De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET GETUIGENIS VAN DE HEILIGE GEEST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET GETUIGENIS VAN DE HEILIGE GEEST

10 minuten leestijd

In elke tijd is gezocht naar de verantwoording van de Heilige Schrift als Gods Woord tegenover hen, die dit bestreden, of hen, die men van de waarheid van het Woord Gods wilde overtuigen.

Bij veel pogingen van de apologeten treft ons de belijdenis van Augustinus, dat weliswaar de kerk een bemiddelende plaats heeft om ons tot geloof te brengen, maar dat ten diepste God Zelf het geloof in onze harten werkt op een wonderlijke wijze, zodat wij geloven. Het is pure genade, wanneer God onze wil buigt.

Calvijn heeft aan deze grond van het geloof bizondere aandacht geschonken. In boek I-VII e.v. van zijn Institutie wijst Calvijn erop, dat God nu geen dagelijkse godsspraken meer vanuit de hemel geeft. Toch wil Hij, dat Zijn waarheid een eeuwige gedachtenis zal hebben. De Schrift bezit daarom bij de gelovigen geen ander en volledig gezag dan wanneer zij geloven, dat ze uit de hemel is voortgekomen, evenals levende stemmen vandaar gehoord worden.

Tussen deze sprekende God en de luisterende kinderen Gods mag niets tussen komen. Ook niet de kerk. Immers de kerk is door het Woord, dat aan haar voorafging, gebaard. Daarom kan en mag het niet worden toegestaan dat de kerk aan het Woord zijn gezag verleent. Dit is een hoon voor de Heilige Geest! Wat moet een mens beginnen, indien de beloften Gods van het oordeel van mensen afhangen? Dan worden wij steeds heen en weer geslingerd!

De kerk ontvangt deze geschriften, dat zij van God zijn. Zij ontvangt ze als uit de hand van God! Niet het oordeel der kerk maakt de Schrift betrouwbaar, maar zij is betrouwbaar van zichzelf. De Schrift rust in zichzelf, d.i. de autopistie van de Heilige Schrift. Het gezag van de Heilige Schrift hangt niet aan het gezag van de kerk, maar omgekeerd hangt het gezag van de kerk aan het gezag van de Heilige Schrift.

Hoewel de Schrift het woord is van de sprekende God en doorademd is met Zijn Geest, vindt deze Schrift bij ons niet eer geloof in ons hart, dan wanneer het door het inwendig getuigenis van de Heilige Geest wordt bezegeld. Dezelfde Geest, die door de mond der profeten sprak, moet in onze harten werken, dat zij getrouw hebben overgebracht hetgeen hun van God bevolen was.

De Geest die op Jesaja was en de woorden die God in zijn mond heeft gelegd en in de mond van zijn zaad, zullen in eeuwigheid niet wijken. Met andere woorden: Gods Geest, die de profeten te spreken gaf, maakt het gesprokene geloofwaardig de geslachten door! Daarom rust ieder, die door de Geest onderwezen wordt in de Heilige Schrift. Dan zijn wij niet meer onderworpen aan de oordeelvellingen van mensen, maar stijgen wij boven het menselijk oordeel uit. Gods eigen mond. Hier doet Calvijn een beroep op de ervaring van alle gelovigen. „Ik zeg niets anders dan wat iedere gelovige bij zichzelf waarneemt, behalve alleen dat mijn woor­den ver beneden een rechtmatige uitlegging van het onderwerp blijven". (Calv. Inst. I-VII-5). Met andere woorden: hier laten alle menselijke woorden ons in de steek; hier gaat het leven spreken dat uit God is. Alle kinderen zijn van God Zelf geleerd. Dit bizonder voorrecht valt alleen de uitverkorenen ten deel, die God van het gehele menselijke geslacht onderscheidt. Ook wanneer er vandaag velerlei verwarring is, moeten wij bedenken, dat geen anderen de verborgenheden Gods begrijpen dan aan wie het gegeven is.

Het is merkwaardig, dat dit getuigenis van de Heilige Geest in onze harten op de hoogtepunten van de kerkgeschiedenis gekend en beleden wordt, terwijl het in de daar tussen liggende dalen misvormd of bestreden wordt. Socinianen, Remonstranten en Roomsen hebben het bestreden, gereformeerden hebben het in de eeuwen na Calvijn niet zuiver bewaard.

