De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

10 minuten leestijd

Ds. G. C. Tromp, Het Bidden der Gemeente, Serie: Practisch Theologische Handboekjes, nr. 25, ing. 176 blz., 1964, Boekencentrum, 's-Gravenhage.

Ds. Tromp heeft een mooi boekje geschreven over het gebed. Het is in het bijzonder bestemd voor hen, die verantwoordelijkheid dragen voor het gebedsleven der gemeente en verder voor allen, die zich willen verdiepen in de mogelijkheden van het gebed.

De indeling is duidelijk. Hoofdstuk 1 handelt over de gemeente en haar roeping tot het gebed. Hoofdstuk II over het wezen en de functie van het gebed. Hoofdstuk III over de inhoud van het gebed, hoofdstuk IV over het gebed buiten de eredienst, hoofdstuk V over het gebed van de vergaderde gemeente, hoofdstuk VI over de verhoring van de gebeden; hoofdstuk VII over de moeilijkheden rondom het gebed, terwijl hoofdstuk VIII de bespreking besluit met de verantwoordelijkheid van de kerkeraad.

Ds. Tromp geeft bijzonder veel. In een aanhangsel zijn de verklarende aantekeningen gegeven met de opgave van de bronnen. Dat zijn er vele, waaronder zeer lezenswaardige. Ds. Tromp heeft deze niet alleen geciteerd, maar ook doorgewerkt. Treffend is, dat hij de Bijbelse woorden vanuit hun grondbetekenis ophaalt en ze in grotere verbanden plaatst. De eigen plaats van de psalmen komt naar voren. Het is merkwaardig hoe de psalmen bij de zending onder de heidenen er in gaan en deze heiden-christenen in deze psalmen als de gebeden bij uitnemendheid hun eigen leven terugvinden. Er zijn vele boeken over het gebed. Maar het boek van Ds. Tromp neemt daarin een eigen waardevolle plaats in. Niet voor niets heet dit boekje: Het bidden der Gemeente.

De gedachte van de gemeente heeft ds. Tromp zo te pakken, dat hij in de gehele Schrift van de gemeente tot het individu wil komen en niet omgekeerd. Daarmee is — dacht ik — niet alles gezegd. In de gemeente in de brede zin van het woord zijn er velen — ook in het Oude Testament — die niet alleen de vreze des Heren niet kennen, maar deze ook tegenstaan. Hier spreken allerlei theologische achtergronden mee, die minstens voor discussie en soms voor tegenspraak in aanmerking komen. Dit komt o.a. uit, wanneer de schrijver het heeft over de plaats van Genesis 1—11 in het Oude Testament als ook dat er zoveel over de leefbaarheid van het bestaan gesproken wordt en zo weinig over de eer van God. Van belang is, dat de auteur in gaat op de kritiek op het gebed, zoals dit aan de zijde van prof. Smits, Robinson en Bultmann is ingebracht. De aanspreekbaarheid Gods wordt gehandhaafd.

Gaarne willen wij dit boekje onder uw aandacht brengen. Er is — vooral voor ambtsdragers — veel uit te leren. Ook gemeenteleden zullen het met vrucht kunnen lezen. Het gaat om de zaak: het bidden der gemeente!

Katwijk aan Zee, G.Boer.

Ype Schaaf, J. B. Th. Spaan, Cameroun, 160 blz.. Uitgeverij Het Wereldvenster, Barn, '65. (Dubbele Antilopenreeks no. 14)

De jonge staat Cameroun, die in 1960 een onafhankelijke federale republiek werd is — gelukkig maar — niet veel in het nieuws. Wat weten we eigenlijk van dit land af? En dat terwijl er zoveel nieuwe dingen geschieden en zich daar grote veranderingen voltrekken in een land aan de westkust van Afrika dat veertien maal zo groot is als Nederland en ongeveer vier miljoen mensen telt. Cameroun is bezig zich te ontwikkelen tot een moderne staat, op de grondslag van een westerse technologie en economie.

Ds. Schaaf schrijft in een voorwoord: Vier jaar lang heb ik geprobeerd de bijbelverspreiding van de grond te krijgen voor en met mijn Camerounese medemensen. Hierbij dan een aantal indrukken van wat we daar samen beleefd hebben, mijn Camerounese vrienden en ik.

