Kerknieuws
Afscheid en intrede.
Pas op 4 september om 7 uur in de Ichthuskerk te Reeuwijk, hoopt ds. Koolen afscheid te nemen van de Ned. Herv. Gemeente aldaar. De bevestiging te Werkendam is op 11 september te 10 uur door ds. W. L. Tukker te Zwolle. Intrede eveneens op 11 september om 2.30 uur.
Ds. C. A. v. d. Straten.
Ds. V. d. Straten, predikant te Aalburg, is reeds vele maanden ongesteld. Hij vertoeft ter genezing in Duitsland.
Ds. J. Plomp.
Ds. Plomp te Gouderak is door een auto aangereden. Ten gevolge van deze aanrijding zal hij vermoedelijk in de maand mei niet in de dienst des Woords kunnen voorgaan.
Reünistenstudiedag „Voetius".
Op maandag 2 mei a.s. hoopt de Gereformeerde Theologen Studenten Vereniging „Voetius" in het C.S.B.-gebouw, Kromme Nieuwe Gracht 39 te Utrecht haar jaarlijkse reünistenstudiedag te houden. De morgenvergadering, waarin prof. dr. H. Jonker zal refereren over „Scheppingsgeloof en de moderne mens", begint om 10.30 uur v.m., de middagvergadering om 14.00 uur. Aan de reünisten, die aan deze studiedag wensen deel te nemen, wordt verzocht dit mee te delen aan het abactiaat van de G.T.S.V. „Voetius", p/a G. Boer, Goethelaan 33 te Utrecht.
Afscheid ds. P. J. Bos.
In een overvolle kerk nam ds. Bos zondagavond afscheid van de gemeente van Sprang. Voor de laatste maal als herder en leraar bediende hij deze avond het Woord. Vele collega's uit de Ring Waalwijk en ds. Jorissen, de landelijke Jeugdpredikant, woonden deze dienst bij. Ook afgevaardigden der Geref. Kerk, de burgemeester, vijf wethouders en de gemeentesecretaris van Sprang-Capelle waren aanwezig.
Voor deze afscheidsdienst tiad ds. Bos tot tekst gekozen het Bijbelwoord uit Matth. 28 : 20.
Ouderling Spuibroek dankte ds. Bos voor alles wat hij met zijn vrouw voor Sprang gedaan had. Op zijn verzoek zong de gemeente hen Ps. 121 : 4 toe.
Met een kort ontroerend woord dankte ds. Bos voor alles wat hij en zijn gezin hadden mogen ontvangen. Woensdagavond had de gemeente reeds afscheid van deze pastoriebewoners genomen.
Namens de gemeente werd hen een zeer mooi schrijfbureau aangeboden en namens de collega's en het Jeugdcentrumbestuur een groot schilderij van de kerk.
Honderden gemeenteleden namen hier afscheid van een predikant die men node zag vertrekken.
Strandevangelisatie in Ouddorp en Elburg.
Evangelisatie, het brengen van de Blijde Boodschap voor in zichzelf verloren mensen! Dit is één van de taken, waarvoor de Kerk zich in deze tijd gesteld ziet. Het gebeurt op allerlei manieren en op vele plaatsen.
Reeds enige jaren mochten de evangelisatiecommissies van „Dabar" (werkgroep der Herv.-Geref. Jeugdbonden) en van de kerkeraden van de gemeenten op Goeree-Overflakkee het als hun roeping zien temidden van de strandrecreatie in woord en daad vorm te geven aan deze opdracht van Christus. Groepen jongeren gaven gedurende de zomermaanden enige tijd van hun vakantie om langs het strand of op een camping de Kerk te representeren in haar getuigende en dienende taak. Het was hun ervaring, dat deze tijd ook voor henzelf heilzaam eri ontspannend was.
