De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HOE HET BEGON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HOE HET BEGON

9 minuten leestijd

„Die dan zijn woord gaarne aannamen werden gedoopt; en daar werden op die dag toegedaan omtrent drie duizend zielen". Handelingen 2 vs. 41.

Komen wij in deze week aanlopen om toch nog iets van Pinksteren op te vangen en mee te maken, dan horen wij Petrus preken. Valt u dat misschien tegen; had u wat anders verwacht? Het hoort bij het Pinksterfeest, dat er zo gesproken wordt: predikender wijze. Dat het werkwoord „preken" zon slechte klank gekregen heeft, zal ook wel aan de predikheren te wijten zijn. Hun woordenvloed stichtte geen brand, maar bluste die veeleer. „Hij zit goed in zijn woorden", zei eens een ouderling, toen hem naar zijn mening over de dominee gevraagd werd. Daarmee was inderdaad alles gezegd. O die woorden! Het Koninkrijk Gods bestaat niet in woorden. Hier is de prediking betoning van Geest en kracht.

Petrus neemt het woord; liever gezegd de Heilige Geest verleent hem het woord. Hij spreekt dus niet zijn eigen woord; de Heilige Geest verheerlijkt Christus, en de prediking van de apostel is dienovereenkomstig volop Christusprediking. Zijn woord is het woord aangaande de Heere Jezus Christus en daarom een woord van behoud: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht. Een dringende uitnodiging, in de naam des Heeren. Hier wordt iets anders vereist dan bijval. Een appèl vraagt niet om een applaus. Zijn woord roept hen op tot bekering en geloof. Zó wil het gehoord worden. En de Heilige Geest die Petrus bekwaam maakt om te spreken, werkt ook in de harten van zijn hoorders.

Die dan zijn woord gaarne aannamen. Aannemen is hier, gastvrijheid verlenen, met vreugde en van harte ontvangen. Wie dit woord zo ontvangt, die ontvangt Christus, die ontvangt de Heilige Geest. Zover strekt dit gaarne aannemen: Ik en de Vader zullen komen en woning bij hem maken. Zo wordt het een getrouw woord en alle aanneming waardig. Denkt daar niet gering over. Het gaat bij het aannemen van het woord, om Hem, die bij u aanklopt, die erin wil! En Hij komt erin, dat is de vrucht van Pinksteren. Een wonder, toegegeven. De wonderen zijn in het gevolg van de Heilige Geest te vinden.

Er zijn onder de dicht opeengepakte menigte velen luisteraars gebleven, zon­ der hoorders te worden. Sommigen bleven staan, zij waren nu eenmaal hier, maar horen, echt horen, dat deden ze niet. Net als onder ons; wat verveeld en in ieder geval vrijblijvend, zitten we te luisteren. Anderen hoorden het graag, ze waren er weg van, maar verder lieten ze het woord voor wat het was, en bleven ze wie ze waren. Ook dat komt veel voor. Merkt u wel, dat het woord een wig gaat drijven tussen hen die het doorsturen en hen, die het aannemen. Wee onzer, wanneer wij het woord de deur wijzen; het niet binnenlaten. Verwerping van het woord is verwerping van Christus en weerspannigheid tegen de Heilige Geest. Al mompelt u: aannemen, het is tegenwoordig maar aannemen, dat gaat zo maar niet; uw rechtzinnigheid kan u niet vrijpleiten van deze verwerping. Ziet toe, hoe gij hoort.

