Kerkelijk leven in Amerika (slot)
Ter afsluiting van deze artikelenreeks - of als toegift als u wilt - wil ik u doen kennismaken met een heel merkwaardige kerkengroep in Amerika, en wel met de mennonieten, die wonen in het prachtige glooiende landschap van de staat Pennsylvania rondom de stad. Lancaster. De streek wordt genoemd: „Pennsylvania Dutch Country". De aanduiding „Dutch" heeft niets met Nederland te maken. De mensen die er wonen komen oorspronkelijk uit Duitsland en Zwitserland. Klaarblijkelijk is 't woord „Deutsch" ten onrechte vertaald gebleven met „Dutch".
DE MENNONIETEN IN PENNSYLVANIA.
De mennonieten werden in de 17e eeuw in Europa hevig vervolgd en zochten in het verdraagzame land dat William Penn van koning Karel II had gekregen een toevluchtsoord. Zoals bekend weigerden zij de soldatenrok te dragen, een eed af te leggen en verwierpen het gezag van kerk en belijdenis. Zij wilden een eenvoudig, bijbels, daadwerkelijk christendom tot openbaring brengen en ernst maken met hetgeen de Bergrede en de brief van Jacobus van de gelovigen vraagt. In „mijding" (onthouding van het wereldse) zochten zij hun kracht en aan het staatkundige en openbaar-maatschappelijke leven namen zij zo weinig mogelijk deel. Hun teruggetrokken leven kenmerkte zich door eenvoud en arbeidzaamheid en hun verlangen naar heiligheid drong hen tot het oefenen van strenge tucht.
Het merkwaardige nu van de mennonieten in Pennsylvania is, dat zij nog steeds geheel leven volgens hun 16e eeuwse leerstellingen en gebruiken. Zij gaan gekleed in de dracht van die tijd, lange zwarte of donkergrijze gewaden en zwarte hoeden of kapjes. De mannen dragen soms gekleurde overhemden zonder stropdas. Ook de kinderen gaan in een soortgelijk gewaad gekleed. Het doet enigszins Schevenings aan. Je zou zeggen, dat wij, die gewend zijn aan klederdrachten, niet zo gauw versteld hoeven te staan van deze ouderwetse manier van kleden. Dat is inderdaad waar, maar de mennonieten in Pennsylvania dragen deze kleding niet zó maar. Het is voor hen de uiterlijke vormgeving van hun principe om los van de „boze wereld" te willen leven.
Het is niet alleen hun kleding die hen afzondert van de „wereld", ze weigeren ook van elk voortbrengsel van de moderne techniek gebruik te maken. Ze doen het dus zonder elektriciteit, tractoren, auto's, telefoon, radio en televisie. Het is een zeer interessante ervaring om deze zwartgewade mensen te ontmoeten in hun „buggies", tweewielige rijtuigen (zwartgeschilderd overigens) waarmee ze naar de kerk plegen te gaan en dat in een land dat nog veel meer door de techniek beheerst wordt dan het oude Europa. Zoals wij tegenwoordig parkeerplaatsen hebben bij onze kerken voor het groeiend aantal auto's, hebben de mennonieten bij hun „meeting-houses" (plaatsen van samenkomst) stallen voor de paarden.
De mennonieten zijn niet als velen in het oude vaderland. Knopen zijn tegen de moderne middelen. Zij hebben er geen bezwaar tegen om met iemand mee te rijden in een auto of van een andermans telefoon gebruik te maken. Er zijn zelfs busmaatschappijen in Pennsylvania die hun voornaamste bestaansbron vinden in het vervoer van de mennonieten naar de stad en van de kinderen naar de (uiteraard eigen) school. Zij weigeren echter om zelf zo'n modern middel te bezitten of in huis te hebben, teneinde hun afzondering van de „wereld" te bewaren. Het toestaan van eigen automobielen en van elektriciteit zou vooral voor de jongeren de verleiding groot maken om in nauwer contact met de buitenwereld te komen en daarmee hun identiteit te verliezen.
Doordat de mennonieten hun bestaan in de landbouw vinden is het gemis van de moderne techniek niet al te bezwaarlijk. Wie zich bezorgd zou maken over de economische welstand van de mennonieten in Pennsylvania kan ik geruststellen, ze staan n.l. als in zeer goede doen zijnde bekend. De streek waarin zij leven is niet alleen uiterst geschikt voor landbouw vanwege de vruchtbaarheid van de grond, bovendien is omdat ze in een sterk familieverband leven, de arbeid relatief goedkoop en niet te vergeten is hun maatschappelijke welstand te danken aan de sobere levenswijze.
