De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

10 minuten leestijd

Naar aanleiding van een biografie.

Doorgaans vormen boekbeoordelingen een rubriek in de kerkelijke pers die voor overname niet in aanmerking komt. Maar er zijn uitzonderingen. Namelijk dan, wanneer het werken betreft die kerkelijk en theologisch van dusdanig belang zijn, dat ze in de kerkelijke bladen een brede bespreking krijgen. Zo'n werk is ongetwijfeld de onlangs verschenen biografie over Herman Bavinck van de hand van dr. R. H. Bremmer, getiteld: „Herman Bavinck en zijn tijdgenoten". Dr. Bremmer is predikant bij de Geref. Kerken (vrijgemaakt) en promoveerde een aantal jaren geleden aan de V.U. op het onderwerp: „Herman Bavinck als dogmaticus". Reeds toen liet de auteur ons weten dat het in zijn bedoeling lag zijn studie over de figuur van Bavinck af te ronden door een biografie, waarin met name de brieven die Bavinck geschreven heeft aan vele leidinggevende personen uit zijn tijd een grote aandacht krijgen.

Thans ligt dit boek in een fraai verzorgde uitgave voor ons. We gaan hier uiteraard geen bespreking ervan geven, zelfs geen weergave van de inhoud. Ongetwijfeld zal dat door anderen gedaan worden. De reden dat we een en ander hier vermelden ligt in het feit dat prof. dr. Herman Ridderbos in het Geref. Weekblad (Uitgave Kok, Kampen) van 27 mei in de rubriek „Van week tot week" een belangwekkend artikel aan de verschijning van dit boek wijdt. Ridderbos wijst er op hoe Bavinck naast mensen als Kuyper, Lindeboom, Rutgers e.a. een grote invloed gehad heeft op de vorming van het Geref. leven.

