De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

9 minuten leestijd

KERK EN WERELD.

De Kamper hoogleraar Prof. Dr. H. N. Ridderbos wijdt in de bekende rubriek „Van Week tot Week" in het Geref. Weekblad (Uitgave Kok, Kampen, 31 dec. 1965) enkele beschouwingen aan het vraagstuk van de verhouding van kerk en wereld, het probleem van de secularisatie. Hij meent dat het punt in kwestie is, dat wij vaak niet meer de harmonie weten te vinden tussen het woord uit Joh. 3 : 16 : „Alzo lief heeft God de wereld gehad " en dat andere woord van de apostel Johannes, dat wij de wereld niet zullen liefhebben. Het eerste - zo schrijft Ridderbos - kunnen velen vandaag beter honoreren dan het tweede. Het universele dreigt het antithetische te verslinden. Maar we zullen, willen we getrouw zijn aan de Schrift - ook het „niet liefhebben" moeten honoreren. Niet dat er in deze twee woorden een tegenstrijdigheid zit. Verre van dien. En nooit mogen we de ene tekst tegen de andere uitspelen. In beide tekstwoorden ligt een aanwijzing voor het leven van de kerk in de wereld.

Wij zijn aan de wereld gebonden omdat wij aan Christus zijn gebonden. Want God heeft in Christus de wereld liefgehad. Het wil ook zeggen, dat wij aan de wereld niet gebonden kunnen zijn buiten Christus. Want God heeft de wereld in Christus liefgehad, omdat ze buiten Hem verloren gaat. En daarom is ons buiten Christus geen liefde tot de wereld toegestaan. Wij worden er zelf voor gewaarschuwd.

Wat dit alles voor de kerk betekent, voor „onze" kerk en voor deze kerk, is niet in een enkel woord samen te vatten. Niet omdat het zo onduidelijk is, maar omdat het zo veel is. Een kerk, die de wereld niet meer ziet onder het gezichtspunt van Christus, is een kerk die het werk van haar Heer verloochent. Want Hij lag in onze kribbe, in de kribbe van de wereld en zijn kruis is geplant in de aarde van deze wereld en vóór deze wereld. Daarom is hetgeen God met de wereld deed en over de wereld dacht en denkt zo oneindig veel milder, vriendelijker, royaler dan er in de kerk dikwijls over gedacht wordt. En wie tegen deze mildheid, royaliteit en vriendelijkheid opponeert, moppert en wie erop beknibbelt, is geen navolger van God. Want Hij wil daarin ook niet alleen door ons erkend zijn, maar ook nagevolgd, als — in die gedaante — door Hem geliefde kinderen.

Maar het uitgangspunt van dat denken over en verkeren in de wereld is niet de wereld, maar is Christus. En daar komt alles nu maar op aan. Het grote gevaar dat de kerk in de wereld bedreigt is dat zij haar uitgangspunt In het patroon van de wereld neemt en zich afvraagt, hoe Christus daarin onder te brengen is. En met de mens staat het niet anders. De mensen, het ware menszijn, de mens-wording staat in grote sectoren van de tegenwoordige theologie zo centraal, dat er voor God slechts plaats is voorzover Hij helpen kan de mens mens te doen worden. Dat is gelijkvormig worden aan deze wereld, niet maar in zeden en gewoonten, maar in het meest centrale van het schema van de tegenwoordige wereld, waarin God hij de mens wordt ondergebracht en alle gezichtspunten, óók in de religie, óók in de ethiek, óók in de beschouwing van de toekomst, een radicale wijziging ondergaan.

We menen dat Ridderbos hier terecht de vinger legt bij een zieke plek in het kerkelijk en theologisch denken. Denken vanuit de mens, vanuit de wereld, of dat nu de vrome mens is, of de „kerkelijke" wereld of de humanist... het brengt ons altijd weer op een dwaalspoor. Het geloof leeft uit en bij het Woord van onze God. En dat geloof overwint de wereld. Nogmaals citeren we Ridderbos.

Het zal altijd weer de taak van de kerk zijn zichzelf op déze vraag te onderzoeken. Want er is in de wereld maar één ding dat de wereld kan overwinnen. Het is het geloof, dat geleerd heeft alle dingen te zien, onder het gezichtspunt van hetgeen God in Christus gedaan heeft en nog doen zal en niet omgekeerd God te beschouwen onder het gezichtspunt van de mens en wat binnen de perken van het menselijke denkbaar en mogelijk is. Zo alleen zullen wij zelf niet sterven aan de wereld in ons en buiten ons en genezen worden aan God. Zo alleen zullen wij onze kracht niet weten in de angstvalligheid van te houden wat wij menen te hebben maar in hetgeen God ons leren en geven wil op de weg naar zijn toekomst. Want ook de vrees is uit de mens, maar de moed is uit de Heer. Er wordt, niet alleen bij ons, maar overal gevreesd voor de toekomst van de kerk, omdat zij terrein verliest aan de wereld, hetzij omdat men vindt, dat zij al te werelds, hetzij omdat men vreest, ' dat zij on-werelds is geworden en niet meer bij de tijd is. Het kan en zal wellicht beide waar zijn. Maar de eigenlijke vraag laat zich aan deze aan de wereld ontleende categorieën niet uitdrukken. De eigenlijke vraag is of de kerk aldus uit haar levenswortel gevoed wordt, dat zij om Gods wil de wereld niet prijsgeeft en nochtans haar schema niet aan de wereld ontleent, maar aan hetgeen God met en in de wereld in Christus gedaan heeft en in Hem doen zal.

