De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Milddadigheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Milddadigheid

7 minuten leestijd

Het is zaliger te geven dan te ontvangen. Handelingen 20 ; 35.

In de weken tussen Kerstfeest en de Lijdenstijd mediteren we bij voorkeur over wat de Heiland deed en sprak toen Hij op aarde was. Thans wil ik een uitspraak van de Here Jezus met u overdenken die niet in de evangeliën voorkomt. Ze is ons door Paulus medegedeeld in zijn afscheidswoord tot de oudsten van Efeze.

Onze eerste reactie op deze tekst is tegenspraak. Ieder krijgt graag iets. Iets ontvangen bezorgt ons een prettig gevoel. Ongemerkt hebben we het gezegde van Christus veranderd in: het is beter te geven dan te ontvangen. De spreuk luidt echter: te geven is zaliger. Ook ontvangen kan zalig zijn, het kan nl. betekenen niet te trots zijn om zich te laten bedienen. Geven is echter zaliger. Ontvangen kan tenslotte iedereen. Krijgen en nemen (in het Grieks is dat hetzelfde woord!) behoort tot de laagste vermogens van de schepselen. Een zelfzuchtig mens neemt, een verwend kind wil altijd iets krijgen, een roofdier grijpt. Geven is daarentegen een activiteit die behoort tot een hogere orde.

In het Nieuwe Testament komen we het woord geven veelvuldig tegen. Geen wonder: geven is de daad van de liefde. De liefde wordt in de Heilige Schrift realistisch opgevat. Ze wordt niet zozeer beschouwd als een gezindheid, maar meer als een daad, nl. geven. „Stel, dat een broeder of zuster gebrek heeft aan kleding en aan dagelijks voedsel, en iemand van u zegt tot hen: gaat heen in vrede, houdt u warm en eet goed, zonder hem echter van het nodige voor het lichaam te voorzien, wat baat dit? " (Jak. 2 : 16). „Wie nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem? " (1 Joh. 3 : 17). Heel wat zelfbedrog in het godsdienstige leven en heel wat voorgewend geloof is daaraan te kennen, dat de milddadigheid ontbreekt, zodat men weinig of niets voor de naaste over heeft. Laat ieder op dit punt bij zichzelf eens een onderzoek instellen.

In het Nieuwe Testament (vooral in het evangelie naar Johannes) wordt geven toegepast op Christus, die de Gegevene van de Vader is. Hierin is de liefde van God jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. Letten we er nog wat scherper op, wat dit geven van God betekent. De mens die goed, naar Gods beeld, is geschapen, is door de zonde verdorven. Overtreders zijn we geworden van Gods geboden. God hatend en de naaste liefdeloos bejegenend. Om zulke ontaarde wezens te redden, zond God zijn Zoon. Dit was de gave van de hoogste liefde. Gode zij dank voor zijn onuitsprekelijke gave! Door dit geschenk van God ontvangt de berouwvolle overtreder vergeving van zonden, rechtvaardiging en vrede. Alleen door Gods liefde is de weg tot de Vader voor schuldenaren ontsloten. God heeft niet alleen zijn eigen eer gezocht. Zijn eer zou ook bevorderd worden door ons verderf, waardoor zijn rechtvaardigheid en heiligheid zouden uitblinken. God heeft zijn Zoon niet gespaard om zó naast zijn eigen eer, die vóór alles gaat, het heil van mensen te bewerken. In de openbaring van Christus toont God op het heerlijkst hoe Hij is. GOD IS LIEFDE. Gods eigenlijke werk is geven. Zo is God van Zichzelf. Als God straft, gebeurt dat niet omdat God dit nu eenmaal gaarne doet, maar omdat de mens zich aan Gods majesteit heeft vergrepen. Als Gods werk niet van buiten wordt beïnvloed bestaat het in geven! Hij schenkt aan zijn schepselen het leven, het licht, de vreugde, de waarheid. De mens nu die door Christus met God is verzoend, leert geven, met andere woorden: in de begenadigde mens vertoont zich het herstelde beeld Gods. In zijn ondoorgrondelijke goedheid vernieuwt God hen die in Christus geloven, naar zijn beeld. Dit uit zich o.a. in liefde, dus in geven.

