Kerkelijk leven in Amerika (7)
Wat is de problematiek die de Amerikaanse kerken dezer dagen bezighoudt ?
HET NEGERVRAAGSTUK.
Het is begrijpelijk dat het vraagstuk van de rassendiscriminatie ook aan de kerken niet voorbijgaat. In het algemeen kan gesteld worden dat de kerken volledig staan achter de integratie-politiek van de Amerikaanse regering, al is er enige oppositie van de gemeenten in het zuiden van Amerika, die zelf midden in de problematiek zitten. Wat de kerken thans bezighoudt is niet zo zeer meer de officiële gelijkstelling van de negers met de blanken, door de recente wettelijke maatregel is deze gelijkstelling formeel een feit. Veel moeilijker is echter te bereiken dat de neger door de blanke als een gelijkwaardige wordt aanvaard. Hiervoor is een verandering van instelling aan beide kanten nodig, die niet met wettelijke maatregelen is af te dwingen. De kerken trachten een leidende rol te spelen in deze ontwikkeling om tot een daadwerkelijke integratie te komen. De gemeenten worden gestimuleerd en vermaand om in het kerkelijk werk de neger op geen enkele wijze bij de blanke achter te stellen, opdat vanuit de gemeenten een heilzame invloed op de samenleving moge uitgaan.
Het negervraagstuk wordt in het bijzonder verscherpt door de felle reacties van de groep blanken, die zich door de integratie direct bedreigd voelen. Deze groep wordt wel de P. W. T. („poor white trash" d.i. de arme witte afval) genoemd, het zijn de blanken die zich qua sociale status op geen enkele wijze van de negers onderscheiden en de voorrechten, die zij uitsluitend op grond van hun huidskleur hadden, nu zien verdwijnen. Het is vooral deze groep, die de beruchte Ku Klux Klan bevolkt en verantwoordelijk is voor de uitspattingen gedurende de laatste jaren. De kerken hebben programma's ontwikkeld om de sociale positie van deze arme blanken te versterken door in meer en beter onderwijs te voorzien. Het klinkt misschien wat vreemd dat er in het rijke Amerika nog armoede heerst, het is toch niet anders, vooral in het zuiden van Amerika wonen er velen in een weinig aantrekkelijke conditie. Ook het z.g. „Anti Poverty Program" (ter bestrijding van de armoede) van president Johnson is bedoeld als verheffing van deze groep (en voor de negers natuurlijk).
Vanzelfsprekend is ook van de kant van de negers aanpassing nodig om tot een daadwerkelijke integratie te komen. Zij zullen dienen te begrijpen dat het verkrijgen van rechten noodzakelijk gepaard moet gaan met de bereidheid tot het aanvaarden van een grotere verantwoordelijkheid. Hieraan ontbreekt het helaas nog al te veel. Vooral ds. Martin Luther King beijvert zich om zijn rasgenoten op hun plichten in deze te wijzen.
HET SCHOOLVRAAGSTUK.
Reeds eerder heb ik erop gewezen dat binnen de protestantse gelederen in Amerika geen eenheid van gevoelen bestaat ten aanzien van de school. De „Christian Reformed Church" en sommige lutherse kerken hebben (evenals de rooms-katholieken) hun eigen scholen. Andere protestantse kerken schuwen een dergelijke oplossing van het schoolprobleem.
De openbare school heeft in oorsprong een protestants-christelijk karakter gehad, maar dit is in de loop der jaren sterk verwaterd. De christelijke elementen die nog resteerden, zijn ernstig in gevaar gekomen door de uitspraak van de „Hoge Raad" in de z.g. „Engel en Schwimp cases", dat op grond van de grondwet het gebed op de openbare school niet geoorloofd is. Hier was nog nooit een probleem van gemaakt, totdat een uitspraak van de „Hoge Raad" werd uitgelokt. Met deze uitspraak is de legitimiteit (wettigheid) van enige referentie (verwijzing) aan God discutabel geworden. Ik heb zelf ervaren hoe gevoelig de situatie op de openbare school geworden is en op de spits wordt gedreven. Toen in de klas van mijn zoontje op één of andere wijze de betekenis van kerstmis ter sprake kwam, stond er prompt een joods jongetje op met de mededeling dat hij niet in Christus geloofde. Het is duidelijk dat hier de ouders op de achtergrond meespelen.
Er bestaat een grote mate van overeenstemming tussen 't schoolprobleem in Amerika en de problematiek die wij op dit terrein in de vorige eeuw gekend hebben. De weg van de eigen christelijke school, gepaard gaande met financiële gelijkschakeling tussen openbaar en bijzonder onderwijs, willen de meeste protestanten in Amerika beslist niet op. Zij menen dat hiermee vooral Rome in de kaart gespeeld zou worden. Er is thans veel meer een pogen om bij de lokale schoolautoriteiten gedaan te krijgen dat in 't schoolprogramma ruimte wordt gelaten voor het volgen van godsdienstonderwijs op vrijwillige basis. Dit onderwijs wordt dan niet op school, maar in de kerk gegeven. In de lokale gemeenschap waarin ik zelf ruim een jaar verkeerd heb, zou dit seizoen met een dergelijk programma gestart worden. Hoewel hiermede het schoolprobleem niet opgelost is, meen ik dat dit initiatief ten zeerste toegejuicht moet worden.