Hier nemen de hoorders het gaarne aan. Petrus had hen niet gespaard, integendeel, zijn woorden hadden hun hart doorpriemd: Deze Jezus Dien gij gekruisigd hebt! Waar komt het woord binnen? In een verbroken hart. Breekt het niet, dan maken wij er een sterke vesting van, met dikke muren en zware poorten. Naarmate wij het meer horen, schuiven we meer grendels voor die poorten. Hier wordt het woord hartelijk welkom geheten. Wat zou ons nu welkomer zijn dan dit woord des behouds? Wat zullen we doen, hadden ze zoeven gevraagd. Het ziet er hopeloos met hen uit, ze hebben hun eigen zaligheid vermoord en daarom verbeurd, Wat te doen! Ze zijn erover ontdaan, hun hart is geraakt, het is een gapende wond, die roept om verbonden te worden. Daar komt het evangelie naar hen toe: Jezus Christus, de vergeving en de genezing. Hoe verrassend, hoe bevrijdend. Wat een gewilligheid om het aan te nemen. Mensen, die één brok weerstand waren; die schreeuwden: Weg met Hem; Kruis Hem, zulke mensen halen Christus met vreugde in: Kom met uw genade tot mijn heil. Zo nemen ze het woord aan. Het wil erin, het mag er in. En met het woord komt

God mee. Hier is sprake van bekering. Hier is de doorbraak van het nieuwe leven. Nieuwe leven? Wat gebeurt er dan, en waar begint dat mee? Het woord der zaligheid gaarne aannemen. Zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden. Hebt u het reeds aangenomen? Hoort u graag een goede waarheid, maar laat u die waarheid toch maar liever buiten uw hart en uw leven staan. Dan zal ze u veroordelen. Maar zij zal u vrijmaken en vrijspreken, wanneer gij haar gaarne aanneemt, u eraan gewonnen geeft. Want in Zijn Woord, wordt Christus verheerlijkt. Aan wie schrijven we de eer van deze hartelijke ontvangst toe: Aan de Heilige Geest.

Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt. Hun wordt het stempel, het teken en zegel van het verbond opgedrukt. Petrus had het hun voorgehouden: En een iegelijk van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden. Het aannemen van het woord des Heeren, maakt hen tot aanroepers van de naam des Heeren. Zij zoeken hun persoonlijk behoud in Zijn Naam, in Zijn bloed, in Zijn dood. Gedoopt worden is immers de diepte ingaan. De diepte in met uw oude leven, dat zo vol van schuld is en zo geschonden. Gedoopt worden. dat is sterven en begraven worden. Wat niet in leven gehouden kan worden, moet sterven. Het is daartoe veroordeeld en daarom verloren. Wie het woord aanneemt, die aanvaardt dit vonnis. Maar gedoopt worden is meer. In de naam van; er wordt een gemeenschap met Christus gewrocht, de gemeenschap van Zijn wederopstanding, Ziet, daar verrijzen ze, met Hem. Hoe dat dopen in zijn werk ging, kan ik u niet vertellen. Wat legt de verslaggever Lukas weinig nadruk op bijzonderheden van tijd en plaats. Maar ze werden gedoopt. Om nooit te vergeten,

Dat gebeurt er dus in een gemeente, die Christus zich door Woord en Geest vergadert. Het woord gaat er in, en de Geest laat er zich mee m. Er vallen beslissingen. Er worden geen stichtelijke dooddoeners gewisseld over en weer. Neen, levendmakende woorden, worden door levensverandering en le­vensvernieuwing beantwoord; heel het leven komt op een andere noemer te staan. Op de naam van Jezus Christus, de door God aangewezen en uitgezonden Zaligmaker. En dat wordt bevestigd. Wij spreken in onze tijd vaak over vernieuwing van het gemeentelijk en kerkelijk leven, en allerlei maatregelen worden daartoe aanbevolen. Misschien moesten wij als predikanten en gemeenteleden eens goed lezen wat hier gezegd wordt en ons schamen. Schamen over ons spreken, schamen over ons horen. En smeken: Kom, schepper Geest. Smeedt onze machteloze woorden om tot krachtige woorden van het Koninkrijk Gods. En herschep ons luisteren, tot een horen, dat gaarne aannemen is!

