De plaats van Dordt
De vorige keer schreven wij over de organisatorische positie van de Geref. Bond, grondslag en doel en het lidmaatschap. Het lidmaatschap is een vrijwillige verplichting. Kritiek op Dordt is meestal de inleiding op kritiek op de gehele belijdenis.
Dr. Graafland vindt dat de ontwikkeling na Dordt heeft geleid tot een verenging, waarbij de brede gereformeerde traditie vóór Dordt in de knel komt. Dit kan aanleiding geven tot misverstand. Immers Dordt heeft toch nooit de pretentie gehad, de brede gereformeerde traditie achter zich te laten. Het is ook niet de bedoeling geweest van Dordt om aan de verkiezing de overheersende plaats te geven en nog minder om het geloof der reformatie te verengen.
Wat is in Dordt gebeurd? Daar is een nadere verklaring gegeven op die punten, waarover geschil gerezen was, te weten over de verkiezing, over de dood van Christus, over de bekering en de wijze waarop en over de volharding der heiligen.
Op die vragen moest een antwoord gegeven worden. Daarbij heeft men noch de Ned. Gel. Bel., noch de Catechismus willen verdringen of overheersen, maar integendeel deze als de uitingen van het geloof der Kerk erkend en ten volle aanvaard. Vanuit de inhoud van het geloof der reformatie heeft men positie gekozen tegen de dwaalleer der Remonstranten. Vandaar de nadere verklaring, zoals wij deze in de Dordtse Leerregels aantreffen. Dat in deze leerregels een strijdpositie wordt ingenomen en dat scherpe accenten in de strijdvragen zijn gelegd. zal waar zijn. Hoe zou dit anders kunnen? Het ging over het genade karakter van het Evangelie tot in de laatste vragen.
Daarbij hebben wij te bedenken, dat wij èn wat de tijdsvolgorde betreft èn wat het karakter van deze nadere verklaring aangaat, deze Dordtse Leerregels verklaren moeten vanuit de Ned. Gel. Bel. en de Catechismus en niet omgekeerd de Ned. Gel. Bel. en de Catechismus vanuit de Dordtse Leerregels. De Leerregels moeten in het kader gezet worden van de gehele Reformatie.
Dr. Graafland zal opmerken, dat dit wel de bedoeling van Dordt geweest is, maar dat de onbedoelde consequenties toch uitwijzen, dat er een verkeerde ontwikkeling uit ontstaan is. Inderdaad is er na Dordt een ontwikkeling aanwijsbaar, waarin het prille en zuivere geloof van de reformatie minder levend was. De beste tijd is ongetwijfeld de eerste eeuw der reformatie geweest. Er is een ontwikkeling inzake de leer der verkiezing aan te tonen, waarin de plaats van de verkiezing verandert. Is de leer der verkiezing bij Calvijn nog in boek III na de behandeling van het geloof, de rechtvaardiging enz., in sommige van de latere dogmatieken is deze plaats verschoven en gebracht onder de godsleer. Dat is betreurenswaardig en heeft consequenties gehad, die het gereformeerde leven niet altijd hebben bevorderd.
Maar is het billijk en juist dit aan Dordt toe te schrijven? Was de theocratie in Dordt aan de orde? Was daar de gehele gereformeerde traditie aan de orde? Waren daar de kosmische aspecten van het heil aan de orde? Waren daar de vragen rondom de cultuur aan de orde? Wilde men het heil daar gaan verengen tot de wedergeboren ziel?
Dit is een verkeerde gedachte over Dordt. In Dordt waren concrete punten aan de orde: verkiezing, dood van Christus enz. Daarop moest een antwoord komen. De vraag is niet, of er niet veel meer is dan in Dordt aan de orde gekomen is, maar of waar is wat Dordt geleerd heeft. Het is zelfs niet de vraag of hier en daar niet een ander woord gebruikt had kunnen worden, maar of hun antwoorden bijbels zijn en in overeenstemming met.de andere belijdenisgeschriften: de Ned. Gel. Bel. en de Catechismus.
Wanneer wij ons verdiepen in de Dordtse Leerregels, staan wij verbaasd over hun schriftverbondenheid en kennis van het geestelijk leven. De vaderen van Dordt hebben recht op onze grote waardering.
