Toejuichen en daarin verwerpen
En die voorbijgingen en die volgden riepen, zeggende: Hosanna! Marcus 11 : 9a.
En die voorbijgingen en die volgden riepen, zeggende: Hosanna! Marcus 11 : 9a.
Het is dus mogelijk, dat iemand Jezus toejuicht en Hem juist daarin verwerpt. Een voorbeeld daarvan meenden we in de toejuiching der joden bij de intocht te zien. Wat verwacht de schare dan van Jezus, waarom zij Hem toejuicht? Dit komt treffend uit in het woord, dat Marcus er van heeft opgetekend: „Gezegend zij het Koninkrijk van onze vader David, hetwelk komt in de naam des Heeren". Ziedaar, wat de schare verlangt: „het Koninkrijk van vader David". In die tijd was Israël groot, rijk en machtig geweest. In het heden echter moeten zij zich krommen onder het zware juk der Romeinen. Daarom heeft een Israëliet één verlangen, dat men telkens tevoorschijn ziet komen.
Dit verlangen leeft bij de schare, bij de Farizeeën en Schriftgeleerden, bij de discipelen. Hierop is de hoop van geheel Israël gevestigd en nu Jezus op aarde is, verwacht de schare de wederkeer van het grote rijk. Jezus is de Man, die op de troon van David zal zitten, die het Koninkrijk aan Israël weer zal oprichten. En als Jezus nu doet, wat Hij nog nooit gedaan heeft, laait de oude hoop bij het volk heftiger op dan ooit tevoren. Nu komt de grote heerlijkheid, die de profeten zo vaak geprofeteerd hebben. We lezen bij Amos: “Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, en Ik zal haar reten ver tuinen (haar scheuren dichtmaken), en wat aan haar afgebroken is weder oprichten, en zal ze bouwen als in de dagen van ouds". Ja, dat komt. Gezegend het Koninkrijk van onze vader David.
Dit alles lijkt ver van ons af te liggen. Wij verlangen niet naar het koninkrijk van David. Waar verlangen wij dan wel naar? Als u deze meditatie leest, vertel eens, waar verlangt u naar? Ga eens even stil zitten en let op de eerste gedachte, die bij u opkomt. Misschien is dat uw liefste wens. Wij verlangen, dat onze wensen vervuld worden. Als dit gebeurt zeggen we: ik ben gelukkig, al mijn wensen zijn vervuld. Wij verlangen naar geluk. Welnu, dat deed Israël ook. Israël verlangde naar het geluk op zijn manier en wij op onze manier. Er leeft niemand op de wereld, die niet verlangt. Wij verlangen naar telkens een stukje geluk, om iets te krijgen, dat we nu nog niet hebben. Wij jagen naar een bevredigender toestand, 't zij voor ons persoonlijk, 't zij voor de hele samenleving. De vraag is nu maar, waarin wij het geluk menen te vinden, De mens van nature haakt naar de grootsheid des levens, de begeerlijkheid der ogen en de begeerlijkheid des vleses. Helaas, de wereld is een groot belover, doch een slechte gever.
Nog eens: wij mensen zoeken het geluk. Jezus is gekomen om dat geluk te brengen. Jezus is Zaligmaker d.i. Gelukbrenger. Hij kwam verlossen van alle kwaad en brengen tot het hoogste goed. Wij mensen zoeken het geluk en Jezus brengt het geluk, dat sluit als een bus. Helaas staan we voor het feit, dat de mensen de Gelukbrenger naar het kruis hebben verwezen. Hoe komt dat toch? Omdat de mensen het geluk zoeken in deze wereld en Jezus in God en in het eeuwige leven. Het geluk, dat het volk zoekt is zichtbaar en tastbaar op deze wereld. Het geluk dat Jezus komt brengen is in een andere wereld, Het volk beschouwt een plezierige inrichting van deze wereld als het voornaamste. Jezus vindt de geboden Gods en de gemeenschap met de Vader de hoofdzaak
Hier hebt ge de wortel van het conflict tussen Jezus en de schare. Het gaat om het gelukkige leven, om de zaligheid. De schare heeft bepaalde gedachten over het geluk. Nu wil zij dat Jezus met Zijn macht dat geluk voor hen werkelijkheid maakt. Zij menen, dat Hij veel kan. Bij Lucas staat dan ook, dat zij God gingen loven, vanwege de krachtige daden, die zij gezien hadden. ZIJ verlangden van Jezus de genezingen en de broden, de bevrijding van de Romein en van elke aardse vijand. Het volk smeekt Jezus voor de laatste maal: geef ons het geluk, waarnaar wij hunkeren, treed als onze koning op. Dit heeft de Zaligmaker geweigerd, Hij wilde de wedergeboorte, de totale bekering, de verzoening met God, de weelde van het kind warden aan Israël brengen. Dit hebben zij op hun beurt geweigerd.
