De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De volmacht in de prediking*)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De volmacht in de prediking*)

8 minuten leestijd

I.

Waarde ambtsbroeders,

Vandaag komen wij weer bijeen na de inspanning van de tiendaagse veldtocht. Dat eist het een en ander, zodat enkele dagen van ontspanning meer dan geoorloofd zijn, ja zelfs geboden zijn.

Gedachtig aan het woord, dat vakantie niet niets doen, maar iets anders doen is, waardoor wij het eigenlijke werk weer krachtig aanpakken, mogen wij de wens en de verwachting uitspreken, dat deze contio aan het grote en grootse werk dienstbaar mag zijn.

Het verheugt ons, dat prof. dr. S. van der Linde ons wil inleiden in de vragen van verhoudingen en verschuivingen van reformatie en nadere reformatie, waarbij vooral het positieve en blijvende van de reformatie en de nadere reformatie op de voorgrond zal staan.

Het verheugt ons ook, dat de beide industriepredikanten Van Drenth en Terlouw ons morgen willen informeren over enkele aspecten van Evangelie en Industrie.

Zoals bekend werd prof. Severijn in november in het ziekenhuis te Utrecht opgenomen. De behandelingen die hij daar moest ondergaan, hebben niet dat resultaat opgeleverd, dat zijn familie en wij ervan verwacht, gehoopt en gebeden hadden.

Vóór de kerst is hij uit het ziekenhuis ontslagen, maar niet genezen. Was hij tot plm. 20 december in onzekerheid over de mogelijkheid van zijn herstel, daarna droeg en draagt hij nog de overtuiging rond, dat God zijn leven op aarde gaat beëindigen.

Aan deze overtuiging gaf hij uiting door ons — leden van het Hoofdbestuur — op de eerste kerstavond te laten weten, dat hij ons op maandag 27 december gaarne verwachtte in zijn woning. Aan deze wens hebben wij natuurlijk voldaan.

Dit bezoek is voor ons allen onvergetelijk en indrukwekkend geweest. Hoewel zijn krachten gering waren, zat hij op zijn stoel in de huiskamer. Hij verontschuldigde zich dat hij ons rond de kerstdagen lastig viel, wetende hoe druk deze tijd voor ons was èn voor de omstandigheid dat hij bij de begroeting en het afscheid niet kon opstaan. Dit is hij ten voeten uit, zoals wij hem gekend hebben.

Daarna sprak hij er zijn vreugde over uit, dat hij ons nog eenmaal kon en mocht zien. „Want — zo sprak hij — ik ga sterven! Dit staat voor mij vast. Daarom wil ik u allen nog eenmaal bemoedigen en versterken om aan dezelfde beginselen vast te houden. Daarop gaf God in het verleden zegen en daarop zult ge in de toekomst zegen ontvangen".

In deze woorden lag een overdracht en een opdracht. Een oude vaandeldrager in de goede zin van het woord trad af. Hij mocht het in Gods handen dragen en — wat de kerk en de gereformeerde bond betreft — in de handen van anderen overdragen. Dit aftreden was resoluut. Zolang hij aan onze bond leiding gaf, deed hij dit met overgave en vastheid. Hij verstond de wenk van God. God Zelf deed hem aftreden.

Deze bemoediging en versterking, deze overdracht en de opdracht hebben ons diep ontroerd. Wij allen moesten onwillekeurig denken aan Calvijn, die geteisterd door vele ziekten en zijn einde verwachtend, de collega's van de gemeente van Geneve ontbood. Calvijn zag met diepe geestelijke bewogenheid en ook met nuchtere zakelijkheid de dood onder 'ogen. De toespraak, die Calvijn hield, ontroerde de collega's diep. Met besef voor de verscheidenheid van de situatie van toen en nu, moesten wij steeds denken aan Calvijn. Zelfs in zijn gelaat — magerder dan anders —, in zijn gestalte en in zijn houding viel dit op.

Toen één onzer hem vroeg, of de vrees voor de dood was weggenomen, antwoordde hij voluit bevestigend. Zijn gebed was, dat de Heere hem spoedig zou wegnemen. Zo hebben wij afscheid van hem genomen, één voor één.

Wij lieten hem achter, alleen... met God en zijn gezin In die ogenblikken beseffen wij pas tenvolle hoeveel wij bezig waren te verliezen. Wij hebben geen rechten. Wij hebben alleen God te danken voor het geschenk van dit leven. Het is in strijd met de eer van God en het is in strijd met het leven van onze voorzitter een mens te verheerlijken.

De toestand kan zich van dag tot dag wijzigen. Hij is zeer zwak. Dat wij hem in de voorbede gedenken, nu hij aan de grens van het leven gekomen is.

Het is niet mijn taak u de vele facetten van dit leven te laten zien. Hij is nog bij ons. Het is wel mijn taak de bemoediging en versterking, die hij ons meegaf, aan u over te brengen. De opdracht is door ons aanvaard. Wij dragen deze mede aan u over. Wij hebben een erfenis te bewaren en ongerept over te dragen aan de volgende generatie.

