De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ds. Groenewoud over de Gereformeerde Bond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. Groenewoud over de Gereformeerde Bond

8 minuten leestijd

In het orgaan: Hervormd Weekblad De Gereformeerde Kerk van 31 maart, 14 en 21 april houdt ds. H. G. Groenewoud zich bezig met de vragen rondom de verhouding van confessionelen en gereformeerde bonders in de Hervormde Kerk.

Hij ziet in het eerste artikel zo goed als geen verschillen meer tussen de confessionelen en de gereformeerde bonders. Natuurlijk, daar is het gezang, daar zijn accentsverschillen, maar wezenlijke verschillen zijn er niet. Toch is dit niet over de gehele linie waar, want er zijn er onder de gereformeerde bonders, die het bijbels evangelie niet verkondigen. Daarom kerken confessionelen ook niet bij hen. Helaas zijn er ook — volgens ds. Groenewoud — mensen die de verschillen kunstmatig in stand houden uit minder edele motieven als partijzucht en op minder belangrijke punten als een stomme e enz.

Ds. Groenewoud ziet de tijd aangebroken om deze toegroei naar elkaar ook kerkelijk waar te maken en in de gemeenten te laten doorwerken.

In het tweede artikel in het nummer van 14 april komt hij naar aanleiding van een brief van een lezer op deze zaak terug. Deze briefschrijver vindt dat inschakeling van de Synode op de „progressieven" in de Geref. Bond een uitwerking van schrik zou hebben en dringt dan ook aan op een samenspreking van beide hoofdbesturen. Daarvan verwacht hij meer.

Ds. Groenewoud verwacht van de samenspreking van de beide hoofdbesturen niet zoveel, omdat er ten aanzien van de beginselen en te volgen gedragslijn overeenstemming zou moeten zijn en deze overeenstemming in de gemeenten door beide partijen zou moeten worden overgenomen.

Ds. Groenewoud twijfelt aan beide voorwaarden. Hij vindt het hoofdbestuur van de gereformeerde bond nogal aan de strakke kant en meent dat dit in de gemeenten niet zal worden overgenomen.

Hij is overtuigd, dat tal van predikanten van de gereformeerde bond zelfs graag gezangen zouden laten zingen, maar uit vrees voor reacties bij het laten zingen van een gezang daarvoor terugschrikken. De mentaliteit van het letten op anderen is in de kring van de gereformeerde bond erg groot. Daarom dringt ds. Groenewoud aan op de inschakeling van de visitatoren en dringt hij aan op een initiatief van de synode.

In het derde artikel in het nummer van 21 april schrijft ds. Groenewoud naar aanleiding van het beroep op ds. Poot naar Groningen opnieuw over deze zaak. Gezien de reacties uit bepaalde kringen van de gemeente van Groningen, gaat ds. Groenewoud in op de verschillen. Een vooraanstaand predikant van de gereformeerde bond zou tegen een confessionele collega gezegd hebben, dat het verschil niet onder woorden te brengen zou zijn, maar dat wij (de g.b. collega en „zijn" mensen) dit zo aanvoelden.

Aan dit gesprek knoopt ds. Groenewoud allerlei opmerkingen vast. Het verschil zou dan zijn: je behoort bij de groep van de „gereformeerden", of er zijn kenmerken, die met de wezenlijke inhoud van de prediking niets te maken hebben.

Er zijn gemeenten, waar dit begrepen wordt en men predikanten van beide groepen laat voorgaan. Maar zo is het niet overal in de gereformeerde bond. Bij alle tussen-kleuren is er een modern-progressieve èn een introvert-conservatieve stroming. De laatste neigt naar de Gereformeerde Gemeenten. Om overgang van deze mensen te voorkomen doet men in de gereformeerde bond aan hen allerlei concessies.

De andere groep krijgt een steeds beter contact met de Conf. Vereniging. Organisatorische eenwording met deze progressieven is voorbarig.

Wat gebeurt er met de andere groep? Volgens ds. Groenewoud zijn er drie mogelijkheden: een deel gaat naar de Ger. Gemeenten; een ander deel zal in bepaalde gemeenten de macht strak in handen houden of in evangelisaties gaan; de rest zal door de houding van het voorgeslacht volkomen van kerk en godsdienst vervreemden. Het is te waarderen, dat de gereformeerde bond deze groep vasthoudt, maar men moet niet zwichten voor hun drijven. Om nu het hoofdbestuur van de gereformeerde bond niet in moeilijkheden te brengen, moet men niet al te sterk aandringen op samenspreking van de beide hoofdbesturen.

Ook is onder hen „vreze des Heeren". Hun inbreng is en blijft nodig. Anders verarmt de kerk. Alleen het verkeerde moet uitgezuiverd worden en vruchtbaar gemaakt voor de gehele kerk. Een van de middelen daartoe is: in aanraking brengen met de godsdienstige vragen van deze tijd. Letterlijk schrijft ds. Groenewoud: „Deze mensen zijn waard, verlost te worden van de gewoonten en van de schibboleths". Bij doorpraten is er wellicht begrip!

EEN DUIK IN HET VERLEDEN.

