De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden

11 minuten leestijd

In „De Waarheidsvriend" van 13 jan. en in die van 20 januari schreef drs. G. Verweij in zijn artikelenreeks over het kerkelijk leven in Amerika iets over de zogenaamde „Far-Right". In zijn 7de artikel (13 januari) schreef hij dat hij in de volgende aflevering aandacht zou schenken aan een speciaal nummer van het „Reformation Journal", een blad dat volgens drs. Verweij nauw verbonden is met Calvin College in Grand Rapids.

Bij deze zin uit het artikel van drs. Verweij behoren al twee opmerkingen:

1. De naam van het blad is niet „Re­formation Journal" maar „Reformed Journal".

2. Dit blad is niet nauw verbonden met Calvin College. Ik heb een afschrift van een brief van Calvin College, waarin men zich duidelijk distancieert van deze publicatie. Wel is waar dat een groep professoren van Calvin College aan het blad meewerkt. Deze groep wordt beschouwd als de meest „progressieve" groep in de Christian Reformed Church, de Amerikaanse zuster-kerk van de Gereformeerde Kerken in  Nederland.

Omdat ik ervan overtuigd was dat „De Waarheidsvriend" het lang niet eens is met de progressieve richting van de Gereformeerde Kerken in Nederland en dus ook niet met de progressieve richting van de Christian Reformed Church, had ik verwacht dat drs. Verweij in zijn artikel nr. 8 tot een kritiek op het „Reformed Journal" zou komen. Maar wie schetst mijn verbazing toen ik zag dat drs. Verweij niet alleen geen kritiek had op het „Reformed Journal", maar zijn artikel voor het allergrootste gedeelte daar uit overgenomen heeft (dit zelfs zonder de bron te vermelden: iets dat naar mijn mening wel zo eerlijk zou zijn geweest).

En zo staan daar dus in artikel 8 van de serie over het kerkelijk leven in Amerika een groot aantal beschuldigingen aan het adres van dr. Carl Mcintire, de president van de I.C.C.C. Beschuldigingen die drs. Verweij, door ze over te schrijven van prof. Lewis B. Smedes, voor zijn rekening heeft genomen. Beschuldigingen echter, die onwaar zijn!

Het zou te ver voeren om alle aantijgingen te weerleggen. Slechts enkele zaken wil ik uit het artikel lichten:

1. „Billy Graham kreeg een uitbrander, omdat hij samenwerkte met predikanten wiens kerk lid is van de Wereldraad". Dit is een onwaarheid. Dr. Mclntire vindt de methode van Billy Graham verkeerd omdat deze met iedereen wil samenwerken en de nazorg van zijn evangelisatieacties overlaat aan de plaatselijke kerken, of die nu vrijzinnig zijn of niet. Is dit nu werkelijk zo'n vreemde redenering van Mcintire? Vindt drs. Verweij het om het even of mensen die met het Evangelie in aanraking zijn gekomen in handen vallen van vrijzinnigen of niet? Ik niet!

2. „Dr. Martin Luther King is een communist omdat de gehele 'civilrights' beweging communistisch geïnspireerd is". Ook dit is een onwaarheid. Nog nooit heeft dr. Mcintire dr. Martin Luther King een communist genoemd. Integendeel, in een open brief aan dr. King heeft dr. Mcintire duidelijk gezegd dat hij niet geloofde dat King communist is. Wel gelooft dr. Mcintire dat de „civil-rights" beweging door de communisten geïnfiltreerd is. Hij staat hierin echter niet alleen. De heer J. Edgar Hoover, de directeur van de Amerikaanse geheime politie, heeft herhaaldelijk gewaarschuwd voor de communistische invloeden in King's organisatie.

3. Het is onmogelijk om hier de gedachten van dr. Mcintire over Handelingen 4 : 32 over te nemen. Dan zou dit stuk veel te lang worden. De voorstelling zoals drs. Verweij die geeft is echter helemaal scheef. Wie zich daarvoor interesseert kan dr. Mcintire's boek „Author of Liberty" van mij lenen.

4. Ook het individualisme waarvan dr. Mcintire wordt beschuldigd is een verkeerde voorstelling van zaken. Dr. Mcintire gelooft dat de genade van God in de harten van mensen werkt. Dat individuen tot God worden bekeerd — één voor één. Het geloof in de Heere Jezus Christus, aldus Mcintire, wordt niet geschonken aan verenigingen of vergaderingen of gemeenschappen. Neen, het geloof is een persoonlijke zaak. De mens, niet een vereniging, moet tot God worden bekeerd. Als drs. Verweij dit een vals evangelie noemt, vraag ik me werkelijk af hoe zijn evangelie er wel uit zal zien.

