De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

14 minuten leestijd

H. Algra, Het wonder van de negentiende eeuw, 352 blz., geb. ƒ 19, 50. Uitg. T. Wever, Franeker.

Dit nieuwe boek van H. Algra vertelt van „vrije kerken en kleine luyden" in de negentiende eeuw. Het scheen, zegt de auteur, in het begin van de negentiende eeuw met het gereformeerde leven in Nederland gedaan te zijn, maar in de loop van die eeuw kwam een gereformeerd réveil op „als een wonder van genade, tot zegen voor ons volk”.

De schrijver zelf stammend uit het geslacht van de oude Afgescheidenen, wil van deze wonderen van genade vertellen en deze mensen in hun leven tekenen. Wij lezen — om slechts enige opschriften van de 26 hoofdstukken te noemen — van puriteinen en fijnen, van gezelschappen en oefenaars, van de Schotten en de Dopers. Heel de negentiende eeuw trekt aan ons voorbij: de geschiedenis van het algemeen Reglement van 1816, de Groninger richting, het réveil, de modernen, de doleantie.

Er is veel waarover wij ons als hervormden diep moeten schamen; niet alleen over de inkwartieringen en de boeten, die een aanklacht zijn tegen zich noemende verlichte geesten.

In de eigen kring van de Afgescheidenen waren zeer vele moeilijkheden wat men wel genoemd heeft de crisis der jeugd; hiervan wordt verteld in een hoofdstuk: Broedertwisten. Een aangrijpend stuk is het verhaal over de grote emigratie: vele Afgescheidenen emigreerden na 1845; wat hebben deze mensen het moeilijk gehad; in het midden van zware bossen moesten zij zich ruimte hakken, van alle kanten door de dood bedreigd

Het boek leest als een roman. Velen van deze mensen van de vorige eeuw spreken nog nadat zij gestorven zijn. Wat gevoelen wij ook sterk welk een ander geestelijk klimaat er in die eeuw was; de verhoudingen zijn nu wel heel anders.

Een hervormd man wil de schrijver weleens in de rede vallen en op zijn minst een aanvulling geven. Ik denk b.v. aan de „paneelzagerij” Bij de restauratie van de Nieuwe Kerk is de zaak nu opgeruimd...

Ook over de kwestie van de bediening van de doop in de vorige eeuw schrijft dit boek. Ik dacht niet, dat de auteur hier billijk is; ik kan mij nauwelijks voorstellen, dat de auteur geschreven had zoals hij heeft gedaan als hij eerste hands-bronnen had gebruikt; in ieder geval de handelingen van de Synode; dit boek geeft de indruk alsof de Synode die met een verklaring volstond de zaak eigenlijk bagatelliseerde en dat is niet zo. De verklaring: dat ook onze thans bestaande kerkelijke wetgeving voldoende is om desvereist alle misbruik inzake de Doopsbediening te weren" is uitgegaan van de gedachte, dat er geen andere Doop in de Kerk bestaat dan de Doop in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Dat is ook later uitgesproken, toen in 1898 weer breedvoerig over deze zaak is gediscussieerd, nadat in 1896 een duidelijke circulaire is uitgegaan, waarbij aan de Kerkeraden werd opgedragen toe te zien, „dat bij de bediening van de Doop steeds de woorden worden uitgesproken ontleend aan Mattheus 28 : 19". Ik bedoel in geen enkel opzicht de verhoudingen en moeilijkheden in de Kerk van de vorige eeuw te verkleinen noch ook iets te vergoelijken — meer dan eens denkt wie die oude verslagen leest: waar maakten de mensen zich druk over en wat duurde dat lang — maar ik gevoel ook weinig voor een al te simplistisch over de dingen spreken en ik kan mij goed begrijpen, dat prof. Kruijf in de Synode zei het te betreuren, „dat door de onbehoorlijke handeling van een jong predikant zoveel beroering in de Kerk veroorzaakt kon worden, terwijl men toch algemeen hierover eens is, dat de Doop met de bekende formule behoort bediend te worden". — Ik kon het niet laten iets breder op deze dingen in te gaan. Tegenwoordig hoort en leest men nogal eens de uitdrukking ongenuanceerd denken en daar dacht ik even aan, al weet ik wel, dat deze hele zaak over de Doop niet kon worden besproken.

