden, uitwist. Zo laat men soms het z.g. charismatische ambt samenvallen met het ambt van alle gelovigen en met het officiële ambt en stelt vast: er bestaat tussen deze drie „ambten" geen principieel verschil. Volgens deze redenering wordt iemand op grond van een charisma dat hij bezit, door de gemeente gekozen. De gemeente merkt op dat iemand over een bepaalde genadegave beschikt en wijst daarom zo iemand aan om een (officieel) ambt te bekleden. Het woord charisma duidt immers een genadegave aan, zo betoogt men, en ieder christen heeft toch genade ontvangen.
Om aan deze opvatting recht te doen, vat ik die nog eens samen: ledere christen staat in het algemene ambt van alle gelovigen; elke christen kreeg een charisma, een bepaalde gave b.v. van gezondmaking, spreken in tongen, profetie; in deze verscheidenheid der gaven krijgt het algemene priesterschap der gelovigen gestalte; de gemeente telt niet maar enkele charismatisch begaafde leden, maar ieder heeft een charisma; de gemeente neemt een bepaald charisma waar en verkiest op grond daarvan iemand tot — laten we zeggen — ouderling.
Waarin het verschil bestaat.
Toch komt in het hierboven weergegeven standpunt één belangrijk punt niet voldoende tot zijn recht. Wanneer iemand in wie de gemeente een charisma bespeurt, in een bepaalde functie wordt aangesteld, bekleedt hij na zijn verkiezing en bevestiging toch een ambt dat officiëler is dan toen hij, hoewel charismatisch begaafd, nog niet was gekozen. Bovendien is de bewering niet juist, dat iedere gelovige een bepaald charisma (genadegave) heeft zoals de gave der profetie, der genezing, van het spreken in tongen, enz. Ongetwijfeld kan men slechts een christen zijn, wanneer men genade heeft ontvangen. We denken dan aan de genade van bekering en geloof, van rechtvaardiging en vergeving der zonden. Deze genadegaven zijn noodzakelijk voor het verkrijgen van de zaligheid. Ze moeten echter wel onderscheiden worden van de gave van de onderscheiding der geesten, het spreken in tongentaal, enz.
Een duidelijk verschil tussen charismatische begaafdheid en officieel ambt blijkt uit de activiteit van de gemeente ten aanzien van het laatstgenoemde. De charismatische ambten komen door de werking van de Heilige Geest spontaan uit de gemeente op. Als dezelfde Geest „opzieners" aanstelt, wordt de gemeente daarbij ingeschakeld — zij kiest, benoemt, stelt aan. Bij de charismatische ambten is er geen sprake van verkiezing door de gemeente. Een tweede verschil is gelegen in de uitoefening van de dienst. De charismatisch begaafde mens doet hetgeen waartoe de Geest hem drijft. De officiële ambtsdrager wordt geroepen tot een dienst die meer van hem vraagt, dan hij spontaan geven kan.
1 Cor. 11 : 5 naast 1 Cor. 14 : 34.
Zijn de uitspraken van Paulus in 1 Cor. 11 : 5 en 1 Cor. 14 : 34 met elkaar in tegenspraak? Wanneer men niet onderscheidt tussen het charismatische en het officiële ambt lijkt dit zo. Men kan echter moeilijk aannemen dat de apostel zich in één brief op zo in het oog lopende wijze tegenspreekt. In 1 Cor. 11 : 5 beveelt hij de vrouw het hoofd te bedekken wanneer zij in de gemeente bidt of profeteert. In 1 Cor. 14 : 34 ontzegt hij aan de vrouw het recht in de gemeente te spreken. De schijnbare tegenstrijdigheid wordt snel opgelost voor wie bedenkt dat het in 1 Cor. 11 : 5 over een ander soort „functie" gaat dan in 1 Cor. 14.
1 Cor. 11 : 5.
In 1 Cor. 11 : 5 spreekt de apostel over het charismatische ambt van de profeten. De Geest Gods daalde soms op een christin neer, zodat zij spontaan Gods woorden in de vergadering van de gelovigen verkondigde. In dit geval denkt Paulus er niet aan zijn bevoegdheid te overschrijden door dit spreken te verbieden. Zou een gezant van Christus tegen de Geest strijden? De apostel (die een „officieel" ambt bekleedt) geeft echter wel omtrent de uiterlijke vorm een voorschrift waaraan de charismatisch begaafde zich moest houden. Hij gelast de vrouwen die charismatisch profetisch spreken het hoofd bedekt te houden, zoals het een eerbare vrouw in Corinthe betaamde.
1 Cor. 14 : 34.
In 1 Cor. 14 gaat het over iets anders. Tot goed begrip van deze tekst bedenke men dat de samenkomst van de gemeente in de apostolische tijd anders was ingericht dan nu. Er werd in de gemeentevergaderingen gediscussieerd, er werden vragen gesteld en gezamenlijk zocht men naar een antwoord. In dergelijke discussies moet een vrouw zich niet mengen, verordent Paulus. Deze bepaling heeft betekenis voor de vraag of het predikambt voor de vrouw kan worden opengesteld. Hierover zal binnen afzienbare tijd in de Ned. Herv. Kerk opnieuw worden beraadslaagd. Later wil ik daarom op dit „zwijggebod" terugkomen. Thans is het voldoende om vast te stellen, dat 1 Cor. 11 : 5 over het charismatische ambt handelt, 1 Cor. 14 : 34 over discussie in de gemeentesamenkomst.
Samenvatting.
Wij vatten de conclusies, die we in dit artikel konden trekken samen:
1. Er is in het Nieuwe Testament onderscheid tussen charismatische en officiële ambten;
2. dit onderscheid is o.a. op te merken in het al of niet medewerken van de gemeente aan de aanstelling in een ambt;
3. hoewel alle christenen genade hebben ontvangen, zijn zij niet allen charismatisch begaafd;
4. 1 Cor. 11 : 5 bevat een voorschrift van Paulus voor de uiterlijke vorm waaraan een profeterende vrouw zich in de samenkomst der gemeente moest houden;
5. 1 Cor. 14 : 34 spreekt over het (niet-charismatisch) discussiëren in de samenkomsten van de gemeente.
¹) Het woord charisma komt in het Nieuwe Testament in veel betekenissen voor, b.v.
1. de voorrechten die God aan Israël schonk, Rom. 11 : 29;
2. het geschenk der genade van de redding uit doodsgevaar 1 Cor 1 : 11;
3. het geestelijk bezit van de gelovigen, Rom. 1 : 11 (charisma pneumatikon);
4. de genadegave der verlossing, Rom. 5 : 15;
5. de ambtsgenade die door handoplegging wordt medegedeeld, 1 Tim. 4 : 14;
6. de kracht tot geslachtelijke onthouding, 1 Cor. 7 : 7;
7. de Geestes- en genadegaven in bijzondere zin, profetie, geloof, bediening, leren, Rom. 12 : 6.
²) Officieel is genomen in de betekenis: „erkend door of uitgaande van het bevoegd gezag". Voor het onderscheid tussen het charismatische ambt en het officiële zie men o.a. in het boek „De Heilige Geest" het artikel van A. Ringnalda „De Heilige Geest in de Nieuwtestamentische profetie".
³) G. HULS, De Dienst der Vrouw in de Kerk, blz. 121.
4) Z. T. DOKTER, „Ambt en Charisma", Woord en Dienst VII (1958), p. 297 v.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 januari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's