Een vraaggesprek
In het artikel van de vorige week is er geschreven voor de christelijke pers. In dit artikel en enkele vervolgartikelen willen wij de inhoud van het vraaggesprek aan de orde stellen, dat één van de redacteuren van Branding (onofficieel) jongerenblad in de Christelijke Gereformeerde Kerken, 8e jaargang, nr. 6 met dr. Graafland had.
Hoewel ietwat brokkelig, naar de aard van een vraaggesprek, geeft dit gesprek de mening van dr. Graafland naar zijn eigen getuigenis goed weer.
Nadat eerst gesproken is over zijn afkomst uit de Chr. Ger. Kerken, zijn ontwikkeling, zijn afwijzing door het curatorium van de Chr. Ger. Kerken te Apeldoorn, zijn studie, de afscheiding, komt de positie van dr. Graafland in de Gereformeerde Bond ter sprake.
Voor de volledigheid drukken wij dit vraaggesprek, voorzover dit op de Ger. Bond betrekking heeft, geheel af.
Hoe is uw positie in de Gereformeerde Bond?
In de Hervormde Kerk ben ik lid van de Gereformeerde Bond gemaakt. Voor mij is het een vrij indifferente zaak. Daarvoor ben ik te weinig of te goed hervormd. Voor mij gaat het erom of het Koninkrijk Gods in de Hervormde Kerk wordt beleefd. Ik kan het — dacht ik — zo formuleren dat ik het gereformeerde bondsklimaat teveel bepaald zie door het piëtisme van de Nadere Reformatie en door de Dordtse Synode. We moeten juist naar de brede gereformeerde traditie. De Dordtse Synode had ten dele een verenging ten gevolge. Niet zozeer vanwege deze synode zelf, maar omdat het thema van de kerkelijke en theologische strijd een verenging met zich meebracht. Ik denk daarbij vooral aan de overheersende plaats die de Verkiezing heeft ingenomen en nog inneemt. Historische bronnen zijn ongebruikt gebleven. Ik wil juist naar een bredere traditie teruggaan.
Kunt u zich nader verklaren?
Ik denk aan de calvinistische traditie, die een sterk theocratisch karakter droeg die volk, lichaam en cultuur niet ongemoeid liet. Door de Dordtse worsteling met de Remonstranten is dat alles sterk verengd tot het innerlijke leven van de wedergeboren ziel. Dat gaf een versmalling in de prediking, in het gereformeerde denken, in het culturele denken. De brede, culturele, theocratische aspecten van het geloofsleven moeten meer aandacht ontvangen. We moeten meer de kosmische aspecten van het heil beklemtonen zonder af te doen aan de persoonlijke aspecten.
We moeten de liturgische traditie meer beklemtonen. Ik denk aan Straatsburg. De liturgische traditie is in Dordt op zijn zachtst gezegd — losgelaten. We moeten de bredere traditie aangrijpen om liturgisch iets te doen. Dat zijn enkele knelpunten, zowel binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken als binnen de Gereformeerde Bond. Prediking en geloofsleven zijn sterk door scholastische systemen gemodelleerd. Heel de theologie rondom Dordt is sterk door de scholastiek bepaald.
Men krijgt op 't ogenblik de indruk dat u — om 't maar zo te noemen — op drift bent geraakt in de richting van de Midden-Orthodoxie.
’t Is niet zo. Ik heb er geen enkele behoefte aan. De Midden-Orthodoxie stamt uit een heel andere wereld, uit een heel ander klimaat. Ik wil graag gereformeerd theoloog blijven, maar binnen een grotere ruimte als binnen de Gereformeerde Bond officieus wordt toegestaan. Of ik moet proberen binnen de Gereformeerde Bond die ruimte zelf te krijgen. De moeite daartoe heb ik er graag voor over, omdat er in de Gereformeerde Bond vele waardevolle elementen zijn, die ik niet graag zou willen loslaten.
Hoe ziet u de toekomst van de Chr. Geref. Kerken?
