De positie van de vrouw in het Oude Testament
Actualiteit van het onderwerp.
Kortgeleden is in de synode van de Geref. Kerken de principiële beslissing gevallen: aan de vrouw moet de toegang tot alle ambten worden verleend. Het lijkt daarom nuttig in enkele artikelen de bijbelse leer aangaande de vrouw voor de lezers te behandelen. Het merendeel van wat daarbij te berde komt is al eerder gezegd. Toch is het dienstig thans opnieuw de fundamentele bezwaren tegen de openstelling van de ambten voor de vrouw uiteen te zetten. De Schriftuurlijke beginselen aangaande deze materie mogen om verschillende redenen niet in vergetelheid raken. Ten eerste toont de grote meerderheid waarmee het genoemde synodebesluit werd genomen aan, dat principes snel kunnen worden vergeten. De geestelijke omwenteling die zich in de laatste decennia in de Geref. Kerken voltrok, was mede te wijten aan de veronachtzaming van beginselstudie.
Ten tweede groeit er een nieuwe generatie op, die Bijbelse voorlichting nodig heeft omtrent de sinds 1958 in de Ned. Herv. Kerk bestaande praktijk. Tenslotte moeten de argumenten voor de afwijzing van ambtsbekleding door vrouwen bekend blijven om te voorkomen dat sommigen een star standpunt innemen zonder te weten waarom. Ziehier enige motieven voor de verschijning van een reeks artikelen over de plaats van de vrouw in de kerk. De voornaamste reden om over dit onderwerp te schrijven is echter gelegen in de nog te verwachten gebeurtenissen. Immers velen in de Ned. Herv. Kerk menen dat de bepalingen van 1958 waarbij het ouderling-en diakenambt voor de vrouw werd ontsloten, niet ver genoeg gingen. De discussies over de openstelling van het predikambt zullen binnen afzienbare tijd worden hervat. De beslissing van de Geref. synode te dezer zake zal dan ongetwijfeld in het geding worden gebracht.
Na enkele beknopte artikelen over het ambt, willen wij derhalve de Bijbelse visie op de vrouw bespreken. Voor wie de gehele Bijbel als goddelijke heilige Schrift beschouwt spreekt het vanzelf dat we beginnen bij het Oude Testament. Wij wandelen daarmee in het voetspoor van Paulus, die bij de bespreking van de houding van vrouwen in de christelijke gemeente, verwijst naar de schepping: Adam is eerst gemaakt, daarna Eva. Wij komen op deze tekst later terug en citeren haar nu slechts om aan te tonen, dat men niet buiten het Oude Testament om kan gaan, als men de positie van de vrouw in het oog wil vatten.
Gelijkwaardigheid en Ongelijkheid.
In Gen. 1 valt de nadruk op de gelijkwaardigheid van de man en de vrouw (man en vrouw schiep Hij hen). In Gen. 2 wordt de ongelijkheid van beiden beklemtoond (Eva geschapen uit Adams rib). Deze opmerking was te vinden in de eerste druk van de Christelijke Encyclopedie in het artikel „Vrouw" van prof. dr. A. G. Honig. In de tweede geheel herziene druk is het artikel „Vrouw" van de hand van dr. A. van Deursen. Daarin ontbreekt een principiële beschouwing van de vrouw naar de scheppingsorde. Uit dit verschil zijn de verschuivingen die zich ten aanzien van de Schriftbeschouwing hebben voorgedaan duidelijk af te lezen. Hieruit blijkt hoe noodzakelijk het is dezelfde grondbeginselen van tijd tot tijd te herhalen. De Bijbelse regels omtrent het wezen van de vrouw mogen niet worden vergeten. In de uitdrukking gelijkwaardigheid en ongelijkheid van man en vrouw ligt het gehele probleem besloten van de verhouding der seksen zoals zich dat in de loop der tijden heeft voorgedaan.
Uit wat de Heilige Schrift ons mededeelt over de schepping van de mens en over het huwelijk blijkt duidelijk, dat er niet slechts een lichamelijk doch ook een geestelijk onderscheid bestaat tussen Adam en Eva, die beiden naar het beeld van God zijn geschapen. Door de overeenkomst en het verschil tussen hen beiden vertonen zij het beeld Gods. Het was nodig dat man en vrouw verschilden om elkander iets te kunnen mededelen, elkander te kunnen aanvullen. Dit is immers bij twee gelijken onmogelijk, omdat de één dan reeds bezit wat de ander zou kunnen geven. Het onderscheid tussen man en vrouw wordt heden door velen niet voldoende in het oog gehouden. De gelijkwaardigheid wordt al te zeer beklemtoond ten koste van de ongelijkheid, waarop het principe van de wederzijdse aanvulling berust. Daardoor neigt men ertoe man en vrouw volkomen gelijk te stellen. Men denke in dit verband aan het weglaten van de vermelding der ongelijkheid van man en vrouw naar Gen. 2 in de Chr. Encyclopedie.