Of er nadien geen verengingen zijn gekomen? Ongetwijfeld. De scholastiek en het rationalisme hebben ontzettend veel kwaad gedaan. Het geestelijk leven is versmald en verschraald. De Kerk gaf vaak stenen voor brood. Maar dit is niet door Dordt veroorzaakt. Ik dacht, dat ieder, die met de historie enigermate op de hoogte is, dit beaamt. Maar dan zijn wij aan het veel gesmade piëtisme temeer dank verschuldigd, omdat zij hoe ook versmald, het geestelijk leven heeft bewaard. Hebben wij er wel eens over nagedacht, wat er van onze kerk terecht gekomen was wanneer dit piëtisme er eens niet geweest was?
Terug naar de reformatie! Akkoord, maar dan inclusief Dordt en de stroom van het geestelijk leven in de nadere reformatie, vooral de Schotten niet te vergeten.
Terug naar de reformatie. Akkoord, maar waar is diepte van de Heilige Geest bij ons in vergelijking met de reformatie? Welke diepten van geestelijk leven vinden wij bij Calvijn! Hier is de verbinding en de voortgang van de reformatie en van de nadere reformatie.
Laten wij wat bescheiden zijn èn in ons beroep op de reformatie èn in ons beroep op de nadere reformatie. Niet omdat dit beroep op de inhoud van de reformatie en de nadere reformatie onjuist zou zijn, maar zo spoedig vals klinkt, en wanneer de diepte van de inwoning van de H. Geest bij ons minder is dan bij de reformatie en nadere reformatie.
Het is hier ook de plaats even in te gaan op wat in het Geref. Weekblad (Bout, Huizen) is opgemerkt naar aanleiding van een verklaring van 't hoofdbestuur, die gepubliceerd is in De Waarheidsvriend van 17 febr. 1966. Daarin verklaarde het hoofdbestuur, dat het de overtuiging had, dat veel van de nadere reformatie positief gewaardeerd moet worden. Voortdurende bezinning op de methoden, die het geestelijk leven niet belemmeren, maar bevorderen is een aangelegen zaak. Tot zover deze verklaring.
De eindredacteur schreef in het nummer van het Geref. Weekblad van 26-2-'66: „Is het niet wat slap gezegd ten aanzien van de nadere reformatie": Daarbij heeft het hoofdbestuur de overtuiging, dat veel van de nadere reformatie positief gewaardeerd moet worden? Deze opmerking geeft blijk, dat de bedoeling van deze verklaring niet goed is verstaan, omdat het hoofdbestuur juist de geestelijke inhoud van de nadere reformatie hoog waardeert tegenover allen, die zich van deze inhoud distantiëren, terwijl het tegelijk zo aandringt op een blijvende bezinning op de kaders, waarin deze geestelijke inhoud is gevat en die niet allen bevorderlijk zijn geweest voor het geestelijk leven. Dit hebben zowel ds. Van Sliedregt als dr. Graafland erkend en ik dacht, dat wij dit allen erkennen, ook deze eindredacteur. Dit is een zaak van eerlijkheid om de dingen niet scheef te trekken. Wij moeten de reformatie niet verabsoluteren tegenover de nadere reformatie, maar ook de nadere reformatie niet stellen boven de reformatie, of de reformatie alleen maar door de bril van de nadere reformatie bezien.
CALVIJN EN DORDT.
Keren wij nu terug tot de opmerking van dr. Graafland, dat namelijk de verkiezing een overheersende plaats inneemt in de prediking van de meeste oude schrijvers en dat nog doet. Ik zet hier grote vraagtekens. Wie b.v. de preken van Hellenbroek, Van der Kemp, à Brakel, Lodenstein, Smytegelt enz. leest, staat verbaasd over deze opmerking. Hoe wisten deze mensen het Evangelie te verkondigen in hun dagen! Zelfs wanneer ge bezwaren hebt tegen sommige theologische structuren, die zij gebruiken, dan valt het u op, dat hun preken deze structuren telkens doorbreken en zij op een bijzonder levende wijze de Heere Jezus Christus weten te verkondigen. Hoe wordt ge getroffen door hun geestelijke kennis van God, Zijn Woord en het geestelijk leven. Wat hebben zij de gemeenschap met God beoefend en wat straalt dit door in hun werk! Wat kenden zij de sluipwegen van het arglistig hart en hoe wisten zij te schrijven over de Heilige Geest en Zijn werk aan en in een mens. De beoefening van de gemeenschap met God in gebed en geestelijk leven, hun vrees voor de zonde en de macht daarvan, de noodzakelijkheid en de werkelijkheid van de wedergeboorte, van de wandel in godsvrucht — hoe waren zij daarin thuis! Hoe wisten zij met ieder een woord te spreken op zijn tijd! Zie, aan dit geestelijk leven weten wij ons verbonden en dat leven begeren wij te bewaren, want het is de kracht, die de kerk ook van vandaag beweegt. Ook wanneer wij bedenkingen hebben tegen bepaalde theologische vormgevingen, deze gemeenschap in het geloof is ons lief.