Ik heb altijd gedacht dat de organisatorische kant niet zo sterk was. Hier in Veenendaal is de organisatie overigens goed, in beide kerken. Theologisch beleven we een geweldige tijd met wat in de Gereformeerde Kerk aan de gang is. Je kunt er ach en wee over roepen, 't is noodzakelijk voor de kerk. Daar ontkomen ook de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Bond niet aan. De nieuwe theologie mogen we niet alleen maar verketteren, hoe ketters ze ook is. Het appèl op ons gereformeerde geweten vraagt om een reformerend antwoord. Voor de Chr. Geref. Kerken zie ik aan de rechterkant van de Gereformeerde Kerk een grote taak.
U interesseert zich voor de Nadere Reformatie?
Mijn interesse was: Hoe is 't geweest? Hoe ontwikkelde zich de gereformeerde theologie na de Reformatie, hoe ontstond het piëtisme? Wat is daarna gebeurd?
Ik ben in 't piëtisme, in de oude schrijvers, gekweekt. Mijn moeder las ze en kende ze goed. Ik heb hoge achting voor de oude schrijvers. Maar ik heb ze kritisch leren lezen, in het kader van hun tijd. Hun denkkader is nu niet meer aan de orde.
In de eerste plaats ging dus het gesprek met dr. Graafland over zijn lidmaatschap van de Gereformeerde Bond. Er staat: „In de Hervormde Kerk ben ik lid van de Gereformeerde Bond gemaakt. Voor mij is het een vrij indifferente zaak. Daarvoor ben ik te weinig of te goed hervormd. Voor mij gaat het er om of het Koninkrijk Gods in de Hervormde Kerk wordt beleefd”.
Met deze uitdrukkingen weet ik eerlijk gezegd niet al te best weg. Wanneer een lid van de Geref. Bond verklaart: In de Hervormde Kerk ben ik lid van de Gereformeerde Bond gemaakt, dan vraagt ieder, die dit leest zich af: Wie toch heeft dr. Graafland tot lid van de Geref. Bond gemaakt? Is hij gedwongen? Was het de loop der omstandigheden die hij bij zijn aanmelding niet doorzag? Wie anders zou dit gedaan hebben dan dr. Graafland zelf? Als lid van de Kerk zijn wij geboren, het lid worden van een organisatie is de meest vrijwillige zaak van de wereld.
Zelfs wanneer er in het verleden door de administratie door middel van de aanbieding van een kwitantie een vergissing zou zijn begaan, blijft dr. Graafland door de aanvaarding ervan, verantwoordelijk voor zijn lidmaatschap. Aanvaardt iemand een kwitantie van een organisatie, waarvan hij geen lid is?
Dat iemand in de loop van de jaren van inzichten verandert, is mogelijk. Dat ook leden of een lid van de Geref. Bond tot een andere positiekeuze komt in de Hervormde Kerk, is eveneens mogelijk. Dat dit aanleiding kan geven tot bezinning, innerlijke vragen en conflicten, is ook te verstaan. Dan zal er behoefte aan samenspreking en overleg zijn om tot een zuivere beslissing te komen inzake het al of niet lid zijn van de Geref. Bond.
Wanneer de vervreemding zo groot wordt, dat èn in de principia, die de Bond voorstaat en in het beleid, dat gevoerd wordt, geen samenbinding meer mogelijk is, dan is het een zaak van eerlijkheid voor dit lidmaatschap te bedanken. Zo ligt het gezien vanuit het standpunt van een lid. Vanuit de organisatie gezien voorziet het statuut in de situatie, dat een lid de belangen van de Geref. Bond in ernstige mate schaadt, waarbij de nodige zekeringen tegen willekeur zijn aangebracht.
Er ligt hier een verantwoordelijkheid zowel voor een lid als voor het hoofdbestuur.
Deze opheldering was nodig om tot een bespreking te komen van de betekenis van de organisatie van de Geref. Bond. Is deze organisatie middel of doel? Daarover de volgende keer.
Katwijk aan Zee, G. Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 maart 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's