De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OPENINGSWOORD

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPENINGSWOORD

10 minuten leestijd

Openingswoord op de Jaarvergadering van de Gereformeerde Bond op woensdag 27 april.

Gaarne roep ik u een welkom toe op deze jaarvergadering van de Geref. Bond. Onze vreugde was nog groter geweest, wanneer hier onze Voorzitter Prof. Dr. Severijn had gestaan, die, naar ik meen gedurende 30 jaren, vanaf 1936, de jaarvergaderingen heeft geleid op een wijze, die hem eigen was, die hem als een man van karakter, van vaste lijn en betrouwbare koers deed kennen. Groot was het meeleven, toen rondom Kerst en Nieuwjaar verontrustende berichten over z'n gezondheidstoestand ons bereikten. Diep was de indruk, toen hij van het hoofdbestuur afscheid nam, in de overtuiging, dat God hem zou wegnemen en hij welbewust van z'n naderend einde opriep tot geloofstrouw aan het Woord Gods en de belijdenis der Kerk, waarop wij zoveel zegeningen hebben ontvangen.

De mens wikt, maar God beschikt. Onze Voorzitter - hoewel verzwakt - maakt het met schommelingen naar omstandigheden tamelijk goed. Zijn geest is helder, zijn oordeel nog even scherp, zijn belangstelling voor het wel en het wee van de bond groot. Dit is een gunst, waarvoor wij God ootmoedig willen danken.

Het was zijn begeerte, u een persoonlijke groet en zegenwens te doen toekomen. Hierin dankt de Voorzitter voor alle liefde, meeleven en steun, ondervonden van de leden van het bestuur, inzonderheid van de beide hoofdbestuursleden: Ds. Timmer en Verbeek Wolthuys. Hierin spreekt hij zijn zegenwensen uit voor de vereniging en haar arbeid.

Ik stel voor hem het volgend telegram te zenden:

De Geref. Bond, in Utrecht in jaarvergadering bijeen, dankt u als Voorzitter voor uw groeten en zegenwensen en spreekt er zijn blijdschap over uit, dat God u voor uw gezin en ons spaarde. Gaarne bidden wij u toe, dat de eeuwige God u een woning zij en van onderen: eeuwige armen.

Deze jaarvergadering heeft in de tweede plaats een bijzonder accent, omdat deze de zestigste is. Wij worden al een dagje ouder. Sommigen menen, dat wij oud en de verdwijning nabij zijn. Ds. Groenewoud, eindredacteur van het Hervormd weekblad: De Gereformeerde Kerk, heeft zich aan toekomstvoorspelligen gewaagd en de profetenmantel aangetrokken. Volgens hem zal de gereformeerde bond niet alleen in een diepgaande crisis geraken, maar ook in allerlei groepen uiteenvallen. De modern-progressieven onder ons, die - volgens hem de huidige confessionelen dicht naderen, dus om het met mijn woorden te zeggen, als twee druppels water op de huidige confessionelen gelijken - zij komen bij de confessionelen terecht. De anderen, die Ds. Groenewoud de introvert-conservatieven noemt, zullen in drieën uiteengaan. Intussen, introvert betekent: naar binnen gekeerd en conservatief: behoudend, bewarend! Introvert-conservatieven zijn dus mensen, die naar binnen gekeerd leven en alles bij het oude laten willen. Deze tweede groep zal dan volgens Ds. Groenewoud in drieën uiteengaan. Een deel verdwijnt naar de Gereform. Gemeenten, een ander deel verstart in de machtsposities in bepaalde gemeenten, houdt daar de macht stevig in handen of verdwijnt in evangelisaties, terwijl het derde of laatste deel in de ontkerstening opgaat, dankzij de houding van dit huidig geslacht. Tot zover Ds. Groenewoud.

Wij weten dus nu hoe Ds. Groenewoud over ons denkt. Ge zoudt haast zeggen: hartelijkheid is maar alles! En dat op de zestigste verjaardag! Wat zoudt ge ervan zeggen, wanneer ge op uw zestigste verjaardag uw buurman, met wie ge goede betrekkingen wilt onderhouden, op bezoek krijgt? Hij heeft geen aandacht voor u, maar inspecteert, gelet op de aftakeling, waaraan ge lijdt, de inboedel en begint deze reeds te verdelen.