Het zomerseizoen ligt weer voor ons. Het evangelisatie-werk in Elburg en Ouddorp gaat weer beginnen: we hopen (in Elburg) weer diensten te gaan houden op zondag, weer kinderspelen te organiseren, weer bijbelvertellingen te gaan houden voor de jeugd en met hen te zingen; we hopen in contact te komen met de oudere jeugd en de volwassenen om hen in alle gebrekkigheid te vertellen van Gods liefde in Jezus Christus.
We zijn ons ervan bewust, dat dit werk alleen biddend gedaan kan worden en dat alleen door het werk van de Geest hiervan vrucht is te verwachten. Maar daarnaast horen we de roepstem om dit werk dan ook te doen.
Dit jaar zijn er ook weer veel jonge mensen voor dit werk nodig: In Ouddorp zullen van 4 juli tot 27 augustus elke week 4 mensen werkzaam zijn. Een pension zorgt voor onderdak. In Elburg hopen we met teams van 8 personen aanwezig te zijn. We slapen in tenten en hebben verder een caravan ter beschikking. Reis-en verblijfkosten zijn nihil.
Aan jonge mensen vragen we nu: doe met ons mee in dit mooie en zo nodige werk. We zouden het fijn vinden als u enige tijd (liefst 2 weken) hieraan wilt besteden. Opgave is mogelijk bij de onderstaande adressen; graag voor 28 april.
Ter voorbereiding van het zomerwerk zijn we van plan twee instructie-weekends te houden, waarvan het eerste voor „Elburg" en „Ouddorp" gezamenlijk en het tweede voor ieder afzonderlijk (zie onder). We verwachten, dat indien men zich opgeeft voor het zomerwerk, men ook zo mogelijk aan deze weekends deelneemt.
Informatie:
Ouddorp:
Periode zomerwerk: 4 juli tot 27 augustus. Instructieweekends:20/21 mei, Silvosa, Bilthoven. 10/11 juni. Onder de Wiek, Dirksland. Opgave: dhr. S. Pille, Dirk Bosstraat 13, Middelharnis.
Elburg:
Periode zomerwerk:1 juli tot 15 augustus. Instructieweekends:20/21 mei, Silvosa, Bilthoven. 17/18 juni, idem.
Opgave: Mej. N. Stoove, Anton Mauvestraat 8, Amersfoort.
Namens DABAR-evangelisatie-cie., J. van IJken,
Commissie Plakkee, T. van ’t Veld.
Nieuwe R.K. wetten omtrent het gemengde huwelijk.
Belangrijkste gedeelten uit de Instructie „Matrimonii Sacramentum" over het gemengde huwelijk. Vertaling uit de Latijnse tekst zoals die verschenen is in de Osservatore Eomano van 19 maart 1966. Vert. H. J. Hegger.
Uit de inleiding:
„Bovendien mag men in deze kwestie allerminst uit het oog verliezen de houding die wij nu in acht moeten nemen jegens de broeders, die van de Katholieke Kerk afgescheiden zijn, zoals die door het Tweede Vaticaanse Concilie in het decreet over de Oecumenische Beweging plechtig is vastgesteld. Naar wij menen, ligt in dit decreet een aanwijzing, dat de bestaande tuchtmaatregelen over het gemengde huwelijk verzacht moeten worden, wel niet datgene wat het goddelijke recht voorschrijft, maar wel wat betreft sommige bepalingen van het kerkrecht, waardoor de afgescheiden broeders zich niet zelden beledigd voelen”.
I.
par. 1. Men moet steeds voor ogen houden, dat eventueel gevaar voor het geloof van de katholieke partner vermeden moet worden en dat de katholieke opvoeding van de kinderen veilig moet worden gesteld (vgl. can. 1060).
par. 2. De bisschop en de pastoor moeten de katholieke partner ernstig de verplichting inscherpen, dat ze met alle beslistheid hebben zorg te dragen voor de doop van de toekomstige kinderen en voor hun opvoeding in de katholieke godsdienst; en de nakoming van deze verplichting moet worden bevestigd door een uitdrukkelijke belofte van de katholieke partner.
par. 3. De niet-katholieke partner moet met de nodige takt, maar toch met alle duidelijkheid op de hoogte worden gebracht van de katholieke leer over de waardigheid van het huwelijk, vooral over de voornaamste eigenschappen van het huwelijk, n.l. de eenheid en onontbindbaarheid. Men moet hem ook wijzen op de zware verplichting van de katholieke partner om diens eigen, geloof te beschermen, te praktiseren en te belijden, en om de eventuele kinderen in dat geloof te doen dopen en op te voeden.