Toen Christus, die het Beeld Gods is, in de wereld kwam was Hij de levende commentaar op zijn eigen woord: Het is zaliger te geven dan te ontvangen - Hij gaf zichzelf! God verbindt door het geloof goddelozen met Christus en leert hen Hem na te volgen. Dit is het wat wij voor ons geestelijk welzijn no­dig hebben. Als u al maar roept: „Och, mocht ik Jezus maar eens leren navolgen", volbrengt u niet de wet der liefde, verloochent u uzelf niet en draagt u het kruis niet achter Jezus. Wij zullen moeten leren naar Bijbelse trant meer waarde te hechten aan „doen" dan het onder ons gebruikelijk is. Wij moeten achter Christus aankomen, die ijverde voor het huis van God en die de armen niet verachtte (denk b.v. aan de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus).

Het leven van wie mildheid beoefent vertoont goddelijke trekken. Geven is zalig. Gods goedkeuring wordt door de milddadigen ondervonden. In het gericht somt Christus op wat de zijnen gegeven hebben, brood aan de armen, verzorging aan de zieken, enz. Dat is aan Hem gedaan voor zover het één van zijn minsten betrof. Wij mogen ons geld niet in onze portemonnee houden, omdat we nog voortdurend op zoek zijn naar echte christenen, die onze weldaden waard zijn. We behoren in het algemeen vrijgevig te zijn, dan bereikt onze mededeelzaamheid ook wel de huisgenoten des geloof s, die we vooral moeten weldoen.

In onze tijd komt dit Schriftwoord tot ons met een klemmende urgentie. Wij bezitten zo veel. De jongeren die in deze tijd zijn opgegroeid, vinden onze levensstandaard doorgaans heel gewoon. Vergelijk echter eens onze omstandigheden met die in de „achtergebleven gebieden". De ouderen denken aan een dertig jaar geleden:1935 was het dieptepunt van malaise en werkloosheid. Hoe welvarend de meeste mensen echter ook zijn — bijna niemand verstaat meer de kunst van het geven. Onder het motto „er wordt zo veel gevraagd", geven wij zo weinig! Hoe hoger ons inkomen wordt, des te minder kunnen wij voor anderen missen. Intussen stijgen onze ontevredenheid en gevoelloosheid. Zelden was de maatschappij in grotere geestelijke en zedelijke nood dan heden, nu we in de welvaart zowel inspanning als milddadigheid afleerden. Onze behoeften stijgen met ons inkomen, onze begeerten stijgen sneller dan beide!

Ook de christen die nauwelijks van enig geld afstand kan doen, is beklagenswaardig. Hij verkeert in gevaar met de wereld onder te gaan. Men zegt wel eens: De kerk bedelt altijd. Ik antwoord: Gelukkig voor u, die bij de kerk hoort! Zo kunt u weer leren offeren. U moet behoed worden voor gierigheid en krenterigheid. Een christen dient te geven, wil hij waarlijk blijven leven. Is u niet in staat veel geld te geven, noch voor de naaste, noch voor de kerk? Immers niet allen delen in de welvaart; wij denken b.v. aan vele gepensioneerden en ongeschoolde arbeiders. Het zij uw ondervinding dat God zorgt voor de zijnen, ook wanneer de mensen hen schandelijk vergeten. Laten wij verder bedenken, dat men meer geven kan dan geld alleen. En tenslotte: met een gering bezit kan men vrede genieten in het hart, ja zelfs een vreugde, groter dan van hen die in een welvaartsstaat auto's kopen en televisietoestellen aanschaffen en zich verwerven al wat hun hart bekoort. Nog kunnen de woorden van de dichter worden nagezegd: Gij hebt m' in 't hart meer vreugd' gegeven, dan anderen smaken in een tijd als zij door aards geluk verheven, bij koorn en most wellustig leven in hunne overvloed verblijd (Ps. 4:4)

H. Goedhart

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Milddadigheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's