Laten wij er vanmorgen niet te veel woorden aan besteden en het er voor houden dat Ds. Groenewoud niet heeft kunnen weten dat wij zestig jaar werden - anders was hij bepaald vriendelijker geweest, en laten wij het ervoor houden, dat hij vergeten is dat de organisatie, waartoe hij behoort ongeveer honderd jaar oud is. In ’De Waarheidsvriend' hopen wij serieuzer dan hier gebeurt op deze zaken terug te komen.

Het hoofdbestuur heeft gemeend dit zestig-jarig bestaan op een sobere wijze te moeten vieren. Daarvoor zijn allerlei redenen.

In de eerste plaats wijst het zestigjarig bestaan van een organisatie als de gereformeerde bond op een noodsituatie. Organisaties, die in de nood van het kerkelijk leven geboren zijn en in stand gehouden moeten worden, verdragen moeilijk feestelijke jubilea. Zij zijn veeleer een bron van verootmoediging en vernedering voor de hoge God.

In de tweede plaats ligt de indrukwekkende herdenking van het vijftigjarig bestaan, waarvan ongetwijfeld het hoogtepunt was de herdenkingsdienst in de Domkerk, velen nog vers in het geheugen.

In de derde plaats ontbreekt onze Voorzitter. Maar dit betekent niet, dat wij dit jubileum onopgemerkt willen laten passeren. Er is reden te over onze God ootmoedig te danken voor de zegeningen, die Hij op en door ons werk gaf.

Verder heeft deze jaarvergadering een bijzondere kleur, omdat twee van onze bestuursleden: Ds. Timmer en de heer Verbeek Wolthuys, aftreden. Zij hebben zich niet herkiesbaar gesteld vanwege hun leeftijd. Niet minder dan 39 jaren hebben beiden met hun beste krachten het hoofdbestuur en de bond gediend. Ds. Timmer heeft vele jaren het secretariaat waargenomen en onnoemelijk veel werk verzet. Zijn brieven en briefkaarten doorwandelen het ganse land. Ook de heer Verbeek Wolthuys heeft als 2e penningmeester veel voor onze bond gedaan. Straks komen wij op dit afscheid nog terug. Daarmee is verbonden, dat Dr. Bout vanaf heden het secretariaat aanvaardt, een verzwaring van zijn taak, die hij met liefde op zich neemt.

Al met al schuiven de generaties op. Dit is merkbaar in de bestuursverkiezingen, die straks worden gehouden. Behalve de twee genoemde vacaturen, begeren wij uitbreiding van het aantal bestuursleden van negen tot tien. Wij hopen, dat daardoor de arbeid van de anderen verlicht wordt.

Want het werk is veel en het wordt steeds meer. Dit is op zichzelf verheugend, wij doen dit met veel liefde. Daarin hebben wij uw liefde, uw steun, bovenal uw gebed en voorbede nodig. Want de positie van de gereformeerde bond is van de aanvang af tot op deze dag aangevochten. Deze aanvechting wordt steeds sterker. Wij leven in een uiterst dynamische tijd. Veel verandert. De beroeringen in de Hervormde Kerk en in de gereformeerde gezindheid gaan niet aan ons voorbij. Wat in de Hervormde Kerk verandert, wat in de gereformeerde gezindheid gist, wat met de Gereformeerde Kerken aan de gang is, dwingt ons tot een antwoord, tot een houding, tot een beslissing, waarin eventuele afwijzingen positief geladen moeten zijn vanuit de gereformeerde religie.

Met dit al worden wij ervoor bewaard in slaap te vallen. In slaap vallen is altijd een kwalijke zaak. Wij dienen niet in de eerste plaats wakker te zijn, wanneer daar de bestrijding is, maar wanneer de Meester er is. Wij dienen meer bezig te zijn met de Meester, die alle macht heeft in hemel en op aarde, dan met hen, die ons dreigen te vervreemden van het hart der Schriften.

