Boekbespreking
Dr. W. P. Theunissen: „Op de Heilige berg Atbos", 142 blz: ., geb. ƒ 17, 50. Uitgevers Mij. Servire, Den Haag, 1965.
De landtong Athos is door een twee kilometer brede strook grond verbonden met het vasteland. Op dat punt ligt Lerissos op een afstand van goed 125 km van Thessalonika, waar Paulus op zijn tweede zendingsreis een gemeente stichtte; van Neapolis, waar Paulus voor het eerst de voet op Europese bodem zette, het huidige Kavala, ligt het iets verder verwijderd (ongeveer 140 km).
Uitvoerig verhaalt de schrijver van zijn pelgrimage naar dit land van bijzondere schoonheid; hij heeft het vele malen bezocht en dit gehele werk toont zijn liefde voor dit eiland van stilte, dat aan Maria gewijd is, de Panhagia Theotokos, en daarom de tuin van de Moeder Gods genoemd wordt. Het schiereiland vormt na de eerste wereldoorlog een theocratische republiek, onder Griekse soevereiniteit. Op geestelijk gebied staat het onder de patriarch van Constantinopel. Wij treden door dit boek een voor ons vreemde wereld binnen in dit land, waar de regel geldt: „niets wat vrouwelijk is mag de Berg betreden". Hier zijn twintig kloosters, waarvan de oudste uit de 10e eeuw stammen; het aantal monniken vermindert voortdurend; de schrijver spreekt van een wellicht stervende monniken-wereld. Er zijn geen jongere krachten, met name bij de Bulgaren en bij de Russen. In een klooster, ingewijd in 1900, bestemd voor 800 Russische monniken vond de schrijver bij zijn bezoek vijf oude monniken. Vroeger waren er velen uit Rusland in dit bolwerk van Oosterse orthodoxie. De schrijver heeft dit mooiste landschap van Griekenland vele malen doorkruist, de kloosters bezocht en de eremieten in hun kluizenaarshutten bezocht. Hij heeft vele gesprekken gevoerd en hij vertelt van dit alles zonder dat het ook maar enigszins verveelt. Hij geeft 'n beeld van de grote verering van de ikonen, die overal in de Grieks-Katholieke Kerk in het middelpunt staan. Al lezende groeit het beeld van de verschillen in vroomheid tussen Rome en de oosters-orthodoxe Kerk. Men gevoelt het eenheidsstreven van Rome en de Paus als een grote verzoeking; ook mildere oordelen ontbraken niet: „De orthodoxen zullen veel concessies moeten doen aangaande de vorm, de katholieken aangaande de inhoud. Mensen zullen de eenheid niet tot stand brengen." De schrijver hoorde de klacht van de oude man die zeide: „De geest van de wereld waait zelfs tot hier." Of elders: „Hier willen wij blijven getuigen van het enige nodige, de weg naar de hemel, onze algehele verzonkenheid in God. Mensen doen te veel aan wetenschap, raken verstrikt in materialisme, denken niet meer aan de Eeuwigheid." De schrijver neemt de lezer aan de hand om hem iets te laten zien en meemaken van deze eigen sfeer in dit aparte wereldje.
Meer dan honderd prachtige foto's illustreren dit bijzondere boek. Het verwondert mij niet, dat dit werk nu in derde druk is verschenen.
Utrecht. H.Bout
J. B. Makkink: „Beloofd Land" II. Het werk van de boer in Oud-Israël. 144 blz., ƒ 3, 25 (bij ab. ƒ 2, 50), BBB-serie no. 46. Bosch en Keuning, Baarn, 1965.
Het tweede deel van Beloofd Land geeft een goed beeld van het leven en werken van de boer in Oud-Israël. Men kan merken, dat de schrijver op eigen terrein is, als hij b.v. ingaat op de opbrengst van het gewas in vergelijking met deze tijd. Als thans de zaaifactor ongeveer 30 is, dan meent de schrijver die voor Israël van de oude tijd niet hoger te moeten stellen dan 5. Daarbij vraagt de schrijver dan naar de betekenis van 30-, 60-en l00-voudige vrucht.
In dit boekje kunt u lezen, wat dille is, wat bedoeld wordt met kolokwinten en linzen. Schrijvende over de kameel gaat hij in op de opvattingen van vele geleerden, die menen, dat het voorkomen van kamelen in het boek Genesis een anachronisme betekent. De schrijver wijst erop, dat de kameel reeds in de elfde eeuw voor Christus bekend is geweest in Mesopotamië. Hij had rustig verder terug kunnen gaan en dan minder aarzelend de kritiek kunnen verwerpen. In Tellal-Halaf (N.-Mesopotamië) vond men een tekening van een dromedaris met een berijder, uit de tijd van ongeveer 3000 v. Christus, een bewijs, dat het dier toen reeds als rijdier gebruikt werd en uit Egypte zijn bewijzen te noemen voor de kameel als lastdier in de tijd van het oude koninkrijk (ongeveer 2500 v. Chr.).
De schrijver geeft veel wetenswaardige bijzonderheden over de teelt van olijven, vijgen en andere vruchten. Hij beschrijft allerlei maatschappelijke verhoudingen, b.v. die van de boer tegenover zijn arbeiders. Daarbij komt ook de vraag over slaven aan de orde. Het is mij wel de vraag, of wij geen onderscheid moeten maken tussen Israëlitische en Hebreeuwse slaven. Trouwens het woord dat tegenwoordig meestal met slaaf vertaald wordt heeft zoveel nuances, dat het nauwelijks altijd door één of twee woorden is weer te geven.
Aparte hoofdstukken wijdt de schrijver aan de arbeid van de vrouw op het platteland en de onveiligheid ten plattenlande.
Deze aanwinst in de serie Boeken bij de Bijbel is een mooi populair boek, dat gaarne wordt aanbevolen.
Utrecht H.Bout
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's