Wat doen de gediplomeerden van de middelbare scholen voor meisjes met haar einddiploma.....??
De eerste middelbare school voor meisjes werd door de gemeente Haarlem opgericht in 1867. Spoedig werd dit voorbeeld door enige andere gemeenten gevolgd. Het aantal scholen bleef echter gering. Dit begon pas beter te worden, nadat in 1948 voor deze scholen een wettelijke regeling tot stand kwam d.w.z. zij werden op gelijke wijze als de overige scholen voor middelbaar onderwijs in de wet opgenomen, waardoor het ook mogelijk werd aan deze scholen op dezelfde voet als voor de hogereburgerscholen een bijdrage uit 's Rijks kas te verlenen. Dan komt ook voor dit schooltype de grote uitbreiding! In 1962—1963 bedroeg het aantal zelfstandige scholen voor meisjes 41 met in totaal 12.129 leerlingen en 136 afdelingen middelbare school voor meisjes verbonden aan gymnasia, hogere burgerscholen of lycea met 14.749 leerlingen, in totaal dus 26.878 leerlingen. Het openbaar onderwijs omvatte hiervan 6.260 leerlingen, dus 24%, het bijzonder onderwijs 20.618 leerlingen, dus 76%.
Het programma van de middelbare scholen voor meisjes legt vooral de nadruk op de kunstzinnige vorming. Zo wordt onderwijs gegeven in kunstgeschiedenis, muziek, tekenen, naaldvakken. Bij de talen wordt grote aandacht geschonken aan de letterkunde en aan het actieve taalgebruik. Voorts bestaat er nogal vrijheid in de leerplannen, zodat de ene school wel eens andere vakken kan onderwijzen dan de andere school. Nu heeft dit feit bij enkelen de foutieve mening doen post vatten alsof dit een soort „luxe" school zou zijn.
In de vergaderingen van de Vereniging van Directrices (Directeuren) van Scholen voor M. en V.H.O. is de wenselijkheid naar voren gebracht om na te gaan wat de oudleerlingen na haar eindexamen ondernemen teneinde ook het hier genoemde misverstand weg te nemen.
Dit onderzoek heeft intussen plaats gevonden en een rapport is uitgebracht in „Director" november 1965.
Van de eindexamen jaren 1956, 1957, 1958, 1959, en 1960 werden de namen der geslaagde kandidaten opgevraagd. Omdat het ondoenlijk zou zijn van alle geslaagden gegevens te vragen en te verwerken werd van iedere 20 kandidaten telkens één aangewezen en deze oudleerlingen ontvingen via de bezochte school een enquêteformulier ter invulling. De ingezamelde formulieren, 493 in totaal, (derhalve uit een aantal klaargekomenen van bijna 10.000) werden doorgestuurd naar het Instituut voor Preventieve Geneeskunde te Leiden ter bewerking.
De gegevens werden opgenomen begin januari 1963.
Van deze 493 diplomabezitsters waren toen 408 ongehuwd, 77 gehuwd, terwijl 8 deze vraag niet beantwoord hadden. We kunnen dus voor het totale aantal van bijna 10.000 deze getallen globaal met 20 vermenigvuldigen. Van de 77 gehuwden waren er 35 zonder werk en zonder verdere opleiding, 15 hadden een beroep, 7 hadden wel een opleiding gevolgd en 20 hadden een opleiding gevolgd en hadden ook een beroep.
Eerst was gevraagd naar de eerste opleiding, die na het eindexamen gevolgd was. Het blijkt, dat van de 493 er 19 zijn, die geen opleiding gevolgd hebben. Van de anderen hebben 83 deze opleiding afgebroken, 101 zetten deze opleiding nog voort, terwijl 287 deze opleiding met succes hebben voltooid. Het zou zeer saai worden alle getallen te geven, maar toch moet opgemerkt worden, dat van de 287 geslaagden er 116 bij het onderwijs waren, 94 in administratieve beroepen en 25 in verplegende beroepen.
Van de 116 geslaagden in de onderwijssector waren er 10 voor buitenlandse opleiding in talen, 8 voor m.o. akten, terwijl 2 nog een tweede m.o. akte haalden, 7 voor nijverheidsakten, terwijl 1 nog een tweede haalde, 36 voor de akte onderwijzeres, terwijl 21 nog een volgende akte haalden; 3 slaagden voor akte kleuterleidster; 13 slaagden voor bibliotheek-en leeszaalassistente; 6 slaagden voor gymnasium A of h.b.s.-A; tenslotte slaagden 8 voor de vormingsklas.