Het genoemde onderscheid tussen de geslachten krijgt gestalte in de verdeling van de arbeid. De vrouw is een hulp voor de man. Hierdoor krijgt het menselijk samenleven een sociaal karakter. De aanduiding „hulp" bepaalt het karakter van de werkzaamheden van de Anrouw in onderscheid van die van de man. Deze aanduiding houdt niets denigrerends in; de Here heet ook de hulp van Jakob. Zodra de Schrift dan ook de vrouw als „hulp" heeft aangeduid, volgt de zin die de Here Jezus heeft geciteerd: „Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen". Deze uitspraak stelt de vrouw centraal in het huwelijksleven en de huwelijksgemeenschap.
De vrouw neemt in de schepping een andere plaats in dan de man. Dit onderscheid is het werk van de scheppende God op wie geen schepsel kritiek mag uiten. Zal het maaksel (het geboetseerde) soms tot zijn Maker (boetseerder) zeggen: Waarom hebt Gij mij zó gemaakt? Dit moeten de voorstanders van de vrouw in het kerkelijk ambt wèl verstaan. De ongelijkheid van man en vrouw waarop tenslotte het ontzeggen van het ambt aan de vrouw berust, is een door God gewild onderscheid. Erkennen van dit verschil heeft niets te maken met traditionele inzichten en verouderde, patriarchale ideeën.
De invloed van de zondeval op de positie van de vrouw.
Wanneer men aan de Heilige Schrift richtlijnen voor hedendaagse verhoudingen wil ontlenen, mag men de gevolgen van de zondeval niet voorbijzien. Paulus zinspeelt in zijn prediking op de val: Adam is niet (als eerste) verleid geworden, maar Eva. Maar al te veel wordt in allerlei dogmatische en ethische uiteenzettingen over de zondeval heengestapt. Men gaat terstond uit van het evangelie: in Christus is noch man, noch vrouw. Op de betekenis van dit woord zullen we later ingaan. Nu volstaan we met op te merken, dat er buiten Christus wel degelijk grote verschillen bestaan tussen de positie van de man en die van de vrouw.
Na de zondeval heeft God over Eva („en in haar over het gehele vrouwelijke geslacht") het oordeel uitgesproken met betrekking tot haar seksuele leven en haar begeerte tot de man. Voor ons huidige onderwerp is voornamelijk de slotzin van het goddelijk vonnis van belang: Uw man zal over u heerschappij hebben; in de Nieuwe Vertaling: hij (de man) zal over u heersen. In plaats van de harmonie, die er in het door God gesloten huwelijk had bestaan, kwam er nu heerschappij van de één over de ander. Sedert die tijd kent de wereld een vrouwenvraagstuk. De dienende functie, die als geschenk van God aan de vrouw een erepositie waarborgde, werd vervangen door onderworpenheid. Deze ontaardde, waar zij niet werd getemperd door de openbaring van Gods genade, in slavernij.
Eén en ander betekent niet, dat het verboden is de gevolgen van de zondeval en de erop volgende vloek te verzachten. Niemand acht het ongeoorloofd pijnen te stillen en de smarten van het geboorteproces te verminderen; evenmin verzet men er zich tegen dat de positie der vrouw in een ontwrichte wereld wordt veraangenaamd. Zodra echter de mens in snode hoogmoed aan de gevolgen van de zondeval tracht te ontkomen, zonder zich berouwvol te buigen voor God, tegen wie hij gezondigd heeft, maakt hij zich schuldig aan opstandigheid tegen zijn Schepper en Rechter. Men zou onboetvaardig de zonde willen bedrijven, doch de gevolgen ervan tot een minimum beperken: zo goddeloos is het menselijk hart!