Het is een buitengewoon interessant en vlot geschreven boek, dat een uitnemend beeld geeft van het leven van de Camerounezen in deze jaren, ook van de problemen, die vele zijn, maatschappelijk en geestelijk. De wereldoorlog heeft ook in dit gedeelte van Afrika een andere tijd ingeluid: Duizenden mannen uit Cameroun zagen Europa en vochten mee; de idee van de superioriteit van de blanke verdween als sneeuw voor de zon. De schrijvers tekenen, hoe thans de houding is tegenover de blanke, tegenover het Christendom, tegenover de Islam, tegenover heidense ideologieën.

Eén van de dingen, die mij bijzonder troffen was een merkwaardige overeenkomst van de Kirdi-religies met het Oude Testament. Men kent daar een soort Mozes-verhaal. De spijstaboes van de Massane en hun offergewoonten zouden zonder uitzondering aan het boek Leviticus ontleend kunnen zijn. Bij de Mafou is er een scheppingsverhaal, waarin ook een soort zondeval voorkomt.

Het geheel is een verzorgde uitgave, het bevat uitstekende foto's ook een overzichtelijk kaartje. Hartelijk aanbevolen.

Utrecht,  H.Bout

Drs.G. Puchinger, Gesprekken over Rome— Reformatie, 358 blz., ƒ 8, 90, W. D. Meinema N.V. Delft, 1965.

Deze gesprekken hadden een zeer bepaalde bedoeling: voorbereiding voor een congres, dat in augustus 1.1. is gehouden over de verhouding van Rome—Reformatie. Met enige interviews zijn zij aangevuld en nu gepubliceerd. De lezer ontvangt in dit vlot geschreven werk, — het is echt journalistieke arbeid — informatie over de opvatting van de geïnterviewden over een aantal concrete vragen over het thema, dat ook door het Vaticaanse concilie in het middelpunt van veler belangstelling staat. Een belangrijke vraag, die eigenlijk in elk gesprek aan de orde komt, is: Waar liggen de voornaamste geschilpunten tussen Rome en de Reformatie? Deze vraag werd ook aan Kardinaal Alfrink voorgelegd, alsmede: Wat zou de specifiek Nederlandse bijdrage kunnen zijn, zowel van rooms-katholieken als van protestanten in de hedendaagse ontwikkeling van Rome en de Reformatie? Prof. H. N. Ridderbos meent, dat het hoofdbezwaar toch wel gelegen is in de ecclesiologie, de absolute betekenis van hun leergezag en de vereenzelviging van de kerk met Christus. — In het gesprek met prof. V. d. Pol komt diens overgang naar de r.k. kerk aan de orde. — Prof. Ratzinger, die peritus was voor de theologische commissie van het Vaticaans Concilie II meent, dat de knelpunten tussen Rome en de Reformatie zijn de Mariologie en het Primaat van de Paus. Eenzelfde opvatting vindt men bij dr. Louet Feisser. In dit werk is ook opgenomen het gesprek met K. Barth, waarbij hij dat scherpe woord sprak over het boek van Robinson: „een geestloos boek, waarover ik mij schaam, dat het in de honderdduizend exemplaren gedrukt is en gelezen wordt".

Met grote belangstelling las ik dit werk. Het geeft een levendig beeld van wat in verschillende kringen van protestantse en roomskatholieke geleerden leeft ten aanzien van de vragen rondom Rome en de Reformatie.

Utrecht, H. Bout

Concordantie op den Bijbel, Het oude Testament, dll. 2 en 3, blz. 65-160, per afl. ƒ 3, 75. Uitg. J. H. Kok, Kampen, 1965.

Van de Concordantie op de Bijbel, naar de nieuwe vertaling van liet Nederlands Bijbelgenootschap, verschenen twee afleveringen, die de woorden Almuggimhout tot Cypressenhout bevatten. Bij de studie van de N. Vertaling is deze concordantie een onmisbaar boek, zoals Trommius het is voor de Statenvertaling. Klein, duidelijk lettertype; overzichtelijke opmaak, duidelijke verwijzingen, kortom alles wat een concordantie hanteerbaar maakt.

Utrecht, H.Bout

Dr. P. J. Bouman: „Eén onzer dagen", 't voorhistorische heden, 2e druk, 318 blz., geb. ƒ 12, 50. Koninklijke Van Gorcum en Co., Assen 1965.

