De volmacht in de prediking*)
IV.
Dat geeft ook de afstand tussen de preek en de gemeente. Ook dit is het zelfonderzoek meer dan waard. Eenieder beginne bij zichzelf. Ivoren torens zijn er genoeg. Van daaruit de gemeenten te „bepreken" komt meer dan eens voor. Maar waar is de ootmoed? Waar is de leergierigheid aan de voeten van Christus in de gemeenschap met de ware kinderen Gods? O, die hoogmoed! Ieder mens — zo laat Parkas een man vertellen — heeft een vat vol hoogmoed, een christen heeft er twee en een dominee heeft er drie! Vele theologieën hebben bijgedragen aan de vervalsing van het Woord Gods!
Tenslotte kan het ook betekenen: handeldrijven en detail, bazar drijven. Dan hebben wij alleen aandacht voor het kleine. Hier een greep en daar een greep. Dan lijden wij aan geestelijke schizofrenie. Allerlei lagen zijn in de prediker aanwezig, maar het is niet geïntegreerd in de vreze Gods, het hart is niet verenigd tot die vrees. Dan ligt de natuur-wetenschappelijke laag overhoop met de Bijbelse, de reformatorische theologie met het existentialisme, de psychologie met het Evangelie. Je zou er wat van krijgen. Waar is de eenheid van het leven? De preek zij geen grabbelton, maar verkondiging: verklaring en toepassing van het Woord Gods. Waarin bestaat de volmacht? Hoort: als uit oprechtheid, als uit God, in de tegenwoordigheid Gods, spreken wij het in Christus.
Zó komen wij verder. Wij spreken op gezag en in de opdracht van God — in oprechtheid — in de tegenwoordigheid van God in Christus! Dan is het vol. Want dan staan wij voor God. Hier sterft alle ambtshoogmoed en eigenmachtigheid. Want Gods ogen rusten op ons, op onze bediening, op onze preek. Breder: op ons huwelijk en gezin, op de kansel en in de gesprekken.
Hier sterft en sterve onze aanmatiging voor God en mensen. Wat hebben wij, dat wij niet eerst hebben ontvangen? Hier is de plaats van de boete en het berouw. Hoe vaak redden wij onszelf? Hier geldt, dat God deze schat legt in aarden vaten, opdat de alles overtreffende kracht uit God en niet uit ons zou zijn. Onze ellendigheden zijn zonder getal. Waarom was Calvijn, de Calvijn die wij kennen? Omdat hij als een verdoemeniswaardig man stond voor God en niemand vreesde dan God alleen. Dat is naar de Schrift. Want Jezus waarschuwt ons tegen de vrees voor mensen, die het lichaam kunnen doden, maar de ziel niet kunnen doden. Wie weet hoe spoedig dit letterlijk actueel kan zijn. Maar voorlopig is er de vrees voor mensen en machten, die ons kunnen maken en breken, de vrees voor onze naam, wetenschappelijke of andere „carrière", waardoor mensen worden ontzien of gezocht, maar niet uit oprechtheid, niet uit God. Wien hebben wij te vrezen? Hem, die macht heeft, nadat Hij gedood heeft te werpen in de hel; ja. Ik zeg u: vreest Dien! Laten wij ons dan niet schamen het Evangelie, want het is een kracht Gods, een iegelijk, die gelooft. Laten wij dat trouw doen, eenvoudig doen, in boete en berouw doen, met het oog op Christus doen, en van Hem leren, dat de een de ander uitnemender achte dan zichzelf. Zo fel de haat en de afkeer mag zijn van de vervalsing van het Evangelie, zo warm zij de onderlinge liefde. Leven wij voor de ander? Ook als pastores? Dan kennen wij de vreugde over de vereniging en de herkenning en het verdriet over de vervreemding van anderen.
Maar dit alles is alleen zuiver, wanneer het Woord Gods een vuur in ons gebeente is; een energie, die in ons zenuwstelsel circuleert; een kracht, die ons doodt in ons zelf bedoelen; een mes, dat onze innerlijke verdorvenheid afsnijdt; een troost, die ons in de grootste nood, uit de afgronden ophaalt; een bewogenheid, die ons doet schreien over de verlating van God in volk en Kerk; een kracht, die ons Christus openbaart in Zijn tranen over het Jeruzalem van Zijn dagen en onze dagen; een blijdschap, die ons doortrilt wanneer wij nochtans achter de zegewagen van Christus mogen voortgaan om te vergaderen, te weiden en te leiden, die Hij raakt door Zijn Woord en Geest.
Wee ons, wanneer wij onder de kansel afbreken, wat wij op de kansel pogen op te bouwen. Wee ons, wanneer onze gezinnen verwereldlijken en de geur van Christus niet verspreiden, maar een andere geur, een kwalijke geur. En al hebben wij niets in de hand en al kunnen wij niet één van onze kinderen bekeren, de God des Verbonds make ons getrouw, ook vlak bij huis. Alleen wie een lichtend spoor trekt in godsvrucht, mag donderen op de kansel.
Toen eens aan een gemeentelid gevraagd werd, waarom hij niet in de kerk kwam, zei hij van zijn dominee: Omdat hij kaart! Toen hem gezegd werd, dat hij het zelf ook graag deed, antwoordde hij: Dat klopt, maar ik vertrouw mijn ziel niet toe aan iemand, die hetzelfde doet. U kunt hier van alles tegen inbrengen, maar het waarheidsmoment kijkt u en mij in het hart.
De volmacht in de prediking is een geschenk van dag tot dag, van week tot week. Hoe wordt zij volgehouden? Nieuw gehouden? In een ootmoedig smeekgebed. Wij kunnen desnoods allerlei laten schieten, maar nooit de biddende voorbereiding op de dienst. Waar jongere en oudere dienaren meer bidden, worden de dromen gedroomd, de visioenen gezien, ons arme hart genezen en worden wij krachtig in de Heere en in het Woord van Zijn macht. Zie om naar de Aarons en Hurs in uw gemeente en dank er God voor, als zij er zijn. Want zij zijn geschenken van God. Zij kunnen u tot grote steun zijn. Maar onze beide ogen zijn op de Heere, die ons roept en in dat roepen getrouw is.
Katwijk aan Zee. G.Boer
*) Openingswoord van de Contio van Hervormd-Gereformeerde predikanten te Woudschoten op maandag en dinsdag 3 en 4 januari 1966.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's