De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Reorganisatie en reformatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Reorganisatie en reformatie

10 minuten leestijd

In het eerste artikel hebben wij de artikelen van Ds. Groenewoud weergegeven. Om tot een antwoord te geraken moesten wij een duik in het verleden nemen. Het ontstaan van de geref. bond had twee redenen: de visie op de kerk en de inhoud van de prediking. Daarbij kwam de reorganisatie ter sprake en de houding, die confessionelen en gereformeerde bonders aannamen. De hervormd gereformeerden hadden in deze reorganisatie weinig vertrouwen, omdat de werking van de Geest zich niet tevoren laat uittrekken. Want de Geest gaat alleen mee op wegen, die stroken met Zijn Woord.

Het oordeel Gods had zich al verdikt over de gehele kerk. Daarin vormt de geref. bond waarlijk geen uitzondering. Wij liggen allen onder het oordeel Gods, niemand uitgezonderd. Dat sluit het goede in de Hervormde Kerk niet uit, maar in. Want God gedenkt Zijn Verbond naar Zijn verkiezend welbehagen. Het is maar de vraag of wij de doorlichting van de feitelijke situatie van het kerkelijk leven vanuit de Schrift zien en er rekening mee houden. Ook zij, die dit zien, waar zij in de Hervormde Kerk ook staan, hebben geen kwaliteiten in zichzelf. Zodra de eigenschappen van de Schrift en van het werk Gods worden overgedragen op mensen, zijn wij van de goede weg af. Zodra de onfeilbaarheid, de volkomenheid, de helderheid, de noodzakelijkheid van God, Zijn Woord en werk op mensen, op richtingen of organisaties worden overgedragen, zijn wij op een gevaarlijke wijze bezig niet afgodendienst en verabsoluteringen, die nooit in de mens, maar in God en Zijn Woord liggen. Op dit vlak wordt veel gezondigd, ook door ons. Op deze wijze worden mensen gewond, die trouw willen zijn aan het Woord, ook buiten de geref. bond, en deze menselijke verabsoluteringen wel doorzien en zich daarvan afkeren.

Maar ondanks alle misbruik en namaak blijft staan, dat het gezicht op de gehele Hervormde Kerk bepalend, is voor ons kerkelijk standpunt ook inzake de reorganisatie, ook inzake de vele vragen, die zich nu aandienen. Dit gezicht op de Hervormde Kerk hangt ten diepste samen met de verbondenheid aan de geestelijke gestalte van de kerk, zoals zij in de Heilige Schrift verschijnt en in de belijdenis wordt beleden. Het werk Gods landt in mensen. De Heilige Geest woont in mensen, in de gemeente. De Heilige Geest woont niet alleen in het beloftewoord, maar deelt daarvan ook uit. Hij geeft kennis aan de geestelijke verborgenheden van het Evangelie. Hij verbindt ons ook met het geheel der kerk. Hij geeft ons een hartelijke liefde tot allen, die éénzelfde geloof deelachtig zijn en geeft ons een orgaan om de waarheid van de leugen te onderscheiden. Daarbij doet hij ons niet rusten in onszelf of in onze richting of in onze organisatie, maar in Hem en in Zijn Woord. En zoals de Heilige Geest een voortdurende strijd voert tegen ons vlees in ons persoonlijk leven, zo twist Hij met ons voortdurend ook tegen ons „richtingsvlees", tegen onze „richtingsvrees" enz. enz. Welgelukzalig is ook hier de mens, die gedurig vreest en zichzelf ook gedurig beproeft. Dat is dringend nodig juist voor onszelf.

Want wat buiten deze Geest omgaat ook in eigen kring is gedoemd te verdwijnen, te verdrogen of te versectariseren, hoe vroom het zich ook aandient. Wanneer wij er onze teleurstelling over uitspreken, dat in het geheel van de Hervormde Kerk dé Heilige Geest zo vaak pro memorie, in gedachten is uitgetrokken, dan moeten wij onszelf daarbij niet vergeten. Wanneer deze Geest ons persoonlijk, kerkelijk en organisatorisch niet drijft, zullen wij steeds meer in het kerkelijk struikgewas terecht komen en onszelf en anderen daarin verwarren. In dit alles blijft staan, dat onder ons vanuit deze achtergronden gewaarschuwd is tegen deze reorganisatie en gewaarschuwd wordt tegen de ontwikkeling van het kerkelijk leven.

