„GEEF MIJ UW HART”
„Mijn zoon, geef mij uw hart". Spreuken. 23 : 26.
Onder het oude Israël kende men naast de priesters en de profeten ook de z.g. „wijzen". Dat waren doorgaans oudere mensen met een grote levenservaring en daarom ook mensen met een enorme levenswijsheid. Het Hebreeuwse woordje „wijs" betekent niet zo zeer „geleerd", maar schrander, verstandig, kundig, helder van inzicht, soms zelfs listig. Een voorbeeld van die oud Israëlitische wijsheid vinden we in koning Salomo. Deze man had ook een helder inzicht, was wijs en verstandig. Denk maar aan zijn bekende „Salomo's oordeel", 1 Kon. 3 : 24. Deze koning Salomo heeft ons een vrij grote verzameling van spreuken en wijsheids-literatuur nagelaten. Wie de moeite wel eens heeft genomen om deze z.g. chokma-literatuur (Spreuken en Prediker) door te lezen, zal weten dat er prachtige gezegden en uitspraken in voorkomen, die getuigen van grote levenswijsheid, een innige vroomheid en oprechte vreze des Heren.
Legt u deze spreuken b.v. naast de psalmen, dan zult u merken dat deze op een veel hoger geestelijk niveau staan en veel meer geestelijke inhoud hebben. Voor ons geestelijke leven zullen we wel gauwer naar een psalm grijpen dan naar een spreuk van Salomo. De moraal van de spreuken is vaak: Leef matig, fatsoenlijk, eerbaar, dan heb je de meeste kans op een lang en gelukkig leven. Doe het kwade niet, want anders zult ge straf ontvangen. Jaag liever het goede na, dan zult ge zeker de beloning ontvangen.
Neem nu onze tekst: „Mijn zoon, geef mij uw hart". De wijsheid is hier bezig om een jonge man te vermanen zich niet over te geven aan de verleiding die overal lokt; maar zijn hart liever over te geven aan de wijsheid. Anders zal zijn leven vol zijn van „ach en wee", „gekijf en geklaag”. Nu is dit alles volkomen waar. De zonde baart altijd wrange vruchten. En de Here beloont degenen die Hem liefhebben, maar toch is ook hier weer de moraal: Laat het kwade uit vrees voor de nare gevolgen.
We doen er daarom goed aan om deze Oud Testamentische wijsheidsliteratuur te bezien in Nieuw Testamentisch licht. Hoe geheel anders, voller, scherper, rijker, wordt onze tekst als we die leggen in de mond van Hem die dé Wijsheid (met een hoofdletter) is, onze Here Jezus Christus.
Zeker, ook de Here Jezus predikt de deugd. Ook Hij waarschuwt tegen de zonde. Ook Hij wijst op de straf der zonde en op de beloning van het goede. Echter met dit grote verschil, Jezus waarschuwt ons niet met het oog op de straf of beloning, maar op grond van de Goddelijke eis en op grond van de hoge roeping van de mens om God te kennen, Hem lief te hebben en in Zijn wegen te wandelen, omdat God dat waardig is. Hij heeft er recht op.
Als de Here Jezus ons hart vraagt, dan doet Hij dat in Gods Naam. Christus vraagt ons hart. Wat wil dat zeggen? Het hart drijft het bloed door de aderen en het bloed is ons leven. Het hart is dus de drijfkracht van ons leven. Het hart is de gehele mens met zijn denken, willen, voelen en handelen. Als Christus dus tot ons zegt: Geef Mij uw hart, dan bedoelt Hij daar mee: Geef Mij u zelf, in heel uw bestaan en wezen. U voelt wel dat deze vraag een enorme ingreep betekent in het leven van de mens. Deze vraag betekent niets minder dan onze totale levensvernieuwing.
Laatst zag ik een filmpje van een hartoperatie. Met zijn oude zieke hart was de patiënt onherroepelijk gestorven. Daarom was die hartoperatie een levensbelang voor die patiënt. Met het oude hart voortleven betekende de dood. Zich laten opereren betekende het leven.
De eis van de Here Jezus houdt voor ons ook een hartoperatie in. Alleen met dit verschil, dat Jezus ons oude hart niet opknapt en repareert, maar er een volkomen nieuw voor in de plaats geeft. Met dat oude hart van ons is immers niets meer te beginnen. Dat is dood. Omdat het een hart is dat zich aan God niet geeft. Nooit! Het is een goddeloos hart. Het heeft zich van God afgewend. Het heeft geen lust in God. Omdat het zich weggegeven heeft aan de dienst der zonde en der wereld.