Ik las dit werk met grote belangstelling en ik hoop, dat het vele lezers vindt, want dat is het waard.

K. Runia, Religie zonder God? , 136 blz., ing. ƒ 1, 75, uitg. Mij. J. H. Kok N.V., Kampen.

De schrijver promoveerde in 1955 aan de V.U. te Amsterdam en doceert nu dogmatiek aan het Reformed Theological College te Geelong (Australië).

In dit boek — no. 92 van de Boeket-Reeks — schrijft hij over de betekenis, de oorsprong en het geloof van de oecumenische symbolen en daarna over de reformatie en deze oude belijdenissen. In de volgende hoofdstukken tekent hij het nieuwe modernisme van Bultmann en Tillich en tenslotte gaat hij in op de ideeën van Robinson, wiens boek „Honest to God" in vele tienduizenden exemplaren is verkocht en dat in het Nederlands vertaald door duizenden is gelezen. De schrijver laat zien, dat bij Robinson er geen plaats is voor transcendentie Gods, evenmin voor wedergeboorte. Robinson geeft een volkomen reconstructie van de Bijbelse boodschap: Het is niet de oude boodschap m nieuwe vormen, eerder een volkomen nieuwe boodschap in veelal oude termen. Runia eindigt met de waarschuwing voor louter traditionalisme, dat als een poel is met stilstaand water. Deze pocket is gemakkelijk te bestuderen en ik hoop, dat velen dit werk in handen zullen nemen.

C. Vermeer, A. de Visser, A. v. d. Worp: Kerkelijke pers 1965, 160 blz., ƒ 3, 25 (voor abonnees ƒ 2, 50), Bosch en Keuning, Baarn, 1966.

Met zorg heeft de redactie van dit boek de vele kerkelijke bladen en tijdschriften, die in 1965 zijn verschenen doorgenomen om na te gaan, wat hiervan in een boek kon worden vastgelegd. Selecteren is niet erg gemakkelijk, maar als geheel is deze uitgave zeer geslaagd. Wel dacht ik meer dan eens: welke lezerskring stelt de redactie zich voor? Er zijn stukken opgenomen, die een behoorlijke theologische belangstelling veronderstellen. Men vindt in deze „keur" een artikel van Smits over “Ontkerkelijking van de kerk: het eerste nodige" naast een van L. Vroegindeweij: „Mag men fotograferen? " Men treft een stuk uit het Weekblad van de Nederlandse Protestantenbond naast een uit Woord en Daad van de Christelijke Gereformeerde Kerken. Uit Kerk en Theologie zijn opgenomen de artikelen van Van Niftrik en Hoekendijk, waarin het nogal scherp toe gaat. Actueel blijven artikelen over de tweede kerkdiensten en (van de hand van I. A. Diepenhorst) over: “De preek: een moeilijk werk." Artikelen ter nagedachtenis geschreven aan in 1965 overledenen: Over Martin Buber, H. Kraemer, Paul Tillich, Schweitzer, en daar tussen in ook over A. A. Koolhaas.

Deze pocket — deel 48 van de serie Boeken bij de Bijbel — werkt er op eigen wijze aan mede, dat een aantal artikelen niet te spoedig vergeten worden en al zoude iedere andere redactie een andere keuze doen, het is een mooi overzicht.

Utrecht, H. Bout.

Ex Auditu Verbi, Theologische Opstellen aangeboden aan prof. dr. G. C. Berkouwer, geb. 342 blz. prijs ƒ 27, 50, Kok, Kampen.