En nu moet het ons van het hart, dat wij in dit opzicht zo weinig gemeenschap konden krijgen met de confessionelen. Het gaat hier weer in grove lijnen, over het geheel. Ik weet, dat er ook andere geluiden gehoord werden en worden. Daarbij denk ik aan Prof. Dr. van Itterzon, die vele kritische opmerkingen maakte en maakt vanuit het gereformeerd belijden. Ik denk aan Dr. Gravemeijer, die helaas te laat doorzag, waaraan hij had meegewerkt. Ik denk ook aan anderen, die in de kring van de confessionelen hun verontrusting niet onder stoelen of banken staken en positief vanuit de belijdenis spraken en spreken. Maar in het algemeen heeft men onze bezwaren niet gehoord. Beginselen zijn machtiger dan personen, schreef Ds. Groenewoud één en andermaal. Geldt dit ook niet van het samengaan met midden-orthodoxen en de vrijzinnigheid? Is de houding van de confessionelen niet een betreurenswaardig voorbeeld van de ondragelijke spanning tussen de worsteling van heel de kerk en heel het volk (Hoedemaker) èn de worsteling om trouw te blijven aan de confessie? Hoedemaker heeft dit laatste met grote trouw gedaan. Men zou hier bijna van een tragisch conflict kunnen spreken, als tragisch een bijbels woord was, maar dat is het niet. Dit is juist de aangrijpende ernst van de zaak. Want de trouw aan de confessie heeft in deze spanning steeds meer geleden.

Vragen, die gesteld moeten worden.

Ds. Groenewoud wil een gesprek. Hij weegt het voor en tegen van een gesprek tussen de beide hoofdbesturen af. Ik kan deze wijze van schrijven niet bewonderen. Waarom worden allerlei meer of minder edele motieven, die het hoofdbestuur van de geref. bond worden toegeschreven, niet tot dit hoofdbestuur zelf of schriftelijk of mondeling bekend gemaakt? Dit moet toch kunnen? Op deze wijze wordt het klimaat voor een eventueel gesprek zeker niet verbeterd, gezien de publicaties van ds. Groenewoud. Maar goed. Ds. Groenewoud ziet weinig perspectief in een gesprek met het hoofdbestuur. Ik laat dit nu verder rusten. Wel wil ik ingaan op zijn bezwaren tegen de geref. bond en onze bezwaren noemen tegen de confessionelen, 'k Doe dit met tegenzin, omdat ik liever schrijf over wat verbindt, dan over wat scheidt. Maar voor de helderheid in de verhoudingen en voor de eerlijkheid in de omgang met elkander moet dit gebeuren.

Wanneer ik nu een serie vragen ga stellen, bedoel ik daarmee de landelijke situatie aan te duiden en niet die van de plaats, die ik dien. Deze is niet zonder meer te vergelijken met de landelijke situatie, welke parallellen er ook mogen zijn.

Welnu, dan is de eerste opmerking, dat m.i. mede en vooral onder invloed van Barth, het gezag van de Heilige Schrift en de leerstukken over verzoening en verkiezing bij vele confessionelen geleden heeft. Mijn vraag is: Hoe komt het, dat Ds. Groenewoud wel steeds de vragen over de schepping en de aard van het Schriftgezag van b.v. Gen. 1—4 aan de orde stelt, maar zo weinig in het geweer komt wanneer de Schrift wordt aangerand van de zijde van de midden-orthodoxie en van de vrijzinnigheid? De verdediging van het gezag van de Heilige Schrift is toch een aangelegen zaak in de confessie. Het gaat mij niet om de opsomming van de moeilijkheden, die ik ook ken, maar om het integraal gezag van het Woord Gods.

In de tweede plaats: Hoe komt het, dat - ondanks betuigingen van aanhankelijkheid aan de confessie - er in de praktijk van het kerkelijk leven in confessionele gemeenten zo weinig belangstelling is voor de inhoud van de confessie?

Daarmee hangt samen de vraag: Hoe komt het, dat - alweer in grote lijnen - in de meeste confessionele preken zo weinig een grondige uiteenzetting van de Schriften wordt gegeven, zodat de confessionele (in de zin van dè confessie) ruggegraat van de gemeenten wordt versterkt en men niet bij de eerste windstoot in de armen van de midden-orthodoxie valt?