Toch was Bavinck, met al de slingeringen, waaraan hij onderhevig was, een figuur, die op de vorming van het Geref. leven een onberekenbaar grote invloed heeft gehad, niet zo krachtig als Kuyper, noch als Lindeboom, maar wellicht klassieker dan beiden. Daarom is het aantrekkelijke van heel het beeld, dat Bremmer ons niet alleen van Bavinck, maar ook van zijn tijdgenoten tekent, de bezieling die uit al deze figuren tot ons komt. Niet allen waren nu juist van zo groot formaat, maar zij waren groot omdat en voorzover zij door het grote ideaal gegrepen waren, dat hun gegeven was: het aan hun leiding toevertrouwde volk tot nieuwe mondigheid te brengen, het aan de suprematie van het liberalisme te ontwringen en in allerlei opzicht tot zelfstandigheid te brengen. Wie dit alles leest in het licht van onze tijd, gevoelt enerzijds, dat men de geschiedenis niet kan terugroepen. Tien volle jaren (van 1892—1902) heeft de kwestie eenheid van opleiding mede het leven van een figuur als Bavinck beheerst en de afloop ervan heeft hem misschien nog tien jaren gekost om zich geheel te hervinden. Ik denk, dat dit nu niet meer zou kunnen, om de eenvoudige reden dat alle dingen thans in een grotere context staan. Misschien mag men ook zeggen, dat reeds tijdens het leven van Bavinck (en Kuyper enz.) het groot en machtig élan, dat in de jaren rondom de eeuwwisseling de gereformeerden nog elektriseerde, geblokkeerd is geworden, omdat het teveel in de eigen kring toesloten bleef en ten dele in geestelijke inteelt ontaardde. Wat in de jaren 1940—'45 is gebeurd is — ook dit zien wij op een afstand scherper dan toen we erin stonden — daarvan mede het gevolg en het einde geweest. Bavinck heeft tegen dit conservatisme steeds gestreden, maar hij heeft, doordat hij geen leider was als Kuyper, en als kerkelijke figuur meer en meer op de achtergrond trad, de ontwikkeling niet in de nieuwe banen kunnen leiden. Daarom is iedere heimwee naar de tijd, waarover Bremmer schrijft, niet alleen onwezenlijk, maar ook onvruchtbaar. Want als men alles „weer" gelezen heeft en (terwijl alle buren al naar bed zijn!) het boek weg legt, weet men ook, dat er geen enkele reden is deze tijden te romantiseren. Maar anderzijds: welk een stimulans, welk een geestelijke injectie gaat er van uit, als men zich weer in deze „gemeenschap der vaderen" beweegt en hen in onverflauwde ijver en inspanning bezig ziet de kerk en heel het leven onder het grote gezichtspunt te zien van de heerschappij van Christus. Het doet wat verkalkt aan „de jongeren" op te roepen toch vooral de geschiedenis te bestuderen. En wie wil er nu voor verkalkt doorgaan? wat ik bedoel is ook niet een zaak, die speciaal „de jongeren" zou raken. Het is dit, dat het leven bijzonder kleurloos, saai en onbeduidend wordt als er geen profetie meer is, als de Geest ons niet engageert voor de kerk en voor het rijk van Christus. Het boek van Bremmer kan ons stellig óók leren, dat de geesten der profeten onderworpen moeten blijven aan een beter oordeel. De roomsen vinden blijkbaar nog steeds figuren om heilig te verklaren, van de gereformeerde vaderen valt daarvoor, zelfs uit „Bavinck en zijn tijdgenoten", moeilijk een nominatie of voordracht samen te stellen. Maar wie hetgeen wij thans als de beperktheid van deze tijd zien tot het beheersende gezichtspunt maakt, moet zich niet alleen afvragen hoe groot of klein onze generatie dan wel zal zijn in de ogen van het nageslacht — want dit is ten slotte geen argument —, maar wèl, hoe het komt dat uit het leven van deze mannen iets uitstraalt, waarvan men het gevoel heeft dat het ons te veel ontbreekt: het besef, dat God hen had geroepen met een heilige roeping, tot een grootse taak en dat daarbij niet in de eerste plaats hun getal of geschiktheid, maar Gods soevereine genade als motief had te gelden. Het is ook daarom, dat ik de lezing van het boek van dr. Bremmer gaarne aanbeveel: het is niet alleen boeiend geschreven en een Fundgrube van allerlei wetenswaardigheden, brieven etc. uit deze histoire contemporaine, maar er gaat iets vanuit, dat nu nog niet zo gemakkelijk onder woorden is te brengen, maar dat iets te maken heeft met de moed en de lust om in de geseculariseerde wereld het (koninkrijk van God boven alles te blijven zoeken. Want dat was toch wel mede het geheim van hetgeen in Bavinck en zijn tijdgenoten blijft boeien en spreken, ook nadat zij met hun tijd tot het verleden zijn gaan behoren.

Het is een goede zaak wanneer we op déze wijze betrokken worden bij een stukje kerkgeschiedenis uit een nog niet zo lang achter ons liggende tijd. Laat niemand zeggen: „Dit is een zaak van intern belang geweest voor de Geref. Kerken". Integendeel, juist wanneer we in ons land de verhouding Hervormd-Gereformeerd zien als een oecumenische aangelegenheid van de eerste orde, zullen we er goed aan doen ons te verdiepen in het boeiende beeld dat Bremmer ons schetst.

Bovendien, het werk van Herman Bavinck is velen onzer niet onbekend. Zijn grote vierdelige dogmatiek behoort tot die werken die u doorgaans wel aantreft in de bibliotheek van de herv. geref. predikanten, en die dus stellig hun invloed doen gelden. En de lezing van het onlangs verschenen boek van Berkouwer in de reeks Dogmatische studiën heeft me er nog eens weer van overtuigd hoezeer Herman Bavinck nog meespreekt in allerlei actuele discussies, en hoezeer zijn dogmatiek van belang is in het geheel van de Geref. Theologie. Dat wij nu naast deze dogmatiek dit boeiend beeld hebben over het leven van deze grote theoloog, zijn positie in het kerkelijk leven van zijn tijd, stemt tot vreugde. Het zij ieder die geïnteresseerd is in de achtergronden, waartegen we Bavinck's dogmatische arbeid moeten zien, ter lezing aanbevolen. En het kan ons in sommige gevallen er ook voor bewaren al te onkritisch afscheid te nemen van het verleden, als zou dit vandaag aan de dag niet meer relevant zijn.

Berkhof over Ridderbos.

