De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Is de organisatie middel of doel?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Is de organisatie middel of doel?

7 minuten leestijd

Wanneer nu dr. Graafland schrijft, dat het lidmaatschap van de Geref. Bond voor hem een indifferente (onverschillige) zaak is, dan zal het waar zijn, dat het lidmaatschap van de Hervormde Kerk veel zwaarder weegt dan het lidmaatschap van een richtingsorganisatie. Dan zal het waar zijn, dat de beleving van het Koninkrijk Gods in de Hervormde Kerk het voornaamste is.

Hier komt dus de vraag aan de orde, of het lidmaatschap van de Geref. Bond de beleving van het Koninkrijk Gods in de Hervormde Kerk in de weg staat of bevordert. Dat is een gewichtige zaak!

Het bestaan van organisaties binnen één Kerk wijst op een noodsituatie. Dat het gevaar van gewenning aan deze noodsituatie lang niet denkbeeldig is, zal ieder toestemmen, die de kerkelijke moeiten en zorgen kent. Hoe glibberig is het pad der kerkelijke praktijk! Hoe groot is het gevaar, dat de profetie wordt ingeruild voor de propaganda, het geheel van de Kerk voor het richtingsblok, de plaats in de strijdende Kerk voor de strijd in en om de richting. Deze gevaren zijn lang niet denkbeeldig! Wanneer dr. Graafland ons daarop wijst en vooropstelt, dat het gaat om de beleving van het Koninkrijk Gods in de Hervormde Kerk, dan kunnen wij hem daarvoor alleen maar dankbaar zijn! Het is in de loop der jaren vele malen en indringend gezegd. En het dient telkens opnieuw gezegd te worden.

Maar dan blijft de vraag: Wat bedoelt de Geref. Bond? Wil deze de Hervormde Kerk dienen of afbreken? Wil deze de Hervormde Kerk vasthouden of loslaten? De naam dient een getuigenis te zijn: Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Ned. Herv. Kerk enz. Dat dit op gebrekkige wijze gebeurd is en gebeurt, zij onmiddellijk toegegeven. Hoever blijven wij allen onder de maat van de roeping, waarmede de Heere ons roept in het geheel van de Kerk?

Maar is dit streven wettig of onwettig? Is dit streven Hervormd of niet Hervormd? Is iemand te goed of te slecht Hervormd om lid van een organisatie als b.v. de Geref. Bond te zijn? Is het verkeerd, wanneer de Geref. Bond zichzelf en het geheel van de Hervormde Kerk herinnert aan haar reformatorisch karakter?

Over de wijze waarop en de middelen waarmee deze Bond dit doet, valt te spreken. Maar over het uitgangspunt, zoals dit in het statuut van de Geref. Bond is vastgelegd, valt niet te spreken. Grondslag en doel van de Geref. Bond willen dus de Hervormde Kerk haar oorspronkelijk karakter teruggeven. Dat karakter is hervormd of gereformeerd.

Zijn wij dan uit op een straffe organisatie? Ieder, die met de interne zaken op de hoogte is, weet, dat de organisatie nooit de sterkste kant van de Geref. Bond geweest is en het nog niet is. Natuurlijk is een organisatorisch centrum nodig. Er moet een ontmoetings- en een organisatorisch centrum zijn. Daarbij is de organisatie nooit beklemtoond, omdat zij middel is en geen doel.

Wanneer men dit in het verleden gewild had of in het heden nog wilde, kon men imposante gebouwen met een staf aan vaste medewerkers en vrijgestelden verwachten. Ons volk wil daaraan, zo nodig, gaarne geven. Neen, wat dat betreft, hebben wij eer' te weinig dan teveel aan de organisatie gedaan.

Waarom heeft men dit niet gedaan? Omdat men in de benadering van de vraagstukken niet belemmerd (hoeveel voordelen er ook aan zitten) wilde worden door een blok of partij, waardoor het zicht op het geheel van de Kerk dreigt verloren te gaan.