En nu, welk geluk zoeken wij? Is het aardse voor ons de hoofdzaak of het eeuwige en Goddelijke? Hebben wij auto hebben of welk aards goed ook, of is het ons grootste verdriet, dat we zo wereldsgezind zijn en niet wedergeboren en zo ongehoorzaam en zo weinig geloof?
Zijn onze gedachten bezig met onze liefste zonden of zijn we bezig onze oude natuur te doden en met veel pijn ons goddeloze leven te verlaten? Het wereldse en zondige is ontzettend sterk in elk mens. Wij zijn niet anders dan goddelozen, die alle kwaad beminnen. Menigeen heeft daar een sluier van godsdienst en vroomheid over gelegd. Maar als het aardse en tijdelijke en zondige de overhand heeft en ons begeren bepaalt, betekent dit niet anders, dan dat Jezus verworpen wordt.
Wij mensen staan nog altijd voor de keus. Jozua sprak reeds: , Kiest u heden, wien gij dienen zult .Waar zullen wij vrede zoeken, in de wereld of bij God? Voordat wij ons van die vraag bewust worden, hebben we al lang de wereld gekozen. Doch daarmee hebben wij God verworpen, al lijkt het anders, van nature willen we de Almachtige gebruiken om onze wil gedaan te krijgen. Wij stippelen God de weg voor. Maar het moet andersom Wij moeten ons de weg door Hem laten uitstippelen.
De joden wilden Jezus hin Koning maken. Toen Hij dat niet wilde hebben zij Hem verworpen. Zo is het met allen, die Jezus niet belijden. Zij willen een God, die hun zin doet en hun vlees de ruimte geeft. Daar zijn echter ook mannen en vrouwen, waar het heel anders schijnt. Zij willen niet zozeer het hier goed hebben, zij willen het hiernamaals goed hebben. En toch zijn ze niet veel verder dan de schare, die een aards koninkrijk zochten; zij zijn hemelzoekers en niet Godzoekers. Zij willen genieten, maar zij gaan niet gebukt onder hun ontzettende schuld en hun goddeloos, verdorven hart. Zij zoeken zaligheid, maar geen heiligheid.
Is het helemaal verkeerd aards geluk te zoeken? Het is helemaal niet verkeerd. Het is alleen verkeerd als we het aan de verboden boom zoeken en niet binnen de perken van Gods wet willen blijven. En het is ook verkeerd, als het zoeken naar aards genot overheerst.
Zie, wij leven in een wereld waarin velen naar het geluk jagen, overdadig en verboden geluk. Op deze wereld hangt Christus aan het kruis, omdat Hij dit geluk bestreed en leerde God te zoeken.
Hoe is het bij ons? Zijn wij anders dan de joden? Is er een ommekeer in ons leven gekomen?
Wat was er met het joodse volk? Dat volk had wel last van de Romeinen, doch niet van hun zonde en schuld. Is de zonde ons bitter geworden, omdat het zonde is en niet om de straf? Zijn in ons leven de banden met onze begeerlijkheden verbroken? Zouden we niets liever willen dan dat deze begeerlijkheden uitgeroeid worden?
De joden hebben Jezus, toen Hij hun zin niet deed, verworpen. Hebt u Hem aangenomen? De joden kenden Jezus niet en konden Hem niet aannemen. Hebben wij geleerd, dat wij dit ook niet kunnen en dat het ons van Boven gegeven moet worden?
De joden hadden geen Jezus nodig, want hun leiders en vromen, waren ervan overtuigd, dat zij rechtvaardig waren en heel niet verloren. Hebben wij ontdekt, dat wij met al onze godsdienst goddelozen zijn, verdoemelijk voor God en geheel verloren? Dat is benauwd. Want dan gevoelt men: als ik zo blijf, zal ik voor eeuwig verloren moeten gaan.
De joden zagen de komende ondergang niet. Bent u ervan overtuigd, dat uw einde nabij is en wat dan? Jezus weende over Jeruzalem, toen het volk Hem toejuichte. Misschien juichen de mensen u toe, dat u zo'n begaafde dominee bent. Maar weende u veel over uw verlorenheid, dat ge God mist en nog zo wereldsgezind zijt?
Is er dan niemand op de aarde, die juichen kan? De moordenaar uit Lucas 23 kan juichen. Hij had zijn onwaardigheid en strafwaardigheid gezien en had Jezus leren kennen. Hij had de belofte in een weg van faillissement verkregen. Sommigen hebben nooit in de gevangenis gezeten en zijn nooit verloren gegaan, maar juichen toch in Christus. Dat juichen eindigt in een eeuwig wenen. Maar mensen als de moordenaar en dergelijke zullen eeuwig juichen.
Delft L. Vroegindeweij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's