Dit boek bevat een bundel theologische opstellen, die aan prof. dr. Berkouwer op 11 okt. 1965 zijn aangeboden ter gelegenheid van zijn vijfentwintig-jarig ambtsjubileum als hoogleraar in de faculteit der godgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Deze bundel wordt door de samenstellers een bonte bundel genoemd. Hij is niet bedoeld als een commentaar op het werk van Berkouwer, hoezeer dit element niet ontbreekt. „Het geheel — zo schrijven de samenstellers — is een ware staalkaart van thema's en bijdragen, die in zijn veelzijdigheid reeds enigszins weerspiegelt hoe graag — en hoe veel! — de jubilaris zelf leest. Daarvan getuigen stuk voor stuk zijn werken, niet minder trouwens van zijn kunst anderen in zijn leesvreugde te laten delen”.

Ook is er verschil in confessionele achtergrond van de diverse auteurs. Prof. dr. Berkouwer schrijft zo, dat ge altijd naar meer verlangt. Hoe komt dit? Omdat hij eerbiedig luistert naar de Schriften. Vandaar de titel: Ex auditu verbi, dat is: uit het gehoorde Woord. Goed luisteren maakt bescheiden. Bij prof. dr. Berkouwer heeft het gesprek de plaats ingenomen van de polemiek. Dit is geen relativisme, maar een uiting van een ten dele kennen. Zijn werk heeft veel kerkelijk absolutisme overwonnen en velen teruggewonnen voor de theologie. Zo is Berkouwer een man van gewicht geworden, die elke kloof tracht te overbruggen.

Tot zover de samenstellers: R. Schippers, G. E. Meuleman, J. T. Bakker en H. M. Kuitert.

Om u een indruk te geven van de veelzijdigheid van dit boek, laat ik de schrijvers met hun onderwerpen volgen.

1. J. N. Bakhuizen van den Brink: De triomf der genade bij Blaise Pascal.

2. K. Barth: Reformierte Theologie in der Schweiz.

3. H. Berkhof: De methode van Berkouwers theologie.

4. Oscar Cullmann: Die Schöpfung im Neuen Testament.

5. P. Jacobs: Der Glaube an den Heiligen Geist in einer glaubensarmen Welt!

6 Hans Küng: Anmerkungen zum Axiom „Extra ecclesiam nulla salus".

7. G. C. van Niftrik: De geschiedenis van een domineesdochter. 

8. D. Nauta: Calvijn's afkeer van een schisma.

9. H. A. Oberman: Fides Christo formata.

10. A. D. R. Polman: De leer der verwerping van eeuwigheid op de Haagse Conferentie van 1611.

11. H. N. Ridderbos: Kerkelijke orde en kerkelijke tucht in de brieven van Paulus.

12. E. Schillebeeckse O.P.: Ecclesia semper purificanda.

13. R. Schippers: De Zoon des Mensen.

14. P. J. A. M. Schoonenberg S.J. Gesprek over de erfzonde.

15. Thomas P. Torrance: The epistomological relevance of the Holy Spirit.

16. W. C. van Unnik: Een merkwaardige formulering van de verlossing in de Pascha-homilie van Melito van Sardes.

17. Otto Weber: Der Mensch in seiner Zeit.

18. M. J. Arntzen: Bibliografie.

Op deze wijze kunt u een indruk krijgen van de grote waardering, die men ook in andere landen en in andere kerken voor de persoon en het werk van prof. dr. Berkouwer heeft.

Het is niet mogelijk van elk opstel een korte samenvatting te geven. Mij boeide bijzonder het opstel over de triomf der genade bij Pascal. Met vaardige hand schrijft prof. Bakhuizen van den Brink over de gedachten van Pascal over de genade, de wil-van God en van de mens, welke domineert, zijn critiek op het Semi-Pelagianisme èn op Calvijn. Hoe scherp en duidelijk zijn de formuleringen van de vragen bij Pascal, zonder dat de ratio in dit alles de eerste plaats krijgt.