En nu zegt Christus: Geef Mij uw hart. Dat betekent dat we tot nieuw leven moeten komen. Christus vraagt onze wedergeboorte. Onze bekering. Hij vraagt dat we op zullen houden ons hart aan de zonde te geven en dat we ons leven op Hem zullen richten. Ons leven zal totaal anders moeten worden. Christus vraagt onze levensvernieuwing!
Maar: kunnen we dat wel? Een mens kan zichzelf toch niet tot het nieuwe leven brengen? De wedergeboorte is toch Gods werk, in 't bijzonder het werk van de Heilige Geest? Op zich zelf is dat volkomen waar. Ik zou er geen letter van af durven doen.
Maar weet u waar ik zo bang voor ben? Dat zulke uitdrukkingen in de mond van velen maar kreten zijn. Wel goede orthodoxe kreten, maar uiteindelijk toch alleen maar kreten, die met de mond geslaakt worden, maar buiten het hart omgaan! Op zichzelf puur Bijbelse waarheden worden door ons zo vaak gebruikt om ons af te maken van de dringende eis van Gods Woord. We zijn n.l. bang voor die hartoperatie! We willen geen levensvernieuwing! We hebben dat oude leven zo lief! We willen geen nieuw hart! En daarom redeneren we maar en nemen een tekst uit de bijbel en zeggen: Zie je wel, we kunnen ons hart niet aan de Here geven. De bijbel zegt het zelf!
Maar neem nu onze tekst: Mijn zoon, mijn dochter, geef Mij uw hart. Hoort u het vriendelijke, het bewogene in dat woord? Het is de stem van Jezus, die met innerlijke ontferming over u bewogen is. Ik hoop zo van harte dat er ook nog jongeren zijn die de meditaties in de Waarheidsvriend lezen. Anders moeten vader of moeder ze maar eens bij stukjes en beetjes voorlezen aan tafel. Want dit woord uit Spreuken is in 't bijzonder bedoeld voor de jongeren. „Mijn zoon, mijn dochter”. Jullie leven in een geweldige tijd. Een interessante tijd. Maar ook een gevaarlijke tijd. Er zijn zo verschrikkelijk veel dingen die vandaag aan de dag jullie hart in beslag willen nemen. De geest van deze tijd werkt niet naar God toe, maar van Hem af.
Het geloof in God dreigt een anachronisme te worden, d.w.z. niet meer bij deze tijd behorend. Zoals een steek en kuitbroek vandaag niet meer in onze tijd passen, evenmin past het geloof in 't levenspatroon van de mens van 1966. Wie gelooft er nu nog? Welke jongen of welk nuchterdenkend meisje gaat er nu nog naar de kerk? Dan woon je toch wel in een achtergebleven gebied. Maar juist in deze tijd komt de stem van Jezus: Geef Mij uw hart. Het klinkt vriendelijk. Maar ook dringend. Het is een bevel en een eis. Christus vraagt dit op grond van je Doop, vanuit het Verbond dat Hij met ons heeft opgericht.
Wie behoort uw hart, uw leven? Als uw hart nog niet aan Jezus toebehoort, dan moet ge luisteren naar Zijn stem: Geef Mij uw hart! Hij gaf Zijn hart eerst aan u. Hij gaf het uit pure liefde tot in de dood. Willen wij ons hart aan Hem geven?
U kunt weigeren. U kunt eenvoudig aan Christus en Zijn Woord voorbijgaan. Honderduizenden doen het. Misschien hebben ze even stil gestaan bij het horen van Zijn stem. Maar toen zijn ze doorgegaan. Want ze willen het leven. Het volle leven. Vader, ik wil leven, zei laatst een kind. Maar ze geven hun hart aan de dood. Want wat zij aanzien voor leven, is de dood. Want hét Leven (met een hoofdletter) is alleen in Christus. Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. U kunt uw hart ook verdelen. Maar u begrijpt toch wel dat een doorgesneden hart een dood hart is? Toch zijn er velen dit proberen. We gaan naar de kerk, lezen in de Bijbel, bidden ons gebed, leven een fatsoenlijk leven. Het is alles loffelijk en mooi. Maar Jezus weigert het. Want Jezus wil ons hele hart! Radicaal, consequent. Christus eist de volle liefde en overgave van ons hart.
Maar in ruil daarvoor geeft Hij alles terug. Jezus geeft Zich Zelf, radicaal, consequent. Hij geeft Zijn hart aan u. Hij geeft u Zijn leven. Het Leven. Hij geeft vrede met God.
Wat zullen wij op deze dingen zeggen? Laat het ons brengen tot het gebed. „Here, U vraagt mijn hart. Neem het dan Here. Neemt U het zelf maar. Ik ben zo zwak. Verover mijn hart door Uw genade. Trek mij met koorden van Uw liefde. Dan zal ik u nalopen en mijn hart geven aan U, mijn Here en mijn God”.
Rotterdam, N. Kleermaker
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's