De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Eeuwige jeugd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Eeuwige jeugd

7 minuten leestijd

Hebt de wereld niet lief. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid, maar die de wil Gods doet blijft in der eeuwigheid. 1 Johannes 2 : 15 en 17.

Het eerste, dat in de tekst boven deze meditatie gezegd wordt zal weinig tegenspraak ontmoeten bij ons als kerkmensen. We zijn daar min of meer aan gewend geraakt. We zeggen het elkaar immers zo vaak dat de tijd voorbijgaat, voorbijvliegt. Bij velen leeft de verzuchting: wat vliegt de zomer voorbij! En zo is het werkelijk: we leven zo snel! En er is geen stilstand. Alleen maar — wat doen we met deze wetenschap?

Het is mogelijk dat we dit alles wel toestemmen, maar dat we er in ons leven geen rekening mee houden. Velen immers zien 't wel rondom zich, dat de wereld voorbijgaat, en dat de mens voorbijgaat, maar ze proberen toch krampachtig het leven in deze wereld vast te houden. Ze kennen nauwelijks een hoger streven dan om er jong uit te zien. Maar met wat voor kunstmiddelen een mens dat ook probeert, het leven gaat toch door. En hier behoeft de een zich niet boven de ander te verheffen. Want het is de menselijke natuur eigen om deze vergankelijke wereld vast te willen houden en lief te hebben. Dat dit laatste een reëel gevaar is niet alleen voor iemand, die nog onbekeerd doorliep, maar ook voor degene die tot geloof kwam, blijkt wel uit het verband waarin dit woord van de apostel Johannes voorkomt. Want let u er wel op, dat de apostel hier zich richt tot de gelovigen. Het zijn zij die hij in vers 18 noemt „kinderkens"; dezelfde „kinderkens" aan wie hij in vers 12 schrijft: want de zonden zijn u vergeven. Tot deze zelfde vaders, jongelingen en kinderen richt hij de dringende vermaning in vers 15: hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is. Deze vermaning heeft Gods kind nodig.

Maar misschien is er intussen bij deze of gene een vraag gerezen onder het lezen. En u denkt: op een andere plaats staat toch dat God alzo lief de wereld gehad heeft. Waarom mogen wij dan de wereld niet liefhebben, als God zelf de wereld wel lief gehad heeft, en zo lief gehad, dat Hij de Zoon Zijner liefde heeft overgegeven. Om een antwoord op uw vraag te vinden letten we eerst op het woord dat in de oorspronkelijke (Griekse) taal voor „wereld" staat. Dat is het woord „kosmos". En „kosmos" dat door ons vertaald wordt met „wereld", dat betekent letterlijk: sieraad. En zo is ook eenmaal de wereld uit Gods hand gekomen: als een sieraad. Het was alles zeer goed. Maar de zonde kwam. De mens wierp zich in de armen van satan, die toen door de mens heerschappij kreeg in de wereld. Hij werd nu — zij het onder Gods toelating — de overste dezer wereld. Toen bleef de kosmos, dat sieraad, niet zo schoon en heerlijk. Maar de gehele wereld, het ganse schepsel, zucht nu onder het oordeel, is onder de vloek van Gods toornende heiligheid.

Satan en de mensen in zijn dienst maken nu de wereld tot een wereld zonder God, een wereld waar satan zijn tenten opsloeg, waar men de Schepper durft tergen en bespotten. En van deze wereld, de wereld gezien vanuit dit aspect, zegt de apostel: hebt die wereld niet lief n.l. die gevallen wereld. Want die wereld liefhebben, die zich losrukt van God, dat is hetzelfde als God haten. Daarom staat er in vers 15: zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Die beide kunnen niet samengaan. En als we dan toch in Joh. 3 : 16 lezen dat God alzo lief de wereld gehad heeft, dan betekent dit dat God die gevallen wereld niet loslaat, dat Hij ondanks de zonde Zijn kosmos vasthoudt. Al is deze wereld tijdelijk onder het bereik van satan gekomen. God blijft Zijn kosmos liefhebben. Hij eist haar weer voor Zich op. Hij zal niet rusten voordat de kosmos weer zeer goed geworden is. Daar kunnen we van op aan. Want deze wereld met al haar ellende heeft God zo lief gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft om Zich een nieuwe mensheid te verlossen, en met de nieuwe mensheid ook de wereld, waarin de mens als koning gesteld was. Want het werk van Christus is tot verlossing van zondaren, maar het heeft nog veel wijdere betekenis: het heeft kosmische betekenis.