Om deze verplichting veilig te stellen, wordt de niet-katholieke partner uitgenodigd om open en eerlijk te beloven, dat hij het nakomen van deze verplichting niet in het geringste zal tegengaan. Indien echter de niet-katholieke partner meent deze belofte niet te kunnen afleggen zonder zijn eigen geweten geweld aan te doen, dan zal de bisschop het geval met alle bijzonderheden aan de H. Stoel voorleggen.
par. 4. Ofschoon deze belofte wettelijk op schrift gegeven moet worden, kan de bisschop nochtans hetzij als algemene regel hetzij voor afzonderlijke gevallen beslissen, of deze belofte ofwel door de katholieke ofwel door de niet-katholieke partner ofwel door beiden schriftelijk moet worden gegeven ja of neen, en tevens moet de bisschop dan uitmaken hoe dit in de huwelijksakte wordt opgenomen.
II.
Indien wellicht ergens, zoals soms in bepaalde streken gebeurt, de katholieke opvoeding van de kinderen verhinderd wordt, niet door de vrije wil van de huwenden, maar vanwege de wetten en gewoonten van de volkeren, waaraan zij zich niet kunnen onttrekken, — dan kan de bisschop, na alles zorgvuldig overwogen te hebben, dispensatie (ontslag) geven van dit huwelijksbeletsel, mits de katholieke partner bereid is, voor zover het in zijn vermogen ligt, alles in het werk te stellen opdat alle eventuele kinderen katholiek zullen worden gedoopt en opgevoed, en mits de goede wil van de niet-katholieke partner vaststaat.
Wanneer de Kerk dit toestaat, dan is dat omdat ze hoopt, dat de burgerlijke wetten die in tegenspraak zijn met de menselijke vrijheid, zoals de wetten die de katholieke opvoeding van de kinderen of de uitoefening van de katholieke godsdienst verbieden, zullen worden afgeschaft en het natuurrecht hierin moge zegevieren.
III.
Bij de sluiting van een gemengd huwelijk moet de canoniek voorgeschreven vorm daarbij in acht worden genomen, zoals die vastgesteld is in can. 1094. Dit is nodig voor de geldigheid van het huwelijk.
Indien zich echter moeilijkheden voordoen, kan de bisschop het geval met alle bijzonderheden aan d$ Heilige Stoel voorleggen,
IV.
Wat betreft de liturgische vorm, afgeschaft worden can. 1102, 3 en 4 en 1109, 3 en aan de bisschop wordt toestemming verleend om de sluiting van een gemengd huwelijk te doen plaatshebben met de ceremonies, zegeningen en preken die ook bij de andere katholieke huwelijkssluitingen worden aangewend.
V.
Elke vorm van huwelijkssluiting voor een katholiek priester en een niet-katholieke ambtsdrager waarin ieder op zijn beurt zijn eigen ceremonie verricht, moet geheel en al vermeden worden. Er is echter geen bezwaar tegen, dat de niet-katholieke ambtsdrager, na afsluiting van de godsdienstige ceremonies, enkele woorden van gelukwens en enkele opwekkende woorden (nonnula verba gratulatoria et hortatoria) uitspreekt, en dat er dan enkele gebeden tesamen met de niet-katholieken worden opgezegd.
Dat alles mag plaatshebben, mits de bisschop er zijn goedkeuring aan heeft gegeven en mits de nodige voorzorgsmaatregelen zijn genomen om het gevaar van aanstoot te voorkomen.
VI.