De oudere generatie is grotendeels weggevallen of bezig weg te vallen. Wij denken aan ds. Bolkestein, die op zeer hoge leeftijd overleed. Wat leefde hij mee met ons werk. Wij denken aan de emeriti-predikanten Bouthoorn, Koolhaas en Pop, die allen trouw de gemeenten hebben gediend. Wij denken aan ds. Hoeufft van Velsen, die plotseling werd weggenomen, wij denken aan ds. Koolhaas Jr. die op vooruitgeschoven posten de kerk diende. God ontferme Zich over hun nagelaten betrekkingen.

Laten wij hen gedenken in het zingen van Ps. 103 : 8 en 9.

Gaarne wil ik een inleidend woord spreken over de volmacht in de prediking. Het kan aller waardering hebben, dat de prediking — ook in de bezinning — in het middelpunt van de belangstelling staat. Over het hoe en het wat van de prediking wordt breed en diep gediscussieerd en getheologiseerd, waarlijk niet buiten de bewogenheid van het hart om.

Niemand zal beweren, dat er alleen vragen zijn rondom de prediking maar dat de gehele eredienst hier en daar in de discussie is. Maar het blijkt telkens opnieuw, dat de grondvragen ons stuwen naar de verkondiging van het evangelie. Daar vallen de beslissingen ook ten aanzien van de eredienst. Komen wij in de prediking niet tot klaarheid, dan brengen de veranderingen in de liturgie geen enkele baat. Breken echter in de verkondiging de zegen en de kracht Gods door, dan wordt van daaruit ook de liturgie doorlicht. Maar in ieder geval is de reformatie begonnen bij de prediking.

Dit leert ons de Catechismus door middel van de vraag: Waaruit weet gij, dat onze Heere Jezus Christus ons van God geschonken is tot wijsheid, rechtvaardiging, heiliging en tot een volkomen verlossing? Uit het heilig Evangelie, dat God Zelf eerst in het paradijs geopenbaard, en daarna door de heilige patriarchen en profeten heeft laten verkondigen, en door de offeranden en andere ceremoniën der Wet laten voorbeelden, en ten laatste door Zijn eniggeboren Zoon vervuld. (Heid. Catechismus vraag en antwoord 19).

Het evangelie komt van boven, van God. Hij heeft het geopenbaard. Daarmee is het Evangelie op deze aarde gebracht en zal er altijd blijven. Van paradijs tot paradijs zal dit evangelie voortgaan, doorlichtend de tijden en de plaatsen van God uit door Zijn Woord. Dit Woord is onder geen enkele menselijke noemer te vangen en te vatten, want God openbaart het aan wie Hij wil en wanneer Hij wil. God openbaart het aan de rand van het verloren paradijs aan twee mensen, die wegzinken onder het oordeel. Met dit werk is God voortgegaan. De kerk bestaat van het begin der wereld tot het einde. Christus is nooit zonder onderdanen geweest. Deze daad van God geeft aan het Evangelie haar lengte en haar breedte. Zij stelt de katholiciteit van de kerk.

Let op haar lengte. Het Evangelie leeft niet bij de gratie van de tijd, maar omgekeerd de tijd bij de gratie van het Evangelie. Niet de tijd bepaalt het Woord, maar het Woord bepaalt de tijd. Niet de tijd maakt het Evangelie vol-of leeg maar het Evangelie vult de tijd van paradijs tot paradijs. Niet het Evangelie heeft zich aan te passen aan de tijd, maar de tijd hangt aan het Evangelie. Het Evangelie is openbaring Gods, dat aan de eeuwen gestalte geeft.

Laat ons dit bedenken ook in de vragen van Evangelie en tijd. Het Evangelie én de prediking daarvan is niet, dient althans niet tijdloos te zijn, maar de tijd is geen constituerende factor in het Evangelie, maar het lege omhulsel, dat gevuld wordt met God en Zijn Woord; de heirbaan, waarlangs God schrijdt van vervulling tot vervulling.

De rechte tijd is de heilstijd, waarin Gods daden plaatsvinden. Waar deze daden Gods niet worden gekend of verworpen, doet de verwording en de zinloosheid haar intrede. Wij hebben overvloedig aanleiding dit in onze tijd op te merken.

De eerste prediker van het Evangelie is God. Hij is ermee begonnen en gaat er mee door tot de jongste dag. Dat is Zijn macht. Zijn volmacht' (exousia). Het is de volmacht van buitenaf, aan niemand dan aan Zichzelf ontleend; onvergelijkelijk, omdat Hij God is, met niemand valt te vergelijken, aan niemand verantwoording schuldig is. Zijn macht heeft geen voorganger en geen opvolger, want het is Zijn scheppende macht. Daarom komt Hem alleen toe de volstrekte macht over hemel en aarde.

Wordt vervolgd.

  *) Openingswoord van de Contio van Hervormd-Gereformeerde predikanten te Woudschoten op maandag en dinsdag 3 en 4 januari 1966.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De volmacht in de prediking*)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's