De schrijver besluit zijn artikel: „Hij (Mcintire) heeft de sociale filosofie van de Franse revolutie. Zijn conceptie is even anti-christelijk als het maoisme en moet daarom als een vals evangelie veroordeeld worden". Wie zich nog herinnert dat de leus van de Franse revolutie was „geen God, geen Meester", wie weet dat het marxisme zegt dat „godsdienst opium voor het volk is", en wie dr. Mcintire kent, die zal moeten toegeven dat deze beschuldiging eenvoudig bespottelijk is.

D. M. Boogaard,

voorzitter I .C .C .C.-Jeugdcontact.

Bodegraven, Dronenweg 15.

Naschrift

Als commentaar op het „Ingezonden" van de heer Boogaard moge het volgende dienen.

1. „Reformation Journal" moet inderdaad „Reformed Journal" zijn.

2. De nauwe verbondenheid van „Reformed Journal" en „Calvin College" is niet een juridische, maar een personele. De redactie bestaat uit personen, die als hoogleraar of in een andere functie aan dit „College" verbonden zijn. Het blad is een uitgave van de bekende uitgeverij Wm. B. Eerdmans Publishing Company.

3. Het is bepaaldelijk onjuist om de progressieve richting van de „Christian Reformed Church" en die van de Gereformeerde kerken in Nederland op één lijn te stellen en daaruit een conclusie ten aanzien van de positie van „De Waarheidsvriend" te trekken. In het derde artikel van mijn reeks (zie „De Waarheidsvriend" van 2 december '65) heb ik duidelijk gesteld dat de „Christian Reformed Church" veel behoudender is dan haar zusterkerk in Nederland.

4. Ik heb inderdaad gebruik gemaakt van de speciale uitgave van „Reformed Journal" over de „Far Right". Indien dat niet duidelijk genoeg gebleken is uit mijn artikelen dan wil ik dat hier gaarne onderstrepen.

5. Wat de uitbrander van Mcintire aan het adres van Billy Graham betreft, mag ik de heer Boogaard verwijzen naar „Christian Beacon" van 15 okt. 1964, waar hij het een en ander beschreven kan vinden. Volledigheidshalve mag ik hier wel bij aantekenen dat ik ook mijn reserves heb ten aanzien van het optreden van Billy Graham, zij lopen echter niet parallel aan die van Mc Intire.

6. De beschuldiging dat Mcintire Martin Luther King een communist genoemd heeft, heb ik gedaan op gezag van prof. Smedes, ik heb het zelf niet in één van de publicaties van Mcintire gelezen. Ik ben dan ook gaarne bereid mijn beschuldiging in te trekken. Bevreemdend blijft echter wel, dat in de „Christian Beacon" met veel waardering wordt gesproken over de John Birch Society, een organisatie die behalve King verschillende andere prominente Amerikanen als communist gedoodverfd heeft ²).

7. Indien het individualisme van Mcintire alleen maar in zou houden dat het geloof een persoonlijke zaak is, zou ik er gaarne mee instemmen. Zo simpel is het echter niet. Mcintire's individualisme is het geloof in het absolute eigendomsrecht van de mens als de door God gewilde basis van het maatschappelijk bestel. Dit geloof is de bron van waaruit Mcintire's actie in Amerika gevoed wordt. Voor hem is Jezus Christus' verdienste aan het kruis waarop de „whole free enterprise" (de maatschappij die het vrije individu en de vrije onderneming als basis heeft) rust. Elke maatregel die aan deze vrije maatschappij, zoals deze met name gegroeid is in de 18e en 19e eeuw in Amerika, afbreuk doet, zoals werkgelegenheidspolitiek, gelijke berechting van de negers, de Verenigde Naties, enz. enz., wordt door Mcintire gezien als een belemmering van de voortgang van Gods Koninkrijk.

Enkele citaten mogen als illustratie dienen. „Christenen die geloven in de Tien Geboden zijn tegen de vernietiging van het eigendomsrecht". „Eigendomsrechten zijn fundamentele menselijke rechten en zijn even vitaal voor het behoud van de individuele vrijheid en waardigheid als de vrijheid van meningsuiting, vrijheid van religie en andere door God gegeven menselijke rechten" „Wij worden wederstaan in, onze actie voor „goed, ouderwets geloof in individualisme en het Woord van God". „Wij zijn een volk dat zijn vrijheid liefheeft boven elk ander bezit. Dit moeten we beschouwen als een gift van God, want hij is de auteur van de vrijheid" 6).