K. Barth geeft een tekening van de gereformeerde theologie in Zwitserland. Hij vindt, dat Walter Luthi, de bekende predikant van Bern, in zijn prediking een weerspiegeling is van de Zwitserse gereformeerde theologie.

Bijzonder interessant is het opstel van prof. dr. H. Berkhof over de methode van Berkouwers theologie. Interessant, omdat de jubilerende hoogleraar op dit opstel reeds gereageerd heeft in enkele artikelen van het Gereformeerd Weekblad (Kok, Kampen). Dr. Berkhof vindt dat het eigenlijke thema: Geloof en Openbaring, prof. Berkouwer heeft altijd geboeid. De ken-weg heeft de jubilaris steeds beziggehouden. Daarbij doen zich bij Berkouwer verschuivingen voor, meer dan bij Kuyper en Bavinck.

Berkhof onderscheidt drie fasen in de ontwikkeling van Berkouwer. De eerste is het volstrekte gezag van de Schrift. De tweede: de heilsinhoud van de Schrift. De derde: de existentiële strekking van de Schrift. In de eerste fase is Berkouwer nog in zijn apologetische tijd. Daarin verschijnt een boek over Schriftkritiek en een tegen Barth. In de tweede fase, dat is de tijd waarin de eerste drie, delen van zijn dogmatische studieën verschijnen, is de concentratie op de heilsinhoud van de Schrift duidelijk. Er komen gevoelens van verwantschap met Barth en afstand van Kuypers leer van de wedergeboorte. Het gezag van de Schrift kan alleen binnen een bepaalde hermeneutische horizon fungeren. Deze horizon is niet zomaar met een beroep op de bepaalde teksten uit de Schrift af te lezen. De correlatiegedachte wordt breder en dieper doorlicht. De speculatieve elementen in de theologie van Barth worden afgewezen. In de derde fase gaat Berkouwer niet alleen de weg van de openbaring naar het geloof, maar ook van het geloof naar de openbaring. Dat de Schrift prediking is, weegt steeds zwaarder. De gereformeerde traditie en de gangbare Schriftuitleg wordt gekritiseerd. Miskotte had dit al geprofeteerd.

Aanvankelijk probeerde Berkouwer bepaalde belijdenisuitspraken te herinterpreteren. Nu heeft hij dit spoor verlaten, omdat hem duidelijk is geworden, dat ook de vaderen telkens ontspoorden. Berkouwer krijgt kritiek op de belijdenis, o.a. op zondag 5 en 6 van de Heid. Cat. (gerechtigheid en barmhartigheid) en op de Dordtse Leerregels (het causaal herleiden van tweeërlei mensen tot tweeërlei besluit in Gods raad). Ook komt een andere exegese op gang uit het Vorverstandnis van de existentiële strekking. Als voorbeelden fungeren de leer van de erfzonde en van de tekenen der tijden. Van sommige zijden komt er steeds meer kritiek op Berkouwers tegenstelling tussen prediking en mededeling.

Aan het eind stelt Berkhof enige vragen.

De voorlopige balans is positief. Het orthodoxe protestantisme in binnen-en buitenland is door de arbeid van Berkouwer van de afgrond van het scholastieke denken weggetrokken. Er wordt beter gepreekt. De verhouding tussen hervormden en gereformeerden is verbeterd. De theologische methode van Berkouwer werkt oecumenisch zuiverend en bevrijdend. Tot zover Berkhof.

Het kan niet de bedoeling zijn deze visie van Berkhof te beoordelen. Berkouwer heeft op deze dingen geantwoord in het Geref. Weekblad en hier tegen sommige van deze voorstellingen bezwaar gemaakt. Toch heeft Berkhof in grote lijnen gelijk. Berkouwer is in een grote ontwikkeling.

