De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE CATECHISMUS

8 minuten leestijd

Vraag en antwoord 19. Vr. Waaruit weet gij dat? A. Uit het heilig Evangelie, hetwelk God zelf eerst in het Paradijs heeft geopenbaard en daarna door de heilige Patriarchen en Profeten laten verkondigen, en door de offeranden en andere ceremoniën der wet laten voorbeelden, en ten laatste door Zijn eniggeboren Zoon vervuld.

34

Uit goede bron vernomen.

Fundamentalisme, het modewoord van vandaag. Als ik het wel zie dreigt daaronder steeds meer ook verstaan te worden het geloof dat in de belijdenis getuigt. Tenminste, als men onvoorwaardelijk staat of valt met art. 3—7 van onze confessie, loopt men grote kans het odium van fundamentalist op zich te laden. Onder fundamentalisme meen ik echter te moeten verstaan een atomistisch gebruiken van teksten als bewijsplaatsen, zonder dat genoegzaam de bedding van de tekst en het geheel der openbaring in rekening worden gebracht. De fundamentalist gebruikt - intellectualistisch de woordelijke inspiratie als leerstuk hanterend - de Bijbel als een wetboek, waarin hij naar een artikel zoekt dat slaat op zijn geval. Iets geheel anders is het echter om in gelovig afgestemd zijn op het Woord des Heeren, dat in de Heilige Schrift ons geschonken is, in onvoorwaardelijke bereidheid te buigen voor dit Woord, deze openbaring Gods. Dat betekent o.a. dat de huidige cultuursituatie hierbij geen gewicht in de schaal legt. Reserveloos Gods Woord te horen is alleen uit de Heilige Geest. Hoe dichter we bij de Schrift leven en hoe teerder we met haar mogen omgaan, des te meer beseffen we hoe nauw het hier toegaat. Als vanuit de stand der wétenschap of vanuit de cultuursituatie tot de Schrift wordt genaderd - al is het met schoonklinkende woorden - wordt door het kinderlijk geloof (ook van de meest geletterde) een halt toegeroepen en gesommeerd om de omgekeerde gang te maken: van de H. Schrift naar de wetenschap en de cultuursituatie.

Kortom, hoeveel vragen hier ook telkens mogen rijzen, dit staat voor ons vast: de Heilige Schrift, zoals zij gestalte gekregen heeft in die bepaalde eeuwen en tegen de achtergrond van die bepaalde culturen, is het Woord van onze God. En daarvan belijden we uit de grond van ons hart: Zijn Woord houdt stand in eeuwigheid en zal geen duimbreed wijken.

Maar hoezeer het ook waar is dat de Heilige Schrift in zichzelf duidelijk is, dat neemt niet weg dat wij verlichting (illuminatie) nodig hebben van de Heilige Geest tot een recht verstaan van het Woord des Heeren. Dat geldt zowel van de zin der Schrift in het algemeen als van de toepassing van de Schrift op een bepaalde geestelijke of natuurlijke levensomstandigheid. Wij zijn - geheel verduisterd in ons verstand en verkeerd van hart - onbekwaam om in en van onszelf de Schriften te verstaan. We behoeven de verlichting van de Heilige Geest, voor het eerst en in voortgang.

We hebben drie woorden die ieder een bijzonder werk van de Heilige Geest weergeven ten aanzien van de Heilige Schrift. De revelatie (openbaring) duidt op het openbarend werk van de Heilige Geest aan profeten en apostelen. Daarin werden zij deelgenoot gemaakt van Zijn raadslagen. De inspiratie (ingeving, inblazing) is dat bijzondere werk van de Heilige Geest, waardoor de Bijbel als de bijzondere Godsopenbaring geschonken is. In de derde plaats is er dan de verlichting (illuminatie), die alle gelovigen ontvangen. De Heilige Geest verlicht verstand en hart tot kennis Gods. Het lijflied der Kerk is daarom: Heere, maak mij Uwe wegen door Uw Woord en Geest bekend. Lydia's hart werd geopend opdat zij acht gaf op het woord dat door Paulus gesproken werd.

Zo is dan deze geloofsverlichting nodig tot het verstaan der Schriften. We mogen daarom niet zeggen dat de Heilige Schrift of een tekst er uit door de Heilige Geest tot het Woord van God gemaakt wordt. Dat laatste is de misvatting van het Barthianisme. Neen, God heeft Zijn Woord gelegd in de schoot der Kerk; wij hebben verlichting van de Heilige Geest nodig om het te verstaan, zodat het gestalte krijgt in ons leven. Wie de Heilige Schrift hanteert zonder deze verlichting van de Heilige Geest te behoeven, wordt een farizeër, een letterknecht. Maar nu geldt ook anderzijds, dat degene die zich beroept op de Heilige Geest zonder met de letter van de Heilige Schrift ernst te maken, zich blootgeeft als een geestdrijver, die de Heilige Geest niet heeft. Want de Heilige Geest is de Geest der Schriften, die immers door Hemzelf zijn ingegeven. Ik mag wel even wijzen op de foutieve gedachte over 2 Kor. 3 : 6, die altijd weer opduikt. Daar lezen we echter niet, dat de letter dood is, maar dat de letter doodt. In deze tekst (want de letter doodt, maar de Geest maakt levend) wordt blijkens het verband gezegd dat de dienst der wet (de letter van de oud-testamentische wettische dienst) doodt, maar dat de bediening der verzoening in het Evangelie (de bediening des Geestes) levend maakt. Dat is dus heel wat anders. De letter, n.l. de bediening der wet, werpt in de dood. Zo ver is het er vandaan dat zij dood zou zijn. Indien we de dodende werking der wet kennen, weten we wel beter.