Toch is het lidmaatschap van de Geref. Bond niet niets. Er is een statuut dat verwijst naar de Heilige Schrift en de belijdenis der Kerk. Deze binding is vrijwillig, intensief en geestelijk. Voor elk, die het gereformeerd karakter van onze kerk liefheeft, is dit geen boei of belemmering, maar een zaak van hartelijke instemming. Zodra iemand deze binding gaat voelen als een boei of belemmering moet er of iets met de functionering van het statuut of met dit lid zelf aan de hand zijn.

Wat de functionering van dit statuut betreft, is het duidelijk, dat de praktische uitwerking moeilijkheden kan geven in het staan in allerlei situaties. Maar een diepe verbondenheid in de geestelijke zin van het woord doet toch altijd weer de weg in de praktijk van het kerkelijk leven ontdekken, en dat met elkander. Dan willen wij en kunnen wij elkander niet missen, ook organisatorisch niet.

Wanneer dr. Graafland zegt, dat het lidmaatschap van de Geref. Bond voor hem een onverschillige zaak is, omdat hij het geheel der Kerk voor ogen wil houden, dan gaan wij, wat dit laatste betreft, daarmee van harte akkoord.

Waarin echter kan de Geref. Bond voor de gehele Kerk tot een zegen zijn? Wanneer hij de volle inhoud van het reformatorisch belijden, vooral het belijden, zoals dit in de belijdenis aan het woord is, verstaat, beleeft, verbreidt, verdedigt èn aan de gehele Kerk voorleeft. Dit is intussen nogal wat.

De brandpunten van dit belijden hebben wij in de belijdenis van de Kerk. Deze belijdenis heeft kerkelijk gezag. Dit gezag van deze belijdenis is er in de Hervormde Kerk niet, zoals de Kerk der reformatie dat verstaan heeft. Als dit zo is - en het is zo - dan is het zaak, dat wij zelf de eenheid van de belijdenis vasthouden. Tot de reformatorische belijdenis behoren de Ned. Gel. Bel., de Catechismus en de Leerregels van Dordt.

Ook al weten wij, dat studie van ontstaan, achtergronden en beïnvloedingen door bepaalde theologen enz., van grote betekenis is, wij belijden van harte, dat deze drie belijdenisgeschriften één zijn en kerkelijk gezag hebben.

Nu is het merkwaardig, dat de kritiek op de belijdenis bijna altijd inzet met kritiek op de Dordtse Leerregels. Dit doet dr. Graafland niet, maar hij plaatst Dordt in een theologische ontwikkeling, waarvoor hij beducht is. Hij wil terug naar de brede gereformeerde traditie. Niet de Dordtse Synode zelf is een verenging, maar wel de ontwikkeling na Dordt. Het thema van Dordt had een verenging tengevolge.

Op deze zaak willen wij in een volgend artikel terugkomen, maar wij mogen dit artikel niet besluiten, alvorens op het gevaar van de kritiek op Dordt als geïsoleerd geval gewezen te hébben. Dit doet Dr. Graafland niet, maar zijn visie kan er aanleiding toe geven. Want het is op zijn minst merkwaardig, dat de critiek op Dordt bijna altijd uitliep op kritiek op de Ned. Gel. Bel. en de Catechismus, soms ook aanleiding gaf tot een kritische positie ten aanzien van de Heilige Schrift.

Dit laatste hoeft niet, maar het is in de loop der tijden aanwijsbaar. De enige uitzondering, die ik ken is die van Kohlbrügge. Ook hij heeft zich eenmaal kritisch uitgelaten over Dordt. Maar bij hem kwam dit niet voort uit een gemis aan geestelijke verbondenheid met de reformatie, want hij beleed het mysterie van de goddelijke verkiezing op voetspoor van Calvijn enz. Bij hem zien wij een wachthouden bij de rechtvaardiging van de goddeloze. Van uit de rechtvaardiging van de goddeloze had hij de remonstranten de pas willen afsnijden.

Maar afgezien van de eigen plaats van Kohlbrugge in de gereformeerde traditie, weet ik geen voorbeeld van kritici op Dordt, die bij de kritiek op de Dordtse Leerregels bleven staan. Dit is op zijn minst merkwaardig en maakt voorzichtig.

Wat blijkt hieruit? Dat wie aan Dordt raakt, die raakt aan het geheel van de belijdenis.

Katwijk aan Zee  G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Is de organisatie middel of doel?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's