KRONIEK
Ouderlingen.
De eerste zondagen van het jaar zijn in verschillende gemeenten nieuwe ambtsdragers bevestigd. Niet erg spectaculaire gebeurtenissen. Van de hak op de tak, zo in de krant dan in de kerkbode, raken we ons gevoel voor proporties kwijt. Wat in de tijd benauwend groot is, moeten we ijlings herleiden tot nietigheden, omdat die tijd zelf zo adembenemend kort is en onbeduidend. Een vleugje eeuwigheid is niettemin eindeloos belangrijk, omdat het eeuwigheid is. Een gesprek als ons staat opgetekend in Johannes 3 in het holst van de nacht, terwijl de nachtelijke winden met mysterieuze geluiden van ergens naar ergens voorbij waaien en een gesprek als in Johannes 4 op het heetst van de dag bij de put, die vader Jacob nog gegraven had over water dat opspringt in het eeuwige leven is belangrijker dan de conferentie van ministers van Buitenlandse Zaken van de Zes in buitengewone Raadszitting in Luxemburg. Lijden we aan verachting van de dag der kleine dingen?
Gaat heen. . . en Ik ben met u, sprak Christus tot Zijn dienaren. Ervaart men, huisje in huisje uit, dat God met ons is? Kunnen wij God meekrijgen, ligt dat in onze macht, moeten we dat krampachtig verwerkelijken of gaat dit veel meer vanzelf? Zijn we gemakkelijk pratende propagandisten voor het geloof of geeft de Geest ons te profeteren?
Je zit zo wel eens op je gemak na te denken over vroeger, al ben je bepaald nog geen oude man integendeel, je hebt het gevoel, dat je nog betrekkelijk jong bent. Maar goed, vroeger had je ouderlingen. Die thuis was in de kerkelijke wereld kon zo een heel rijtje namen noemen, niet alleen van dominees in één adem naam en standplaats, maar ook ouderlingen, een hele landstreek, die en die van daar en daar en de namen van de ouderlingen waren nog vaster aan de plaatsen verbonden dan die van de dominees, die van enige variatie hielden in hun betiteling.
„De ouderling aan den geliefden Gajus, welken ik in waarheid liefheb", kort en krachtig: De ouderling. De economie houdt zich intensief bezig met het allerminst denkbeeldige spook van de inflatie. Of er samenhang is weet ik ineens niet, maar ook elders waart inflatie rond. Het woord ouderling roept andere gevoelens wakker bij de mens van vandaag dan bij die van gister, ook bij de mensen die toch bij de gemeente horen. Ligt het aan de mensen zelf of is het een verschijnsel van deze tijd? Hij is ouderling of zoiets, zegt men achteloos alsof het een bestuursbaantje geldt van een of andere liefhebberij-organisatie. Het is een postje, geen ambt. Men studeert op wat nu feitelijk een ambt is, voorheen wist men het wellicht ook niet zo nauwkeurig, maar men onderging althans het ambt.
Je bent nogal kwetsbaar als je wordt aangemerkt als een lofredenaar op oude tijden. Daarom vraag je jezelf duchtig af of het zijn oorzaak had in je jeugdigheid en onervarenheid, dat je opzag tegen een generatie, waarvan de laatsten ten grave dalen en een glans met zich nemen. Maar de jeugd van nu wekt niet de indruk dergelijke gevoelens te koesteren ten aanzien van wat nu zit. Bloot imitatie van de heengegane stoet maakt de indruk van het gemanoeuvreer met Rehabeamitische koperen schilden, die de gouden van vader Salomo moesten vervangen. Of vergissen we ons: was het aureool een bijkomstige gratificatie van een tanende patriarchale samenleving? Zullen de ouderlingen van nu op de vuist moeten, of liever met gevouwen handen moeten worstelen om een naakt bestaan? Trouwens zal het vroeger ook niet wat geweest zijn? Was alles zo echt als nu de heugenis doet vermoeden? In voorbije eeuwen kwam het wel voor dat men venten moest met de ambten.
Toch blijf ik erbij, dat noodzakelijkerwijs door de devaluatie van het gezag van Gods Woord, ook het werk en de personen van dat werk in achting dalen. We zijn zo op de verstrooiing, dat we alles uit dat oogpunt bezien, waardoor we blind, amusementsblind, zijn voor andere waardevolle aspecten. Zien is een visie opleggen.
Mozes was aanvankelijk niet de figuur, die we de hoogte van Pisga zien bestijgen, wiens oog niet donker was geworden en wiens kracht niet was vergaan. We horen hem zeggen tegen de Stem uit de brandende braambos: Maar zie ze zullen mij niet geloven noch mijn stem horen; want zij zullen zeggen: De HEERE is u niet verschenen. Mozes heeft eveneens legitimatie-moeilijkheden gekend.
Iedere tijd vraagt een eigen gezag. Dat van voorheen kunnen we ons niet laten aanmeten. Het is met dit geestelijk gewicht als met geestigheid, waarvan ik eens las, dat die meer verkregen wordt naarmate men er minder naar zoekt. Het behoort tot de artikelen, die worden toegeworpen. We hebben slechts de Heere te zoeken. Dit 's Jacob, dit is 't vroom geslacht, Dat naar God vraagt, Zijn wet betracht. En zoekt Zijn aanschijn met verlangen.
