De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hemelvaart - geen scheiding!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hemelvaart - geen scheiding!

6 minuten leestijd

En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot aan de voleinding der wereld. — Mattheus 28 : 20.

Als Christus ten hemel vaart lijkt het alsof de discipelen alleen achterblijven. Hij, die voor hen meer geworden was dan een vader en moeder tegelijk, n.l. hun Verlosser en Zaligmaker, verlaat hen. Zij gevoelen zich verweesd achterblijven. Zij raken het gezicht op Jezus kwijt. Ze staren met lege handen en harten naar de hemel, die echter toegesloten is.

Ook nu kan een mens zich soms eenzaam en alleen gevoelen. Er kunnen tijden zijn dat alles en iedereen zich van je terugtrekt. Dat ligt meestal aan onszelf, omdat wij ons terugtrekken van alles en iedereen in een zondig „op-onszelf-alleen-betrokken-willen-zijn”. Toch komt dit ook voor zonder dat het aan onszelf ligt. De gelovigen, de kinderen van God, maken dit veelvuldig mee. Elia moest klagen, liggend onder een jeneverbes-struik in de woestijn op de vlucht voor Izebel: Ik ben nog maar alleen overgebleven". David klaagde al: “Eenzaam ben ik en verschoven, ja, d'ellende drukt mij neer". Ook Paulus moet zeggen dat degenen op wie hij dacht te kunnen bouwen in 't meest kritieke moment van zijn leven hem hadden verlaten: Maar zij hebben mij allen verlaten". 2 Tim. 4 : 16. Zo zijn er vele getuigenissen in de Schrift dat juist de kinderen van God soms zo eenzaam zijn.

Maar kan het eigenlijk ook anders? Heeft de Heere Jezus niet gezegd: „een dienstknecht is niet meerder dan zijn meester"? (En dit geldt even zo goed van de „dienstmaagd" van de Heere). Het leven van de Heere Jezus draagt vele kenmerken. Eén ervan is dat Hij steeds meer verlaten werd. Eerst door de grote meerderheid van zijn volk. Miskend, gewantrouwd en gelasterd. De leiders, vooral de godsdienstige, distantieerden zich van Hem en trachten Hem te vangen op woorden en daden. Erger werd het toen zijn vrienden, de discipelen Hem op het kritiekste ogenblik verlieten. Dat kunnen ook Gods kinderen vandaag nog meemaken. Maar wat de Heere Jezus toen aan 't kruis moest lijden is onvoorstelbaar erg: God de Vader verliet Hem. „Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij Mij? " Zijn eenzaamheid werd volkomen. Omdat Hij onze zonden en schuld droeg en daarvoor boette. Immers, de consequentie van de zonde is volstrekte eenzaamheid. Blijven wij in onze zonde, dan is dat onze toekomst.

Maar in het heden van de genade mag er tot al die eenzamen een woord van bemoediging zijn. Juist omdat Jezus zo volkomen verlaten werd, behoeven wij niet totaal ons verlaten te gevoelen. Voor al die verlatenen en eenzamen om Christus' wil geldt: ., Ik zal u niet verlaten. Ik zal u niet begeven”.

Vlak voor zijn hemelvaart verzekert de Heere Jezus zijn discipelen: „En ziet. Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld". Of anders gezegd: „Ik zal u geen wezen laten". Dat is met de uitstorting van de Heilige Geest helemaal werkelijkheid geworden. Dan zendt de Heere Jezus, verhoogd en verheerlijkt als Hij is, samen met God de Vader de Heilige Geest in alle volheid als Persoon in de harten der discipelen. En dan weten ze het met blijde en krachtdadige zekerheid: Hij is met ons! Wij zijn geen wezen gelaten. Door de Heilige Geest is Jezus weer in ons, bij ons, onder ons. En veel voller en rijker dan toen wij Hem lichamelijk bij ons hadden. Nu vervult Hij ons hart, ons ganse bestaan. Nu leeft Hij in ons. Van Jezus loopt dan ook hun mond over. (Hand. 2).

Dit is steeds de ervaring van de gelovigen uit de bijbel, juist op de momenten als ze zich zo alleen en in de steek gelaten gevoelen, als alles zo donker en eenzaam is. Tot Elia klonk het goddelijke Woord uit de lieflijke verschijning van de Heere: Ik heb er nog 7.000 overgelaten, die met u niet voor de Baal gebogen hebben. Ga voort met uw werk, want Ik trek met u mee! David zegt elders: „Want, schoon ik zelfs van vader en moeder verlaten ben, de HEER' is goed en groot. Hij is en blijft mijn Vader en Behoeder". (Ps. 27). En Paulus getuigt na de klacht: „Zij hebben mij allen verlaten": „Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij bekrachtigd”.

Zo moeten allen die in de Bijbel klagen over hun eenzaamheid om wille van het geloof en de verbondenheid aan Christus steeds getuigen: De Heere is toch met mij! Hij beschermt mij. Hij gaat met mij mee als een schaduw. Hij is mijn Schild en Pantser, Hij is mijn Toeverlaat en Borg, Hij is mijn licht en mijn heil, Hij is al troostend, sterkend, bemoedigend en verblijdend telkens weer op de kritieke momenten van mijn leven er bij geweest. In de eenzaamheid is er toch het blijde we­ ten: ook al zouden ze allen mij verlaten, al sta ik eenzaam in deze wereld, de Heere zal mij nimmermeer verlaten.

Ook vandaag is de Heilige Geest vol van bereidwilligheid om over te komen. Om verweesden, eenzamen, bedroefden, die ver van de Heere geraakt zijn, die de Heere uit het oog en uit het hart kwijtgeraakt zijn, op te zoeken in de diepten van hun verlorenheid. Hij neemt het uit Christus en verkondigt het ons, n.l. Zijn genade voor verlorenen. Zijn verzoening voor des doods schuldigen, Zijn vrede voor vijanden. En als Hij verkondigt, past Hij onweerstaanbaar toe. Hij brengt Christus weer in het hart.

Roep Hem maar aan, pleitend op Zijn eigen woord: „Ik zal met u zijn alle de dagen tot aan de voleinding der wereld”. Gods beloften zijn in dit opzicht zo rijk. De hele Bijbel staat er vol van. Lees er veel in! Wij zijn het zo vaak kwijt, we zien het zo vaak niet meer. Omdat we toch altijd weer teveel op onszelf of andere mensen bouwen. Maar daar komen we altijd bedrogen mee uit. Dan is het nodig dat de Heere onze opmerkzaamheid opscherpt. Zoals nu. „En ziet!" zegt Hij tot onze eenzame en moede harten, die met gesloten ogen treuren. „En ziet. Ik ben met ulieden al de dagen tot aan de voleinding der wereld!”

Bouwen we op Hem, dan komen we nooit bedrogen uit. Hij laat ons nooit in de steek. Hij is Immanuël: „God met ons!" En niet zo maar eens een keertje. Al de dagen: vandaag en morgen en tot in eeuwigheid. Ziet u het ook weer? Dan kunnen we weer verder! Want Zijn kracht wordt in onze zwakheid volbracht.

Aan de slag dan in Zijn Naam!

Nieuwerkerk aan den IJssel,  C. Baas.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Hemelvaart - geen scheiding!

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's