De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De volmacht in de prediking*)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De volmacht in de prediking*)

6 minuten leestijd

III.

Of is het te hoog gegrepen? Of stokt onze stem wanneer wij aangesproken worden op ons gezant zijn? Dekt de lading de vlag of dekt de vlag de lading? Dit is geen overbodige vraag. Want het ambt mag dan formeel de ambtsdrager maken, materieel wordt het alleen gevuld door de zendende God, door de Zich openbarende Christus en door de inwoning van de Heilige Geest in de gemeente, in de ambten, in ons als ambtsdragers. Het bederf van het beste is altijd het slechtste geweest.

Het is meer dan ooit nodig om de Bijbelse woorden sofia en dunamis met elkander te verbinden (zie: De crisis der prediking door Ds. Josef Farkas in Kerk en Theologie Jrg. 8, blz. 1 V.V.).

'k Geloof niet teveel te zeggen, dat Calvijn dit bedoelde met de uitdrukking: de hemelse leer. Wij kunnen nooit teveel ijveren voor de reinhouding van de leer der Kerk. Maar deze leer der Kerk is geen steriele zaak, maar een levend bewogen geheel, zij is geladen met de kracht Gods. De prediking kan zich bewegen binnen de afgebakende paden en tegelijk zo dodelijk onvruchtbaar zijn. De openbaring van de kracht Gods ontbreekt. Het met volmacht geladen Woord, krachtig door de Heilige Geest, is dan ontladen en ingeruild voor een woordenstroom, om niet te zeggen woordenkraam, die niemand doodt en niemand levend maakt. Een pas overleden ouderling, die de dodende en de levenwekkende werking van het Evangelie aan eigen hart goed kende, vergeleek de prediking van sommigen met wat gesjor en getrek aan de mensen. Zoals de half doodgeslagen Jood aan de weg naar Jericho wat werd opgelapt en hersteld, zo ook worden de mensen nog wel wat bijgelapt, maar niet verslagen van hart en niet bevrijd van God uit. Is dit oordeel in grote lijnen juist? De mensen kunnen onder ons gebimbam van de prediking zoal niet letterlijk, dan toch geestelijk in slaap vallen. Wij mogen zo nu en dan de stormklok luiden.

Wie meent dat met wat hergroepering van de Bijbelse woorden de zaak hersteld is, vergist zich. Hoe nodig de voortdurende doordenking van de Bijbelse woorden is, het zit dieper. Het gaat om niets meer of minder dan de tegenwoordigheid Gods in de prediking. Wanneer God tegenwoordig is, herkennen wij ons zelf, wij dienaren voorop, maar leiden wij ook anderen tot deze zelfherkenning.

Niemand heeft te beschikken over de Geest Gods. Hoe komt het, dat de bediening van de een veel vruchtbaarder is dan de bediening van de ander, terwijl de laatste soms „vakkundig" gezien veel beter is? Hoe komt het, dat mensen die alle moeiten hadden door hun examina heen te komen, soms voor zeer velen tot zegen zijn geworden? Zij hebben naar de maat van hun gaven gestudeerd, maar wellicht meer gebeden en waren thuis bij God en Zijn Christus, soms vol van de Heilige Geest en kracht. Wanneer ge hen midden in de nacht wakker maakte, dan konden zij u de weg der zaligheid helder verklaren. Wanneer iemand dit opvat als een pleidooi voor luiheid en gebrek aan studiezin, vergist hij zich. Het is hartverwarmend, dat er meer gestudeerd wordt onder ons, dat het aantal doctorandi en doctores en goed geschoolde dominees toeneemt, maar houdt het betoon van Geest en kracht gelijke tred met de toename van de door studie verworven kennis?

