Boekbespreking
H. Thielicke: , Leiden an der Kirche", Bnd 53 der Stundenbücher, DM 3.80, 190 S., Furche 'Verlag, Hamburg, 1965.
De schrijver, die theologie doceert aan de universiteit van Hamburg en die intens is blijven meeleven met de Kerk, getuige o.a. zijn vele reeksen van preken, die hij publiceerde, richt zich in dit persoonlijke bewogen woord tot de predikanten en in het algemeen tot wie leiding hebben te geven in het kerkelijk leven, maar ook tot diegenen, die voor verachters van kerk en eredienst doorgaan. Hij aarzelt niet hete hangijzers aan te pakken en dingen te zeggen, die niet iedereen in dank zal aanhoren. Zo vangt dit werk aan: Wie zich het doel voor ogen stelt, dat zich eens de reformatie heeft gesteld kan slechts met huivering zien, wat in de kerk van Luther en Calvijn daaruit geworden is, wat hun vaderen bron van christelijk geloof en leven was: uit de prediking. Scherp stelt hij de diagnose; hij schrijft over lege kerken, ook over de dictatuur van de hoorders. Over de predikanten vraagt hij: Ligt het zwaartepunt van het leven van hem, die preekt elders dan in zijn boodschap? Woont hij in werkelijkheid naast zijn boodschap? Is hij met een man te vergelijken, die reclame maakt voor een bepaald soort limonade, maar die zelf deze drank niet gebruikt? Hij gaat in op wat in deze tijd aan moderne wijzen van aanpak gedaan wordt en verwerpt dit niet, maar, zegt hij: Men verfijnt zijn methoden en slijpt voortdurend zijn messen, maar men heeft niets meer wat men daarmede snijdt. — De schrijver ziet liturgisme als de weg van de minste weerstand, als een vlucht voor de prediking. „Hoe verschrikkelijk, als men meent door liturgische gewaden iets voor het koninkrijk Gods te hebben gedaan." Het trof ons ook wat de schrijver zegt over de „liederenstorm" — zulks naar analogie van de beeldenstorm —: de oorspronkelijke teksten en melodieën worden hersteld, omdat de kleine kliek van liefhebbers dat wil en als een minoriteit de anderen tiranniseert.
Het is voor ieder, die het Evangelie mag en moet verkondigen diep verootmoedigend en ontdekkend dit werk te lezen. Misschien zegt men, dat de schrijver overdrijft en eenzijdig is. Allemaal best, maar er is wel reden om de alarmklok te luiden. Dat er zovele malen over prediking en eredienst, ook in ons midden, geschreven en gesproken wordt is er bewijs voor, dat ernstige bezinning op de zaak van de prediking nodig blijft. 'Vandaar, dat wij hier deze aankondiging opnemen van een werk, dat wij in veler handen wensen.
Utrecht H. Bout
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1966
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's