De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerkelijk leven in Amerika (8)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerkelijk leven in Amerika (8)

9 minuten leestijd

Het programma van de „Far-Right".

Wat wil de „Far-Right" eigenlijk bereiken in Amerika, wat is haar program? Deze vraag is niet zo eenvoudig te beantwoorden, althans niet in positieve zin. De „Far-Right" is het vrijwel geheel oneens met het Amerikaanse regeringsbeleid en beijvert zich hartstochtelijk om aan te tonen dat tot de hoogste regionen toe de Amerikaanse overheid door communistische agenten is geïnfiltreerd. Elke poging van de regering tot een herziening van de politieke en maatschappelijke situatie, wordt met het odium „communistisch" gebrandmerkt en zodanig als uiterst verdacht voorgesteld. Zowel de „civilrights" beweging, (voor gelijke burgerrechten der negers) de poging van president Kennedy tot herziening van de verhouding met Rusland, als de herziening van de belastingwetgeving wordt voorgesteld als geïnspireerd door agenten van Moskou, die in de verschillende departementen van de Amerikaanse regering aan de touwtjes trekken.

Mijn eerste reactie op de kennisneming van dit soort berichtgeving was een schouderophalen. Later heb ik begrepen, vooral tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen in 1964, dat Amerikanen uiterst gevoelig zijn voor dit soort publicaties. We hebben ook te bedenken dat de moord van president Kennedy door de communist Lee Oswald, zeker aanvankelijk, de geloofwaardigheid van een Russische actie in Amerika aanzienlijk heeft doen stijgen. De „Far-Right" heeft dit gebeuren overigens gretig aangegrepen als een bewijs voor de geldigheid van haar stellingen.

De kandidaatstelling van de conservatieve senator Barry Goldwater voor het presidentschap van de Verenigde Staten, was een nieuwe kans voor de rechtse „ultra's" om door de steun van zijn kandidatuur bekendheid aan hun ideeën te geven. Goldwater, hoewel naar mijn weten niet tot één van in het vorige artikel genoemde organisaties behorend, begon zijn campagne met een heel merkwaardige zet, door in zijn „acceptance - speech" (ontvangst - toespraak) de stelling te verkondigen dat extremisme in de strijd voor het behoud van vrijheid geen afkeuring verdient. Dit was koren op de molen van de rechtse extremisten, maar deed een golf van verontwaardiging ontstaan binnen de republikeinse partij. Goldwater heeft zich later in allerlei bochten moeten wringen om de scherpte van zijn stelling te verzachten, maar door het geven van een reeks van tegenstrijdige commentaren werd alleen maar een grote verwarring gesticht die aan zijn campagne bepaaldelijk niet ten goede is gekomen.

„None Dure Call It Treason"

Een pocketboek dat in miljoenen exemplaren is verspreid tijdens de verkiezingscampagne, is „None Dare Call It Treason" (niemand durft het verraad te noemen) geschreven door John A. Stormer. Hoewel dit boek niet door een bepaalde organisatie is uitgegeven, werd het door de „Far-Right" op ruime schaal verspreid. Mcintire wijdde er zelfs een preek aan. Om een inzicht te geven in de wijze van argumentering door de „Far-Right" zal ik enkele saillante (treffende) passages uit dit boek releveren.

Op dramatische wijze wordt getracht aan te tonen dat de Verenigde Staten spoedig de koude oorlog zullen verliezen. De Russen hebben geen echte oorlog nodig om de wereldheerschappij te verkrijgen, immers de koude oorlog geeft precies wat ze hebben willen. Na de tweede wereldoorlog was Rusland een derderangs mogendheid in militair en industrieel opzicht. En nu? Rusland is gegroeid tot een macht, die één miljard mensen onder controle heeft en dan te weten dat de Verenigde Staten in de tussentijd 600 miljard dollar heeft uitgegeven om het communisme te bestrijden en vijftig duizend Amerikanen hun leven verloren in de koude oorlog.

