Boekbespreking
M. Ruppert: „De Welvaartstaat." Een inleidende beschouwing, ing., 92 blz., Kok, Kampen, 1965.
De schrijver is lid van de Raad van State. Voordien heeft hij belangrijke functies gehad in de nationale en Internationale vakbeweging, in de S.E.R., de Eerste Kamer, enz.
Zijn benoeming op 48-jarige leeftijd tot lid van de Raad van State trok in 1959 zeer de aandacht. In deze benoeming zat 'n program. Immers hiermee werd de heer Ruppert vrijgemaakt tot indringerder studie en in de gelegenheid gesteld aan de structuurverandering van onze samenleving zijn bijdrage te geven.
Kerkelijk van Lutherse origine, politiek van A.R. afkomst, laat hij een eigen geluid horen. Dit blijkt ook wel in dit boekje, waarin hij de staat niet alleen als een rechts-, maar ook als een welvaartstaat aanvaardt.
Dit boek staat midden in de veranderingen van deze tijd. Vanuit de zaak, aangeduid met liet woord gerechtigheid, wil Ruppert de staat niet alleen zien als afwerend wat de rechtsorde schendt, maar ook als bevorderend de welvaart inzake huizen, lonen en werk. Dit geeft een grote uitbreiding aan het werk van de staat. Over de grenzen van deze taak wordt druk gediscussieerd met prof. Diepenhorst e.a.
De soevereiniteit in eigen kring ziet hij liever veranderd in verantwoordelijkheid in eigen kring. Met een aardige anekdote uit het leven van Jan Schouten wordt dit toegelicht.
In verschillende vragen is nog niet het laatste woord gesproken.
Op blz. 25 heb ik een vraagteken gezet. Ruppert sluit zich aan bij de karakteristieken, geformuleerd door prof. dr. J. de Graaf.
De eerste luidt:
„Men heeft afscheid genomen van een binnen en buiten de kerken nog dikwijls levend misverstand, dat er een vaste christelijke waardeschaal zou zijn, waar het materiële zich ergens onderaan bevindt en het geestelijke bovenaan.” Het gaat mij nu over de vaste christelijke waardeschaal. Over het woord „vaste" wil ik niet twisten. Maar geeft de bijbel geen waardeschaal? 'k Denk aan Matth. 6 : 33: zoek eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u toegeworpen worden of als een toegift geworden.
Wat zijn deze dingen? Blijkens het verband toch: eten, drinken, kleding. Deze worden „toegeworpen" of „als een toegift ontvangen”. Is dit geen waardeschaal van Christus zelf? Komt hier 't materiële (niet dualistisch gedacht) niet onderaan? En het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid (die ook weer alles te maken hebben met het leven van elke dag) niet bovenaan?
Waar zit dit misverstand? Bij de schrijver? In Matth. 6? Of in ons verstaan ervan?
Het boekje zal zeker zijn weg vinden. Het wordt u aanbevolen.
Katwijk aan Zee, G. Boer
T. Mateboer: „Het licht schijnt in de duisternis", 180 blz., geb. ƒ 6,95. P. de Zeeuw: ., De kleinzoon van de burgemeester", 118 blz., geb. ƒ 3,95. P. de Zeeuw: „In het hol van de leeuw", 62 blz., geb. ƒ 3,25. P. de Zeeuw J.G.zn : „Verhalen rond het Kerstfeest", 158 blz., geb. ƒ 4,75. P. de Zeeuw J.Gzn: „Wat een vreemd Kerstfeest", 58 blz., geb. ƒ 3,85. A. G. Eggebeen: „Na 't suer dat soet", 150 blz., geb. ƒ 6,50. H. te Merwe: „Zij begeerden het leven", 104 blz., ƒ 1,90. H. te Merwe: „Soldeniers van de grote Geus", 144 blz., geb. ƒ 6,50. H. te Merwe: „Afgewende ondergang", 248 blz., geb. ƒ 7,50. Uitg. De Banier, Utrecht, 1965.
Om te voorkomen dat teveel plaats ingeruimd" moet worden voor deze ontspanningslectuur moet ik mij wel beperken.
