De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

6 minuten leestijd

„Assen” ver-assen.

Een kroniekschrijver doet een greep. Niet altijd de beste, maar wat kan hij anders. In dit opzicht is evenmin de volledigheid te vatten. Het gaat om zowat een paar lijnen.

Kroniek is een woord, dat te maken heeft met de klanken, die de Grieken voortbrachten, wanneer ze hetzelfde wilden zeggen als wij, wanneer we het woordje tijd laten vallen. Gezegd moet, dat de Grieken iets royaler in hun woordschat waren in dezen. De vertaler geeft het weer door „tijden en gelegenheden". De Grieken namelijk hadden een speciaal woord, dat ze gebruikten, wanneer ze dachten: het is nu echt het gunstig tijdstip.

De Prediker zegt, dat alles zijn bestemde tijd heeft. Deze heilige man, gedreven door de Geest Gods, geeft een menigte bewijzen. Er is overal een tijd voor. Om geboren te worden en te sterven. Om te doden en te genezen. Om weg te werpen en om te verzamelen. Een tijd om te zoeken en een tijd om verloren te laten gaan, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te werpen. Enzovoort.

Gebeurt dit niet in de geschiedenis van de kerk? Immers de gemeente schrijdt door de eeuwen. Om te komen tot een precieze formulering: Is er niet een tijd om tucht te oefenen en een tijd om banvloeken in te trekken? Derhalve, om nog even te blijven in de lijn van de Prediker: Wat voordeel heeft hij die werkt van hetgeen hij bearbeidt?

Op de vergadering van het Centraal Comité van de Wereldraad - die een nieuwe secretaris-generaal kreeg als opvolger van onze landgenoot dr. Visser 't Hooft, in de persoon van de Amerikaanse Presbyteriaan dr. Blake - is verslag uitgebracht over de vierde zitting van 't Tweede Vaticaans Concilie door twee waarnemers. Vanuit zijn orthodoxe achtergrond gaf prof. dr. Nikos Nissiotis zijn visie op het Concilie. Hij zei onder andere, dat psychologisch het klimaat was veranderd door de opheffing van wederzijdse banvloeken, maar de wezenlijke oorzaken van het schisma zijn nog sterk aanwezig. De gedachte van een paus, die de macht heeft elk ogenblik gedurende de loop van de conciliebesprekingen in te grijpen, is voor de orthodoxen onaanvaardbaar. Door een „Motu proprio" kan de paus aan het concilie een geheel andere loop geven. De lege pauselijke troon domineert op het concilie. In feite is op deze manier - mogen we tussen haakjes opmerken - de paus niet eens meer voluit het zichtbaar hoofd van de kerk op aarde. Een dosis onzichtbaarheid moet stellig bijdragen tot versterking van zijn gezag en prestige.

Niettemin mogen we constateren, dat men probeert het schisma te dichten. Eens was het zware ernst, toen men elkander de banvloeken toewierp en wel in die mate, dat, had men een flauw idee gehad, dat er een navolgend geslacht zou opstaan, dat vlijtig zou, zoeken naar technische en formele fouten om de banvloek te neutraliseren, men die fouten stellig had vermeden.

Er zouden nogal wat synodalia te memoreren zijn. Gereformeerden en Hervormden, zo men wil Gereformeerde en Hervormde ambten, kwamen bijeen en lieten zich vertegenwoordigen wederzijds. De jaartallen 1834 en 1886 staan in de vaderlandse kerkgeschiedenis als aanduiding van kerkelijke schismata.

En eerder was er 1618, de synode van Dordrecht. Ite, ite, klonk het in de vergaderzaal. De Remonstranten moesten de samenkomst verlaten, omdat er niet te praten viel met hen en vooral omdat ze zo'n hoge toon aansloegen. De Gereformeerden spraken over Assen en de Hervormden besloten tot een nauwere relatie met de Remonstrantse broederschap.

Over de Dordtse Leerregels heen, die blijkbaar geen barrière meer opwerpen. Remonstranten kunnen immers zeggen, dat er velen leren en leven in de Hervormde Kerk, die inzake omstreden punten meer hun gevoelen delen dan dat wat is neergelegd in de artikelen tegen de Remonstranten, zoals Buskes en de zijnen verklaren, dat er in de Gereformeerde Kerken opvattingen gehuldigd worden, die minstens zo verstrekkend zijn als de meningen van hen, die door Assen uit de kerk gedreven werden. Wat wil men? De gereformeerde Sillevis Smitt en de vrijzinnige Kater leiden gezamenlijk de trouwdienst van de Kroonprinses. Zou dat in 1834, in 1886, in 1926 (Assen) mogelijk geweest zijn? Ds. Kater schreef een stukske, waarin hij de gemeente verweet, dat zij zich als publiek gedroegen. Immers ze kwamen niet opdagen, toen vreemde gastpredikers optraden. Wie zal er zijn op 10 maart? Het publiek of de gemeente?

De Gereformeerden kwamen niet tot een oplossing inzake Assen. Ds. Buskes vroeg zich af of Assen dan eerst helemaal dood moest zijn. Letterlijk vroeg hij zich af of de begrafeniskosten dan toch nog te hoog waren. Moest de begrafenis dan helemaal kosteloos zijn? Assen wel dood, maar nog niet begraven. Wel waren er enkele gemeenten, die hun schuld beleden tegenover predikanten, die in 1926 werden uitgezet. Assen dood. Moeten we dan maar cremeren als we niet begraven willen?

Nieuwe visies worden verdedigd onder zeer bevreemdende namen. Er zijn „dood van God"-theologen; „christelijk atheïsme" vindt zijn aanhang. Gelukkig ziet prof. Van Niftrik kentering. Aan de horizon vertoont zich de theologie van de hoop, waarover misschien een andere keer iets meer. Wat moeten we echter met die vreemde leringen van „God is dood" en van „Christelijk atheïsme"? Heeft het zin om te weren wat het belijden van de kerk weerspreekt?

Over zoveel jaar zullen de nazaten de banvloeken ongedaan maken en vlijtig speuren of in de regie een steek viel.

Alles heeft zijn bestemde tijd. Een tijd om in dodelijke ernst elkaar te verketteren en een tijd om de breuk en het leed te genezen. Een tijd om voor de kerk verloren te laten gaan en een tijd om te zoeken gelijk een herder naar het verlorene. Wat voordeel heeft hij die werkt van hetgeen hij bearbeidt? Er is een tijd van tucht en een tijd van super-tolerantie.

Maar wie geeft bij dit alles de toon aan? De gestaag voortschrijdende tijd? Het Woord is wel een factor, maar de tijd is rector. De tijd heelt alle wonden, heft alle schisma's op. Is er geen op en neer en geen heen en weer in de loop der eeuwen? Zijn er geen tijden van verduistering van inzicht en van verachtering in genade en van intrekking van Gods Geest? Zal er met name in het laatst der dagen geen afval zijn van het geloof en derhalve ook een devaluatie van Gods getuigenis? Baal of de Heere! Er moet een beslissing vallen of groeiend inzicht mettertijd of het licht van Gods Woord door het getuigenis van de Heilige Geest verstaan in het geloof, ons de normen aangeeft.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's