Hoe komt het, dat confessionele predikanten, die tot de ouderen behoren, zo klagen over de gemeenten, die zij dienden, waarin het geestelijk en het kerkelijk leven eertijds bloeide en die in het veld van de doorbraak zijn terecht gekomen, waarbij het kerkelijk meeleven soms verdween als sneeuw voor de zon?

Hoe komt het, dat de intussen overleden confessionele ouderling Klink van Sirjansland, zo klaagde over de vermagering van de confessionele preken in de bekende serie? De correspondentie van ouderl. Klink over dit onderwerp met Prof. Dr. Edelkoort staat te lezen in een bundel preken van Prof. Edelkoort, die onlangs verscheen onder de zorg van de predikanten Jongerden en Koole.

Hoe komt het, dat de prediking, zoals die in de loop der jaren in hervormd gereformeerde gemeenten gebracht is, eindeloos gekritiseerd is door de confessionelen op de punten van de wedergeboorte en de verkiezing? Deze twee leerstukken zijn toch, mits in hun verband, onontbeerlijk voor de rechte prediking? Hoe komt het, dat vele confessionele predikanten op zekere afstand inzake de liturgische vormgeving en de lengte van de preek de midden-orthodoxie volgen?

Hoe komt het, dat het gezang, dat eertijds de fries-confessionele predikanten tegen wil en dank onder de middenzang onderbrachten, zich steeds meer vermenigvuldigt, zodat Ds. Groot eenmaal waarschuwde voor het verlies van de psalmen in confessionele gemeenten? Is het verdwijnen van het gezang als middenzang alleen een kwestie van een veranderde visie op het objectieve en subjectieve element in de prediking, zoals Prof. Dr. van Niftrik zegt?

Hoe komt het, dat de prediking in de bond steeds het etiket van ellende-prediking wordt opgedrukt, terwijl toch bekend is, dat de catechismusprediking in sommige confessionele gemeenten wordt nagelaten en in gemeenten van de signatuur van de geref. bond voortdurend gepredikt wordt? Gesteld, dat de prediking van de dankbaarheid in de vrije stof 's morgens tekort komt - waarover nog wel het een en ander te zeggen valt - komt deze niet voortdurend in de catechismusprediking aan de orde?

Hoe komt het, dat Prof. Dr. Haitjema ons altijd - ook de door hem hooggeprezen Ds. M. Jongebreur ingesloten - beschuldigd heeft van sectarisme, dat wij niet kerkelijk genoeg denken en handelen? Waarin de bond ook gestruikeld heeft, wij waren en zijn altijd aan te spreken op de belijdenis, ook in de visie op de kerk. Maar daarom temeer klemt de vraag: Hoe komt het, dat Prof. Dr. Haitjema ons altijd benaderde met een kerkbegrip, dat hij niet aan de belijdenis ontleende en van daaruit zijn opmerkingen maakte?

Tenslotte: Hoe komt het, dat het principieel onderscheid, voorheen van de ethischen en nu van de midden-orthodoxie, zo weinig in de artikelen in het Hervormd Weekblad „De Gereformeerde Kerk" uit de verf kwam en komt?

Daarbij brengen wij zeker in rekening de vele artikelen, waarin Ds. Groenewoud kritiek uit op de gang van zaken in de Hervormde Kerk. Tenslotte zit Ds. Groenewoud c.s. in dezelfde hoek van de kerk, dat is de hoek waar de slagen vallen.

Wanneer hij tegen het machtsmisbruik der midden-orthodoxie schrijft, heeft hij ons gehoor, maar hij zou nog meer ons gehoor hebben, wanneer hij de midden-orthodoxie en de vrijzinnigheid principieel doorlichtte en - waar nodig - bestreed vanuit de Schrift en de confessie. Of is dit in strijd met de uitdrukking: wij moeten kerkelijk met elkander omgaan en kerkelijk de zaken aan de orde stellen?

Wat betekent kerkelijk handelen, wanneer de confessie in dit denken, spreken en handelen matig of nauwelijks een rol speelt?

(Wordt vervolgd).

Katwijk aan Zee, G. Boer

 

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Reorganisatie en reformatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's