Zo mocht het werk weer een jaar doorgaan. Wanneer wij gemeten worden aan onze roeping, dan ontbrak daaraan veel. Hoe vaak zijn wij niet gestruikeld op de weg van het getuigend belijden in ons persoonlijk, gemeentelijk, kerkelijk en organisatorisch leven! Hoe groot was en is de verzoeking, dat wij ons veilig wanen achter de organisatorische schansen, zonder als een zoutend zout het geheel van de kerk te doortrekken. Hoe groot is de aanvechting in een bepaalde status quo te berusten en al blij te zijn, wanneer ons enige leef-en preekruimte wordt geboden en gelaten. Hoe groot is het gevaar de kerk van de Heere Jezus Christus te omlijnen met de grenzen van de richtingsorganisatie en in zulk een reservaat een stemming van zelfgenoegzaamheid en zelfvoldaanheid te kweken, ondanks alle betuigingen van nederigheid en feilbaarheid onzerzijds. Wanneer de Kerk van de Heere Jezus Christus is en deze kerk geen andere taak heeft in gehoorzaamheid aan het Woord Gods lege briefjes in te dienen, waarop als enige vraag staat: Heere, wat wilt Gij dat wij doen zullen?, hoeveel temeer geldt dit van een richtingsorganisatie, die als enig doel heeft de kerk terug te leiden tot de gehoorzaamheid aan Christus en Zijn Woord! Hoe groot is de verzoeking om de ontmoeting met de anderen in en buiten de Hervormde Kerk te ontgaan en de breedte en de diepte van het gereformeerd belijden te conserveren inplaats van te actualiseren, dat wil zeggen, de bewaring ter hand te nemen, terwijl het profetisch élan ons ontbreekt om te werven en te winnen in het heden. Niet minder groot is de verzoeking om in de ontmoeting met de anderen niet alleen het bijkomstige of het aan een bepaalde tijd gebondene, maar ook wezenlijke elementen of het wezenlijke van de gereformeerde religie te verliezen en te vervagen en te vervlakken. Ieder beproeve ook hierin zichzelf. Want deze gevaren zijn heus niet denkbeeldig, maar aan te wijzen. Hoe groot is bij sommigen de drang tot vernieuwing om het weliswaar gevaarvolle, maar desniettemin noodzakelijke experiment te ondernemen: alles onder de critische loep te nemen tot en met de belijdenis, het gezag van de Heilige Schrift of de aard daarvan.

Zo kan ik nog wel doorgaan om de tijd te doorlichten, waarin wij nu staan en de gevaren daarvan te laten zien. En dat is waarlijk geen overbodige weelde. Maar ik wil met u een andere kant uit. Want de Heilige Schrift en de dienst van onze God is niet alleen omringd door vele gevaren, maar vooral door vele beloften. Immers Christus houdt Zijn Kerk in stand, ook in het jaar onzes Heeren 1966. Hij deed Zijn werk in het afgelopen jaar, met ons of zonder ons. Hij kan in Zijn vrijmachtig welbehagen ons gebruiken of aan de kant zetten. Hij heeft ons niet nodig. Wat heeft waarde, ook in ons werk? Wat gedaan werd in gehoorzaamheid des geloofs! Waarin God Zelf was en waarin Hij meekwam! Dat maakt God groot en ons klein. Er wordt nog wel eens gezegd: Wij zijn in de eerste plaats christenen, daarna leden van de Ned. Hervormde Kerk en tenslotte ook nog leden van de gereformeerde bond. Welke waarheidselementen daarin ook schuilen, wij zijn zeer belangrijke delen vergeten. Ik las ergens - en het trof mij - het volgende: Wij zijn in de eerste plaats zondaren voor God, gewichtig doeners, gelijkhebbers, aanbidders van het verleden of het heden, gemakzuchtigen gezapigen, gearriveerden, bangerds, ijdeltuiten, formalisten. Dan zijn wij het nog eens en daarna nóg eens.

Dit scherpe oordeel gaat over ons allen. Wie daarvoor valt, wordt van veel ontdaan, staat naakt voor God en verstaat, dat alleen een intredende Christus ons redt uit de persoonlijke en gemeenschappelijke nood! Hoe langer hoe meer zal dit scherpe mes van de zelfkritiek ons leven doorvlijmen, om in Christus de goede strijd des geloofs te strijden.

Hoe langer hoe meer zal de scherpe vraag ons gesteld moeten worden: Staat wat wij doen en laten, spreken en schrijven, wat wij zijn en hebben, in verband met de levende Christus?

Zijn wij daarmee doordrenkt? Straalt dit van ons af? Worden alle verhoudingen van daaruit doorzien en doorlicht?

Daarmee kom ik - na deze inleiding - op het hart van de zaak, namelijk de grond van ons geloof: het getuigenis van de Heilige Geest.

Katwijk aan Zee, G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OPENINGSWOORD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's