Dus zo heeft God Zijn wereld nog lief, maar dan om deze wereld te; verlossen, opdat de wereld weer zijn zal, wat hij eenmaal was: een sieraad. En hier wordt ook het verschil duidelijk: God heeft de wereld lief om haar te verlossen, maar als de mens de wereld liefheeft, dan heeft hij deze wereld lief op zichzelf, zoals ze nu is los van God. Zo wil ons hart de wereld gebruiken, misbruiken, om alles in dienst te stel­len van het eigen zondige „ik", om daarin zijn geluk te zoeken in plaats dat we dat zoeken daar waar het alleen te vinden is: in God en den Heere Jezus Christus.

Als de mens de wereld liefheeft, wordt het een rusteloos jagen om er zoveel mogelijk van te grijpen. En het blijkt telkens weer dat het vergankelijk is, het glipt tussen de vingers weg. Telkens weer staan we met lege handen, met rusteloos hunkerende, onverzadigde harten. En we jachten toch weer verder. En straks staat de mens in één moment voor God, doodop van de levens jacht, maar zonder Christus.

De apostel laat ons niet in het onzekere wat hij bedoelt als hij spreekt over het liefhebben van de wereld. In vers 16 noemt hij de dingen concreet: begeerlijkheid des vleses (dus dat wat ons vlees, ons verdorven hart najaagt in deze wereld), begeerlijkheid der ogen (de ogen worden hier genoemd als de weg waarlangs de begeerte naar 't kwade wordt opgewekt), grootsheid des levens (de zucht om te pronken met ons geld, met allerlei dingen, het meer willen schijnen dan we in werkelijkheid zijn).

En dat alles, de wereld en haar begeerlijkheid, dat gaat voorbij. Diep ernstig is daarom de vermaning van de apostel: hebt de wereld niet lief. Het is een vermaning die geldt voor jong en oud. Want wie de wereld liefheeft en het daarvan verwacht, komt met de wereld om. Dit zegt de Heere ons zelf.

Maar daar tegenover staat: die de wil Gods doet, blijft in der eeuwigheid. De wil van God doet niemand, tenzij we door het geloof de toevlucht gezocht hebben bij de Heere Jezus Christus. Want Zijn spijze was het om de wil

Zijns Vaders te doen. En het geloof is dit, dat we het leven en alles, wat God van ons eist, buiten onszelf in Jezus Christus zoeken. Dan wordt Hij voor ons de Heere onze Gerechtigheid, die voor ons de wil van God volkomen volbracht heeft, maar naar Wiens beeld we ook vernieuwd worden, zodat het ook onze begeerte wordt om Zijn wil te doen. Dan zijn Zijn geboden niet zwaar meer voor het hart dat vrede vond bij het kruis van Golgotha. Maar dit is er alleen voor zover de Heere door Zijn Geest in ons werkt. Zonder Hem kunnen we niets.

Maar wie door Zijn genade de wil van God doet, die blijft in der eeuwigheid. De natuurlijke mens streeft ernaar om jong te blijven. En het gelukt niet. Maar wie leeft uit Christus en aan Zijn hand, die blijft wel jong. Die ontvangt het eeuwige leven, een eeuwige jeugd. Het sterven komt dan wel, maar het wordt een doorgang naar het eeuwige leven.

Als iemand de voorbijgaande wereld blijft liefhebben, die komt met de wereld om.

Maar wie de wil van God doet, wie wandelt in de liefde, die mag met blijde hoop de dag van zijn thuiskomst verwachten.

Zalig dan allen die begerig zijn, niet naar de begeerlijkheid des vleses, maar die heilbegerig uitzien naar de Heere; Zalig die het heimwee kennen naar huis. Want zij zullen thuis komen.

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Eeuwige jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1966

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's