Wellicht hebben verschillenden onzer zich in de afgelopen weken verdiept in het grote werk van prof. dr. Herman Ridderbos, de Kamper-Nieuwtestamenticus, geheten: „Paulus, ontwerp van zijn theologie". In het blad „In de Waagschaal" (van 28 mei) noemt prof. dr. H. Berkhof de verschijning van dit qua omvang en inhoud reusachtige boek een theologisch evenement. Samen met het in 1950 verschenen boek over de komst van het Koninkrijk kan men dit boek zien als de beide brandpunten van de ellips van zijn oeuvre.

Er is tussen beide boeken ook een fundamentele parallellie, waarin zich Ridderbos' overtuiging weerspiegelt van de eenheid van het Nieuwe Testament. Hij gelooft niet dat het daarin over een pure toekomst gaat die maar steeds niet wil aanbreken (Albert Schweitzer) noch ook over een vervulling die in Christus' verschijning al volkomen in ons heden verwerkelijkt is (C. H. Dodd), maar over een polariteit van vervulling en verwachting. Hij staat daarin dicht bij Cullmann met zijn befaamde beeld, dat in Christus de D-day is aangebroken, die ons zekerheid geeft over de komende V-day. In zijn boek van 1950 liet hij die polariteitsstructuur zien in Jezus' woorden, Bergrede, gelijkenissen enz., en als in een samenvatting in de instelling van het Heilig Avondmaal. In zijn boek van 1966 laat hij zien, hoe diezelfde polariteit de sleutel vormt tot het denken van Paulus. Pas vanuit het feit en de inhoud van Paulus' geloof in Christus krijgen dan andere benadering en hun zeer betrekkelijke recht: de rabbijnse, de hellenistische, de gnostische, de eschatologische.

Berkhof prijst de overzichtelijkheid en brede informatie die dit werk tot „Fundgrube" maken niet alleen voor de vaktheoloog, maar ook voor het ontwikkelde gemeentelid. Hij noemt het „een-goedgeordende boekenkast". Daarom mag het in geen enkele boekenkast ontbreken. Aan het slot van zijn artikel maakt de Leidse hoogleraar nog enkele belangwekkende opmerkingen over de geref. exegetische traditie waarin ook Ridderbos staat.

Misschien zegt een ondeskundige lezer, dat hij zo'n gereformeerd boek toch maar liever niet koopt, omdat het wel eenzijdig en vooringenomen zal zijn. Die opmerking zou inderdaad zijn ondeskundigheid bewijzen. De gereformeerde exegetische traditie met haar eerbied voor wat er precies staat, is sinds Calvijn een zaak die ook wetenschappelijk ten volle ernstig genomen mag worden. Ze is helaas een tijdlang op retour geweest doordat ze allerlei bijbelpartijen in een opgelegd dwangbuis van een inspiratie-theorie wilde dringen. Op het gebied van het Nieuwe Testament is dat altijd al veel minder voelbaar geweest en is deze periode nu zeker afgesloten. Daar heeft de onbevangen wetenschappelijkheid van Ridderbos niet weinig toe bijgedragen. Zeker, Ridderbos is „conservatief", maar bij hem betekent dit, dat hij niet achter het nieuwste aanholt en niets aanvaardt voordat de argumenten-pro de argumenten-contra overtreffen. Dat is alleen maar gezond. Traditioneel is dit toch allerminst. Maar het doet evenmin aan allerlei kortademig “Vorverstandnis" mee. Het heeft zijn plaats in een brede Europese traditie van mensen als Cullmann, Kümmel, Dahl, Oepke, Percy, E. Schweizer e.a. En daarin is het van zulk een gewicht, dat naar mijn mening een spoedige Engelse vertaling; gewenst is.

Ook hier gaan we uiteraard geen bespreking van het boek van Ridderbos geven. Maar we mogen inderdaad de verschijning van dit boek een grote gebeurtenis noemen. Er komen op de boekenmarkt heel wat „eendagsvliegen", die al heel spoedig de weg gaan van de restantenopruiming. Daarom mogen we dankbaar zijn voor de publicatie van dit enorme werk. Men leest het met een gevoel van bewondering voor de werkkracht van de auteur, die — zoals Berkhof terecht opmerkt — midden in het kerkelijk leven staat en daar ook volop aan deelneemt.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's