Want de ouderlingen zullen er toch zijn. „En de vier en twintig ouderlingen vielen neder en aanbaden Dengene die leeft in alle eeuwigheid en wierpen hun kronen voor de troon". Ze wierpen hun kronen, omdat uit Hem, door Hem en tot Hem alle dingen zijn.
I.C.C.C.
Het voegt de kroniekschrijver niet de redactie woorden uit de mond te nemen of in de mond te leggen en evenmin om de houding aan te nemen van een, die het altijd wel gezien heeft. We willen slechts een pilletje verstrekken, een pilletje dat stimuleert tot gedachtevorming, speciaal voor hen, die zich bezighouden met het bedanken van enkele leden van de Geref. Bond voor de organisatie I.C.C.C. Iemand is lid van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk. We behoeven elkaar niet te vertellen, dat taalkundig de woorden gereformeerd en hervormd hetzelfde zeggen, het streven is ook wel, dat dit meer en meer het geval zal zijn, maar in de practijk loopt de betekenis van beide woorden uiteen. Gereformeerd in de Hervormde Kerk. Voor sommigen een contradictie, voor wie het aangaat een roeping. Het „gereformeerd" legt banden, geenszins knellende, over de kerkgrenzen heen, het woord Hervormd schept echter intern verplichtingen, waarvan we niet willen beweren dat deze tevens niet een verbondenheid uitmaken. In het geheel van de gereformeerde gezindheid spreekt men van „Hervormd-Gereformeerden" en in de ruimte van de Hervormde kerk van Gereformeerde Hervormden. Het gereformeerde doen en het hervormde^ niet nalaten is taak, doch het is niet altijd onmiddellijk te zien, wat dit in concrete situaties vraagt.
Ban over Luther.
De wederzijdse opheffing van de banvloeken van paus en patriarch van Istanboel betreft niet de gehele Orthodoxe kerk, aldus metropoliet Nikodim van Moskou als woordvoerder van zijn patriarchaat. Deze kwestie is dus nog niet over de hele linie opgelost. Intussen rust er nog een ban. De bekende r.k. theoloog Hans Küng meent dat er termen aanwezig zijn om ook de ban over Luther uitgesproken op te heffen. Sommigen zijn nogal onder de indruk hiervan. Of dit allemaal kan? Zonder waarachtige bekering? Ik ben er helemaal niet op gebrand. Het doet mij allemaal teveel denken aan wat Christus eenmaal zeide: „Gij bouwt de graven der profeten op en versiert de graftekenen der rechtvaardigen en zegt: Indien wij ten tijde van onze vaderen hadden geleefd, wij zouden met hen geen gemeenschap gehad hebben aan het bloed der profeten". Christus interpreteert dit alibi heel anders. Hij zegt: „Aldus getuigt gij tegen uzelf, dat gij kinderen zijt dergenen die de profeten gedood hebben". Worden de versierselen van de graven van eigen vaderen gelijktijdig weggerukt?
Wij hebben God op 't hoogst misdaan: Wij zijn van 't heilspoor afgegaan; Ja, wij en onze vaad'ren tevens.
Van node is niet een gebaar, maar een geboorte, een wedergeboorte.
Onderscheidingstekens.
Er is nog al wat deining over het optreden van de Middelburgse legerpredikant, die zonder uniform zijn arbeid wil verrichten. Het is een daad van ongeduld in de trant van wat ons verhaald wordt in 2 Sam 14 : 30. We moeten ons afvragen wat de kern is van de kwestie, want op zichzelf is dat uniform en zijn die sterren en balken nu ook weer niet zo heel belangrijk. Is het burgerpakje net zo goed niet een onderscheidingsteken? Het is mogelijk dat de houding ten opzichte van het kernwapen de kern is van de kwestie. Er moet toch wel iets zijn, dat een situatie, die jaar en dag bestond, plots acuut onhoudbaar wordt. Het is te gemakkelijk en niet ter zake om ijlings uit te wijken naar de bekende wapenrusting Gods in Efeze 6 omschreven. Maar als sprake is van omgording der lendenen met de waarheid, dan is het wel op zijn plaats om in waarheid te zeggen waar het om gaat.
Vrouw in het ambt.
We begonnen met het ambt. We sluiten ermee. Ook de gereformeerde kerken hebben zich in gunstige zin uitgesproken over de toelating van de vrouw tot de ambten, al moet aan deze principiële uitspraak nog niet direct de verwachting verbonden worden van een onmiddellijk praktisch effect. Hervormd en Gereformeerd, wellicht beide stuitend op tegenstand in de gemeenten, zijn een verschillende weg gevolgd. Gegeven de drie ambten op een rij, hebben de Hervormden een verticale scheidslijn getrokken, heel even over de schreef tussen predikant en ouderling. De gereformeerden daarentegen trokken een horizontale hulplijn. Alle ambten voorlopig nog gesloten. Openstelling van bijvoorbeeld alleen het diakenambt zou de fungerende mannelijke diakenen discrimineren. Het is de bedoeling op den duur deze lijn wat hoger op te trekken met dien verstande, dat ondanks de openstelling van alle ambten toch op een of andere wijze zichtbaar wordt het typische verschil tussen man en vrouw. Blijft echter de vraag wat het ambt is van Gods Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's