SLOTBESCHOUWING VAN HET CONCILIE.

In „Hervormd Nederland" heeft prof. dr. A. J. Bronkhorst op bezonnen en ter zake kundige wijze week aan week commentaar geleverd op de discussies en de besluiten van het tweede Vaticaans concilie. In het nummer van 8 januari geeft hij een slotbeschouwing. Bronkhorst citeert in dit verband onder meer een uitlating van de bekende r.k. theoloog, prof. dr. Hans Küng, die op een persconferentie verklaard heeft dat Thomas van Aquino eigenlijk de grote afwezige van het tweede Vaticaanse concilie geweest is. Het belangrijkste pluspunt is volgens Bronkhorst de nieuwe geest die tijdens het concilie binnen de r.k. kerk is ontstaan. In aanduidingen geformuleerd: Minder centralistisch, meer collegiaal; minder scholastiek, meer bijbels-existentieel, minder zelfverzekerd, meer oecumenisch, minder introvert, meer op de wereld gericht.

Een eerste stap — aldus Bronkhorst — in de richting van een wezenlijke Bijbelse hernieuwing. Een stap, waarover we als reformatorische christenen ons verheugen moeten.

Ik zou er aan willen toevoegen: De toekomst — na Vaticanum II — zal moeten duidelijk maken of er inderdaad reden tot vreugde is. Is de nieuwe geest die uit zovele uitlatingen van de nieuwe theologie spreekt inderdaad zo „bijbels-existentieel? " Dat blijft vooralsnog een vraag. Zeker, we mogen ons verheugen over de grote aandacht die er is voor de Schrift, voor de Bijbelse theologie en de exegese. Het is evenzo verblijdend dat het scholastieke begrippenarsenaal in verschillende opzichten prijsgegeven wordt, maar de vele onklaarheden die er bestaan inzake de interpretatie van de oude leerstellingen laten genoegzaam zien, dat hier niet alleen reden tot juichen is. Daar komt bij, dat wanneer men zich op de hoogte stelt van de r.k. bijbelwetenschap en ontdekt hoe groot b.v. de invloed van Bultmann is, hoe allerlei critische beschouwingen en geluiden t.a.v. Oud-en Nieuwtestament zich laten horen, er aanleiding is voor de verontrustende vraag: Waar loopt dit op uit? Op een Bijbelse vernieuwing of op een nieuwe vrijzinnigheid? Met het parool: Vernieuwing — een parool dat heden ten dage schering en inslag is — is niet alles gezegd. Men kan er op zichzelf alle kanten mee uit en het blijkt dan lang niet altijd hetzelfde te zijn als „reformatie".

Trouwens de slotbeschouwing die prof. dr. Bronkhorst geeft laat zien dat Vaticanum II ook op vele punten een compromis betekent. Bronkhorst merkt in dit verband op, nadat hij gewezen heeft op de nieuwe geest binnen de r.k. kerk, die op het concilie openbaar kwam: Toch zou het niet juist zijn om alleen in deze toonaard over het concilie te schrijven. Want er was niet alleen een meerderheid er was ook een minderheid. Misschien klein in aantal (15%) maar taai en machtig door haar belangrijke posities binnen de curiale organen. En door de invloed, die zij iedere keer weer opnieuw op paus Paulus VI bleek té kunnen uitoefenen. Die verlangde, dal de concilieteksten met zo groot mogelijke eenstemmigheid zouden worden aangenomen en ook dat de schijn van een overstag gaan, van een breuk met vroegere opvattingen binnen de kerk, zo veel mogelijk zou worden vermeden.

Deze houding heeft tot gevolg gehad dat verschillende concilieteksten een sterk compromiskarakter dragen. Zij heeft ook tot gevolg gehad, dat verschillende belangrijke onderwerpen van de concilie-agenda moesten worden afgevoerd. Over het huwelijk en celibaat, gemengd huwelijk en verantwoord ouderschap kwam het concilie niet tot beslissingen en de zorg is groot, dat de pauselijke commissie over deze vragen tot sterk reactionaire resultaten zal komen. De merkwaardige manipulaties van „hogerhand" in de laatste conciliedagen zijn voor zeer velen een „bittere pil" geweest. En de wijze, waarop het debat over de aflaten in de vierde zittingsperiode plotseling werd afgebroken, heeft ook vele concilievaders diep teleurgesteld.

Toch, tijdens de laatste conciliedagen overwoog in de officiële concilie-kringen, bij bisschoppen en waarnemers, het optimisme. Terecht? Het trof mij, hoe het juist r.-k. journalisten waren, die in de laatste weken uiting gaven aan hun grote teleurstelling. Of aan hun zorg over de crisis, waarin de R.-K. Kerk h.i. geraakt was.

Het is tenslotte geen kleinigheid om uit de middeleeuwen de 20ste eeuw binnen te stappen. Vooral niet als men het dan eigenlijk nog maar aarzelend en halfhartig doet. Dat vele jonge priesters met hun eigen positie binnen de R.-K. Kerk eigenlijk niet meer goed raad weten en dat vele traditionele gelovigen er helemaal weinig meer van begrijpen verbaast me dan ook niet. Hinken op twee gedachten, op de glans van het verleden enerzijds, de openheid voor de toekomst anderzijds, op de genuin-katholieke visies enerzijds, de specifiek-roomse inspiratie anderzijds, op een bijbels-heilshistorische bezieling enerzijds, een traditionalistisch-scholastiek begrippenapparaat anderzijds, is nu eenmaal vermoeiend en teleurstellend.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's