Zo bedroeven we dan de Heilige Geest indien we de letter der Schrift minachten. Woord en Geest behoren bij elkaar. We kunnen geen van beiden missen. Het geschreven Woord is Gods Woord en als zodanig achtenswaardig en nimmer zonder uitwerking, want het is levend en krachtig door de Heilige Geest. We zeggen niet dat de Geest opgesloten is in het Woord. Deze lutherse gedachte maakt de Geest tot gevangene van de Heilige Schrift. Maar wèl zeggen we dat de Geest altijd vrij en souverein bij het Woord is en het vrijmachtig hanteert, of ten voordeel of ten oordeel, een reuk des doods ten dode of een reuk des levens ten leven. We hebben dan ook wel te bedenken dat er velerlei werkingen van de Heilige Geest zijn. Daarom zal het Woord doen wat God behaagt en het zal voorspoedig zijn waartoe Hij het zendt. De rechte houding tegenover de Heilige Schrift is daarom met de diepste eerbied naarstig de Schriften lezen en onderzoeken, biddende om de zaligmakende bediening van de Heilige Geest tot ware kennis Gods in het aangezicht van Jezus Christus.

Vanuit deze bediening wordt geantwoord op de vraag „Waaruit weet gij dat? " (dat Jezus Christus de middelaar Gods en der mensen is): Uit het 'heilig Evangelie.

Het valt op dat hier niet geantwoord wordt: uit het Woord van God. Niet zonder reden. We mogen immers het Woord van God niet zonder meer vereenzelvigen met het evangelie. „Het Woord van God" is een ruimer begrip, Gods Woord omvat wet en evangelie. Deze beiden mogen niet met elkaar worden vermengd. Doch wel moet gezegd dat we nooit een rechte kennis van evangelie kunnen hebben zonder kennis te hebben aan wet. We zullen daarop nog hebben terug te komen. Alleen zij hier reeds gezegd dat we onder „wet" verstaan alles wat in het Woord Gods als wet, als eis, waaraan God ons naar recht bindt, op ons af komt.

Terecht luidt het antwoord: Uit het heilig Evangelie. Want het Evangelie immers alleen openbaart de genade in Jezus Christus. De wet openbaart niets dan Gods heilig recht, en dat we verplicht zijn de wet te houden. De wet vervloekt daarom de wetsovertreder. Anders weet de wet niet. Zij openbaart ons niet de weg der verlossing; zij weet niet van Christus. Maar het evangelie wel; dat ontsluit de genade der verlossing en der verzoening voor verlorenen.

Iets anders is het dat de Heilige Geest de wet stelt in dienst van het Evangelie, opdat de ontdekte zondaar dodelijk gewond naar Christus hongert en dorst. Op zichzelf zou de wet immers nooit naar Christus uitdrijven, maar vol verschrikking doen wegvluchten in de wanhoop des doods. Maar dat in verslagenheid door de wet naar Christus uitgedreven wordt, is niet het wérk van de wet als zodanig, maar dankzij het gebruik dat de Heilige Geest van de wet maakt ten dienste van het evangelie. We kunnen ook zeggen: in de bediening van het genadeverbond.

Zo moeten we dus goed uiteen houden: wet en evangelie. Zij staan wezenlijk tegenover elkaar. Als in het antwoord het evangelie genoemd wordt, dan wordt daarmee tegelijk de wet als bron der zaligheid afgewezen. En wat is nu het Evangelie, de goede of blijde boodschap, anders dan de blijde boodschap des heils voor de verloren, reddeloze zondaar. We willen hier afschrijven wat Olevianus er van zegt: Het Evangelie of de blijde boodschap, die de harten der arme verdoemde zondaren verblijdt, is een openbaring van de vaderlijke en onveranderlijke wil van God, waarin Hij aan alle gelovigen toezegt, dat hun zonden hun van eeuwigheid af vergeven zijn, en tot in eeuwigheid vergeven blijven, alzo, dat daaraan in eeuwigheid niet gedacht zal worden; dat Hij ook de Heilige Geest en het eeuwige leven geeft, om niet, zonder enige onzer vroegere, tegenwoordige en toekomstige verdiensten, wegens het vrijwillige offer van de voortreffelijke persoon Jezus Christus, waarachtig God en waarachtig mens, welk offer, voor Gods aangezicht van eeuwigheid af aanwezig (zijnde), diensvolgens beloofd is, maar nu gebracht en volbracht is en in eeuwigheid kracht behoudt tot onze volkomen verlossing. — Tot zover Olevianus, één der opstellers van onze catechismus.

Dit Evangelie is terstond na de zondeval uitgeroepen in de moederbelofte: Ik zal vijandschap zetten ... Het Evangelie is dus een vijandschapzettende daad. En sinds het paradijs is nooit deze boodschap veranderd. Behalve dan dat in de eeuwen voor Christus' geboorte gesproken werd van de komende Messias, terwijl daarna het verschenen heil werd geboodschapt. Eén weg is er voor alle eeuwen geopenbaard ter zaligheid, en op die weg zijn en worden allen gebracht, die behouden zijn en ooit behouden zullen worden.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE CATECHISMUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's