Het licht schijnt in de duisternis tekent een episode uit de bewogen geschiedenis van.de Waldenzen.
In De kleinzoon van de burgemeester vinden wij het verhaal over Jan van Riebeeck, de stichter van de Kaapkolonie. Een foto van het Van Riebeeckhuis te Culemborg is opgenomen.
In het hol van de leeuw verplaatst ons naar de tijd van de Reformatie; het verblijf van Calvijn aan het hof van de Hertogin van Ferrara, waar Calvijn zich enige tijd schuilhoudt.
De andere twee werken van De Zeeuw, die een goed verteller is, bevatten verhalen om voor te lezen op het Kerstfeest.
Het boek van Eggebeen tekent het leven en sterven van Juliana van Stolberg, de stammoeder van de Oranjes en van Maria Stuart, de vrouw van Koning-Stadhouder Willem III. De preek van ds. Witsius, gehouden na het overlijden van Maria Stuart over Klaagliederen van Jer. 5 : 16, is ten dele opgenomen evenals een treurdicht eveneens van de hand van ds. Witsius. Als men dit laatste leest, gevoelen wij heel sterk de grote afstand tussen deze tijd en het verleden.
En tenslotte de werken van Te Merwe: Zij begeerden het leven laat iets zien van de vervolgingen in de eerste eeuwen van de christelijke kerk. De geschiedenis van Blandina en Ponticus blijft altijd een aangrijpend getuigenis. De andere twee werken van Te Merwe verplaatsen ons in de tijd van de beeldenstorm en van het rampjaar 1672.
Er zijn heel wat spannende momenten in deze boeken, die van zorgen en zegen in verleden tijden vertellen, al wordt het verleden soms wel wat geïdealiseerd. Aanbevolen lectuur.
Utrecht, H. Bout.
P. A. de Rover: „Naar 't heilig blad", 1072 blz., geb. ƒ 28,50. H. Veenman en Zonen, Wageningen, 1965.
Ook van het vertellen van de Bijbelse Geschiedenis kan men zeggen, dat vertellen een kunst is, die niet iedereen verstaat. Vandaar, dat telkens, weer kinder-en jeugdbijbels verschijnen, die van grote waarde zijn voor wie vertellen moet, maar die ook van groot nut kunnen zijn voor onze jonge mensen om zelf te lezen en te verstaan.
Dat van het boek van De Rover een 4e druk is verschenen toont wel, dat reeds velen zich dit werk hebben aangeschaft en dat de verwachting is, dat nog menigeen zich de kosten getroosten, zal om dit werk te kopen. Het is een grote gave zo aanschouwelijk en zo boeiend de Bijbelse verhalen te kunnen vertellen en daarbij zo dicht bij de schrift te blijven als de schrijver doet. Ook uiterlijk is dit een verzorgd werk, met vele pentekeningen verlucht en van verscheidene kaartjes voorzien.
De schrijver geeft na elke vertelling een aantal aantekeningen: een nadere uitleg van een moeilijke tekst, een verklaring van een oud gebruik, een verwijzing naar een andere Schriftplaats, een aanduiding van de ligging van een plaats. — Deze aantekeningen tonen, dat de schrijver heel wat ernstige voorstudie heeft gemaakt. De lezer zal wel eens met de schrijver van mening verschillen bij sommige verklaringen, maar dat verbaast niet in een boek, dat de gehele Bijbel omvat. Als de schrijver het getal 66 als een onheilig getal beschouwt, dan zette ik een vraagteken. Ik geloof niet dat Sanherib 200.000 personen heeft weggevoerd, ondanks de mededeling van zulk een getal in de gedenkschriften van Sanherib. — In de naam Nahr-ez-Zerka bleef een zetfoutje staan.
Gaarne beveel ik dit verantwoorde werk aan. Het is bedoeld voor jongeren van ongeveer 12 tot 18 jaar, „de generatie, vlak voor de poorten van de maatschappij staand, die in die jaren begrijpend lezen van de Bijbel moet leren." Maar ik geloof, dat ook ouderen veel stichting zullen ontvangen uit het lezen van deze Bijbelse verhalen en verklaringen.
Utrecht, H. Bout.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's