Zo wordt de gemeente gesticht: En daar werden op die dag toegedaan omtrent drieduizend zielen. Wat een getal! Wij hebben eerbied voor getallen. Records worden gevestigd en verbeterd. Zo is het hier echter niet bedoeld; er is niet eens nauwkeurig geteld. Omtrent. Ongeveer. Drieduizend, dat is wel veel. Daarover mogen wij ons verwonderen, het is een schaduw van de schare die niemand tellen kan. Pinksteren is geen grootscheepse actie, geen campagne, die resulteert in een groot succes, in een record aantal bezoekers of bekeerlingen. Pinksteren is de werking van Christus, die zich door Woord en Geest, een gemeente ten eeuwige leven uitverkoren, vergadert. Het is wel een machtig groot werk: Omtrent drieduizend werden er die dag toegedaan. Wij mogen er groot van denken. Het is geen kleine zaak en het geschiedt in geen hoek. Wij zijn dankbaar, wanneer het volk in drommen naar Hem, Die alléén aan 't kruis hing, toestroomt om Zijn merk- en veldteken te ontvangen. Eerherstel voor Christus. In de veelheid der onderdanen is de heerlijkheid van de Koning. Petrus staande met de elven had dit niet kunnen vermoeden. Op het strand van Galilea telden ze eens honderd drie en vijftig vissen. Hoe verbaasd zullen deze mensenvissers geweest zijn, dat ze drieduizend mensen vingen, op de dag waarop ze voor het eerst het net uitwierpen. Dit werk is door Gods alvermogen, door 's Heeren hand, door 's Heeren Geest geschied. Wie heeft ooit zulks gehoord: zou een volk geboren kunnen worden op een enige dag? En ons hart verlangt ernaar, dat de Heilige Geest in onze dagen zo werkzaam mag zijn, dat wij van een goede vangst mogen spreken. Wat doen we in onze verwachting en in onze verzuchting aan de grootheid van God de Heilige Geest te kort. Mocht het er nog eens één zijn. Waarom maar één? Och, dat men op deze eerstelingen — drieduizend — een rijke oogst van voorspoed zag. Voorspoed voor die Christus, door wiens hand het welbehagen des Heeren, ruim en breed voortgaat van geslacht tot geslacht. Pinksteren vieren wij ook, om uit het klein bestek van onze overleggingen te worden gevoerd in het groot bestel van Gods vaste voornemen. En wie de Koning zegent, gunt Hem veel onderdanen.

Er staat eigenlijk alleen maar: toegedaan, toegevoegd. Tot Wien? Tot Christus. Dat allereerst. De gemeente is Zijn gemeente, 't Zijn mensen, die voortaan bij Hem behoren, die op Hem zijn aangewezen, omdat ze al hun zaligheid in Jezus Christus verwachten. Het woord is de band met Christus, die door de Heilige Geest wordt gelegd. Die brengt hen toe, dat wil zeggen. Die brengt hen tot Hem. En allen die het Woord bedienen, moeten, mogen bruidswervers zijn voor deze bruidegom. Alleen bij Hem zijn we terecht, alleen bij Hem zijn we voor eeuwig behouden. Toegedaan, een eenvoudig woord, een werkwoord dat door de Heilige Geest vervoegd wordt in alle tijden. De Heere deed dagelijks toe. Hand. 2 : 47; meer en meer Hand 5 : 14; een grote schare Hand. 11 : 24.

Onze vertalers hebben de zin wat aangevuld — (schuin gedrukt, omdat het er eigenlijk niet staat) tot hen. Nu, dat is ook waar. De gemeente is de gemeenschap, die in Christus haar middel­ punt vindt. Met recht de Christelijke gemeente. Daar behoren wij allen toe, u bent erin geboren, u bent gedoopt, u trad toe als lidmaat. Wat een voorrecht. Nam u het woord gaarne aan? Als u niet tot Christus komt, als u los van Hem uw leven doorbrengt, dan kunt u niet blijven waar u bent, dan wordt u weggedaan als een dorre rank en een dood lid. Weggedaan dat is het tegengestelde van toegedaan. Wij mogen ons echter vandaag verheugen over het werk des Heeren. Hij is er nog mee bezig. Onder de bediening van het Woord, door de bediening en de bearbeiding van de Heilige Geest. Niets en niemand kan Hem daarin verhinderen. Daarom hopen wij op Zijn woord en zien wij uit naar Zijn wonderen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HOE HET BEGON

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's