Een boek van prof. Bouman is een evenement. Zo is destijds in binnen-en buitenland Revolutie der eenzamen ontvangen, een werk dat een halve eeuw vol leed en verwarring uitbeeldde. Eén onzer dagen is ook verwant met Revolutie der eenzamen en met Vijfstromenland, dat meer naar het wereldhistorische vlak verplaatst. Eén onzer dagen is gewijd aan het leven van alle dag. De auteur kiest een oktoberdag, op de grens van zomer en herfst, vier en twintig onopvallende uren als een kort tijdsbestek, waarin eigenlijk „niets gebeurt". Hij wil, dat wij verder zien dan de kleine gebeurtenissen van elk uur en van ieder individu. Het boek vangt aan te middernacht, als de Big Ben zijn twaalf slagen laat horen, als stations van de underground sluiten, als de „Amsterdam" naar Harwich vertrekt, als .. . Zo gaat de schrijver door, van uur tot uur. Hij tekent enkele facetten van de „condition humaine" zoals deze zich bij eerste waarneming temidden van het alledaagse gebeuren voor ons voordoen. Vier en twintig uur ziet hij mensen bezig. Om de mens is het de schrijver begonnen, om het menselijke lot in historisch perspectief. Hij observeert, luistert, analyseert en zoekt relaties tussen het anonieme, kleine lot en het algemene gebeuren. Het gewone leven gaat aan ons voorbij in al zijn bonte verscheidenheid. De schrijver neemt ons mee naar een spitsuur in Parijs, naar een station bij nacht in Frankfort, naar het vliegveld Orly in de nacht, naar een Frans lyceum tijdens een geschiedenisles; hij tekent de betekenis van de krant als informatiebron, spreekt ook over nonsens-of zeepbelberichten. Ieder speelt zijn rol, vóór of achter de coulissen, hoofdpersonen en figuranten; niemand is toeschouwer. Wij staan als mens tussen mensen en in volle activiteit hebben velen het luisteren verleerd. Men heeft uit het oog verloren, dat er goddelijke geboden zijn, die de enige zijn welke de samenleving voor anarchie kunnen behoeden. Het boek is rijk aan flitsen uit het leven van mensen, silhouetten, van de vrachtrijder in het lange afstandsverkeer, van de plattelandsarts, van de geleerde (oude en moderne stijl), de journalist, de sleepbootkapitein, de predikant, de buitenlandse arbeider, de zwerver, de nozem, de verpleegster. Ieder met hun eigen leven, opgenomen in het grote geheel. Het is een boek om te bezitten, mooi uitgegeven en niet duur.

Utrecht, H.Bout

Ds. C. Vonk: „De Voorzeide leer", deel Ib, afl. 9 (blz. 641-768). Uitg. Drukkerij Barendrecht, Barendrecht, 1965.

Met deze aflevering is het tweede deel van De Voorzeide leer compleet. Het plan van de schrijver was, dat dit deel zou eindigen met Deuteronomixmi, maar het is hem niet gelukt: Hij geeft hier uitleg van en uitweidingen naar aanleiding van Lev. 23 en volgende hoofdstukken. De schrijver laat zien, hoe het boek Leviticus een belangrijke rol speelt in het Nieuwe Testament, waarin het dikwijls wordt aangehaald. Er zijn er wel geweest, zegt de auteur, die over de wraak des verbonds jegens de kerk der nieuwe bedeling niet wilden horen spreken, maar zoals de latere geschiedenis van het Israël het duidelijkste commentaar biedt op Lev. 26 inzake de belofte en de wraak van Gods Horebverbond, zo zou, naar is te vrezen, de latere geschiedenis van de christenheid, waarover in de laatste eeuw zulke zware weeën zijn gebracht en die zich door apocalyptische verschrikkingen voelt bedreigd, ook weleens een aangrijpende verklaring kunnen bieden op Rom. 11 : 21 en Hebr. 10 : 30, 31.

De schrijver verzet zich — ik noem maar enkele dingen die mij al lezende troffen — tegen een viering van de Goede Vrijdag als de Grote Verzoendag op nieuwtestamentische leest. Het vieren van allerlei feesten als Paasfeest e.a. is ons door des Heeren apostelen niet voorgeschreven, integendeel. Gal. 4 : 10, Col. 2 : 16, 17. Met klem wijst hij op de fout waarin men viel, toen de tien geboden werden losgemaakt uit de Thora als een zelfstandig geheel en apart werden gesteld. Er dreigde een groot gevaar voor wetticisme, toen men ging spreken van de christelijke sabbath. Met instemming haalt de schrijver in dit verband aan wat door de provinciale synode van IJsselstein van 1626 dienaangaande is vastgesteld. — Dit is allemaal nogal wat, dacht ik al lezende. Er is in onze tijd zeker ook nog een andere kant aan de feestdagen als een groot en machtig getuigenis. Aan het slot reageert de schrijver in het kort op enige gewaardeerde kritiek. Dankbaar nam ik ook van deze aflevering van het populaire werk kennis.

Utrecht, H. Bout

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's