Wat heeft nu dit alles te maken met de Franse revolutie? Wel dit, dat de op de vrijheid van het individu gebaseerde maatschappijleer, zoals we dit bij Mcintire vinden, een vrucht is van de Franse revolutie, alleen met dit fundamentele verschil dat deze leer bij de Franse revolutie gebouwd was op een humanistische mensbeschouwing, terwijl Mcintire haar meent te funderen op Gods Woord. Met andere woorden wat Mcintire wezenlijk doet is de prediking van een op humanistisch mensbeeld stoelende maatschappijleer onder de vlag van het Evangelie Gods.

8. Ik heb mij in mijn artikelen bewust beperkt tot Mcintire's activiteiten binnen zijn „20th Century Reformation Hour" programma en heb zijn werkzaamheden binnen de I.C.C.C, buiten beschouwingen gelaten. In de eerste plaats omdat zulks niet helemaal gepast zou hebben binnen het onderwerp van mijn artikelenreeks en in de tweede plaats omdat ik de schijn wilde vermijden dat ik de I.C.C.C. als zodanig verantwoordelijk wilde stellen voor Mcintire's optreden in Amerika. Maar nu de heer Boogaard in zijn functie van voorzitter van het I.C.C.C. jeugdcontact voor Mcintire in het geweer springt, moeten er enige opmerkingen van mijn hart omtrent het gevaar van Mc Intire's actievoering voor de I.C.C.C. zelve.

De invloed van Mcintire's ideologie in de I.C.C.C. is allerwege merkbaar. In Amerika zelfs in die mate dat de Amerikaanse afdeling van de I.C.C.C. geheel in dienst staat van Mcintire's strijd tegen het vermeende communisme en andersom, beide gaan praktisch in elkaar op. In Nederland met name, hebben de voor Europese begrippen merkwaardige uitspraken van officiële I.C.C.C.-congressen over het communisme en de kerken achter het ijzeren gordijn, zeer veel bevreemding gewekt. Zij passen ook eerder binnen Mcintire's actie in Amerika dan noodzakelijk binnen het werk en doelstelling van de I.C.C.C. Ik heb dat gedurende mijn verblijf in Amerika eerst goed leren verstaan.

Het is bekend dat velen aarzelen zowel voor de I.C.C.C. als voor de Wereldraad. Ds. Boer heeft hier kortelings geleden, over geschreven in „De Waarheidsvriend" van 3 februari 1966. In zijn artikel verwerpt ds. Boer het dilemma I.C.C.C of Wereldraad. Ook in Amerika verkeren velen in deze positie. G. L. Ford, „general director of the National Association of Evangelicals" zei op een congres o.a. dat zijn organisatie weigerde zich aan te sluiten zowel bij de I.C.C.C. als bij de Wereldraad. Wij willen ons niet bij de I.C.C.C. aansluiten, zo gaat hij voort, niet omdat we het met de grondslag niet eens zijn maar omdat wij geloven dat het reactionaire optreden van deze organisatie de kerk in haar taak om het Evangelie te doen doordringen in de wereld, in de weg staat.

Op deze ontboezeming wordt nu als volgt gereageerd door A. E. Steele in een toespraak op een congres van de Zuid-Amerikaanse afdeling van de I.C.C.C. Hij verwijt de „evangelicals" dat ze neutraal zijn, omdat ze geen keus tussen de I.C.C.C. en de Wereldraad willen maken. Deze houding van neutraliteit moet tot een compromis leiden en wanneer een christen aan het schipperen slaat, gaat hij een akkoord aan met de duivel. Hij maakt een verbond met de dood. Wat een contrast tussen deze slappe „evangelicals" en de voor de waarheid strijdende broeders van de I.C.C.C, aldus Steele.

Ook hier weer een illustratie van het absolutistische denken, dat het optreden van Mcintire en zijn volgelingen kenmerkt. Het is zwart of wit, wie de keus voor het ene niet maakt, heeft per definitie de keus voor het andere gedaan en wordt prompt veroordeeld. Het is mijn overtuiging dat de I.C.C.C. alleen dan een eerlijke poging tot een oecumene van bijbelgetrouwe kerken kan worden, — want daar gaat het in haar diepste zin toch om —, als zij zich bewust van de ideologie van Mcintire distantieert.

G. Verweij.

  ¹) De „Christian Beacon" is een weekblad dat door Mcintire wordt uitgegeven ter ondersteuning van zijn „20th Century Reformation Hour". Verder afgekort met CB.

²) CB 1 oktober 1964.

³) CB 12 november 1964.

) CB 29 oktober 1964.

5) CB 19 november 1964.

6) CB 15 oktober 1964.

7) Dit is een organisatie van orthodoxe christenen in Amerika. De „Christian Reformed Church" is aanvankelijk bij deze organisatie aangesloten geweest, maar is later op formele gronden uitgetreden. Omdat het een organisatie van personen is, werd lidmaatschap van een kerk niet wenselijk geacht.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ingezonden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's