De bisschoppen en de pastoors moeten er ernstig op toezien, dat de gezinnen, die uit een gemengd huwelijk zijn voortgesproten, overeenkomstig de gegeven beloften heilig leven, vooral wat betreft het onderrichten van de kinderen in de katholieke leer en zeden.
VII.
De kerkelijke ban, waardoor krachtens can. 2319, par. 1, n. 1, zij getroffen worden, die hun huwelijk laten bevestigen door een niet-katholieke kerkelijke ambtsdrager, wordt afgeschaft. En dit met terugwerkende kracht.
Deze normen zijn ingegeven door de gezindheid en de mentaliteit, zoals wij boven hebben uiteengezet: opdat aldus beter tegemoet wordt gekomen in de huidige noden van de christenen en opdat de onderlinge verhoudingen tussen katholieken en niet-katholieken zich voltrekken in een geest van intensere liefde.
Zij die de opdracht hebben om aan de christenen de katholieke leer door te geven, in het bijzonder de pastoors, moeten zich daarop voortdurend en geheel en al toeleggen. Ze moeten hun best doen om dit alles na te komen, gedreven door de grootste liefde voor de gelovigen en met inachtneming van het respect voor de anderen, n.l. de niet-katholieken, en ook voor hun overtuiging, die zij te goeder trouw aanhangen.
De katholieke echtgenoten moeten ervoor zorgen, dat zij de gave van het geloof die zij bezitten, in zichzelf bevestigen en vermeerderen, en door steeds in het gezinsleven de weg te bewandelen van de christelijke deugden, aan hun niet-katholieke partner en aan hun kinderen een schitterend (praeclarum) voorbeeld geven.
Gegeven te Rome, 18 maart 1966.
A. Card. Ottaviani, pro-prefect van de „Congregatie voor de geloofsleer”.”
Toelichting op deze instructie door ds. H. J. Hegger.
1. De Prefect van deze „Congregatie voor de Geloofsleer" is de paus zelf. Men moet deze instructie dus beschouwen als een stuk, waarvoor de paus zich ten volle persoonlijk verantwoordelijk stelt.
2. De belangrijkste bepaling staat in III. Daarin wordt gezegd, dat overeenkomstig can. 1094 ook het gemengde huwelijk gesloten moet worden voor de pastoor en dat anders dit huwelijk ongeldig is. De pastoor mag echter zulk een r.k. huwelijksinzegening niet toestaan, als beiden (dus ook de protestantse partner) niet zouden willen beloven om de kinderen r.k. te doen dopen en op te voeden. Daardoor worden de gemengd huwenden voor het volgende conflict gesteld: Ofwel zij moeten elkaar opgeven en niet trouwen, ofwel, als ze toch in het huwelijk willen treden, dan moet een van beiden tegen zijn geweten in handelen, n.l. ofwel de protestantse partner belooft dan tegen zijn geweten in om de kinderen r.k. te doen dopen en opvoeden, ofwel de r.k. partner stemt er in toe, dat ze dan maar niet voor de pastoor trouwen, maar dan is hun huwelijk, volgens de r.k. leer, ongeldig en dus alleen maar een zwaar zondige samenleving, een leven van voortdurende ontucht. De r.k. partner kan van deze zonde geen vrijspraak krijgen in de biecht, zolang hij (zij) niet voornemens is deze huwelijkssamenleving op te geven. En wanneer hij (zij) zo komt te sterven, dan gaat hij (zij) volgens de r.k. leer voor eeuwig naar de hel, omdat hij (zij) aldus, zoals zijn r.k. overtuiging hem leert, voortdurend in zware zonde heeft geleefd.
3. Wij menen te moeten vaststellen, dat dit stuk vele onwaarachtigheden bevat.
a.) Er wordt gezegd, dat deze nieuwe wetten een verzachting betekenen. Deze verzachtingen hebben echter niets te betekenen.