OVERIGE PROBLEMEN.
Ook in Amerika is de vraag van de vrouw in het ambt in discussie. Op de synode van de „Reformed Church" is het een agendapunt sinds 1959. Telkens wordt door de classes in het oosten van Amerika het voorstel tot toelating van de vrouw in de ambten, althans het ouderling-en diakenambt, op tafel gebracht, maar de oppositie van de classes uit de z.g. „mid-west" blijft heel sterk, alhoewel afnemend. De laatstgehouden stemming op de generale synode was 167 tegen en 114 vóór. Een meerderheid van twee-derde is vereist, zodat het er nog niet naar uitziet dat deze toelating van de vrouw binnen afzienbare tijd een feit zal worden.
Een synode-uitspraak die als typisch voor de verhoudingen in Amerika gezien moet worden is de vermaning van de generale synode van de „Reformed Church" om uitgaven voor begrafenissen op een verantwoord niveau te houden. Ook begrafenissen zijn in Amerika in de macht van de reclame gekomen, waardoor de uitgaven die hiervoor gedaan worden tot een voor Nederlandse begrippen ongekende hoogte zijn gestegen. Aan de opbaring van de dode in de z.g. „funeral homes" wordt een overdadige zorg besteed, zelfs in die mate dat de overledene op een opgemaakte pop gaat gelijken. Een vracht van bloemen versiert het geheel, terwijl een receptie in de „funeral home", compleet met „drinks" meer en meer in gebruik komt.
Ik heb er al eens eerder op gewezen dat de Amerikaanse kerken ontzaglijke bedragen opbrengen voor de zending. In het verslag van de synode-vergadering van de „Reformed Church" vond ik dat deze kerk in 1964 meer dan drie miljoen dollar opbracht voor in-en uitwendige zending. En dan te bedenken dat deze kerk „slechts" ruim tweehonderd duizend leden telt, wat overeenkomt met 50% van het ledental van de Geref. Kerken in ons land.
DE Z.G. „FAR-RIGHT".
Bijzondere aandacht wil ik nog schenken aan de zg. „Far-Right" in Amerika, een groep die we aan zouden kunnen duiden als rechtse extremisten. Met name de kandidatuur van Goldwater voor het presidentschap van de Verenigde Staten van Amerika heeft deze beweging nieuw voedsel gegeven.
Wat is de „Far-Right"? Het is een beweging van ultra-conservatisme, die in de uiterst rechtse vleugel van elke kerk of politieke partij in Amerika gevonden wordt. Zij wordt in het algemeen gekenmerkt door een sterke aversie tegen elke vernieuwing, zich met name uitend in een uitgesproken anti communistische gezindheid. In het bijzonder doet de „Far-Right" van zich spreken in enkele organisaties die zich geheel gewijd hebben aan het voeren van anticommunistische propaganda. Op zichzelf genomen hoeft hier niets verkeerds in te steken, ware het niet dat door de aanhangers van deze beweging elke vernieuwing van sociaal-politieke aard als „communistisch" bestempeld wordt.
De „John Birch society" is zo'n uiterst rechtse groepering, opgericht in 1958 door Robert Welch, en hoofdzakelijk politiek georiënteerd. Haar voornaamste activiteit is het geven van commentaar op politieke gebeurtenissen door middel van het uitgeven van vlugschriften en haar orgaan „American Opinion". Heel bekend of berucht als u wilt, is „The Blue Book" van de John Birch society, waarin Robert Welch tracht aan te tonen, dat de Amerikaanse overheid door communisten is geïnfiltreerd. In één van z'n publicaties noemt Welch Dwight D. Eisenhower een communistische agent, samen met Foster Dulles en George Marshall. Recentelijk is Martin Luther King hierbij gevoegd. In New-Orleans heb ik een groot reclamebord langs de weg gezien waarin King werd vertoond, zittend in een klas om, volgens het onderschrift, opgeleid te worden tot communistisch agent. Mij werd verteld dat dit bord door de John Birch society werd gefinancierd.
Zowel op kerkelijk als op politiek terrein beweegt zich „The 20th Century Reformation Hour" van Carl Mclntire, „The Circuit Riders" van Myers G. Lowan, „The Church League of America" van Edgar C. Bundy en „The Christian Crusade" van Billy James Hargis. Deze organisaties beijveren zich, zowel door publicaties, bijeenkomsten als door radio-uitzendingen, om het Amerikaanse publiek te overtuigen van het meer en meer afglijden van de kerkelijke en wereldse overheid naar het communisme.
Binnen de kerken is een zekere ongerustheid ontstaan over de activiteiten van deze organisaties, getuige o.a. de speciale uitgave van het „Reformation Journal", een blad dat nauw verbonden is aan het „Calvin College" in Grand Rapids, waarin een zeer kritische beschouwing gegeven wordt van de motiveringen en achtergronden van het zg. rechtse extremisme. In het volgend artikel hoop ik aan deze publikatie meer aandacht te besteden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's