Hier raken we aan een wezenlijk element in de opvatting van de plaats die de vrouw inneemt. Het gebruiken van middelen die het lichaamslijden kunnen verzachten, brengt ons niet direct op het terrein van het kerkelijk leven. Wel zal in de prediking en de pastorale zorg moeten worden gewaarschuwd voor het ongelovig aanwenden van geneesmiddelen. De levenshouding van de mens, die niet beseft de Here, de grote Geneesheer nodig te hebben, doch meent met uitgezochte medicamenten te kunnen volstaan, moet worden veroordeeld. Bij de vraag naar de ambtsbekleding door de vrouw hebben wij direct te maken met de ordeningen voor de kerkelijke gemeente. Houdt men ootmoedig rekening met het oordeel van God over de gevallen mens of verzet de trotse mens zich tegen het oordeel van God? Probeert men in voortdurend tegenstreven toch weer, in de gemeente, de plaats te bereiken waarvan wij door de ongehoorzaamheid werden verdreven?
De oproep tot berouw en ootmoedig aanvaarden van Gods bestel is één van de belangrijke bijdragen die het gereformeerd protestantisme kan leveren tot de discussies over emancipatie, technische ontwikkeling, ruimtevaart en andere moderne vraagstukken. Op welke wijze er door de verzoening van Christus verandering is gekomen in de positie van de zondige mens in het algemeen en in de verhouding van de vrouw tot de man in het bijzonder, hopen wij te behandelen bij de bespreking van de nieuwtestamentische gegevens over de vrouw. Ook voor de beoordeling van deze gegevens blijft de zondeval als achtergrond altijd belangrijk: de positie die de vrouw door Christus' werk inneemt is geen totaal nieuwe staat, doch een (aanvankelijk ingetreden) herstel van de scheppingsorde.
De vrouw in Israël.
De plaats die de vrouw in Israël innam, was door de invloed van de goddelijke openbaring veel eervoller dan die welke zij in het heidendom bekleedde. Als echtgenote en moeder stond de vrouw heel hoog aangeschreven. Men denke aan Ps. 128 en de sierlijke beschrijving die daar van de levensgezellin wordt gegeven. Ook Spreuken 31 : 10—31 kan als voorbeeld dienen: de lof van de deugdzame huisvrouw". Wat had de vrouw een grote invloed op het leven van haar man! Wie een deugdelijke gade heeft, is bekend in de poorten waar hij zit met de oudsten van het land. Zijn vrouw zit echter niet in de poort; zij beweegt zich niet in het openbare leven, doch is de stuwende kracht van haar gezin, dat zij met zorg en ijver bestuurt. „Zij schittert als een robijn, gelijk er in vers 10 staat, maar in het private, niet in het publieke leven" (A. Kuyper). In het vijfde gebod wordt voor de moeder dezelfde eer opgeëist als voor de vader. Lev. 19 : 3 noemt de moeder zelfs vóór de vader: Ieder zal zijn moeder en zijn vader vrezen..." (d.i. ontzag voor hen hebben). De vrouw bezet naar Gods eigen wil en ordening een ereplaats in het gezin. Daar en niet in het publieke en kerkelijke leven ligt haar taak. Deze opmerking spruit niet voort uit verachting van de vrouw. Integendeel, juist wanneer de vrouw een andere plaats inneemt dan die welke God voor haar heeft bestemd en waarvoor zij is begaafd, wordt haar aard en wezen geweld aangedaan.
Nog één opmerking tot besluit. Bij de heidenen rondom Israël kon de vrouw het priesterschap bekleden. Als priesteres was zij veel nauwer bij de godsdienst van het volk betrokken dan de vrouw in Israël. Inmiddels werd zij overal in grotere slavernij gehouden dan bij het volk van het verbond. Hieruit blijkt dat iemand die voor de vrouw een belangrijke plaats in het openbare leven opeist, de vrouw volstrekt niet hoger behoeft te waarderen dan hij die haar deze plaats ontzegt. Men mag het niet doen voorkomen alsof de tegenstanders van de openstelling van de ambten voor de vrouw, een slavin van de vrouw willen maken. Wij wensen haar voor het gezin te bewaren, omdat de haar van God geschonken gaven haar juist daar als een edelsteen kunnen doen schitteren.
Rotterdam
H. Goedhart
¹) Zie H. Visscher, Het Paradijsprobleem, blz. 144. De schepping van man en vrouw in hun verscheidenheid heeft niet alleen betrekking op de voortplanting, doch bevat een diepe geestelijke zin.
²) Vergelijk G. Huls, De Dienst der Vrouw in de Kerk, blz. 3.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 februari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's