De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gemeenschap met Christus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gemeenschap met Christus

6 minuten leestijd

Gij zijt nu rein om het woord dat Ik tot u gesproken heb. - Joh. 15 : 3.

In de verzen die voorafgaan aan de tekst waarover ik met u wil nadenken, heeft Christus zich van beeldspraak bediend: Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, die neemt Hij weg en elke die vrucht draagt, die reinigt Hij opdat zij meer vrucht drage". Nu richt Hij zijn woorden persoonlijk: Gij zijt nu rein, zegt Hij. Dat is het bijzondere van Christus (en van de christelijke religie): Hij wendt zich tot de mens persoonlijk. De leerlingen van Jezus behoren tot de tweede groep van de genoemde wijnranken: zij dragen vrucht en de landman reinigt hen om hen nog meer vrucht te doen dragen. Ze worden gereinigd, daarom zijn ze reeds rein. Vanwege de woorden die hun Meester heeft gesproken, zijn de discipelen rein. Hij wees op de noodzakelijkheid van de wedergeboorte (3 : 5); Hij predikte zichzelf als het levende brood (6 : 51), als de goede herder die zijn leven voor zijn schapen stelt (10 : 11), als de weg tot de Vader (14 : 6). Het is als of Hij wil zeggen: het woord waarmee Ik als profeet getuigde, dat Ik als priester uw zonden zou verzoenen, bewerkt dat Ik als Koning over u zal regeren en u zal beschermen.

De discipelen hadden de prediking van Christus gehoord. Er waren er ook geweest die wel zijn woorden hadden vernomen, doch niet gereinigd waren geworden. De verkondiging van Christus werkte niet als een tovermiddel, maar zijn woord werd, dankzij de werking van Gods Geest in hun harten, door de discipelen aanvaard. Dat is het kenmerkende: de discipelen hadden het woord van Christus in geloof aangenomen. „Wie mijn woord hoort en gelooft Hem die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven. Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij". Op dit geloof komt het voor u aan, als u de gezanten van Christus hoort preken in de kerk en ook als u deze overdenking leest. Als u het woord van de dienaren van Christus in geloof hoort, wordt u, evenals de discipelen des Heren, gereinigd!

Vraag u af, of u dit woord reeds ge­lovig hebt gehoord. Het woord van Christus toont ons de onreinheid van ons hart, maar ook het middel ter reiniging. Van nature wil de mens er niet naar luisteren. Duizenden en duizenden willen het evangelie niet eens uitwendig horen. Er staan vele kerken in ons land, maar op tal van plaatsen worden ze al minder bezet (vooral in de grotere steden, waar een zeer groot deel van de bevolking van ons land woont). Hoe verschrikkelijk is het, dat de mens van heden aan de kerken en daarmee aan het getuigenis van de gezanten van Christus voorbijloopt. Hoe vreselijk is dit voor onze westerse beschaving, die totaal ontkerstend, ja volkomen goddeloos dreigt te worden.

Even angstwekkend is het echter als u steeds in de kerkdiensten aanwezig bent geweest, maar de prediking niet hebt aanvaard. U hebt de weg wel geweten, maar die niet bewandeld. Diep bewogen moeten we zijn over de ongelovigheid van de goddeloze wereld en van de schijnvrome kerkgangers. Zij zijn en blijven onrein, omdat zij niet geloofd hebben hetgeen Christus door zijn dienaren sprak.

Hoe gelukkig zijn zij daarentegen die de woorden des Heren ontvingen in geloof, zowel de woorden van veroordeling als die van vrijspraak. Gelukkig de mensen in wier hart het onderwijs van Christus door de werking van de Heilige Geest ingaat en het gehele leven vernieuwt. Zij genieten onuitsprekelijke vreugde en vertroosting: ik was verloren en ben gevonden, ik was dood en ben levend geworden!