De correlatie-methode is bijzonder vruchtbaar om ons van het beschouwelijke en het scholastieke af te helpen. Hoevelen onzer hebben niet erg veel aan Berkouwer te danken? Hoe zijn en worden zijn werken ook onder ons gelezen en verwerkt. Het past ons, die zo weinig produceren, allerminst een hoge toon aan te slaan. Hoe heeft Berkouwer ook ons geholpen om antwoorden te vinden op de vragen, die de huidige theologie ons stelt. Deze theologie geeft in de Hervormde Kerk vaak de toon aan. Hoe heeft hij ook ons als een gids gediend door het veld van de theologie en doet hij dit nog. Zo is er nog veel meer. Dat mag en moet in grote dankbaarheid gezegd worden.

Daarom betreuren wij het temeer, dat zijn ontwikkeling is, zoals deze is. De correlatie openbaring-geloof — hoe boeiend en bevruchtend ook — dreigt de wedergeboorte uit de Heilige Geest hoe langer hoe meer te verdringen. Het gaat niet om de wedergeboorte in de zin, die Kuyper eraan gaf, maar zoals die uit het geheel van de reformatie tot ons komt. Menigmaal is de vraag gesteld: Wanneer krijgen wij een studie over: „Geloof en wedergeboorte? ”

Zo is er meer.

De overige opstellen zijn van een aard, dat zij gaarne gelezen zullen worden. Wij hebben er maar enkele besproken. Het is een boek voor de predikanten en zeer belangstellende gemeenteleden. Laten de kerkeraden hun predikant dit boek cadeau doen. Wellicht is er een gemeentelid, die zijn dominee een plezier wil doen. Het wordt u zeer hartelijk aanbevolen.

Katwijk aan Zee, G. Boer

„Ik had een meisje lief." Briefwisseling, gebundeld door Walter Trobisch. Paperback, ƒ 2, 90. Uitg. Zomer en Keuning, Wageningen.

Een jongen uit Kameroen vraagt aan zijn gewezen leraar-predikant raad, hoe hij als christen tegenover bepaalde handelingen moet staan. Het wordt een hele briefwisseling waaraan later ook Cécile, een Kameroense deelneemt. Ds. Trobisch geeft deze intieme en persoonlijke briefwisseling met enige aarzeling uit. Ik geloof, dat hij er goed aan deed het te doen. Onze jongeren hier, en overal elders, zullen nu en dan hun eigen gedachten en twijfel erin terug vinden. Zeker althans de kwintessens, waar het tenslotte om gaat.

Een subtiel boek, dat de overrompelende ontwikkeling die deze jongeren in enkele jaren doormaken, dramatisch doet meebeleven. Geen wonder dat de Nederlandse uitgave de vijftigste taal is waarin het werd vertaald. Hartelijk aanbevolen.

Joke en het kermiskind door Gerda van Eysden. Meinema, Delft. Meipocket ƒ 1, 50.

Joke wordt door een zeer correcte grootmoeder opgevoed. Haar moeder stierf en haar vader is als ingenieur soms jarenlang buitenslands. Op school heeft ze niet veel vriendinnetjes. Als het kermis is, sluit ze vriendschap met Fine, die haar leven een heel andere wending geeft. Goed, gevoelig geschreven, echt lectuur voor meisjes van 11-16 jaar.

Naar het land van de tam-tam door H. te Merwe. Meinema, Delft. Meipocket ƒ 1, 50.

Spannend is dit verhaal zeker, maar nu Nairobi en het land met zijn bewoners als onderontwikkeld gebied, ook door landgenoten veel bekendheid kreeg, lijkt de inhoud wat erg verzonnen. Gelukkig zullen de jongens van 10 jaar en wat ouder, zich dat nog niet zo realiseren.

Janneke redt het wel door A. Oosterbroek- Dutschun. Irisreeks, Kok, Kampen.

Een aardig meisjesboek. Onopgesmukt geschreven maar juist daardoor en door de goed getroffen toon, zal het veel meisjes enige prettige uurtjes bezorgen. Gaarne aanbevolen. 12-16 jaar.

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's