Hier is een diepgaand zelfonderzoek voor ons allen op zijn plaats. Waar is de volmacht in de prediking? Waar zijn de zegelen aan onze bediening? Waar zijn de mensen, die gedood in eigen bestaan, aan Christus verbonden zijn door onze bediening? Ge zult zeggen, dat de boekhouding boven is en ge hebt gelijk. Maar zoals God Zijn verborgen verkiezing openbaart in de roeping tot en in de inlijving in Christus en in het zegel van de Heilige Geest, zo openbaart Hij Zijn werk door onze bediening in mensenharten. Zeker, het is waar, de wind blaast waarheen Hij wil. Gij hoort Zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar Hij komt, noch waar Hij heengaat. Maar bedenk, dat God wel vrijmachtig is, maar niet wispelturig.

Hoor Paulus roemen: En Gode zij dank, die ons allen tijd doet triomferen in Christus, en de reuk van Zijn kennis door ons openbaar maakt in alle plaatsen. Paulus heeft een plaats in de triomftocht achter Christus. Er gaat een geur van de kennis van Christus uit door zijn bediening in alle plaatsen. Die geur stijgt op voor God. Deze reuk van Paulus in zijn bediening is goed zowel in degenen, die zalig worden, als in degenen, die verloren gaan. Voor sommigen een reuk des doods ten dode, voor anderen een reuk des levens ten leven.

Dan staat er zo ontroerend : En wie is tot deze dingen bekwaam? Dit zal dan wel het beschamende slot zijn, menen wij. Maar dan vergissen wij ons. Want de volmacht wordt in de ootmoed niet begraven, maar komt heerlijk te voorschijn. Hoor maar: want wij dragen niet, gelijk velen het Woord Gods te koop, maar als uit oprechtheid, maar als uit God, in de tegenwoordigheid Gods, spreken wij het in Christus. (2 Cor. 2 : 14—17). Hier komt de volmacht bloot in de wijze van Paulus' verkondiging. Eerst zegt hij hoe het niet moet: het Woord Gods te koop dragen. Dit werkwoord heeft veel betekenissen. Het kan betekenen: te koop dragen, een handelszaak van maken, kleinhandel bedrijven, een bazar drijven, vervalsen. Hoe langer wij naar dit werkwoord kijken, hoemeer het ons aanspreekt. Te koop dragen: dat is de klanten bedienen. De klant is koning en hij mag nooit worden tegengesproken. Dat is de gemeente naar de mond praten. Mag ik het lelijk zeggen: het zijn de stopverf-dominees. Ge kunt ze krijgen, waar gij ze hebben wilt. Zij zijn geen gezanten van Christus, maar dienaren van de mensen. Zij maken de meest wonderlijke capriolen door de gemeenten en staan dan eens hier en dan eens daar, maar nooit in de wind en op de tocht. Daardoor wordt de Geest bedroefd en trekt Hij Zich terug. Deze Geest twist met de dienaar en de gemeente, totdat God verheerlijkt wordt in Christus. Is de Geest aanwezig, dan kan het niet anders of mensen worden doodgepreekt, dat is: verstokt en verhard of gebroken en tot leven gewekt. Maar in beide gevallen overwint Christus.

De tweede betekenis is vervalsen. Spurgeon vertelt een verhaal over een wijnvat, dat door arbeiders naar Rome moet worden gebracht. Onderweg krijgen zij dorst. Zij scheppen uit het vat en drinken. Bijvulling vindt plaats met water. Er komen nog meer dorstigen. Zij allen krijgen wijn. Bijvulling vindt plaats met water. Enz. enz. Gaat het zo niet met menige preek. De bron is goed: Gods Woord! Maar voordat het bij de gemeente is, wat is er dan nog van het volle Woord over? Hoeveel speculaties, visies, meningen worden niet vermengd met de zuivere bediening van het Woord Gods?

(Wordt vervolgd).

  *) Openingswoord van de Contio van Hervormd-Gereformeerde predikanten te Woudschoten op maandag en dinsdag 3 en 4 januari 1966.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De volmacht in de prediking*)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 februari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's