Opgeheven wordt de bepaling, dat, wanneer de gemengd huwenden-hun huwelijk laten bevestigen door een niet-katholieke kerkelijke ambtsdrager, zij voortaan daardoor niet meer in de r.k. kerkelijke taan komen. Maar hun huwelijk is toch immers volgens III ongeldig en zij verdienen op grond daarvan de hel. En wat voor verschil maakt het uit of men mèt of zonder r.k. kerkelijke ban voor eeuwig moet branden in de hel?
Verder mag de bisschop, wanneer de protestantse partner meent gewetensbezwaren te hebben tegen het afleggen van de geëiste belofte, het geval „met alle bijzonderheden" aan de Heilige Stoel voorleggen. Terecht merkt De Volkskrant van 19 maart hierover op: „Dit wijst erop, dat voor ieder geval afzonderlijk ontheffing zal moeten worden gevraagd. Voor een situatie als in Nederland is dat een onmogelijke zaak”.
Bovendien is dit niet een voorbeeld van vreselijke centralisatie door Rome? Is dit niet een aanfluiting van de leer van het collegiale gezag van de bisschoppen, wanneer zij zelfs in zulke zaken alles aan Rome moeten voorleggen? De dictatuur van het pausdom is daardoor nog strakker geworden en de kloof tussen Rome en Reformatie nog dieper.
b.) In de inleiding wordt gesproken over de „afgescheiden broeders". Maar als de paus ons als broeders in Christus, dus als mede-kinderen Gods, beschouwt, waarom vindt hij het dan zo verschrikkelijk wanneer een kind uit een gemengd huwelijk in de leer van ons, afgescheiden broeders, wordt opgevoed? Waarom eist hij van de gemengd huwenden, dat zij hun kinderen niet in de leer van deze „afgescheiden broeders" zullen opvoeden en waarom verwijst hij hen naar de eeuwige hel, als ze dit niet willen (kunnen) beloven?
De pastoors worden opgeroepen om eerbied té hebben voor de niet-katholieken en hun geloofsovertuiging. Maar het hele stuk ademt een geest van zeer weinig respect voor de protestantse levensbeschouwing. Er wordt in voorgesteld, alsof onze opvattingen over het huwelijk van zulk gering zedelijk gehalte zijn, dat de r. katholieken daartegen voortdurend ernstig moeten worden gewaarschuwd.
c.) Het stuk spreekt over landen, waar aan de r. katholieken niet of niet voldoende godsdienstvrijheid wordt gegeven. Bedoeld zullen wel zijn de communistische landen.
Wij zouden echter aan de paus kunnen vragen: Waarom doet u dan zelf de gewetensvrijheid van miljoenen christenen geweld aan door de eisen die u stelt voor de geldigheid van een gemengd huwelijk? Waarom eist u voor uw eigen kerkleden een gewetensvrijheid op, die u niet aan leden van andere kerken geven wilt? d.) Van weinig respect voor de „afgescheiden broeders" getuigt ook de bepaling, dat de protestantse kerkelijke ambtsdragers slechts „enkele woorden van gelukwens of enkele woorden ter opwekking" tot de gehuwden mogen spreken, nadat de r.k. religieuze plechtigheid geheel beëindigd is.
In de inleiding wordt gezegd, dat men de bepalingen waardoor de afgescheiden broeders zich zouden kunnen beledigd voelen, wil vermijden in deze nieuwe wetgeving. Maar is het geen belediging voor een predikant, wanneer Rome tegen hem zegt: U moogt wel een woordje („enkele woorden") spreken, helemaal nadat onze dienst beëindigd is, maar dan mogen die woorden van u slechts een gelukwens inhouden en een opwekking. Bedoeld zal wel zijn een opwekking om samen een eerbaar huwelijk te leiden. Wij vermoeden, dat een predikant die overtuigd reformatorisch christen is, met verontwaardiging voor zulk een „eer" zal bedanken, vooral ook nadat Rome van de protestantse partner de belofte heeft afgeperst van de r.k. doop en de r.k. opvoeding van de kinderen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's