Van de 94 geslaagden in administratieve beroepen waren er 59 voor secretaresse, 20 voor stenotypiste, 10 voor typiste, 1 voor kantoorbediende, 3 voor handelscorrespondentie en 1 voor archiefverzorgster.
Van de 25 geslaagden in verplegende beroepen zijn er 18 geslaagd voor verpleegster, 4 voor maatschappelijk werkster, 4 voor logopediste, 1 voor Mensendiecklerares, 2 voor heilgymnastiekmasseuse, 1 voor Jeugdgroepleidster en 3 voor arbeidstherapeute. Voor degenen, die willen opmerken, dat de rekening niet klopt moet ik antwoorden, dat meerderen twee diploma's hebben behaald.
Verschillende gediplomeerden van het eindexamen hebben na het afbreken van de eerste opleiding of ook na het behalen van een diploma nog een tweede opleiding gevolgd. Van de 493 hebben 220 zo een tweede opleiding gevolgd. Hiervan hebben 105 een diploma behaald, terwijl van 98 deze tweede opleiding nog voortduurt. Van de 105 geslaagden zijn er 39 in de onderwijssector, 42 in de administratieve sector en 8 in de verplegende beroepen.
Van de 39 in de onderwijssector zijn er 16 voor buitenlandse opleiding in talen, 2 voor m.o.-akten, 3 voor N.O. akten, 5 voor l.o. akten en 2 voor een volgende l.o. akte; 4 voor bibliotheek- en leeszaalassistente; 6 voor vormingsklas en 1 voor talenonderwijs.
Van de 42 in administratieve beroepen zijn er geslaagd 9 voor secretaresse, 11 voor stenotypiste, 11 voor typiste en 11 voor handelscorrespondentie.
Tenslotte willen we nog weergeven welke beroepen in januari 1963 door de ondervraagden werden uitgeoefend, voor zover ze althans nog niet in opleiding waren. Van de 493 waren er 324 in een beroep werkzaam, hiervan waren er 29 in bijzondere diensten (analiste, apothekersassistente, enz.), 10 in handel en reclame (inkoop-assistente, verkoopster), 17 in het verkeer (informatrice, stewardess, enz.), 15 in de communicatie (journaliste, telefoniste, enz.), 85 in het onderwijs, 105 in administratieve beroepen, 1 in kunst, 46 in hulpverlenende beroepen, 3 in agrarische beroepen, 12 in lich. en pers. verzorging (receptioniste, huishoudkundige, enz.), 1 pianolerares.
Van de 85 in het onderwijs werkzame meisjes zijn er 9 bij het M.O., 8 bij het N.O., 46 bij het L.O., 4 bij het kleuteronderwijs, en 18 bibliotheek-en leeszaalassistente.
Van de 105 in administratieve beroepen zijn 72 secretaresse, 5 stenotypiste, 1 typiste en 27 kantoorbediende.
Van de 46 in hulpverlenende beroepen zijn er 23 verpleegster, 4 maatschappelijk werkster, 5 logopediste, 2 Mensendiecklerares, 4 heilgymnastiekmasseuse, 2 Jeugdgroepleidster, 4 arbeidstherapeute, 1 vormingsleidster.
Uit al deze cijfers is wel duidelijk gebleken, dat de voorkeur van de oudleerlingen der middelbare scholen voor meisjes uitgaat naar de hoofdgroepen: onderwijs, administratie en hulpverlening.
Uit de cijfers valt ook af te leiden, dat de opleiding voor een tweede beroep voorkomt naast het uitoefenen van een eerste beroep.
Het is uit deze cijfers wel gebleken, dat de gediplomeerden der m.m.s. zich een plaats in de maatschappij wetende verwerven.
Afgezien hiervan kan echter gesteld worden, dat de m.m.s. aan haar leerlingen een waardevolle algemene ontwikkeling weet te geven, waar zij in haar gehele leven haar voordeel mee zal kunnen doen en haar genoegen aan zal kunnen beleven.
Heeft dit onderzoek de, betrekking gehad op die meisjes, die het einddiploma weten te verwerven, de ervaring leert, dat ook die meisjes, die bevorderd worden naar klas vier gelegenheid vinden verder te studeren voor kleuterleidster, onderwijzeres of wel een vormingsklas volgen en dan in het nijverheidsonderwijs haar weg vinden. Ook gaat er hier een weg naar de verplegende beroepen.
Ook uit dit misschien wat saaie artikel moge het nut van de middelbare school voor meisjes, voor de meisjes gebleken zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 februari 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's