Maar ondanks allerlei bestrijding en velerlei vervorming is het er tot op de dag van vandaag. Want het is Gods eigen werk, dat niet sterft. God handhaaft Zijn waarheid en Zijn Geest zorgt ervoor, dat mensen in het aannemen van deze waarheid verzegelen, dat God waarachtig is. Wij brengen de waarheid niet voort, want wij zijn uit de leugen, wij moeten uit de waarheid zijn om de stem van Christus te horen. Christus gaf aan de waarheid getuigenis, de apostelen getuigen van het woord des levens, dat zij in Christus aanschouwd en getast hebben. Deze waarheid is ontmaskerend, legt alle schijn en onwaarheid bloot en bevrijdt. Deze waarheid neemt ons gevangen en buigt ons. Dan kunnen wij niets meer tegen de waarheid, maar alleen door de waarheid. Dan gaan wij van deze waarheid getuigen!

Want God kan alleen door God worden gekend. Onze geest, hoe scherpzinnig ook, is onvoldoende en onmachtig de verborgenheden van het Evangelie te verstaan. De natuurlijke mens verstaat niet de dingen, die des Geestes Gods zijn. Maar de geestelijke mens verstaat ze wel, geestelijke dingen met geestelijke dingen samenvoegende.

Hoewel de Schrift een zelfgetuigenis heeft, dat onweerspreekbaar is, 't wordt door ons niet eerder geloofd, dan wanneer de Heilige Geest in ons komt wonen en werken. De toepassing van het heil is opgedragen aan God de Heilige Geest. Die Geest is de grote Getuige voor Christus. Dit doet Hij allereerst in de Schrift, Daarin getuigt en overtuigt Hij de wereld van zonde, gerechtigheid en oordeel. Hij laat gezaghebbend horen: Alzo spreekt de Heere! Bewijzen zijn hiervoor niet aan te dragen dan alleen voor de gelovigen. God is kenbaar genoeg voor hen, die Hem zoeken en verborgen genoeg voor hen, die Hem ontvluchten. (Pascal).

Dit getuigenis - hoe persoonlijk ook toegespitst - komt met eenparige stem uit de kerk der eeuwen tot ons. Het is het getuigenis van de Geest, die in alle gelovigen woont. Over de wijze, waar­ op wij tot dit geloof komen, valt veel, te zeggen. Hetzij wij van jongsaf door de Heere getrokken zijn, hetzij wij op latere leeftijd tot bekering gekomen zijn, er is maar één verklaringsgrond: God is ons te sterk geworden. Het geloof is een gave Gods, een werking van de Heilige Geest. Daarachter steekt en daarmee gepaard gaat de wedergeboorte, dat is een totale en radicale verandering van ons hele bestaan. Het geloof is meer dan een betrekking, zoals wij zo vaak horen, het geloof is een aardverschuiving en een aardbeving, die ons totaal aangrijpt en omzet. In de diepste grond onverklaarbaar, maar in zijn openbaring zich verlustigend in de Zon der gerechtigheid: Christus Jezus.

Daarom is dit getuigenis van de Heilige Geest, bestaande in de overtuiging, dat de Schriften van God zijn, ook niet los te maken van het persoonlijk kind van God zijn. Bavinck en Berkouwer, ook Calvijn in zijn commentaren wijzen daar zeer terecht op. Daarom is het ook onmogelijk, dat wij het getuigenis van de Heilige Geest over de Heilige Schrift in ons kunnen ronddragen, zonder dat wij door deze Heilige Geest zijn wedergeboren, tot geloof gebracht en tot kinderen Gods zijn gemaakt.

Dit is een ernstige waarschuwing aan ons adres, wanneer wij menen voor de Schrift te kunnen strijden, zonder dat de inhoud van de Schrift in ons eigen leven een plaats heeft. Het zelfgetuigenis van de Heilige Schrift staat in onlosmakelijk verband met wedergeboorte en bekering. Ja, zelfs kan gezegd worden, dat de Heilige Geest begint de goddelijkheid der Schrift op een bepaald punt of tekst of perikoop te doen geloven. Daar raakt het ons. Daar haakt het ook! En hoe lang of kort nu ook de weg is tot de zekerheid van de vergeving der zonden door het bloed van Christus, Hij, de Heilige Geest, rust niet eerder, totdat wij getuigen: Ik roem in God, ik prijs het onfeilbaar woord; ik heb het zelf uit Zijne mond gehoord.

In deze toepassing van Christus en al Zijn weldaden getuigt deze Geest met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.