God heeft het oordeel geheel aan Christus overgegeven. Hecht daarom waarde aan zijn uitspraak. Wie Hij rein verklaart is rein. Het geloof, waardoor iemand het woord van Christus aanneemt, reinigt het hart. Gods Geest zuivert door middel van de gehoorde prediking het hart van de gelovige van de besmetting van de wereld, van de onreinheid van het vlees, van de zuurde­sem van de eigengerechtigde Schriftgeleerden en de werkheilige Farizeeërs.

Het woord van Christus reinigt het leven. Hoe? Door gelovig voor het woord van Christus te buigen, erkennen we Gods rechtvaardigheid, die in het offer van Christus op Golgotha aan de dag treedt. We gaan Gods heiligheid beminnen en worden daardoor gezuiverd van onze vijandschap tegen God. Het geweten, dat ons aanklaagde vanwege onze zonden, wordt tot rust gebracht, omdat het gereinigd is van dode werken. De christen is verlost van zijn angst en schrik voor God, wijl de hemelse Rechter is voldaan door het offer van Christus. Door de liefde tot God wordt men vrijgemaakt van de heerschappij der zonden. De gelovige hoorder is rein in Christus, de Verlosser van de schuld der zonde.

Intussen bedoelt Christus niet dat de gelovigen in het aardse leven rein zijn van elke smet. Het snoeimes (uit vers 2) blijft nodig. Met de reinheid is de vergeving der zonden bedoeld. God ziet geen zonde meer in hen die in Christus geloven. Hij ziet hen aan in Christus en getuigt dat zij rechtvaardig zijn. Het optreden en de prediking van Jezus waren een getuigenis van Gods zondaarsliefde (3 : 16). Wie dat woord gelooft, is gered van Gods vloek en toorn, die op de overtreder van zijn gebod rusten. Hij is verlost van de heerschappij van de dood.

Geen gelukkiger mens dan wie het woord van Jezus gelooft! Als u, lezer(es) gelooft, - is u welgelukzalig te prijzen! Misschien is u arm; misschien is u ziek; wellicht wordt deze meditatie gelezen door een mens met lichaamsgebreken; wellicht leest een eenzame weduwe, of alleenstaand mens deze overdenking. Hoe beklagenswaardig uw toestand ook mag zijn — als u gelovig is geworden, is u rein. De geweldige betekenis van dat woord kunt u nooit overschatten. Ge zijt geborgen voor tijd en eeuwigheid. U wacht nog een kleine verdrukking, die zeer snel voorbijgaat. Dan zijn wij thuis bij Christus, voor goed en volkomen rein, zonder enige smet of bevlekking.

Wellicht kijken ook mensen, die gezond en welvarend zijn, die temidden van hun vrienden leven, deze meditatie in. Hoe u ook benijd moogt worden door mensen die in minder gunstige omstandigheden verkeren — als u de woorden van Christus niet in waar geloof hebt aangenomen, is u niet te benijden doch te beklagen. Al bezit u geld, mogelijk grote rijkdom — u is niet rein. Al is u gezond, mogelijk zeer sterk — u is niet rein. Al heeft u veel vrienden, mogelijk invloedrijke relaties — u is niet rein buiten Christus! Het leven gaat snel voorbij. Wèg is dan opeens uw kapitaal, want niemand kan in de dood iets meenemen. Wèg is uw gezondheid, wèg zijn uw vrienden; niemand kan ons helpen in Gods gericht. Hoe vreselijk is het als in dat oordeel de uitspraak luidt: „onrein"! Hoort daarom nu nog het woord van Christus!

Er zijn doorgaans niet veel jonge mensen, die meditaties lezen. Maar misschien gebeurt het (per ongeluk) toch een keer. Wel, ik grijp die gelegenheid aan en roep je toe: Rust niet, voordat Jezus van je zegt: Je bent rein! Wees niet tevreden met de goede gedachten die je over jezelf hebt, wees niet tevreden met de goede gedachten die anderen van je hebben, maar luister naar Jezus' woorden, die rein maken.

H. Goedhart

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Gemeenschap met Christus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's