De mennonieten vallen uiteen in enkele groepen die verschillen in opvatting ten aanzien van de mate van isolatie van de buitenwereld. De meest conservatieve zijn de z.g. „Thirty Fivers", die tot voor kort zelfs vasthielden aan de gewoonte om kaarsen te gebruiken voor verlichting in plaats van olie.
De meest interessante groep heb ik de z.g. „Black Bumper Mennonites" (zwarte bumper mennonieten) gevonden. Zij behoren tot wat wij zouden noemen de linkse modaliteit. Zij hebben de grens met de buitenwereld overschreden door het bezit van automobielen toe te staan. Om de schijn van de afzondering in stand te houden, zijn de auto's niet alleen zwart van kleur, maar bovendien is al het chroomwerk zwart geschilderd. Vandaar de naam zwarte bumper mennonieten, 'n Merkwaardige illustratie van hoe onder een zwarte mantel de zwakheid van 't vlees gecamoufleerd kan gaan. Ook onder ons is het gevoelen niet onbekend dat in het bijzonder de dominee in het zwart moet gaan en in een zwarte auto moet rijden, op de gedachte om ook het chroomwerk zwart te schilderen is waarschijnlijk niemand nog gekomen.
DE „AMISH".
Een enigszins afzonderlijke groep onder de mennonieten zijn de zg. „Amish". Zij danken hun naam aan Jacob Amman, een zwitserse bisschop uit de 17e eeuw. De „Amish" onderscheiden zich uiterlijk van de andere mennonieten door hun baard, die zij moeten laten groeien zodra zij huwen. Verder hebben zij geen knopen aan hun jas. Dit is nog steeds een vorm van protest tegen de het gebruik van de militaire uniformen.
Verder onderscheiden de „Amish" zich door het ontbreken van „meetinghouses". De kerkdiensten worden gehouden in de boerderijen zelf. Volgens een bepaald rooster krijgt ieder een beurt om de gemeente in zijn huis te ontvangen. De kerkbanken worden iedere week dus van de ene boerderij naar de andere getransporteerd. Het is tevens gebruikelijk dat de gemeente na afloop van de dienst bij de gastheer de maaltijd gebruikt. Waarschijnlijk stamt dit gebruik van het houden van de kerkdienst aan huis uit de tijd van de vervolgingen.
Overigens lopen de opvattingen van de „Amish" parallel met die van de andere mennonieten. Ook zij kennen de voetwassing in verband met het Heilig Avondmaal en begroeten elkaar met de „vrede kus". Ook zij weigeren de wapenrok te dragen. De Amerikaanse overheid heeft zich hier kennelijk bij neergelegd. Verder spreken zij ook een eigen taal, die veel weg heeft van het Duits, maar dan een hele oude uitgave. Mij is verteld dat de mennonieten zich ook niet als Amerikaans staatsburger beschouwd willen zien, zij weigeren ook de Amerikaanse vlag te begroeten.
Behalve in Pennsylvania wonen er ook kleinere groepen „Amish" in de staten lowa, Ohio en in Canada. Prof. Lekkerkerker uit Groningen heeft de „Amish" in 1963 in Canada ontmoet en werd zeer door hen beziggehouden, getuige zijn reisverslag in „Kerk en Theologie" van oktober 1963, voornamelijk wel omdat in Europa geen mennonieten te vinden zijn, die zich zo vastgekluisterd hebben aan de oude leerstellingen en gebruiken als hun geloofsgenoten in Amerika.
UITLEIDING.
Amerika is wel het land van tegenstellingen genoemd. Men zal deze stelling als niets minder waar beamen, wanneer men toerend door Pennsylvania, vóór zich een Thunderbird, een moderne Amerikaanse sportwagen ziet passeren en tegelijkertijd een zwartgeschilderde „buggie" met in het zwart geklede langgebaarde koetsier, de hand voor het gezicht om het fotograferen te belemmeren.
Deze tegenstellingen geven aan dit land een boeiend karakter. Ik hoop met deze artikelenreeks bereikt te hebben dat u daar iets van geproefd heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 januari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's