Als men niet beter weet, zou men door zo'n verhaal erg onder de indruk kunnen komen. Wat mijnheer Foster echter niet vermeld, is, dat hij onder zijn één miljard mensen ook de inwoners van communistisch China begrepen heeft. Het is bepaald niet waar dat Rusland de „slave-master" (overheerser) van dit land is. Bovendien is de greep van Rusland op Oost-Europa beslist minder dan in de jaren vlak na de tweede wereldoorlog.

Dat de Verenigde Staten het nu zo goed gedaan hebben in de buitenlandse politiek in de afgelopen twintig jaar zou ik niet graag willen beweren. Maar wat Foster er van maakt gaat werkelijk de perken te buiten. Hoe is het mogelijk, zo vraagt Foster zich af, dat Rusland, een natie die niet eens in staat is om zijn eigen mensen van voldoende voedsel te voorzien, toch langzamerhand een mogendheid van betekenis is geworden? Dat is heel simpel te verklaren. Immers de communistische wereldrevolutie is van begin af aan voor het grootste deel door Amerikaans kapitaal gefinancierd. Lenin en zijn opvolgers hebben, soms bewust, soms onbewust, de steun van het Amerikaanse departement van buitenlandse zaken gehad. Elk communistisch land in de wereld „literally has a „Made in the U.S.A." stamp on it" (draagt letterlijk het stempel: „Gemaakt in de Verenigde Staten"). Natuurlijk zitten de knappe jongens in Moskou, maar zij worden vanuit de U.S.A. gesteund, zowel door overtuigde communisten, als door vele goedwillende, maar verblinde amerikanen, die socialistische ideeën aanhangen en werken voor een goede sociale wetgeving, civil rights etc. Hoe is het mogelijk, zo vraagt Foster, dat zovele Amerikanen, die toch van huis uit rasechte individualisten zijn, zonder bezwaar aanvaarden dat hun belastinggelden gebruikt worden voor zg. „foreign aid" (buitenlandse hulp), terwijl het ene land na het andere in de greep van het communisme komt. Dat komt, aldus Foster, omdat ook het onderwijs en de kerken door communistische ideeën zijn aangestoken en daardoor de Amerikanen van jongs af aan in een communistische gedachtenwereld verkeren.

Maar er is nog hoop, al is Rusland met de verovering van Cuba gekomen in de laatste fase van zijn plan tot wereldbeheersing. Het hangt van de Amerikanen zelf af. Zij moeten hun ogen openen voor de grote gevaren die hun land en de wereld bedreigen. Zij kunnen niet beter doen dan zich aan te sluiten bij de conservatieve anti-communistische groepen, zoals de John Birch Society, het lezen van de publicaties van deze organisaties en te luisteren naar bepaalde radioprogramma's, zoals de „Christian Crusade" (de christelijke kruistocht) van Hargis en „The 20th Century Reformation Hour" (Het reformatorische uur van de 20e eeuw) van Carl Mcintire.

Het Evangelie van Mcintire.

Naast het politieke terrein beweegt Mcintire zich in hoofdzaak op kerkelijk terrein. Met name keert hij zich tegen de „National Council of Churches", de Amerikaanse afdeling van de Wereldraad van Kerken. Mcintire is behalve voorzitter van de I.C.C.C, ook de leider van de amerikaanse afdeling van deze raad, de „American Council of Churches". Wat beweegt Mcintire? De rode draad die door zijn publicaties en zijn dagelijkse radio-uitzendingen loopt, is het geloof in het recht van een absolute vrijheid voor het individu. Met reden is hier het woord „geloof" gebruikt, want voor Mcintire is dit recht tot vrijheid, het essentiële van wat de Bijbel ons leert over het leven van de mens in maatschappelijk verband. Voor Mcintire is er geen tussenweg tussen individualisme en collectivisme. We hebben te kiezen tussen één van beide. Individualisme en collectivisme kunnen net zo min samengaan als Christus en de Anti-Christ, aldus Mcintire.