Hier komt veel op tafel. Ds. Groenewoud schrijft wat brokkelig, maar dit brengt de aard van de aanvat van zijn artikelen mee. Misschien mogen, wij enkele hoofdlijnen noemen. Wellicht komen wij dan later wel tot de details. Dit voorkomt ook wederzijdse geprikkeldheden, die ons niet verder brengen.

Ik dacht, dat de oprichting van de Geref. Bond tweeërlei oorzaak had. In de eerste plaats ontstond steeds meer bezwaar, omdat de synthese Hoedemaker-Gunning met meer en minder reserve in confessionele kringen werd aanvaard. De brede visie op de kerk vanuit het verbond kwam steeds meer op gespannen voet te staan met de handhaving van de belijdenis, niet als versteend stuk maar als uitdrukking van het geloof der Kerk.

In de tweede plaats had men reeds in de dagen van de oprichting van de Geref. Bond bezwaren tegen de inhoud van de prediking van verscheidene confessionelen. Deze bezwaren kwamen in kern hierop neer, dat de prediking te voorwerpelijk was, te weinig aandacht schonk aan de Heilige Geest en Zijn werk en dat vanuit het in het verbond zijn de noodzaak van de wederbaring van de zondaar vervaagde.

Ik weet, dat in deze grote en grove lijnen onrecht wordt gedaan aan diegenen in de confessionele vereniging, die in die dagen (hun preken getuigen ervan!) wel terdege aandacht schonken aan bovengenoemde zaken. Maar de algemene indruk was als boven.

De ontwikkeling na de oprichting van de Geref. Bond heeft niet stil gestaan noch in de confessionele vereniging, noch in de gereformeerde bond. Wat de confessionele vereniging betreft, zij heeft zeer geijverd voor de reorganisatie van onze kerk. Talloze pogingen zijn ondernomen de kerk van de besturenstolp te ontdoen. De belijdenis moest niet een hart op sterk water blijven, maar een levend hart, dat klopt door alle leden van de gereorganiseerde kerk. Deze strijd om de reorganisatie ging gepaard met de introductie van de theologie van Barth door prof. dr. Haitjema en de popularisering daarvan door prof. dr. Van Niftrik. De barthiaanse theologie geraakte ook in confessionele kringen in opmars.

De reorganisatie is gekomen. De nieuwe kerkorde is daarvan één van de bewijzen. Deze reorganisatie is tot stand gekomen door de volle medewerking van de confessionelen (enkele uitzonderingen daargelaten), middengroepen en vrijzinnigen. De Geref. Bond was tegen, ook met enkele uitzonderingen.

Het is de vurige wens van de confessionelen geweest, dat de reformatorische belijdenis nu kerkelijk geijkt en herijkt zou worden. Ik dacht, dat dit ook voor vele confessionelen op een teleurstelling is uitgelopen. Daarvan leggen artikelen van ds. Groenewoud e.a. telkens getuigenis af.

Wanneer ik ten aanzien van de reorganisatie op de gereformeerde bond mag overstappen, dan kan — de mogelijke nuances daargelaten — gezegd worden, dat men even vurig hoopte op de reorganisatie als de confessionelen, maar dat het vertrouwen in deze reorganisatie grotendeels ontbrak. Hoeveel goeds deze reorganisatie kon brengen in allerlei opzicht, men duchtte de onhelderheid en rekbaarheid van art 10. Alle goede woorden en ernstige pogingen ten spijt zag men in de kringen van de geref. bond een doorbraak aankomen niet naar de belijdenis toe, maar van de belijdenis af in een actualistisch belijden, dat de status quo van de stand van zaken in de huidige theologie zou weerspiegelen. Deze huidige theologie stond en staat op gespannen voet met het hart van het reformatorisch belijden.

De oproep van de middengroepen de eigen inbreng van de geref. bond in het geheel der kerk te brengen is wel gehoord, maar in grote lijnen afgewezen, omdat het geheel van de Schrift en — in onderschikking daaraan — van de belijdenis in het gehele kader van deze vernieuwing niet kon functioneren. Dat was en is voor ons geen zaak van vreugde of negativisme, maar van verankerd zijn aan de bedoelingen van de refor­matie van de zestiende eeuw en van een nieuwe reformatie, nu. Vooral dit laatste heeft ons zwaar gewogen en weegt ons nog zwaar. Steeds is gezegd, dat er geen wezenlijke vernieuwing van de kerk zou plaats vinden zonder een nieuwe reformatie. Het ging niét aan en het gaat niet aan deze reformatie via de reorganisatie te verwachten zonder algehele en radicale bekering en zonder gehoorzaamheid aan het volle Woord. Daarmee is niet gezegd, dat vele confessionelen in die tijd en in deze tijd niet vurig hoopten op en baden om een nieuwe reformatie. Maar daarmee is alleen gezegd, dat reformatie door reorganisatie geen argument is om een gevaarvolle verandering in de functie van de belijdenis aan te brengen. De Heilige Geest laat Zich niet van tevoren uittrekken, wanneer wij op wegen gaan, die niet stroken met Zijn Woord.

(Wordt vervolgd)

Katwijk aan Zee, G. Boer

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Ds. Groenewoud over de Gereformeerde Bond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's