En wij mogen - mits goed verstaan - zeggen, dat wij in gelijke mate van de goddelijkheid der Schrift overtuigd worden als de Geest met onze geest getuigt, dat wij kinderen Gods zijn. Daarom is dit getuigenis in onze harten evenzeer voor bestrijding vatbaar als dat wij kinderen Gods zijn. Het is geen getuigenis dat altijd in volle omvang en diepte gekend wordt, ook in de gelovigen.

Maar ondanks dit alles, het is aanwezig. Wie deze Geest mist, aan hem komt Christus niet toe.

Met kracht hebben wij dit getuigenis van de Heilige Schrift te handhaven ook in deze tijd. Hoezeer het waar is - wat Bavinck (Geref. Dogm. I, 565) - schrijft, dat wij de divinitas (het goddelijk karakter) der Schrift niet moeten uitbreiden tot de historische, aardrijkskundige data en de volgorde van de tijd, en hoezeer het waar is, dat de feiten van het heil niet als lege feiten het voorwerp van dit getuigenis zijn, evenzeer is het waar dat dit getuigenis de gehele Schrift als één complex en organisch geheel in zich opneemt. Christus is geen idee, maar een historische persoon. Zonde is geen feil, maar een ontzettende werkelijkheid, die verzoening en verlossing nodig maken. Kortom de gehele Schrift wordt door dit getuigenis gedragen en - naar de mate van ons geloof - in ons ingedragen. Het een is niet zonder het ander!

Zo heeft Christus de Schrift verstaan. Zo hebben de apostelen de Schrift verstaan. Zo mogen wij de Schrift verstaan.

En het is bijzonder jammer, dat Berkouwer in zijn laatste aflevering van Dogmatische Studieën : De Heilige Schrift, deel I, niet uitgaat van het zelfgetuigenis van de Heilige Schrift, maar zonder ontvouwing van de leer van de Schrift, zoals Christus en de apostelen deze hebben verstaan, begint met de gehele eigentijdse problematiek reeds aan het begin van zijn boek in te dragen en vanuit deze moeilijkheden probeert een eigentijdse leer van de Heilige Schrift op te bouwen. Deze poging moet mislukken, omdat het uitgangspunt verkeerd is.

Berkouwer (H. S. I, blz. 36) wil een binding aan het Evangelie, aan de Christus der Schriften, waaruit een bezinning over de Heilige Schrift alleen maar kan voortvloeien. De eigen plaats van het Woord Gods los van een voorafgaand aan en verbonden met de kinderen Gods komt zo in gevaar.

Het voert ons te ver hier op allerlei vragen rondom dit boek nu in te gaan. Maar dit mag en moet gezegd worden, dat wij vanuit het eigen werk van de Heilige Geest in de moeilijkheden komen en niet omgekeerd vanuit de moeilijkheden tot de rechte belijdenis van de goddelijkheid der Schrift. Wie dit vooringenomenheid noemt, ga z'n gang. Het is de vooringenomenheid van Christus en de apostelen. Dan zijn wij in goed gezelschap.

Hoewel er vele vragen zijn over het menselijk karakter van de Heilige Schrift, over de inspiratie, over de aard van het Schriftgezag, enz. enz., waarop wij bij de bespreking van dit boek van Berkouwer in De Waarheidsvriend nog wel hopen terug te komen, één ding staat vast, dat grondslag en doel van onze vereniging alleen gediend is, wanneer wij hoofd voor hoofd gegrepenen zijn, gegrepenen door Christus, gegrepenen om alle gedachten en overleggingen gevangen te laten nemen onder de gehoorzaamheid aan Christus.

Dan rusten wij in het Woord, slapen en staan op, werken en zwoegen wij en weten dat onze arbeid niet ijdel, niet leeg is voor de Heere!

Want God waakt over Zijn Woord. Het is ook vandaag in staat de wereld en de kerk te overwinnen. Wie zelf als een vijand boog onder het gezag van de levende God, die mag grote gedachten hebben over de macht van het Woord, zowel ten voordeel als tot oordeel, zowel tot verbreking als tot verharding. Niemand minder dan Christus heeft beleden en gebeden: Uw Woord is de Waarheid. Deze waarheid is sterk en zal overwinnen. God geve, dat wij als leden van de Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid het nooit verder brengen dan getuigen van deze Waarheid te zijn. Dan zal de Heere wel voor de rest zorgen.

Katwijk aan Zee, G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET GETUIGENIS VAN DE HEILIGE GEEST

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's