Elke aantasting van het absolute eigendomsrecht van de individu en van de volkomen concurrentie wordt door Mcintire als communisme veroordeeld. Vandaar zijn scherpe kritiek op de Amerikaanse regering, met name op de werkgelegenheidspolitiek en de gelijke berechting van de negers, op het werk van de Verenigde Naties en de „verantwoordelijke maatschappij" van de Wereldraad van Kerken.

Nu zou men nog vrede kunnen hebben met Mcintire's puur liberalistische ideeën, ware het niet dat hij deze ideeën kortsloot met het evangelie Gods. Zijn strijd krijgt daardoor een absoluut karakter en laat geen enkele ruimte open voor zelfkritiek. Elke organisatie die niet Mcintire's ideologie in haar vaandel voert, wordt als ontrouw zijnde aan het Evangelie veroordeeld. Deze lijn wordt ook doorgetrokken tot de personen die op één of andere wijze tot één van deze organisaties in relatie staan. Billy Graham kreeg een uitbrander, omdat hij samenwerkte met predikanten wiens kerk lid is van de Wereldraad, dr. Martin Luther King is een communist omdat de gehele „civil-rights" beweging communistisch geïnspireerd is en ook wijlen Dulles krijgt een soortgelijk predicaat omdat hij eens aan de Wereldraad verbonden was. Protest-bijeenkomsten werden georganiseerd dit jaar in Miami (Florida) tijdens het Wereldbaptistencongres in deze plaats. Er waren nl. vertegenwoordigers uit Rusland aanwezig op dit congres en volgens Mcintire is iedere Rus die vrij zijn land verlaten mag, per definitie een communist. Actieve aanhangers van Mcintire verspreidden tijdens het congres pamfletten waarin 't doopceel van de aanwezige russen uitvoerig gelicht werd. Toen president Johnson in het begin van dit jaar de nieuwe russische leiders uitnodigde naar Washinton te komen, volgde onmiddellijk een protest van Mcintire, waarin hij stelde dat de politiek van vreedzame coëxistentie en samenwerking met communistische overheden, die volledig antichristelijk zijn en toegewijd tot de vernietiging van de menselijke vrijheid en de kerk van Christus, een immorele dwaasheid is. Als de dictators uit Rusland naar de U.S.A. zouden komen, zou Mcintire alles doen wat in zijn macht is om deze rode agenten van de Satan voortdurend lastig te vallen en ze geen rust te geven vóórdat ze de Amerikaanse grond verlaten hadden. We zouden u nog een reeks van voorbeelden van Mcintire's optreden kunnen geven, we laten het hier echter maar bij.

Het hoeft geen betoog dat het optreden van Mcintire niets meer met christendom te maken heeft. Velen in Amerika zien in zijn actie een gevaar voor de kerk. Met name de wijze waarop hij - de Bijbel voor zijn ideeën gebruikt baart zorgen. Het meest frappante voorbeeld daarvan is zijn uitleg van het Bijbelgedeelte waarin gehandeld wordt over de in gemeenschappelijk bezit levende eerste christengemeente. In Handelingen 4 : 32 staat: En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk" en even verder „en er was grote genade over hen allen". Wat maakt Mcintire hiervan? Omdat alle bezittingen met elkaar gedeeld waren, ging het fout in de eerste christengemeente. De enige reden dat wij deze episode in de Bijbel vermeld vinden, is om de toekomstige lezers te waarschuwen tegen zulk een kwaad. Ananias en Saffira deden ook niet door hun verraad de éénheid der gemeente te niet, hun verraad was geboren uit het kwaad waarin de gemeente leefde.

Prof. Smedes, hoogleraar aan het Calvin College te Grand Rapids, zegt over Mcintire dat hij een huwelijk geforceerd heeft tussen de orthodoxe theologie en een heidense ideologie. Het is onmogelijk om „één vlees" te maken van individualisme en het woord van God, ze zijn beide onverenigbaar. Onder de vlag van het Evangelie Gods brengt Mcintire de sociale filosofie van de franse revolutie. Zijn conceptie (gedachtengang) is even anti-christelijk als het marxisme en moet daarom als een vals evangelie veroordeeld worden.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kerkelijk leven in Amerika (8)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's