Daarom is het niet hetzelfde hoe wij kritiek oefenen op de nadere reformatie. Doen wij dit vanuit de gemeenschap met hen of vanuit de vervreemding van hen? Het gevaar is lang niet denkbeeldig, dat wij in deze kritiek, die ten dele wettig is, de kern en de diepte van het geestelijk leven, de bevinding, kwijtraken. Daartegen moet gewaarschuwd worden, ook vandaag.
Verder, staat in de nadere reformatie de verkiezing nummer één? Ik heb er weinig van gemerkt. De oude schrijvers waren in hun preken soms stukken beter dan in hun dogmatiseren en theologiseren. Een verschijnsel, dat meer voorkomt! En gelukkig maar! Wee, wanneer wij in ons theologiseren raszuiver zijn en wij in onze preken niet meer de diepten hebben noch van de reformatie, noch van de nadere reformatie!
Is het al zeer de vraag, of de verkiezing de overheersende plaats inneemt bij de oude schrijvers, het is helemaal de vraag of dit onder ons nog het geval is. Bijna zou ik schrijven: Hoe kan dr. Graafland zo iets zeggen? Weet hij dan niet, dat — uitzonderingen daargelaten — de prediking van het verbond onder ons dermate beklemtoond wordt, dat de prediking van de verkiezing eer tekort komt dan teveel aandacht ontvangt?
Wordt het niet meer dan tijd óm opnieuw aandacht te vragen voor de prediking van de verkiezende God in de Bijbelse verbanden? Tot verheerlijking van Gods genade, tot troost van Zijn Kerk en tot nekslag van de hoogmoed van de mens.
Bovendien is het vanuit Calvijn gezien m.i. onjuist, te menen, dat de verkiezingsleer van Dordt een strakkere zou zijn dan die bij Calvijn. Het is bekend, dat Dordt zich niet gewaagd heeft aan de meest krasse uitspraken van Calvijn, die hij in zijn Institutie en andere werken over de verkiezing en verwerping gedaan heeft. Daarover is veel meer te schrijven, maar dit is de bedoeling van deze artikelen niet.
Dr. Graafland wil achter Dordt terug naar een brede gereformeerde traditie. Historische bronnen zijn ongebruikt gebleven. Maar maakt dr. Graafland hier wel voldoende onderscheid tussen de stem van het kerkelijk belijden in de belijdenis — waaronder Dordt — en de stem van afzonderlijke theologen vóór Dordt? Heeft de stem van dit kerkelijk belijden niet veel meer gezag dan de stem van welke theoloog dan ook? Het gaat toch niet aan om in de reformatie te zoeken naar theologen, die over bepaalde zaken anders dachten dan Dordt?
Maar — vraagt iemand — zijn wij dan niet bezig Dordt onfeilbaar te maken? Worden de canones van Dordt zo niet gecanoniseerd en gelijk aan de Heilige Schrift of daarboven gesteld? Gesteld, dat dr. Graafland deze vraag stelde, dan zouden wij met een tegenvraag kunnen antwoorden of men hier en daar niet. bezig is de z.g. brede gereformeerde traditie vóór Dordt te canoniseren?
Maar deze tegenvraag — hoeveel aanleiding daarvoor kan zijn — willen wij niet stellen, omdat op deze wijze de eigenlijke vraag blijft liggen, n.l. de vraag naar het rapport tussen de Heilige Schrift én de kerkelijke belijdenis.
Ik dacht, dat onder ons algemeen aanvaard werd, dat het kerkelijk gezag van de belijdenis op geen enkele wijze iets af doet van het gezag van de Heilige Schrift.
Maar daarover de volgende keer in een slotartikel.
Katwijk aan Zee, G. Boer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 april 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's